Essentie (gemaakt door AI)
Verlenging ondertoezichtstelling. In co-ouderschap blijft minderjarige in klempositie door negatieve communicatie en uiteenlopende visies van ouders. Ontwikkeling is ernstig bedreigd; hulp in vrijwillig kader wordt niet door beide ouders aanvaard. Kinderrechter acht voortzetting regie en ingezette hulp nodig en verlengt OTS met negen maanden op grond van art. 1:260 BW. Verzoek van de GI wordt toegewezen. Uitvoerbaarverklaring bij voorraad wordt uitgesproken.Nieuwsitem uit Focus op Familierecht
| Datum publicatie | 19-06-2026 |
| Zaaknummer | C/02/445746 / JE RK 26-382 |
| Procedure | Rekestprocedure |
| Zittingsplaats | Breda |
| Rechtsgebieden | Civiel recht; Personen- en familierecht |
| Trefwoorden | Jeugdbescherming / Jeugdwet; Ondertoezichtstelling 1:254 e.v. BW |
| Wetsverwijzingen |
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
Verlenging ondertoezichtstellingVolledige uitspraak
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/445746 / JE RK 26-382
Datum uitspraak: 17 april 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling JEUGDBESCHERMING BRABANT, locatie Etten-Leur, gevestigd te Etten-Leur,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2016 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. J.M. Molkenboer uit Tilburg,
[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] .
1Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 4 maart 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 april 2026. Daarbij waren aanwezig:
-
de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
-
de vader;
-
twee vertegenwoordigsters van de GI.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover op 16 april 2026 een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2De feiten
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
[minderjarige] staat in de Basisregistratie Personen ingeschreven bij haar moeder.
[minderjarige] verblijft op grond van een co-ouderschapsregeling afwisselend bij haar moeder en bij haar vader.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 30 juli 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 30 april 2026.
3Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van negen maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4Het standpunt van de GI
Ter onderbouwing van het verzoek is door de GI schriftelijk – samengevat – het volgende aangevoerd.
Vanwege de wachtlijsten bij de GI kon er pas eind februari 2026 een jeugdbeschermer starten. Daardoor is de situatie van [minderjarige] tot op heden grotendeels onveranderd gebleven. [minderjarige] functioneert op school goed en zij laat een leeftijdsadequate ontwikkeling zien. Er zijn geen zorgen over de fysieke veiligheid van [minderjarige] . Zij heeft geen last meer van boze buien wanneer iets haar niet lukt. [minderjarige] is zowel graag bij haar moeder als bij haar vader. Zij zit echter nog altijd in een klempositie, dit omdat de ouders regelmatig negatief over elkaar spreken wat van negatieve invloed is op haar welzijn en haar sociaal-emotionele ontwikkeling. Ook loopt [minderjarige] wegens de voortdurende spanningen tussen de ouders het risico dat zij belast wordt met loyaliteitsproblematiek, wat haar ontwikkeling kan schaden.
De GI heeft inmiddels hulpverlening ingezet, gericht op het ondersteunen van de ouders in hun onderlinge communicatie en samenwerking. Voor [minderjarige] wordt een vertrouwenspersoon ingezet, die voor haar als neutrale steunfiguur kan fungeren.
[minderjarige] bevindt zich in een klempositie als gevolg van de complexe scheiding en de negatieve communicatie tussen haar ouders. Zij wordt daardoor nog steeds ernstig in haar ontwikkeling bedreigd. Een verlenging van de ondertoezichtstelling is dan ook noodzakelijk om:
-
de sociaal-emotionele ontwikkeling van [minderjarige] te waarborgen;
-
de ingezette hulpverlening te monitoren;
-
de ouders te ondersteunen in het verbeteren van hun onderlinge communicatie;
-
regie te voeren over de opvoedsituatie en het loyaliteitsconflict te verminderen.
