Essentie (gemaakt door AI)
Wijziging voorlopige voorzieningen ex art. 824 lid 2 Rv afgewezen. Man verzoekt herziening toewijzing uitsluitend gebruik echtelijke woning aan vrouw en subsidiair dat vrouw alle woonlasten betaalt. Rechtbank stelt strikte maatstaf: alleen bij evidente onjuistheid/onvolledigheid of gewijzigde omstandigheden. De eerdere belangenafweging (met nadruk op belang minderjarigen, m.n. [minderjarige 2]) blijft in stand. Man is niet-ontvankelijk in zijn primaire verzoek; het subsidiaire verzoek wordt afgewezen wegens ontbreken grondslag in art. 822 Rv.Nieuwsitem uit Focus op Familierecht
| Datum publicatie | 19-06-2026 |
| Zaaknummer | C/02/444911 FA RK 26-719 |
| Procedure | Rekestprocedure |
| Zittingsplaats | Breda |
| Rechtsgebieden | Civiel recht; Personen- en familierecht |
| Trefwoorden | Familieprocesrecht; Vovo art. 822 Rv |
| Wetsverwijzingen |
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
Wijziging voorlopige voorzieningen ex art. 824 R, belangenafweging, niet-ontvankelijkVolledige uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Breda
Zaaknummer: C/02/444911 FA RK 26-719
datum uitspraak: 21 april 2026
beschikking betreffende wijziging voorlopige voorzieningen
in de zaak van
[de man] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de man,
advocaat mr. Y.LB. Grosfeld,
en
[de vrouw] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. A. Koop-van Vliet.
1.1 Dit blijkt uit de volgende stukken:
- het op 10 februari 2026 ontvangen verzoekschrift met bijlagen 1 tot en met 3;
- het op 7 april 2026 ontvangen verweerschrift met bijlagen 1 tot en met 6;
- het F9-formulier van 10 april 2026 van mr. Koop-van Vliet met bijlage 7;
- het F9-formulier van 10 april 2026 van mr. Grosfeld met bijlagen 4 en 5;
- de beschikking betreffende voorlopige voorzieningen van 29 januari 2026.
1.2 De zaak is behandeld op de mondelinge behandeling van 13 april 2026. Bij die gelegenheid zijn verschenen partijen, bijgestaan door hun advocaat. Voor de vrouw was een tolk Arabisch aanwezig.
De man verzoekt, bij beschikking voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, naar de rechtbank begrijpt:
- primair de beslissing in de beschikking voorlopige voorzieningen van 29 januari 2026 te wijzigen, in die zin dat het verzoek van de vrouw tot toekenning van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan haar wordt afgewezen en het subsidiaire, tijdens de zitting gedane verzoek van de man om de huidige woonsituatie voorlopig ongewijzigd te laten, wordt toegewezen;
- subsidiair, voor het geval de rechtbank zijn verzoek afwijst, te verstaan dat de vrouw alle vaste lasten en gebruikerslasten van de woning dient te betalen.
De vrouw voert verweer en verzoekt de man in zijn verzoeken niet-ontvankelijk te
verklaren, althans de verzoeken van de man af te wijzen, althans een zodanige beslissing te
nemen als de rechtbank in goede justitie juist acht.
3De feiten
Partijen zijn op [datum] 2008 te [plaats] , Marokko, met elkaar gehuwd.
Binnen dit huwelijk zijn twee, nu nog minderjarige kinderen geboren:
1. [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2012 (hierna: [minderjarige 1] ),
2. [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2014 (hierna: [minderjarige 2] ).
Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over de kinderen.
De echtelijke woning van partijen ligt aan [adres] te [woonplaats] (hierna: de woning).
Bij voormelde beschikking is, samengevat, bepaald:
- dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd is tot het gebruik van de echtelijke woning, daarbij inbegrepen de inboedelgoederen en is de man bevolen die woning - binnen twee weken na de datum van de beschikking - te verlaten en deze verder niet te betreden;
- dat de minderjarigen aan de vrouw worden toevertrouwd;
- dat de man in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gerechtigd is tot het hebben van contact met:
- met [minderjarige 1] eenmaal per twee weken van zaterdag 10.00 uur tot zondag 19.00 uur,
- met [minderjarige 2] eenmaal per twee weken op zaterdag van 10.00 uur tot 19.00 uur,
met inachtneming van het bepaalde in rechtsoverweging 3.6. van die beschikking.
