Rechtbank Rotterdam 17-06-2026, ECLI:NL:RBROT:2026:7436

Essentie (gemaakt door AI)

Hervatting zorgregeling met opbouw na herhaald stopzetten. Ouders hebben een verstoorde relatie; geen zorgen over veiligheid bij vader. Co-ouderschap wordt afgewezen als niet in belang van minderjarige gelet op afstand en communicatie. Zorgregeling wordt gefaseerd opgebouwd naar om het weekend van vrijdag 19:00 tot zondag 18:00 uur, met neutrale overdrachtlocaties en heldere haal- en brengafspraken. Verzoeken man over vakanties/feestdagen/studiedagen worden toegewezen per 10 januari 2027. Vervangende toestemming reizen 2026 wordt afgewezen.

Nieuwsitem uit Focus op Familierecht

"Ouders moeten af van het idee dat ze hun rechtszaken over hun kind kunnen “winnen”"
Ouders strijden over onder andere de zorgregeling. Rb overweegt dat dit niet om het "winnen" van de rechtszaak gaat: "bij een winnaar horen immers ook verliezers: de andere ouder en altijd: het kind en de oplossing". Gefaseerde opbouw.

Datum publicatie26-06-2026
ZaaknummerC/10/651640 / FA RK 23-588
ProcedureBeschikking
ZittingsplaatsRotterdam
RechtsgebiedenCiviel recht; Personen- en familierecht
TrefwoordenKinderen; Co-ouderschap
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

Hervatting zorgregeling met opbouw na meerdere keren stopzetten, ouderproblematiek en verstoorde relatie, co-ouderschap niet in belang minderjarige

Volledige uitspraak


Rechtbank Rotterdam

Team familie

Zaaknummer / rekestnummer: C/10/651640 / FA RK 23-588

Beschikking van 17 juni 2026 over de regeling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en vervangende toestemming reizen

in de zaak van:

[de vrouw] , hierna: de vrouw,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat mr. J.J.A. Bosch te Rotterdam,

t e g e n

[de man] , hierna: de man,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat mr. R. Vermeer te Utrecht.

De zaak heeft betrekking op de minderjarige

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2022 te [geboorteplaats] , hierna ook: [minderjarige] .

1De verdere procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de (tussen)beschikking van 9 april 2025;

  • de berichten van de man van 25 december 2025 en 30 januari 2026;

  • het bericht van de vrouw van 1 februari 2026;

  • het standpunt van de man tevens wijziging/ aanvulling verzoek ingekomen op 11 mei 2026;

  • het verweerschrift op gewijzigde een aanvullende verzoeken van de vrouw, ingekomen op 13 mei 2026;

  • het bericht met bijlage van de vrouw van 19 mei 2026.

1.2.

De voortgezette mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 20 mei 2026, gevoegd met de procedure (C/10/651640 / FA RK 23-588). Daarbij zijn verschenen:

  • de vrouw, bijgestaan door haar advocaat (beiden via een videobelverbinding);

  • de man, bijgestaan door zijn advocaat;

  • de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger] .

1.3.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft de advocaat van de vrouw een pleitnotitie overgelegd.

2De beoordeling

2.1.

Bij beschikking van 9 april 2025 is bepaald dat de minderjarige met ingang van de zaterdag na de datum van de beschikking volgens de volgende voorlopige regeling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken bij de man verblijft:

  • eerst gedurende twee uur van 14:00 tot 16:00 uur (week 1);

  • de week erop wordt dit uitgebreid met twee uur, zodat het contact plaatsvindt van 14:00 tot 18:00 uur (week 2);

  • vervolgens heeft de minderjarige twee keer om de week contact met de man van 14:00 tot 18:00 uur (week 4 en 6);

  • daarna twee keer om de week op zaterdag van 12:00 tot 18:00 uur (week 8 en 10);

  • daarna twee keer om de week op zaterdag van 10:00 tot 18:00 uur (week 12 en 14);

  • daarna twee keer om de week op zaterdag van 9:00 tot 19:00 uur (week 16 en 18);

  • daarna twee keer om de week van zaterdag 9:00 tot zondag 12:00 uur (week 20 en 22);

  • daarna twee keer om de week van zaterdag 9:00 tot zondag 14:00 uur (week 24 en 26);

  • vanaf dat moment verblijft de minderjarige twee keer om de week van zaterdag 9:00 uur tot zondag 18:00 uur bij de man (vanaf week 28).

