Essentie (gemaakt door AI)
Echtscheiding waarin het verzoek van de vrouw tot vernietiging van het door de man (met behulp van AI) opgestelde echtscheidingsconvenant en addendum wegens misbruik van omstandigheden wordt afgewezen. De rechtbank oordeelt dat onvoldoende is onderbouwd dat de man misbruik maakt van een machtspositie of (tijds)druk uitoefent; de vrouw doet bewust afstand van overwaarde. Subsidiair verzochte €50.000 wordt afgewezen wegens ontbreken van schriftelijke vastlegging afwijking. Bitcoins zijn vergeten bestanddeel en worden aan de man toegedeeld onder verrekening.Nieuwsitem uit Focus op Familierecht
| Datum publicatie | 08-06-2026 |
| Zaaknummer | C/08/340684 / ES RK 25-6964 |
| Procedure | Eerste aanleg - enkelvoudig |
| Zittingsplaats | Zwolle |
| Rechtsgebieden | Civiel recht; Personen- en familierecht |
| Trefwoorden | Familievermogensrecht; Verdeling; Familieprocesrecht; Overeenkomst / convenant / OP |
| Wetsverwijzingen |
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
De rechtbank wijst af het verzoek van de vrouw tot vernietiging van het echtscheidingsconvenant dat de man met behulp van AI heeft opgesteld. De vrouw heeft onvoldoende onderbouwd dat er sprake is van misbruik van omstandigheden.Volledige uitspraak
Locatie Zwolle
team familie- en jeugdrecht
Zaaknummer: C/08/340684 / ES RK 25-6964 (echtscheiding) &
C/344762 ES RK 26-664 (verdeling)
Echtscheiding met nevenvoorzieningen
Beschikking van 29 mei 2026
inzake
[de vrouw] ,
wonende in [woonplaats 1] ,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. M. Cupido,
e n
[de man] ,
wonende in [woonplaats 2] ,
hierna te noemen: [de man] ,
advocaat mr. F. Zoer.
1De procedure
De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:
-
het verzoekschrift, met bijlagen, binnengekomen op 3 november 2025;
-
het exploot van betekening van 13 november 2025, binnengekomen op 18 november 2025;
-
het verweerschrift, met bijlagen, met daarin een aantal zelfstandige verzoeken (tegenverzoeken) binnengekomen op 19 november 2025;
-
het verweerschrift op de zelfstandige verzoeken tevens aanvullend verzoekschrift, met bijlagen, binnengekomen op 12 januari 2026;
-
het gewijzigd zelfstandig verzoekschrift, met bijlagen, binnengekomen op 24 februari 2026;
-
de op 26 februari 2026 binnengekomen brief, met bijlagen, van mr. Zoer;
-
het gewijzigd verzoekschrift, binnengekomen op 2 maart 2026;
-
de op 5 maart 2026 binnengekomen brief van mr. Cupido;
-
de op 6 maart 2026 binnengekomen brief van mr. Cupido;
-
de op 23 maart 2026 binnengekomen brief, met bijlage, van mr. Zoer;
-
de op 24 maart 2026 binnengekomen brief, met bijlage, van mr. Cupido;
-
het aanvullend verzoek van de vrouw, binnengekomen op 31 maart 2026.
De verzoeken en verweren zijn besproken tijdens de mondelinge behandeling van
2 april 2026. Hiervan zijn aantekeningen gemaakt. Tijdens deze behandeling zijn gehoord:
-
de vrouw, bijgestaan door haar advocaat, en
-
de man, bijgestaan door zijn advocaat.
De rechtbank heeft aan [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gevraagd wat zij van het verzoek vinden. [minderjarige 1] heeft dat per brief laten weten. [minderjarige 2] heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om haar mening te geven.
2De feiten
De man en de vrouw zijn op [huwelijksdatum] 2015 in de gemeente [gemeente] met elkaar getrouwd.
De man en de vrouw zijn de ouders van:
-
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 1] 2015 in [geboorteplaats 1] ;
-
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2017 in [geboorteplaats 2] .
De man en de vrouw hebben op 12 juni 2025 een echtscheidingsconvenant ondertekend. Hierin hebben zij, onder andere, het volgende afgesproken:
(…)
Artikel 2 — De echtelijke woning
Tot de gemeenschap behoort de gezamenlijke woning aan [adres]
. Deze wordt volledig toebedeeld aan de man.