Bij verzoekschrift ontvangen op 1 september 2025 is de hoofdzaak aanhangig gemaakt, welke procedure bij de rechtbank geregistreerd staat onder zaaknummer C/02/439856 FA RK 25-4746.
4De beoordeling
Vanwege de nationaliteiten van partijen (Marokkaans en Nederlands) heeft de zaak internationaal privaatrechtelijke aspecten. De rechtbank heeft die ambtshalve beoordeeld. De rechtbank is van oordeel dat haar rechtsmacht toekomt en dat zij naar Nederlands recht dient te beslissen op de verzoeken.
De man voert als grond voor zijn verzoek aan dat bij het geven van genoemde beschikking in zodanige mate van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan
dat de daarbij gegeven voorziening met betrekking tot de echtelijke woning niet in stand kan blijven. Daartoe stelt de man dat de rechter in de beschikking van 29 januari 2026 in het kader van de belangenafweging totaal voorbij is gegaan aan zijn stellingen ter onderbouwing van zijn belang om in de woning te kunnen blijven wonen.
Zijn belang is groter en urgenter dan dat van de vrouw. Hij heeft totaal geen uitwijkmogelijkheden en is gedwongen om in zijn auto te overnachten. Hij heeft psychische en lichamelijke klachten en is vanwege rugklachten al enige tijd arbeidsongeschikt. Van hem kan dan ook niet worden verlangd dat hij de nachten in zijn auto doorbrengt. Het zal echter nog maanden duren voordat de voorlopige voorzieningen zullen eindigen. Zijn inkomsten zijn gering. Zolang hij de woonlasten volledig voor zijn rekening moet blijven nemen is het voor hem onmogelijk om vervangende woonruimte te vinden. De vrouw beschikt daarentegen over een netwerk van kennissen en vrienden bij wie zij tijdelijk onderdak kan vinden en heeft een behoorlijk salaris uit het PGB voor [minderjarige 2] . Met al deze argumenten heeft de rechter in zijn belangenafweging geen rekening gehouden. Daarnaast heeft de rechter in de beschikking van 29 januari 2026 ten onrechte aangenomen dat er dusdanige spanningen tussen partijen zijn dat zij niet langer samen in de woning kunnen verblijven. Het is ook niet juist dat de kinderen onder spanningen tussen partijen zouden lijden. Dat de gezondheid van [minderjarige 2] achteruit is gegaan, is in ieder geval niet veroorzaakt door zijn aanwezigheid overdag in de woning sinds hij geen werk meer heeft. Hij regelt juist alle zaken rondom de school van de kinderen en zorgt voor hen als de vrouw doordeweeks voor haar werk of in de weekenden van huis is. De gegeven voorziening is volgens de man disproportioneel en onaanvaardbaar en kan daarom niet langer in stand blijven. Aan het belang van beide partijen wordt tegemoet gekomen als partijen voorlopig samen in de woning kunnen blijven wonen. De man verzoekt dienovereenkomstig te beslissen. Mocht de rechtbank zijn verzoek afwijzen, dan verzoekt de man te verstaan dat de vrouw alle vaste lasten en de gebruikerslasten van de woning dient te betalen.
De vrouw voert het verweer dat deze procedure lijkt op een verkapt hoger beroep.
Artikel 824 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering laat hiervoor volgens
haar geen ruimte. Slechts bij een evidente onjuistheid of onvolledigheid is wijziging
mogelijk. Van een evidente onjuistheid of onvolledigheid is echter geen sprake en de man
heeft deze ook niet gesteld. Uit de beschikking van 29 januari 2026 volgt dat de rechter voor
zijn beslissing wel een belangenafweging heeft gemaakt. De man vindt deze
belangenafweging niet eerlijk, maar dat maakt niet dat de gegeven voorziening moet
worden herzien. Primair verzoekt de vrouw de man dan ook niet-ontvankelijk te verklaren in
zijn verzoek. Subsidiair stelt zij dat zij meer belang heeft bij het voorlopig alleen met de
kinderen in de woning kunnen blijven wonen dan de man bij voorzetting van zijn verblijf in
de woning. Zij voelt zich niet veilig als de man in de woning is. Hij blowt, zorgt voor onrust en houdt geen rekening met haar en de kinderen. Na de indiening van het echtscheidings- verzoek stopte de man met werken en werd de situatie thuis onhoudbaar. De kinderen leden onder de spanningen tussen partijen. Na zijn vertrek uit de woning keerde de rust in huis terug. Het is haar nog niet gelukt om andere woonruimte voor haar en de kinderen te vinden, terwijl de man tijdelijk onderdak heeft gevonden bij de dochter van zijn zus en/of bij een vriend en daarnaast regelmatig in Marokko verblijft. De man leeft van een uitkering en beschikt over voldoende financiële middelen om vervangende woonruimte te vinden.