De schoolvakanties en feestdagen worden bij helfte verdeeld en zijn elk jaar om en om. Deze voorlopige regeling wordt uitgevoerd bij opa en oma vaderszijde (verder: vz). in [plaats 1] .

De behandeling van de zaak is daarbij ten aanzien van de definitieve zorgregeling pro forma aangehouden tot 1 november 2025.

2.2.

Met partijen is op de voorgaande behandeling (19 maart 2025) besproken dat zij in de aanhoudingstijd gaan nadenken over de volgende praktische zaken en de rechtbank daarover nader zullen berichten, alsmede over het verloop van de onder 2.1. weergegeven voorlopige regeling:

  • het vervoer van en naar opa en oma vz. wanneer de minderjarige in [plaats 1] zal blijven logeren. De rechtbank acht het meest voor de hand liggend dat de vrouw de minderjarige brengt dan wel laat brengen en dat de man de minderjarige terugbrengt naar de vrouw. Op die manier geeft de ouder die de minderjarige brengt naar de andere ouder emotionele toestemming aan de minderjarige voor omgang met die andere ouder. De man heeft aangegeven dat hij niet wil dat oma moederszijde. de minderjarige brengt. Ook hierover moeten partijen in gesprek;

  • de overdrachtslocatie. Beide partijen hebben aangegeven het fijn te vinden om de overdracht plaats te laten vinden op een neutrale plek die publiek toegankelijk en kindvriendelijk is.

Verder is besproken dat het de bedoeling is dat partijen elkaar meer zullen vertellen over hun leefsituatie, daaronder begrepen waar ze wonen.

2.3.

De man heeft op 11 mei 2026 navolgende - gewijzigde tevens aanvullende - verzoeken gedaan ten aanzien van de zorgregeling, studie- en feestdagen en vakanties.

Zorgregeling

2.4.

Tot [minderjarige] 4 jaar is: primair een co-ouderschapsregeling waarbij de wissel op vrijdagmiddag plaatsvindt, subsidiair dat [minderjarige] de ene week van woensdagmiddag tot zondag 18.00 uur bij hem verblijft en de andere week van vrijdag tot en met zondag 18.00 uur.

2.5.

Vanaf [minderjarige] haar 4e jaar: Zolang [minderjarige] nog niet leerplichtig is, zullen partijen in overleg met de school bezien of [minderjarige] tweemaal per maand de vrijdag afwezig kan zijn. In dat geval verzoekt de man te bepalen dat [minderjarige] :

- twee keer per maand van donderdagmiddag uit school tot zondagavond 18:00 uur bij de

man verblijft, en

- de tussenliggende week van vrijdagmiddag uit school tot zondagavond 18:00 uur;

(in totaal drie weekenden per maand).

2.6.

Vanaf het moment dat [minderjarige] leerplichtig is: te bepalen dat [minderjarige] drie weekenden per

maand bij de man verblijft van vrijdag uit school tot zondagavond 18.00 uur.

Studiedagen

2.7.

De man verzoekt te bepalen dat de studiedagen bij helfte worden verdeeld, waarbij de man voorrang krijgt op de studiedagen die aan zijn weekend grenzen. De man verzoekt te bepalen dat de feestdagen (met uitzondering van kerst) bij helfte worden verdeeld en dat hij voorrang krijgt op de (Christelijke) feestdagen die aan zijn weekend grenzen. Oud en nieuw is jaarlijks om en om, waarbij aansluiting gevonden zal worden bij de ouder die [minderjarige] de laatste week van de kerstvakantie heeft. Omdat Kerst altijd in de vakantie valt en partijen geen kerst vieren is het rustiger voor [minderjarige] om die dagen niet te delen.

