Essentie (gemaakt door AI)
Ouderonthechting waarin het verzoek van vader tot wijziging hoofdverblijfplaats naar hem en vaststelling zorgregeling wordt afgewezen. Kinderen wonen bij moeder en weigeren contact; eerdere OTS is beëindigd na mislukte hulpverlening. De rechtbank acht contactherstel nu niet in hun belang en ziet geen gewijzigde omstandigheden. Wel wordt een informatieregeling vastgesteld: moeder informeert vader eens per drie maanden over gezondheid, school en hobby’s en stuurt eens per zes maanden recente foto’s. Kindbrief wordt verstuurd.Nieuwsitem uit Focus op Familierecht
| Datum publicatie | 18-06-2026 |
| Zaaknummer | C/16/604599 / FO RK 25-1620 |
| Procedure | Beschikking |
| Zittingsplaats | Utrecht |
| Rechtsgebieden | Civiel recht; Personen- en familierecht |
| Trefwoorden | Kinderen; Hoofdverblijfplaats; Geen omgang (een van) ouders |
| Wetsverwijzingen |
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
Ouderonthechting. Geen wijziging van de verblijfplaats van de kinderen naar de ouder met wie zij geen contact hebben. Geen omgang. Wel informatie. Kindbrief.Volledige uitspraak
Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/604599 / FO RK 25-1620
hoofdverblijfplaats en zorgregeling
Beschikking van 7 april 2026
in de zaak van:
[de vader] ,
wonende in [plaats] , gemeente Utrechtse Heuvelrug,
hierna te noemen: de vader,
advocaat mr. D.I.A. Schröder,
tegen
[de moeder] ,
wonende in [plaats] , gemeente Utrechtse Heuvelrug,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. A.Y.M. Jansse.
1De procedure
De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:
-
het verzoekschrift van de vader (met bijlagen), binnengekomen op 22 december 2025;
-
het bericht van de moeder (met bijlagen), binnengekomen op 23 februari 2026;
-
de akte aanvullend verzoek van de vader (met bijlagen), binnengekomen op 24 februari 2026.
De rechtbank heeft aan de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , de zonen van de ouders, gevraagd wat zij van de verzoeken vinden. Zij hebben beiden op 18 februari 2026 met de kinderrechter gesproken.
De verzoeken zijn besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van 2 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
-
de vader met zijn advocaat,
-
de moeder met haar advocaat,
-
mevrouw [persoon 1] , namens de Raad voor de Kinderbescherming,
-
mevrouw [persoon 2] , namens Samen Veilig Midden-Nederland, als informant.
2Waar de procedure over gaat
Het geregistreerd partnerschap van de ouders is ontbonden op 24 juni 2024.
De kinderen van de ouders zijn:
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2011 in [geboorteplaats 1] ,
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2017 in [geboorteplaats 2] .
De kinderen wonen bij de moeder. Zij hebben geen contact meer met de vader.
De ouders hebben samen het gezag over de kinderen. Dit betekent dat zij samen de belangrijke beslissingen over de kinderen nemen.
De kinderrechter van deze rechtbank heeft bij beschikking van 4 juli 2024 de kinderen onder toezicht gesteld van Samen Veilig Midden-Nederland (hierna: de GI). Op
19 juni 2025 is de ondertoezichtstelling van de kinderen verlengd tot 4 juli 2026.
Bij beschikking van 23 december 2025 heeft de kinderrechter van deze rechtbank de ondertoezichtstelling van de kinderen op verzoek van de GI tussentijds opgeheven met ingang van 23 december 2025.
Bij beschikking van 2 maart 2023 heeft deze rechtbank een voorlopige zorgregeling vastgesteld, waarbij de man en de vrouw in de vorm van “birdnesting” voor de kinderen zorgden.
Bij beschikking van 5 december 2024 heeft de rechtbank de voorlopige zorgregeling gewijzigd in die zin dat [minderjarige 2] voorlopig vier dagen per veertien dagen achter elkaar bij de vader zal verblijven. Voor [minderjarige 1] is geen zorgregeling vastgelegd. De definitieve beslissing over de zorgregeling is aangehouden in afwachting van het verloop van de ondertoezichtstelling.