De man zal contact opnemen met de hypotheekverstrekker teneinde de bestaande
hypotheek, inclusief de onderhandse opnameruimte, volledig op zijn naam te laten zetten, voor zover de hypotheekverstrekker daartoe bereid is. Alle hiermee samenhangende kosten, zoals kosten voor hypotheekadvies, taxatie, notariële werkzaamheden, eventuele boeterente en overige juridische of administratieve kosten die verband houden met de hypotheekovername en de afwikkeling van de echtscheiding, worden rechtstreeks in mindering gebracht op de in lid 2.3 genoemde vergoeding aan de vrouw. Hieronder worden tevens begrepen eventuele kosten voor aanvullende vereisten van de hypotheekverstrekker, zoals herbeoordeling, wijziging van rentevoorwaarden of het afsluiten van een aanvullende verzekering, waaronder een overlijdensrisicoverzekering, indien deze noodzakelijk is voor de hypotheekovername. Het opnemen van de onderhandse opnameruimte geschiedt uitsluitend met expliciete toestemming van de hypotheekverstrekker, en slechts tot het bedrag waarvoor deze toestemming is verleend.
Indien en voor zover de hypotheekverstrekker toestemming verleent voor het opnemen van (een deel van) de onderhandse opnameruimte, wordt het aldus beschikbaar gestelde bedrag aangewend ter voldoening van een eenmalige vergoeding aan de vrouw. De stand van deze opnameruimte bedraagt per 5 juni 2025 €24.198,73. Het daadwerkelijke bedrag dat aan de vrouw wordt uitgekeerd, wordt vastgesteld op de datum van ondertekening van dit convenant, op basis van de op dat moment toegestane en beschikbare opnameruimte. De vergoeding is bedoeld ter ondersteuning van de inrichting van haar nieuwe woning.
De in lid 2.3 genoemde vergoeding wordt verminderd met de daadwerkelijke kosten die door de man zijn gemaakt in het kader van de hypotheekovername zoals bedoeld in lid 2.2. Het resterende bedrag komt ten goede aan de vrouw en ís vrij te besteden, waaronder voor de inrichting van haar nieuwe woning.
De in artikel 2.2 bedoelde kosten worden uitsluitend verrekend indien deze aantoonbaar en schriftelijk zijn onderbouwd door middel van facturen, offertes of betalingsbewijzen. Partijen komen overeen dat het totaal van de te verrekenen kosten nimmer meer zal bedragen dan de daadwerkelijke stand van de onderhandse opnameruimte op de datum van ondertekening van dit convenant. Indien de werkelijke kosten lager uitvallen, komt het resterende bedrag van de opnameruimte toe aan de vrouw. De man is niet verplicht genoemde kosten vooraf uit eigen middelen te voldoen. De kosten worden direct verrekend bij of uiterlijk gelijktijdig met de uitbetaling van de vergoeding aan de vrouw.
De eigendomsoverdracht van de woning zal plaatsvinden via een notariële akte van
verdeling, waarbij de woning volledig op naam van de man wordt gesteld. Partijen verklaren dat deze overdracht plaatsvindt in het kader van de vermogensafwikkeling bij echtscheiding. Zij komen overeen dat deze toedeling van de woning rechtsgeldig en bindend is, ongeacht of de echtscheiding formeel wordt uitgesproken of ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. De overdracht valt onder de wettelijke vrijstelling van overdrachtsbelasting zoals bedoeld in artikel 15 lid 1 onderdeel g van de Wet op belastingen van rechtsverkeer.
Partijen verklaren dat de vergoeding aan de vrouw uit de onderhandse opnameruimte van de hypotheek voortvloeit uit de vermogensverdeling bij echtscheiding en dat deze vergoeding niet wordt beschouwd als schenking. Deze vergoeding is het gevolg van een verrekenafspraak tussen partijen bij de verdeling van de gemeenschap.
(…)
Indien de man na ondertekening van dit convenant constateert dat voortzetting van de
bestaande hypotheek, inclusief de benodigde onderhandse opname voor de aan de vrouw toe te kennen vergoeding, naar zijn eigen oordeel niet financieel leefbaar is, en/of indien de
hypotheekverstrekker geen toestemming verleent om (een deel van) de onderhandse opname aan te wenden als vergoeding aan de vrouw, dan vervallen de afspraken in dit convenant met betrekking tot de toedeling van de woning en de hypotheekovername. De overige bepalingen in dit convenant, waaronder de afspraken met betrekking tot de kinderen, het ouderschapsplan en financiële regelingen zoals bedoeld in artikelen 4, 5 en 6, blijven in dat geval onverkort van kracht. Partijen verbinden hieraan geen verdere rechten of plichten, behoudens hetgeen in de overige bepalingen is overeengekomen.