Feestdagen

2.8.

De man verzoekt te bepalen dat [minderjarige] het Suikerfeest en het Offerfeest in 2027 bij de man doorbrengt.

Met ingang van 2028 worden de feestdagen als volgt verdeeld:

• Het Offerfeest brengt [minderjarige] door bij de vrouw;

• Het Suikerfeest brengt [minderjarige] door bij de man.

In de daaropvolgende jaren wisselt dit om en om.

Aanvullend op het bovenstaande verzoekt de man te bepalen dat [minderjarige] in 2027 de laatste week van de Ramadan bij hem verblijft. Zijn familie viert deze week groots en hij wil dat [minderjarige] dat een keer meemaakt. Hij zal dit met haar school regelen.

Vakanties

2.9.

Ten aanzien van de (fictieve) vakanties in 2026 verzoekt de man te bepalen dat [minderjarige] in de zomer vier weken aaneengesloten bij de man verblijft; dat [minderjarige] de volledige herfstvakantie bij de man doorbrengt alsmede de volledige Kerstvakantie (en de feestdagen die binnen die vakantie vallen).

Vanaf 2027 worden de vakanties weer bij helfte verdeeld in die zin dat:

• [minderjarige] de voorjaarsvakantie bij de vrouw is en de herfstvakantie bij de man. In 2028 is het

andersom, enz. De vakantie vangt aan op vrijdag uit school en duurt tot en met de zondag

18.00u de week erop.

• de overige vakanties worden bij helfte verdeeld, waarbij de vakanties die bestaan uit twee

weken of meer per week worden verdeeld. In 2027 verblijft [minderjarige] de eerste weken van de

vakantie bij de man en de laatste weken bij de vrouw. In 2028 is dit andersom, enz.

• vakanties die bestaan uit één week (met uitzondering van de voorjaars- en herfstvakantie)

vangen aan op vrijdag uit school en duren tot en met de woensdag erop 12.00 uur. De tweede helft duurt tot en met zondag 18.00 uur (de dag voor de school begint). Vakanties die bestaan uit twee weken of meer vangen aan op vrijdag uit school en duren tot en met de zaterdag de week erop 15.00 uur. De tweede week duurt tot en met de zondag erop om 18.00 uur (de dag voor de school begint). In het geval van 6 weken zomervakantie loopt de eerste helft dus van vrijdag uit school tot en met de zaterdag drie weken later om 18.00 uur. De tweede helft is tot en met de zondag 18.00 uur de dag voor de school begint.

Halen en brengen

2.10.

De man verzoekt te bepalen dat het halen en brengen van [minderjarige] tussen partijen wordt gedeeld. De man haalt [minderjarige] van school of bij de vrouw en de vrouw haalt [minderjarige] bij de man.

Overdracht

2.11.

De man verzoekt te bepalen dat de overdracht op een neutrale plek plaatsvindt. Zijn voorstel is de Macdonalds, dan wel een andere fastfoodketen bij de man c.q. de vrouw in de buurt. Voorts verzoekt hij te bepalen dat er geen derden aanwezig zullen zijn bij de overdracht.

Dwangsommen

2.12.

De man verzoekt aan alle verzoeken aangaande de zorg- en vakantieregeling een dwangsom te koppelen van € 500,- per dagdeel dat er niet wordt nagekomen.

Vervangende toestemming vakantie

2.13.

De man verzoekt vervangende toestemming voor een vakantie met [minderjarige] van 10

augustus tot en met 8 september 2026. Hij zal dan met de auto naar Marokko gaan, naar het huis van zijn ouders in [plaats 2] .

2.14.