Tijdens de zitting heeft de GI hier – samengevat – het volgende aan toegevoegd. De monitoringsmedewerker heeft het verzoek voor een verlenging van negen maanden ingediend. Op dat moment was er zicht op een beschikbare jeugdbeschermer en leken constructieve gesprekken tussen de ouders mogelijk. Vervolgens is de beschikking over de contactregeling afgegeven door de rechtbank en is de onrust tussen de ouders opnieuw opgelaaid. Eigenlijk raakte de situatie daardoor terug bij af. Nu moet worden afgewacht wat het resultaat zal zijn van de ingezette hulpverlening. [hulpverlening] is gestart en heeft hulpverlening ingezet in de thuissituatie bij beide ouders. De GI heeft zelf de actuele situatie bij beide ouders in kaart gebracht. Daaruit bleek dat ouders verschillen qua visie. De vader wil zicht op de opvoedsituatie bij de moeder omdat hij die onveilig vindt en de moeder wil solo parallel ouderschap. Er wordt ingezet op goed genoeg ouderschap. Aan de hand daarvan wordt ook bekeken welke hulpverlening er nog nodig is. [persoon 1] van [hulpverlening] voert gesprekken met beide ouders en komt in beide opvoedsituaties. Ook is er ruimte voor [minderjarige] om met [persoon 1] te praten. De GI vindt het niet wenselijk dat [minderjarige] met meerdere hulpverleners gesprekken blijft hebben omdat zij dan ook tussen de ouders in blijft staan. Het verbaast de GI dat [minderjarige] bij de kinderrechter haar voorkeur voor [persoon 2] heeft uitgesproken, nu [minderjarige] zich erg vertrouwd lijkt te voelen bij [persoon 1] . [minderjarige] wordt aangemeld voor vaktherapie, waarbij er aandacht komt voor haar eigen identiteit. Ook moet duidelijk worden in hoeverre er sprake is geweest bij beide ouders van emotioneel en/of fysiek geweld. Van belang is dat in beide opvoedsituaties kan worden gemonitord of/in hoeverre [minderjarige] daar anders reageert. De GI benadrukt dat de ondertoezichtstelling niet per definitie de oplossing is en dat de sleutel daartoe bij de ouders ligt. Zodra de ouders het ergens met elkaar niet over eens zijn ontstaat er onrust, dat moet stoppen.
Vanuit het provinciaal instroom team is er nu een vaste jeugdbeschermer die voorlopig betrokken zal blijven. Op het moment dat er ruimte is bij locatie [woonplaats] , dan zal een jeugdbeschermer van die locatie aan het gezin worden gekoppeld. [minderjarige] verkeert nog steeds in een loyaliteitsconflict en daardoor in klempositie. De GI vindt dat er nog altijd sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging en handhaaft daarom het verlengingsverzoek.
5De standpunten van de ouders
De vader heeft – samengevat – het volgende aangevoerd.
De vader vindt het belangrijk om het aan de professionals over te laten om tot conclusies te komen. De vader staat daarom ook achter een verlenging van de ondertoezichtstelling. Hij is het eens met de hulpverlening die de GI heeft ingezet. Er zijn individuele gesprekken door [persoon 1] met hem, de moeder en met [minderjarige] . De vader ziet [persoon 1] momenteel evenveel als [minderjarige] . Hij vindt het cruciaal dat [persoon 1] als hulpverlener betrokken blijft. De vader vindt het net als de GI opmerkelijk dat [minderjarige] nu plotseling bij de kinderrechter aangeeft dat zij weer met [persoon 2] in gesprek wil.
Er zijn ook positieve ontwikkelingen geweest, zoals een gezamenlijk gesprek tussen hulpverlening en beide ouders. Het is jammer dat het dan daarna weer mis gaat. De vader maakt zich veel zorgen over [minderjarige] en het loyaliteitsconflict waarin zij zit. Zolang er zorgen spelen zoals op dit moment, is hulpverlening in een vrijwillig kader geen optie en de vader zal daar ook niet aan meewerken.
Namens de moeder is – samengevat – het volgende naar voren gebracht.
