Essentie (gemaakt door AI)
Ambtshalve opheffing schuldenbewind op grond van art. 1:449 lid 2 BW. Schulden zijn in 2025 gesaneerd via saneringskrediet; bewindvoerder start geen zelfredzaamheidstraject uit vrees voor aansprakelijkheid. De enkele twijfel aan zelfredzaamheid is, na schuldsanering en zonder geboden oefenruimte, onvoldoende om bewind te laten voortduren. Bewind eindigt per 16 juni 2026; bewindvoerder legt binnen twee maanden eindrekening en verantwoording af en mag daarvoor beloning uit vermogen betrokkene opnemen. Doorhaling in register.Nieuwsitem uit Focus op Familierecht
| Datum publicatie | 17-06-2026 |
| Zaaknummer | 12240321 EJ VERZ 26-73409 |
| Procedure | Eerste aanleg - enkelvoudig |
| Zittingsplaats | Den Haag |
| Rechtsgebieden | Civiel recht; Personen- en familierecht |
| Trefwoorden | Meerderjarigenbescherming; Bewind |
| Wetsverwijzingen |
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
Ambtshalve opheffing schuldenbewind op grond van artikel 1:449 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek. Alleen gebrekkige zelfredzaamheid niet voldoende om bewind te laten doorlopen.Volledige uitspraak
Zittingsplaats Den Haag
EP/EP
Zaaknr.: 12240321 EJ VERZ 26-73409
BM 23343
Datum: 26 mei 2026
Ambtshalve beschikking van de kantonrechter tot opheffing van het bewind van
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] , [land] op [geboortedatum] 1981,
wonende te [adres] ,
hierna ook te noemen: betrokkene.
Procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van de tussentijdse evaluatie maatregel, ter griffie ingekomen op 10 februari 2026. Naar aanleiding daarvan is het bewind besproken ter zitting van 21 mei 2026. Van het verhandelde ter zitting is aantekening gehouden.
Beoordeling
Bij beschikking van 21 april 2020 van de kantonrechter te Den Haag is een bewind ingesteld over alle goederen die (zullen) toebehoren aan betrokkene wegens verkwisting of het hebben van problematische schulden. Op dit moment is [naam] , handelend onder de naam ‘AAN HET WERK bewindvoering, advies, consultancy’ bewindvoerder.
Uit de tussentijdse evaluatie maatregel bleek dat betrokkene wenst dat het bewind zou worden opgeheven. Bewindvoerder is het hier niet mee eens. De bewindvoerder twijfelt over de zelfredzaamheid van betrokkene. De schulden zijn in het voorjaar van 2025 opgelost middels een saneringskrediet van de gemeente Den Haag. Door bewindvoerder is na het aflossen van de schulden geen zelfredzaamheidstraject opgestart omdat hij verantwoordelijk is (zo verklaarde hij ter zitting). Wel kreeg betrokkene maandgeld in plaats van weekgeld. Bewindvoerder geeft aan dat dit goed ging.
Nu alle schulden zijn afgelost is er geen noodzaak meer voor het bewind, zodat dit moet worden opgeheven. Nadat de schulden waren afgelost heeft de bewindvoerder voldoende tijd en gelegenheid gehad om met betrokkene te werken aan haar zelfredzaamheid. Dat hij dat niet heeft gedaan omdat hij bang is aansprakelijk te worden gesteld als het mis gaat, kan er niet toe leiden dat het bewind wordt voortgezet omdat betrokkene mogelijk te weinig zelfredzaam is. Betrokkene heeft ook niet de kans gehad om te laten zien dat zij dat wel is. De kantonrechter zal het bewind opheffen.
De kantonrechter zal met toepassing van artikel 1:449 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek bepalen dat het bewind met ingang van 16 juni 2026 eindigt. De bewindvoerder moet binnen twee maanden na deze datum eindrekening en verantwoording afleggen aan betrokkene.
Beslissing
De kantonrechter:
- heft het bewind over alle goederen die (zullen) toebehoren aan [betrokkene] op met ingang van 16 juni 2026;
- bepaalt dat de bewindvoerder eindrekening en verantwoording aflegt aan betrokkene en die vervolgens doet toekomen aan de kantonrechter;
- stelt vast dat de bewindvoerder gerechtigd is voor het opstellen van de eindrekening en verantwoording een beloning uit het vermogen van de betrokkene op te nemen als bedoeld in artikel 3 lid 5 onder d van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren;
- stelt vast dat de inschrijving van het bewind in het Centraal Curatele- en bewindregister wordt doorgehaald.
Deze beschikking is gegeven door mr. N.E.M. de Coninck, kantonrechter, in samenwerking met E.S. Pluijm, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 mei 2026.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Den Haag:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.
© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733