Bij beschikking van 9 juli 2025 heeft de rechtbank de zorgregeling wederom gewijzigd en bepaald dat de GI de regie heeft over het contactherstel en de mogelijke opbouw van het contact tussen de vader en [minderjarige 1] en de vader en [minderjarige 2] .
De vader verzoekt de rechtbank nu:
Primair:
Het hoofdverblijf van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te wijzigen, in die zin dat zij hun hoofdverblijfplaats bij de vader zullen hebben;
Subsidiair:
I. Primair: een zorgregeling vast te leggen waarbij de kinderen gedurende de ene week bij de vader verblijven en de andere week bij de moeder, enzovoorts;
Subsidiair: een andere zorgregeling vast te stellen zoals uw rechtbank in goede justitie meent te behoren;
II. Te bepalen dat de moeder de zorgregeling zoals in de in deze te wijzen beschikking door uw rechtbank zal worden vastgesteld nakomt, op straffe van een dwangsom van € 500,- voor iedere overtreding, met een maximum van € 10.000,-;
III. De vader te machtigen om nakoming van de zorgregeling zoals in de in deze te wijzen beschikking door uw rechtbank zal worden vastgelegd, na verbeurte van het maximum van € 10.000,- aan dwangsommen, door middel van de sterke arm van politie en justitie te bewerkstelligen;
Meer subsidiair:
De moeder te bevelen om de vader per e-mail te consulteren en minimaal eenmaal per maand per e-mail te informeren over het welzijn van de kinderen en gewichtige aangelegenheden aangaande de kinderen en daarbij per kind ten minste twee recente foto’s per e-mail aan de vader te verstrekken.
De moeder heeft verweer gevoerd.
3De beoordeling
De beslissing
De rechtbank zal de verzoeken van de vader over de hoofdverblijfplaats en de zorgregeling afwijzen. De rechtbank zal daarnaast beslissen dat de moeder eens per drie maanden informatie over de kinderen zal sturen aan de vader, met daarbij eensper zes maanden een recente foto van de kinderen. Hierna zal de rechtbank uitleggen hoe zij tot deze beslissing is gekomen.
De hoofdverblijfplaats en zorgregeling
De rechtbank zal de hoofdverblijfplaats van de kinderen niet wijzigen. Evenmin zal de rechtbank een zorgregeling vaststellen tussen de vader en de kinderen. Dit wordt hierna uitgelegd.
Partijen zijn er niet in geslaagd om samen een ouderschapsplan op te stellen toen zij uit elkaar gingen, waarna de rechtbank beslissingen heeft genomen over (onder meer) de zorgregeling tussen de vader en de kinderen. [minderjarige 1] heeft sinds april 2023 geen contact meer met de vader en sinds december 2024 heeft ook [minderjarige 2] geen contact meer met de vader. In juli 2024 zijn de kinderen onder toezicht gesteld van de GI. In het kader van de ondertoezichtstelling is hulpverlening ingezet van EchtKinderachtig en Youké. Pogingen om het contact tussen de kinderen en de vader te herstellen zijn tot nu toe niet gelukt. De kinderen zijn stellig in hun mening dat zij nu geen contact met de vader willen. De vader kan zich hier niet bij neerleggen.
Youké heeft een gezinsdiagnostisch onderzoek uitgevoerd om te onderzoeken of en op welke manier gewerkt zou kunnen en moeten worden aan contactherstel tussen de vader en de kinderen. In het rapport van 18 september 2025 zijn vijf oplossingsrichtingen uitgewerkt, met ieder hun voor- en nadelen. In vier van de vijf opties wordt ingezet op een plaatsing van [minderjarige 1] en/of [minderjarige 2] in een andere omgeving dan die bij de moeder, van waaruit vervolgens zou kunnen worden gewerkt aan contactherstel met de vader. Als vijfde optie wordt voorgesteld om de kinderen te volgen in hun weigering tot contact met de vader en voorlopig dus te berusten in de huidige situatie waarbij er geen contact is tussen de kinderen en de vader.