De rechtbank stelt voorop dat tegen een op grond van artikel 822 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) gegeven beschikking geen hogere voorziening, behalve cassatie in het belang der wet, openstaat. Op grond van het bepaalde in artikel 824 lid 2 Rv kan een op basis van artikel 822 Rv gegeven beschikking slechts worden gewijzigd of ingetrokken, indien de omstandigheden na de dagtekening van de beschikking in zodanige mate zijn gewijzigd of indien bij het geven van de beschikking in zodanige mate van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan dat, alle betrokken belangen in aanmerking genomen, de voorziening niet in stand kan blijven. Volgens genoemd artikel rechtvaardigt niet iedere wijziging van omstandigheden of onjuistheid, dan wel onvolledigheid een wijziging van de beschikking voorlopige voorzieningen, maar kan daarvan slechts sprake zijn in evidente, zeer sprekende gevallen. De rechtbank dient in deze zaak te beoordelen of de man met de onderbouwing van zijn verzoek aan deze strikte maatstaf heeft voldaan.
De rechtbank overweegt het volgende. In de beschikking van 29 januari 2026 heeft de rechtbank met betrekking tot het uitsluitend gebruik van de woning een belangenafweging tussen partijen gemaakt. Daarin zijn de belangen van de minderjarige kinderen van partijen centraal gesteld, zoals het belang van [minderjarige 2] om in haar vertrouwde omgeving te kunnen blijven wonen. Voor de rechtbank was voldoende komen vast te staan dat de vrouw steeds de meeste zorg voor de kinderen heeft gehad en dat zij die zorg ook nog had op het moment van het wijzen van de beschikking, met name de bijzondere, extra zorg voor [minderjarige 2] vanwege haar medische beperkingen. De rechtbank is in die beschikking tot het oordeel gekomen dat het in het belang is van de kinderen dat de zorg door de vrouw kan worden voortgezet en heeft de kinderen daarom aan de vrouw toevertrouwd. In de afweging om het verzoek van de vrouw tot het uitsluidend gebruik van de woning aan haar toe te wijzen heeft de rechtbank meegewogen dat het van belang is dat [minderjarige 2] in haar vertrouwde omgeving kan blijven wonen en dat belang doorslaggevend geoordeeld. Hieruit kan niet worden opgemaakt dat de rechtbank het belang van de man in zijn afweging niet heeft meegewogen. Het is ook niet gebleken dat de rechtbank in zijn verdere afweging onvolledig is geweest of van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Ook niet wat betreft de verdeling tussen partijen van de feitelijke zorg voor de kinderen. Hoewel het voor de man uiterst teleurstellend moet zijn om de beslissing van de rechtbank zo te moeten ervaren als hij in de stukken en op de zitting heeft toegelicht en deze beslissing hem in een lastige positie brengt, maakt dit niet dat de rechtbank nu moet overgaan tot een nieuwe belangenafweging en de beslissing over het uitsluitend gebruik van de woning moet wijzigen. De man heeft onvoldoende gesteld om in zijn wijzigingsverzoek te kunnen worden ontvangen. De rechtbank zal de man dan ook niet-ontvankelijk verklaren in zijn verzoek. Dit betekent dat de rechtbank niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van het primaire verzoek van de man.
De man verzoekt subsidiair te verstaan dat de vrouw alle vaste lasten en
gebruikslasten van de woning dient te betalen. De rechtbank zal dit verzoek afwijzen. Gelet
op de limitatieve opsomming van voorzieningen in artikel 822 Rv ziet de rechtbank namelijk
geen ruimte voor een dergelijke beslissing in een procedure als deze.
5De beslissing
De rechtbank
verklaart de man in het primaire verzoek zoals opgenomen in alinea 3.1. niet-ontvankelijk;
weigert het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. Benjaddi, rechter, en, in tegenwoordigheid van mr. Molema, griffier, in het openbaar uitgesproken op 21 april 2026.
© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733