Artikel 3 – Inboedel
Partijen verklaren dat de inboedel in goed overleg is verdeeld. In Bijlage 1 bij dit convenant is een overzicht opgenomen van de inboedelgoederen die aan de vrouw zijn toebedeeld.
De waarde van de aan de vrouw toebedeelde inboedelgoederen is verrekend met de
vergoeding als bedoeld in artikel 2.3 en vormt daarmee geen afzonderlijke aanspraak meer.
Artikel 4- Pensioen
Partijen verklaren dat zij ieder het door hen persoonlijk opgebouwde ouderdomspensioen behouden en dat zij afzien van de onderlinge verdeling (verevening) van pensioenrechten zoals bedoeld in deWet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wet VPS). Partijen zijn zich bewust van de gevolgen van deze afstand en doen dit in volledige wederzijdse instemming en geïnformeerdheid.
Ter bevestiging hiervan zullen zij het daartoe bestemde afstandsverklaringformulier van de Rijksoverheid ondertekenen en indienen bij hun pensioenuitvoerders.
Artikel 5 — Financiële verdeling
Eventuele gezamenlijke bankrekeningen en schulden worden in onderling overleg beëindigd, overgezet of verdeeld. Rekeningen ten behoeve van de kinderen blijven bestaan en worden gezamenlijk beheerd, tenzij partijen later anders overeenkomen.
Toeslagen en andere inkomensafhankelijke regelingen, zoals kinderbijslag, kindgebonden budget en eventuele aanvullende toeslagen, worden aangepast aan de nieuwe gezinssituatie. Partijen komen overeen dat deze toeslagen, ongeacht de formele hoofdverblijfplaats van de kinderen, aan de vrouw toekomen, tenzij partijen hierover op een later moment in gezamenlijk overleg andere afspraken maken. De vrouw beheert deze middelen en draagt zorg voor een besteding ten behoeve van de kinderen.
De afspraken over de verdeling van kosten ten behoeve van de kinderen zijn opgenomen in het ouderschapsplan (Bijlage 2) en maken onlosmakelijk deel uit van dit convenant.
Partijen komen overeen dat de belastingaangifte over het belastingjaar 2025, die in 2026
wordt ingediend, gezamenlijk zal worden gedaan. Zij hanteren daarbij dezelfde onderlinge
verrekeningswijze als in voorgaande jaren. Indien uit de gezamenlijke aangifte blijkt dat de vrouw een bedrag terugkrijgt en de man een bedrag moet terugbetalen, wordt dit onderling verrekend zodanig dat de man per saldo op €0,00 uitkomt. Deze afspraak geldt ongeacht de hoogte van de bedragen of de verdeling van inkomsten in dat jaar. Er vindt geen verdere verdeling of compensatie plaats op basis van afwijkingen ten opzichte van eerdere jaren, tenzij partijen daarover gezamenlijk schriftelijk anders overeenkomen.
Artikel 8 — Slotbepalingen
Partijen verklaren met dit convenant de onderlinge vermogensrechtelijke afwikkeling in goed overleg te hebben geregeld en verlenen elkaar, voor zover uit dit convenant voortvloeit, finale kwijting. Buiten de hierin opgenomen afspraken hebben partijen niets meer van elkaar te vorderen.
Dit convenant is opgesteld in tweevoud en door beide partijen gelezen, begrepen en
ondertekend.
Indien zich na ondertekening van dit convenant gewijzigde omstandigheden voordoen die
aanleiding geven tot herziening van een of meer afspraken, zullen partijen hierover in onderling overleg nieuwe afspraken maken en deze schriftelijk vastleggen.
Dit convenant is bindend voor beide partijen vanaf het moment van ondertekening, ongeacht of de rechterlijke uitspraak tot echtscheiding al dan niet wordt uitgesproken of ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. De afspraken zoals vastgelegd in dit convenant, waaronder de toedeling van de woning, hypotheekovername, financiële verrekeningen en het ouderschapsplan, behouden hun geldigheid tenzij partijen hierover in onderling overleg schriftelijk afwijkende afspraken maken.
Partijen verklaren zich ervan bewust te zijn dat dit convenant door de rechtbank wordt
meegenomen in de beoordeling van het verzoek tot echtscheiding en dat de afspraken tevens
kunnen dienen ter vastlegging in een notariële akte, indien daartoe aanleiding bestaat.