De vrouw voert gemotiveerd verweer en wil dat de verzoeken van de man worden afgewezen. Er kan volgens de vrouw omgang om het weekend volgens het model van de beschikking van 9 april 2025 worden opgestart, eventueel uitgebreid na 28 weken met omgang het ene jaar tijdens het Suikerfeest en het andere jaar met het Offerfeest en het ene jaar met de Kerstdagen en het andere jaar met oud op nieuw en dan later aangevuld met enkele dagen oefenen in de meivakantie en daarna omgang gedurende een week in de zomervakantie.

2.15.

De rechtbank stelt vast dat de voorlopige opbouwende zorgregeling zoals is vastgelegd in de beschikking van 9 april 2025 vanaf april 2025 is uitgevoerd tot en met de fase van “om de week omgang met overnachting”. Partijen zijn er toen niet in geslaagd tot nadere afspraken te komen over onder meer het vervoer van [minderjarige] en de overdrachtslocatie zoals was meegegeven in die beschikking. Sinds januari 2026 is de omgang gestaakt. De stellingen van partijen over de redenen daarvan lopen uiteen. De rechtbank constateert in ieder geval dat de onderlinge communicatie sterk te wensen overlaat en dat beide partijen elkaar over en weer diskwalificeren. Partijen zijn het er wel over eens dat de omgang tussen de man en [minderjarige] weer moet worden hervat, maar hebben een andere visie over de wijze waarop dit moet worden vormgegeven. Dat betekent dat de rechtbank zal beslissen.

2.16.

Op grond van de overgelegde stukken en wat tijdens de mondelinge behandeling is besproken staat wel vast dat de problematische ouderrelatie tot op heden de boventoon voert waardoor een constructieve communicatie niet op gang kan komen. De spanningen die op ouder(relatie)niveau spelen, zijn voelbaar voor [minderjarige] en loyaliteitsproblemen dreigen. Onder deze omstandigheden kan [minderjarige] geen onbelaste omgang met haar vader hebben.

De raad heeft geconcludeerd dat het van groot belang is voor [minderjarige] dat de zorgregeling zo spoedig mogelijk weer wordt opgestart en vervolgens ook nagekomen blijft worden. Inmiddels is het contact met de man in het leven van [minderjarige] al meerdere keren - en nu alweer vijf maanden - stopgezet en dat is heel verwarrend voor haar en onwenselijk voor haar ontwikkeling. De problematiek ligt dus niet bij [minderjarige] , maar bij ouders en hun verstoorde relatie. Hiervoor hebben zij hulp nodig bijvoorbeeld via het wijkteam. De raad heeft geen zorgen over de veiligheid en ontwikkeling van [minderjarige] bij de man.

2.17.

Met de raad acht de rechtbank het in het belang van [minderjarige] als ouders hun verantwoordelijkheid gaan nemen om de omgang bestendig uit te gaan voeren en daarbij te werken aan de onderlinge verstandhouding. Het is daarbij nodig dat zij voor elkaar bereikbaar zijn in plaats van elkaar te blokkeren en dat zij elkaar op de hoogte gaan houden van bijzonderheden omtrent de minderjarige. De ouders moeten af van het idee dat ze hun rechtszaken over [minderjarige] kunnen “winnen”. Bij een winnaar horen immers ook verliezers: de andere ouder en altijd: [minderjarige] en de oplossing. De ouders zullen moeten gaan inzien dat ze elkaar, als ouders van [minderjarige] die allebei het beste met hun kind voor hebben, elkaar ook iets moeten gunnen. Alleen als ouders dat inzicht eigen maken en toepassen, komt er mogelijk een oplossing. De door de man gewenste co-ouderschapsregeling acht de rechtbank in de huidige omstandigheden (de afstand tussen partijen zowel op geografisch als communicatief vlak) niet in het belang van de minderjarige. Omdat er sinds vorig jaar april geruime tijd omgang is geweest tussen de man en [minderjarige] maar die omgang in januari 2026 is gestaakt, acht de rechtbank, met de raad, wel een opbouwtraject noodzakelijk, maar aanzienlijk eenvoudiger van aard dan de vrouw voorstelt. Daarnaast zal de rechtbank aanvullende instructies geven over halen en brengen om te voorkomen dat er praktische onduidelijkheden ontstaan, die kunnen worden misbruikt om nieuwe conflicten te starten. De rechtbank zal dus wat knopen doorhakken. Dat impliceert al dat het niet mogelijk is alle neergelegde wensen te honoreren.