De GI heeft uitgelegd waarom zij uiteindelijk in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voor deze laatste optie hebben gekozen. De GI ziet de schadelijke effecten van alle opties, maar ziet daarnaast bij een uithuisplaatsing van de kinderen ook het aanzienlijke risico dat de kwaliteit en het doel van de uithuisplaatsing niet gewaarborgd kunnen worden gezien de leeftijd van de kinderen en hun weigering contact met de vader te hebben. De effecten van een uithuisplaatsing kunnen uiteindelijk voor deze kinderen schadelijker zijn dan het feit dat zij geen contact met hun vader hebben.
Op 23 december 2025 is de ondertoezichtstelling van de kinderen door de kinderrechter beëindigd, omdat de ingezette hulpverlening niet tot verder resultaat heeft geleid. De ondertoezichtstelling leek zelfs het verzet van de kinderen tegen contactherstel met de vader te versterken. Na een zorgvuldige afweging heeft de kinderrechter geoordeeld dat het in het belang van de kinderen is dat er nu voor hen een periode van rust komt, waarin niet door instanties of hulpverlening of de ouders aan de kinderen wordt getrokken en zij zich op zichzelf kunnen richten. Deze beslissing tot beëindiging van de ondertoezichtstelling is inmiddels onherroepelijk.
Wat wil de vader
De vader heeft zijn huidige verzoeken over de hoofdverblijfplaats en de zorgregeling één dag voor de beslissing over de beëindiging van de ondertoezichtstelling ingediend en daarna gehandhaafd. De vader beroept zich op het rapport van 18 september 2025 van Youké en hij vindt dat voor een andere optie moet worden gekozen om het proces van ouderonthechting te stoppen. Hij vindt het nodig dat de kinderen uit de invloedsfeer van de moeder worden gehaald en tijdelijk in een netwerk-gezin gaan wonen, met intensieve begeleiding van een psycholoog of psychotherapeut. De vader vindt het in het belang van de kinderen dat het contact met hem zo snel mogelijk wordt hersteld.
Wat willen de kinderen
De kinderrechter heeft in de huidige procedure opnieuw met de kinderen gesproken. De kinderen hebben verteld dat er voor hen niets is veranderd sinds de laatste keer dat zij de rechter spraken over (de beëindiging van) de ondertoezichtstelling. Zij willen geen contact met de vader en zij hebben het fijn bij de moeder. [minderjarige 1] heeft daarnaast heel duidelijk aangegeven dat hij het helemaal beu is dat hij steeds weer aan anderen moet uitleggen dat hij geen contact wil met zijn vader. Hij heeft ook duidelijk gesteld dat hij niet wil meewerken aan alle hulpverlening die gericht is op contactherstel. [minderjarige 1] wil rust.
De rechtbank is van oordeel dat er zich sinds de beëindiging van de ondertoezichtstelling geen gewijzigde omstandigheden hebben voorgedaan die maken dat de rechtbank nu tot een ander oordeel zou moeten komen. De rechtbank is van oordeel dat contact met de vader op dit moment niet in het belang van de kinderen is.
Naar het oordeel van de rechtbank kan op dit moment niet van de kinderen worden gevergd om te werken aan contactherstel met de vader. De GI en de Raad delen dit standpunt. Het voorgaande is ook overwogen in de beslissing tot beëindiging van de ondertoezichtstelling (zaaknummer C/16/602971 / JE RK 25-1754). De rechtbank sluit zich aan bij hetgeen door de kinderrechter in die beschikking is overwogen.
Gelet hierop zal de rechtbank de verzoeken van de vader afwijzen.
Voor de vader is deze situatie, waarin er geen contact is met de kinderen, zeer pijnlijk, verdrietig en ingrijpend, zo is duidelijk gebleken tijdens de zitting. De rechtbank beseft dat deze beslissing een grote weerslag kan hebben op de vader. De rechtbank heeft de hoop dat de kinderen, als de druk er een periode af is en de kinderen in alle rust stappen in hun ontwikkeling hebben kunnen zetten, op termijn ruimte kunnen voelen om toenadering tot de vader te zoeken.
De informatieregeling
Het is in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] dat de vader weet wat er in het leven van de kinderen gebeurt.