De man en de vrouw hebben het echtscheidingsconvenant vervolgens op 18 juni 2025 aangevuld met het door hen ondertekende addendum. Hierin hebben zij onder andere afgesproken:
(…)
1Bewuste afstand van overwaarde en vermogensrechten
De vrouw verklaart dat zij vrijwillig, zonder enige vorm van dwang of misleiding, afziet van haar juridische aanspraak op de helft van de overwaarde van de gezamenlijke woning. Deze afstand maakt integraal onderdeel uit van de overeengekomen vermogensverdeling, zoals bedoeld in artikel 2 van het convenant. Zij doet afstand van iedere verdere aanspraak, voor zover deze het bedrag overstijgt dat aan haar kan worden uitgekeerd uit de beschikbare onderhandse opnameruimte conform artikel 2.3 t/m 2.5 van het convenant. Deze keuze is weloverwogen gemaakt in het belang van stabiliteit, continuïteit en een werkbare regeling, en de vrouw bevestigt hiermee definitief af te zien van verdere aanspraken ter zake, tenzij partijen daarover in onderling overleg schriftelijk anders overeenkomen. Zij bevestigt dat deze afstand onderdeel is van de vermogensverdeling bij echtscheiding en géén schenking vormt. 2. Geen schenking, maar verrekening via aanvullende hypotheekDe man zal, voor zover noodzakelijk, naast de bestaande onderhandse opnameruimte een
aanvullende hypotheek afsluiten. De totale opname wordt uitsluitend aangewend om:
-
De overeengekomen vergoeding aan de vrouw uit te keren;
-
De in het convenant genoemde kosten (waaronder advies, notaris, taxatie, ORV) te
Voor zover deze bedragen aantoonbaar verband houden met de overeengekomen
echtscheidingsregeling, verklaren partijen dat sprake is van interne verrekening binnen de
verdeling van de huwelijksgemeenschap. Partijen verklaren uitdrukkelijk dat dit géén schenking betreft. Deze afspraken vloeien voort uit de onderlinge afwikkeling van de echtscheiding en vallen onder de wettelijke vrijstelling zoals bedoeld in artikel 15 lid 1 onderdeel g van de Wet op belastingen van rechtsverkeer.
3Verrekening van kosten
De kosten die de man maakt in het kader van de hypotheekovername worden overeenkomstig
Artikel 2.2 t/m 2.5 van het convenant in mindering gebracht op de vergoeding aan de vrouw.
Verrekening vindt uitsluitend plaats op basis van aantoonbare, schriftelijk onderbouwde kosten. Deze verrekening is definitief en vormt geen aanleiding tot aanvullende vorderingen, behoudens aantoonbare fouten in de onderbouwing of verrekening.
4Voorbehoud bij financiële (on)haalbaarheid
De man behoudt zich het recht voor om, op basis van zijn eigen beoordeling, af te zien van
voortzetting van de hypotheek indien deze naar zijn oordeel financieel niet leefbaar is. In dat
geval vervalt uitsluitend de afspraak over toedeling van de woning en hypotheek, zoals bepaald in artikel 2.9 van het convenant. Alle overige afspraken blijven onverkort van kracht. De man is hierbij uitdrukkelijk niet gehouden om eigen middelen aan te wenden om deze overname mogelijk te maken.
5Inzicht en vrije wil
De vrouw verklaart dat zij zelfstandig inzicht heeft verworven in de juridische en financiële
implicaties van de gemaakte afspraken en dat zij de gevolgen volledig begrijpt. Zij ondertekent dit addendum in het volle besef van haar rechten en zonder dat daarbij sprake is geweest van enige vorm van druk, misleiding of onbegrip. Zij bevestigt:
-
Dat zij vrijwillig afstand doet van het recht op de helft van de overwaarde;
-
Dat deze keuze past bij de beoogde praktische en snelle afwikkeling van de
-
Dat zij geen vordering of compensatie zal eisen op basis van dit recht;
-
Dat de gekozen constructie geen schenking vormt maar een juridische verrekening
betreft binnen het kader van echtscheiding en dat zij de financiële reikwijdte van deze
verrekening volledig overziet.