Zorgregeling

2.18.

De rechtbank bepaalt dat de minderjarige volgens de volgende regeling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken bij de man verblijft:

  • eerst (met ingang van 27 juni 2026) gedurende twee keer elke week op zaterdag van 11:00 tot 18:00 uur (week 1 en 2), de vrouw brengt de minderjarige naar de man en de man brengt de minderjarige terug bij de vrouw, stipt op voormelde tijdstippen.

  • vanaf het weekend daarna wordt dit uitgebreid met vier keer een weekend om de week van zaterdag 11.00 uur tot zondag 18.00 uur (week 3, 5, 7, 9);

  • daarna verblijft de minderjarige een weekend om de week van vrijdag 19.00 uur tot zondag 18.00 uur bij de man (vanaf week 11).

De rechtbank heeft daarbij het belang van de minderjarige in aanmerking genomen om ook weekenden met de vrouw te kunnen blijven doorbrengen.

Overdracht

2.19.

De overdracht van de minderjarige via de ouders van de vrouw stuit op problemen tussen partijen hetgeen de rechtbank onwenselijk acht. Daarom zal worden bepaald dat de overdracht voortaan op een neutrale locatie zal plaatsvinden.

De vrouw brengt [minderjarige] , als ze over een auto beschikt, naar een door de man aan te wijzen vestiging van MacDonalds in de directe omgeving van [plaats 3] in Brabant. Als de vrouw met het openbaar vervoer komt vindt de overdracht plaats op NS Centraal Station [plaats 4] , tenzij partijen anders afspreken. De man brengt de minderjarige terug bij de vrouw in [plaats 5] naar een door de vrouw aan te wijzen vestiging van MacDonalds in de gemeente [gemeente] . Partijen zorgen ervoor dat zij stipt op de onder 2.18. genoemde tijdstippen op de aangewezen overdrachtslocaties aanwezig zijn.

Vakanties, feestdagen, studiedagen

2.20.

De rechtbank acht een regeling van verdeling bij helfte van vakanties en feestdagen in deze fase van het contactherstel een te grote stap die niet in het belang is van [minderjarige] . Met ingang van het jaar 2027 wordt [minderjarige] geacht wel toe te zijn aan een verdeling van de schoolvakanties en feestdagen. De vrouw heeft de verzoeken van de man over deze dagen, behalve met betrekking tot het ingangsmoment en de omvang daarvan, inhoudelijk niet weersproken. Daarom wijst de rechtbank de betreffende verzoeken van de man vanaf 10 januari 2027, en dus na de kerstvakantie 2026/2027, toe aansluitend op de opbouw van de reguliere regeling.

Vervangende toestemming

2.21.

Het verzoek van de man om vervangende toestemming voor de vakantie naar Marokko dit jaar wordt gelet op de overwegingen onder 2.20 afgewezen. De rechtbank merkt op dat indien één van de ouders in de toekomst met het kind naar het buitenland wil reizen, die ouder dan de voorafgaande toestemming nodig heeft van de andere ouder.

Dwangsom

2.22.

De rechtbank zal aan de nakoming van de zorgregeling geen dwangsom verbinden

De rechtbank gaat er vanuit dat de vrouw aan de uitvoering van de beschikking ook zonder dwangsom haar volledige medewerking zal geven. Mocht dit niet zo zijn, dan zal in een opvolgende procedure mogelijk wel een dwangsom worden opgelegd en mogelijk ook een proceskostenveroordeling worden uitgesproken. Het is aan partijen om dit te voorkomen.

Proceskosten

2.23.

Gelet op de aard van de procedure zal de rechtbank bepalen dat elk van de partijen de eigen kosten draagt.