1 Dit is ook belangrijk omdat de vader samen met de moeder het gezag heeft over de kinderen en dus mee moet beslissen over belangrijke onderwerpen in het leven van de kinderen. Dit is niet mogelijk wanneer hij geen idee heeft wat er speelt in hun leven. Daarnaast heeft de vader deze informatie nodig om goed bij de kinderen te kunnen aansluiten als er in de toekomst mogelijk weer contact komt.
De rechtbank vindt het in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] dat de moeder een keer per drie maanden een e-mail zal sturen aan de vader over:
- de gezondheid van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ,
- hoe het met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gaat op school,
- de hobby’s van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ,
en dat de moeder daarnaast een keer per zes maanden een recente foto van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] aan de vader zal sturen.
Het is niet de bedoeling dat de vader reageert op de informatie die de moeder stuurt. Het contact zal eenzijdig zijn, van de moeder naar de vader. Het staat de vader natuurlijk wel vrij om aan de kinderen kaartjes te blijven sturen. Al hoort de vader mogelijk niets terug, op die manier kan hij wel aan ze laten weten dat hij aan ze denkt.
De uitvoerbaarheid bij voorraad
De rechtbank zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht.
Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van de ouders hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de rechtbank geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.
De kosten van deze procedure
De rechtbank zal beslissen dat iedere ouder de eigen proceskosten betaalt, omdat zij geen reden ziet om één van de ouders in de proceskosten te veroordelen.
De brief aan [minderjarige 1] en [minderjarige 2]
Tegelijkertijd met de beschikking stuurt de rechter een brief aan [minderjarige 1] en [minderjarige 2] :
“Beste [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ,
Deze brief gaat over mijn beslissing die ik heb genomen over het verzoek dat is gedaan door jullie vader om een omgangsregeling vast te stellen. Ik heb jullie hierover gesproken en jullie hebben mij allebei verteld wat je ervan vindt. Na ons gesprek heb ik met je moeder, je vader, hun advocaten en met een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming en met jullie vorige gezinsvoogd gesproken. Daarna heb ik de beslissing genomen die ik voor jullie het beste vind. Die beslissing is dat ik vind dat er nu geen omgangsregeling tussen jullie vader en jullie moet komen. Ik heb de verzoeken van jullie vader daarom afgewezen.
Ik vind namelijk dat jullie nu rust moeten krijgen zodat jullie je op jullie eigen ontwikkeling kunnen richten. Deze jaren in jullie leven zijn belangrijke jaren voor jullie. En natuurlijk zou het het fijnst zijn als jullie goed contact zouden hebben met allebei jullie ouders. Ik vind het heel verdrietig dat jullie geen contact meer hebben met jullie vader. Maar ik vind dat er al heel veel is geprobeerd om het contact tussen jullie en je vader te herstellen. Ik verwacht niet dat nu weer een nieuwe poging doen jullie daarin verder gaat helpen. Ik vrees zelfs dat als de druk er zwaar op blijft liggen en jullie hierin weer van alles moeten, een nog diepere kloof tussen jullie en jullie vader zal ontstaan.
Ik heb wel besloten dat jullie moeder eens per drie maanden aan jullie vader moet laten weten hoe het met jullie gaat. Ook moet zij een keer per zes maanden een recente foto van jullie aan hem sturen. Dit is belangrijk voor jullie vader, zodat hij – zolang er geen contact is – kan blijven volgen hoe het met jullie gaat.
Jullie vader houdt heel erg veel van jullie allebei. Het maakt hem erg verdrietig dat hij geen contact met jullie heeft. Ik hoop dat er in de toekomst een moment komt waarin jullie ruimte gaan voelen om weer stapjes richting jullie vader te zetten. Dat wens ik jullie toe, in jullie eigen tempo.
Voor nu wens ik jullie al het goede!
De kinderrechter”
4De beslissing
De rechtbank:
bepaalt dat de moeder een keer per drie maanden een e-mail zal sturen aan de vader over: - de gezondheid van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ,
- hoe het met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gaat op school,
- de hobby’s van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ;
bepaalt dat de moeder een keer per zes maanden een recente foto van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] aan de vader zal sturen;
verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
bepaalt dat de ouders hun eigen proceskosten betalen;
wijst de verzoeken van de vader voor het overige af.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door A.M.J. van der Weide, (kinder)rechter, in samenwerking met mr. A. Verouden, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 april 2026.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.
© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733