6Pensioenverdeling (aanvulling op artikel 4 convenant)
Ter aanvulling en bevestiging van artikel 4 van het convenant verklaren partijen aanvullend:-
Dat ieder het door hem/haar opgebouwde ouderdomspensioen volledig behoudt;
-
Dat zij afzien van verdeling of verevening van pensioenrechten conform de Wet
verevening pensioenrechten bij scheiding;
Dat het bijzonder partnerpensioen evenmin wordt verdeeld of overgedragen;
Dat zij zich bewust zijn van de juridische en financiële gevolgen hiervan. Indien vereist zal
een afstandsverklaring worden ingediend bij de betreffende pensioenuitvoerders.
(…)
9Ondertekende bevestiging door vrouw
De vrouw verklaart voorafgaand aan haar handtekening, eigenhandig en ongewijzigd, het
volgende over te nemen:
"Ik heb dit addendum gelezen, begrepen en ga hiermee akkoord."
3Het (gewijzigd c.q. aanvullend) verzoek
De vrouw verzoekt de rechtbank om:
-
tussen partijen de echtscheiding uit te spreken;
-
te bepalen dat [minderjarige 2] hoofdverblijf heeft bij de man en [minderjarige 1] bij de vrouw;
-
het ouderschapsplan zoals dat thans wordt verstrekt als productie 6 door de man te
bekrachtigen en aan de in deze te wijzen beschikking te hechten als integraal deel
uitmakende van de uitspraak;
4. te bepalen dat de man € 157,- per kind per maand voldoet aan de vrouw als bijdrage
in de kosten van verzorging en opvoeding van de beide kinderen en de tijd dat ze bij
de vrouw zijn;
5. de tot de huwelijksgoederengemeenschap behorende goederen te verdelen zoals door de vrouw nader aan te geven, althans ten aanzien van die verdeling maatregelen te treffen zoals door de rechtbank in goede justitie te bepalen;
6. te verklaren voor recht dat het door partijen ondertekende echtscheidingsconvenant d.d. 12 juni 2025 en het addendum daarop, voor zover betrekking hebbend op de verdeling van de overwaarde van de woning, de ouderdomspensioenen, de verdeling van de inboedel en de afwikkeling van de belastingaangifte 2025, is tot stand gekomen onder misbruik van omstandigheden;
7. primair het echtscheidingsconvenant d.d. 12 juni 2025 en het addendum daarop, voor zover hiervoor genoemd, te vernietigen op grond van misbruik van omstandigheden ex artikel 3:44 BW;
8. subsidiair te bepalen dat de man aan de vrouw een bedrag van € 50.000,- dient te voldoen in verband met haar aandeel in de overwaarde van de woning en de verdeling van de inboedel, althans een bedrag zoals de rechtbank in goede justitie te bepalen;
9. te bepalen dat de overwaarde van de woning bij helfte tussen partijen wordt gedeeld, en te bepalen welk bedrag uit die overwaarde aan de vrouw toekomt;
10. te bepalen dat de belastingaanslag en -teruggave 2025 bij helfte tussen partijen wordt verdeeld;
11. deze beschikking voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren;
12. kosten rechtens.
4Het verweer en de (gewijzigde) zelfstandige verzoeken
De man verzoek de rechtbank om verzoek 1 van de vrouw toe te wijzen. Ten aanzien van verzoek 5 tot referte.