3De beslissing

3.1.

stelt vast dat de minderjarige in het kader van de regeling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken bij de man zal zijn als volgt:

  • eerst (met ingang van 27 juni 2026) gedurende twee keer elke week op zaterdag van 11:00 tot 18:00 uur (week 1 en 2), de vrouw brengt de minderjarige naar de man en de man brengt de minderjarige terug bij de vrouw, stipt op voormelde tijdstippen.

  • de week erop wordt dit uitgebreid met vier keer een weekend om de week van zaterdag 11.00 uur tot zondag 18.00 uur (week 3, 5, 7, 9);

  • daarna verblijft de minderjarige een weekend om de week van vrijdag 19.00 uur tot zondag 18.00 uur bij de man (vanaf week 11).

  • de vrouw brengt de minderjarige op voornoemde tijdstippen bij de man en de man brengt de minderjarige op de vermelde tijden weer terug bij de vrouw, volgens het bepaalde onder 2.19. van deze beschikking.

3.2.

Bepaalt dat de studiedagen vanaf 10 januari 2027 bij helfte worden verdeeld, waarbij de man voorrang krijgt op de studiedagen die aan zijn weekend grenzen.

3.3.

Bepaalt dat vanaf 10 januari 2027 de feestdagen (met uitzondering van Kerst) bij helfte worden verdeeld waarbij de man voorrang krijgt op de (Christelijke) feestdagen die aan zijn weekend grenzen. Oud en nieuw is jaarlijks om en om, waarbij aansluiting gevonden zal worden bij de ouder die [minderjarige] de laatste week van de Kerstvakantie bij zich heeft.

3.4.

Bepaalt dat vanaf 10 januari 2027 de schoolvakanties van [minderjarige] bij helfte worden verdeeld volgens onderstaand schema:

Voorjaars- en herfstvakanties

• [minderjarige] is in de oneven jaren van de voorjaarsvakantie bij de vrouw is en de herfstvakantie bij de man. In 2028 en de andere even jaren is het andersom. Deze vakanties vangen aan op vrijdag uit school en duren tot en met de zondag 18.00 uur de week erop.

Andere schoolvakanties met de duur van één week

• de overige vakanties die bestaan uit één week (met uitzondering van de voorjaars- en herfstvakantie) vangen aan op vrijdag uit school en duren tot en met de woensdag erop 12.00 uur. De tweede helft duurt tot en met zondag 18.00 uur.

Deze vakanties brengt [minderjarige] in de oneven jaren door bij de vrouw en in de even jaren bij de man.

Schoolvakanties met een duur langer dan één week

• de overige vakanties die bestaan uit twee weken of meer worden bij helfte verdeeld, waarbij het overdrachtsmoment ligt op zondag 18.00 uur. In 2027 - en alle andere oneven jaren - verblijft [minderjarige] de eerste weken van dergelijke vakanties bij de man en de laatste weken bij de vrouw. In 2028 en alle andere even jaren is dit andersom.

Vakanties die bestaan uit twee weken of meer vangen aan op vrijdag uit school en duren tot en met de laatste zondag om 18.00 uur.

Feestdagen

3.5.

Met ingang van 2027 worden de feestdagen als volgt verdeeld:

• In de even jaren brengt [minderjarige] het Offerfeest door bij de vrouw, in de oneven jaren bij de man;

• In de even jaren brengt [minderjarige] het Suikerfeest door bij de man, in de oneven jaren bij de vrouw;

3.6.

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

3.7.

compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;

3.8.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. J. van Driel, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van griffier, op 17 juni 2026.

Tegen deze uitspraak kan binnen drie maanden na de dag van deze uitspraak door partijen hoger beroep worden ingesteld door indiening van een beroepschrift bij het gerechtshof Den Haag. Een in eerste aanleg niet verschenen partij kan hoger beroep instellen binnen drie maanden na de betekening van deze uitspraak aan hem/haar in persoon of binnen drie maanden nadat zij op andere manier is betekend en openlijk bekend gemaakt. Het beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733