De recente beschikking van de rechtbank over de contactregeling is duidelijk en die regeling wordt nagekomen door de ouders. Wanneer de communicatie tussen ouders niet goed loopt, betekent dit niet dat een kind in zijn of haar ontwikkeling wordt bedreigd. De GI verzoekt een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van negen maanden. Er is echter geen sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging die een ondertoezichtstelling rechtvaardigt. De hulpverlening die nodig is, kan in een vrijwillig kader worden geboden. Dit geeft ook meer rust voor [minderjarige] . Het is wel wenselijk dat de ouders minder in de strijdstand blijven staan. De verdragen en wetgeving gaan ervan uit dat kinderen het meest gebaat zijn bij opvoeding door de ouders. Uitsluitend in ernstige situaties dient daarin te worden ingegrepen. Indien de kinderrechter toch overgaat tot een verlenging van de ondertoezichtstelling, dan voor een zo kort mogelijke periode.
De moeder vult hierop – samengevat – het volgende aan. De vader lijkt te suggereren dat [minderjarige] wordt gedwongen om iets aan te geven over haar voorkeur voor een hulpverlener of kindbehartiger. Dat is niet het geval. De moeder heeft niets tegen gesprekken tussen [persoon 1] met [minderjarige] . Het lijkt erop dat alle betrokken hulpverlening nu ineens gaat rennen omdat de ondertoezichtstelling bijna afloopt, terwijl er eerder niets is gedaan. De moeder vindt dat zij momenteel veel gesprekken met de hulpverlening moet voeren. Dat zorgt bij de moeder voor veel prikkels. Daardoor wordt zij inderdaad boos zoals [minderjarige] heeft verteld. Zij wordt telkens geconfronteerd met een verleden dat zij achter zich heeft gelaten. Er moet een keer een streep onder worden gezet. De communicatie tussen de ouders over [minderjarige] liep eerder goed, totdat de beschikking van de rechtbank kwam, waar de vader zich niet in kan vinden. De moeder wil wel voortzetting van de hulpverlening, maar dan vrijwillig en niet in het kader van een ondertoezichtstelling.
6De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.
1 De kinderrechter legt hierna uit waarom.
Uit de stukken en wat is besproken tijdens de zitting volgt naar het oordeel van de kinderrechter dat de ontwikkeling van [minderjarige] nog steeds ernstig wordt bedreigd.
Vanwege de wachtlijstproblematiek bij de GI, hebben [minderjarige] en de ouders lang moeten wachten op een jeugdbeschermer. Die is pas sinds anderhalve maand betrokken. Hoewel er even sprake was van een voorzichtige positieve ontwikkeling in de communicatie tussen de ouders, heeft dit geen stand gehouden en is gebleken dat het de ouders niet lukt om constructief samen te werken. Zij hebben nog steeds een verschillende visie op wat goed is voor [minderjarige] . De vader maakt zich nog altijd grote zorgen over de thuissituatie bij de moeder. De moeder wil geen gezamenlijk ouderschap met de vader en zij heeft moeite om haar emoties te reguleren als het haar teveel wordt, ook in bijzijn van [minderjarige] . Het is duidelijk dat [minderjarige] door dit alles in een loyaliteitsconflict zit wat zeer schadelijk is voor haar ontwikkeling.
De vader is het eens met de inmiddels door de GI ingezette hulpverlening en vindt een verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk en in het belang van [minderjarige] . De moeder laat blijken dat zij het niet (volledig) eens is met de huidige hulpverlening en wil verder met hulpverlening in het vrijwillige kader. Op basis hiervan concludeert de kinderrechter dat het de ouders nu onvoldoende lukt om onder eigen verantwoordelijkheid de ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] weg te nemen en de daarvoor benodigde hulpverlening in het vrijwillige kader te accepteren. De kinderrechter vindt het van belang dat de huidige door de GI ingezette hulpverlening doorloopt.
Dit alles maakt dat de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de verzochte duur van negen maanden zal verlengen.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
2
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
7De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] van 30 april 2026 tot 30 januari 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
|
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 april 2026 door mr. Phillips, kinderrechter, in aanwezigheid van Baremans als griffier, en op schrift gesteld op 24 april 2026. |
||
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Artikel 2 Besluit gezagsregisters.
© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733