De man verzoekt de rechtbank bij zelfstandig verzoek
-
tussen partijen de echtscheiding uit te spreken;
-
te bepalen dat de man het recht van bewoning van de echtelijke woning aan [adres] krijgt toegewezen met uitsluiting van de vrouw en tevens het gebruik van de zaken die behoren bij deze woning en tot de inboedel daarvan voort te zetten gedurende (minimaal) zes maanden na inschrijving van deze beschikking;
-
te bepalen dat [minderjarige 2] hoofdverblijf heeft bij de man en [minderjarige 1] bij de vrouw;
-
het ouderschapsplan zoals dat thans wordt verstrekt als productie 6 door de man te
bekrachtigen en aan de in deze te wijzen beschikking te hechten als integraal deel
uitmakende van de uitspraak;
5. te bepalen dat de man € 157,- per kind per maand voldoet aan de vrouw als bijdrage
in de kosten van verzorging en opvoeding van de beide kinderen en de tijd dat ze bij
de vrouw zijn;
6. het echtscheidingsconvenant met bijlagen 1 en 2 d.d. 12 juni 2025 en het addendum bij het echtscheidingsconvenant d.d. 18 juni 2025 te bekrachtigen en tevens te bepalen dat de vrouw dient mee te werken aan de uitvoering van deze overeenkomsten inzake de verdeling van de gemeenschap inclusief woning binnen 2 maanden na inschrijving van de echtscheiding tussen partijen op straffe van een dwangsom van € 1.500 per dag of gedeelte van een dag dat de vrouw nalatig blijft de gemaakte afspraken na te komen, met een maximum van € 5.000;
7. te bepalen dat de bankrekeningen van partijen en de Bitcoins verdeeld dienen te worden bij helfte per 3 november 2025 en de vrouw haar medewerking hieraan dient te verlenen binnen 2 maanden na inschrijving van de echtscheiding tussen partijen op straffe van een dwangsom van € 1.500 per dag of gedeelte van een dag dat de vrouw nalatig blijft de gemaakte afspraken na te komen, met een maximum van
€ 5.000;
8. te bepalen dat de vrouw vanaf het moment van inschrijving van de echtscheiding tussen partijen haar medewerking op eerste verzoek dient te verlenen aan het uitvoeren van de nodige handelingen zoals de Pensioenfondsen van partijen eisen in het kader van afzien van verrekening van ouderdomspensioen over en weer, op straffe van een dwangsom van € 1.500 per dag of gedeelte van een dag dat de vrouw nalatig blijft de gemaakte afspraken na te komen, met een maximum van € 5.000;
9. de vrouw te veroordelen in de kosten van deze procedure;
10. de beschikking voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
5Het verweer op de zelfstandige verzoeken
De vrouw verzoekt de rechtbank met betrekking tot de zelfstandige verzoeken van de man:
-
toewijzing van de verzoeken 1,2 en 10;
-
afwijzing van de verzoeken 6 en 9;
-
afwijzing van de verzoeken onder 7 en 8 voor wat betreft de gevraagde dwangsommen en voort ook afwijzing als de genoemde saldi onjuist/onvolledig blijken te zijn.
6De beoordeling
Ouderschapsplan (ontvankelijkheid)
In de wet staat dat ouders in beginsel pas een verzoek tot echtscheiding kunnen doen, als zij een ouderschapsplan hebben gemaakt waarin zij afspraken hebben gemaakt over hun kind(eren).
De ouders hebben een ouderschapsplan gesloten dat aan deze eisen voldoet. Dit plan hebben zij bij brief van 26 februari 2026 overgelegd.
Echtscheiding
De rechtbank zal op verzoek van de vrouw en de man de echtscheiding uitspreken. In de wet staat dat je mag scheiden als je huwelijk duurzaam is ontwricht. Dat betekent dat het niet meer mogelijk is om met elkaar samen te leven en dat het er niet naar uitziet dat het beter wordt. De vrouw en de man hebben gezegd dat dit zo is.
Opname van het ouderschapsplan
De rechtbank zal het ouderschapsplan van de ouders aan deze beschikking hechten, zoals de ouders hebben verzocht.
De advocaten hebben de verzoeken over de hoofdverblijfplaats en de kinderalimentatie tijdens de zitting ingetrokken, omdat zij hier afspraken over hebben gemaakt in het ouderschapsplan.
Voortgezet gebruik
De rechtbank zal het verzoek van de man toewijzen, omdat de vrouw hiertegen geen verweer heeft gevoerd.
Echtscheidingsconvenant en addendum
Het geschil
De man en de vrouw hebben afspraken gemaakt over de afwikkeling van de echtscheiding. Deze afspraken heeft de man, met behulp van artificiële intelligentie (AI), opgenomen in een echtscheidingsconvenant. De man en de vrouw hebben dit convenant op 12 juni 2025 ondertekend. Hierin staat onder andere dat de man de echtelijke woning krijgt toegedeeld. De vrouw ontvangt een vergoeding ter hoogte van de onderhandse opnameruimte van € 24.198,73, welke vergoeding is bedoeld ter ondersteuning van de inrichting van de nieuwe woning van de vrouw. De kosten die de man maakt om de woning over te nemen worden in mindering gebracht op de vergoeding die de vrouw zal ontvangen van € 24.198,73. De man hoeft deze kosten niet uit zijn eigen middelen te voldoen. De inboedel is verdeeld volgens bijlage 1 van het convenant. Partijen zien af van verevening van het pensioen. Partijen zullen samen belastingaangifte doen over 2025. Als de vrouw naar aanleiding van de aangifte een bedrag terugkrijgt en de man moet terugbetalen, wordt dit verrekend zodat de man niks ontvangt maar ook niks hoeft te betalen.
De man en de vrouw hebben vervolgens aanvullende afspraken gemaakt. De man heeft deze afspraken, wederom met behulp van AI, opgenomen in een addendum. De man en de vrouw hebben dit addendum op 18 juni 2025 ondertekend. In het addendum staat dat de vrouw vrijwillig, zonder enige vorm van dwang of misleiding, afziet van de helft van de overwaarde van de echtelijke woning. De afstand die de vrouw doet is geen schenking. De man zal naast de onderhandse opnameruimte een aanvullende hypotheek afsluiten. Dit wordt gebruikt om de overeengekomen vergoeding aan de vrouw uit te keren en de kosten te betalen. Vervolgens staat omschreven dat de kosten die de man maakt om de woning over te nemen in mindering worden gebracht op de vergoeding die de vrouw zal ontvangen. De man hoeft deze kosten niet uit zijn eigen middelen te voldoen.
De vrouw stelt zich primair op het standpunt dat het convenant en het addendum met betrekking tot de verdeling van de overwaarde van de woning, het pensioen, de verdeling van de inboedel en de afwikkeling van de belastingaangifte 2025 tot stand is gekomen onder misbruik van omstandigheden. Volgens de vrouw heeft de man binnen de relatie van begin af aan een machtspositie met betrekking tot de financiële beslissingen. De man heeft hier volgens de vrouw in combinatie met haar wens voor de kinderen om in de echtelijke woning te kunnen blijven wonen en de (tijds)druk die hij op haar uitoefende, misbruik van gemaakt. De man heeft er gelet op zijn machtspositie voor gezorgd dat de vrouw geen juridisch advies heeft ingewonnen. Zij verzoekt de rechtbank daarom om de overeenkomst op grond van dit wilsgebrek (gedeeltelijk) te vernietigen. Subsidiair stelt zij zich op het standpunt dat de man gehouden is om haar € 50.000,- te betalen voor haar aandeel in de overwaarde van de woning en de inboedel.
De man betwist de standpunten van de vrouw en verzoekt op zijn beurt om bekrachtiging van het convenant. De man erkent dat er sprake was van een traditionele rolverdeling en hij zich met name bezighield met de financiën tijdens het huwelijk. Hij betwist dat hij misbruik heeft gemaakt van deze positie. De vrouw heeft bewust afstand gedaan van haar recht op de helft van de overwaarde van de woning, zodat de man met de kinderen in de woning kon blijven wonen. De man heeft de vrouw er niet van weerhouden om juridisch advies in te winnen. Partijen hebben gekozen voor een snelle en efficiënte afwikkeling in onderling overleg. Hij verzoekt daarnaast dat de vrouw moet meewerken aan de uitvoering van het convenant en het addendum. Als de vrouw dit niet doet, moet zij een dwangsom betalen.
Vooraf
Hoewel de vrouw zich in haar verzoekschrift op het standpunt stelt dat er sprake is van dwaling op grond van artikel 3:196 en 6:228 BW en/of van misbruik van omstandigheden op grond van artikel 3:44 BW, verzoekt zij in het aanvullend verzoekschrift alleen om vernietiging op grond van misbruik van omstandigheden. De vrouw heeft tijdens de zitting naar voren gebracht dat er volgens haar geen sprake is van dwaling, zodat zij haar verzoek heeft beperkt tot vernietiging op grond van misbruik van omstandigheden. De rechtbank zal daarom alleen onderzoeken of er sprake is van dit wilsgebrek.
Is het een vaststellingsovereenkomst?
Nu de vrouw zich alleen beroept op misbruik van omstandigheden, is de vraag of het echtscheidingsconvenant en het addendum wel of niet vaststellingsovereenkomsten zijn, niet meer van belang. In beide gevallen kan een beroep worden gedaan op grond van dit wilsgebrek. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding meer om in te gaan op deze discussie tussen partijen.
Het primaire standpunt: misbruik van omstandigheden
De rechtbank is van oordeel dat de vrouw, mede gelet op de betwisting van de man, onvoldoende heeft onderbouwd dat er sprake is van misbruik van omstandigheden. De rechtbank overweegt hierover als volgt.
Volgens artikel 3:44 BW is een rechtshandeling vernietigbaar wanneer zij door misbruik van omstandigheden tot stand is gekomen. Misbruik van omstandigheden is aanwezig wanneer iemand die weet of moet begrijpen dat een ander door bijzondere omstandigheden, zoals noodtoestand, afhankelijkheid, lichtzinnigheid, abnormale geestestoestand of onervarenheid, bewogen wordt tot het verrichten van een rechtshandeling, het tot stand komen van die rechtshandeling bevordert, ofschoon hetgeen hij weet of moet begrijpen hem daarvan zou behoren te weerhouden.
Simpel gezegd en toegepast op deze situatie betekent dit dat degene die weet of had moeten begrijpen (in dit geval de man) dat een ander (de vrouw) door bijzondere omstandigheden wordt beïnvloed om het echtscheidingsconvenant te ondertekenen, hij die ander niet in de positie had mogen zetten om dit te doen.
Partijen hadden ten tijde van hun relatie een traditionele rolverdeling, in die zin dat de man zich met name bezighield met de financiën en de vrouw met name de zorg voor de kinderen op zich nam. Ieder van partijen had zijn eigen taak binnen het huwelijk. De rechtbank kan zich voorstellen dat de man vanuit dat opzicht een sterkere positie heeft gehad bij het maken van de afspraken over de gevolgen van de echtscheiding en er daarmee ongelijkheid bestond, maar de vrouw heeft onvoldoende onderbouwd dat de man misbruik heeft gemaakt van deze positie.
Het feit dat de man financiële gegevens heeft verstrekt over de woning, duidt er naar het oordeel van de rechtbank niet op dat de man misbruik heeft gemaakt van zijn positie. De man heeft de vrouw inzage gegeven in de desktoptaxatie (productie 8) waaruit een waarde van de woning volgt van € 464.000,-, de hoogte van de hypotheek van € 273.301,27 en de onderhandse opnameruimte van € 24.198,73 (productie 3). Daarmee heeft de man inzage gegeven in de financiële positie van de vrouw. De vrouw wist dan wel had op basis van deze informatie kunnen weten waar zij recht op had (€ 95.349,-) en waar zij dus afstand van deed (€ 71.150,27). De vrouw wist dit ook en tijdens de zitting heeft zij aangegeven dat zij hier alsnog mee akkoord was gegaan als dit zou betekenen dat de man met de kinderen in de echtelijke woning zouden kunnen blijven wonen. Voor de vrouw, en ook voor de man, is en blijft dit van groot belang ook als dit zou betekenen dat zij zelf geen andere woning zou kunnen aanschaffen. De vrouw heeft dus vanwege haar wens voor de kinderen bewust afstand gedaan van de helft van de overwaarde. Dat de man misbruik heeft gemaakt van deze wens in combinatie met zijn positie, blijkt naar het oordeel van de rechtbank nergens uit.
De rechtbank ziet vanuit dat opzicht ook niet het verband tussen dat de man misbruik zou hebben gemaakt van deze wens van de vrouw voor de kinderen en de afspraken die zijn gemaakt over het pensioen en de aangifte inkomstenbelasting, nu deze afspraken niks te maken hebben met het verblijf van de kinderen in de echtelijke woning.
De pijn voor de vrouw zit hem, naar wat de rechtbank begrijpt, met name in het feit dat de man heeft achtergehouden dat hij meer, volgens de vrouw € 100.000,-, kan lenen dan de vergoeding die partijen hadden afgesproken. De man erkent dat hij meer kan lenen dan de hoogte van de vergoeding, maar stelt dat dit bij het sluiten van het convenant niet ter zake deed. Partijen hadden volgens de man de bedoeling dat hij een leefbare situatie kon blijven houden voor hem en de kinderen. De rechtbank ziet hierin geen misbruik van omstandigheden.
Volgens de vrouw is er ook sprake van misbruik van omstandigheden, omdat de man druk uitoefende op de vrouw en de man de vrouw ervan heeft weerhouden om in die periode juridische bijstand te zoeken. De man heeft dit naar het oordeel van de rechtbank voldoende betwist. De vrouw was zich ervan bewust dat zij contact kon opnemen met een advocaat, maar naar haar eigen zeggen kende zij niet zoveel mensen in die hoek. Dat duidt er naar het oordeel van de rechtbank niet op dat de man de vrouw hiervan heeft weerhouden. Hoewel tussen de mededeling van de scheiding (31 mei 2025) en de totstandkoming van het echtscheidingsconvenant (12 juni 2025) nog geen twee weken zit, kan hieruit niet zondermeer worden opgemaakt dat de man (tijds)druk uitoefende op de vrouw. Ter onderbouwing van de (tijds)druk overlegt de vrouw mailwisseling tussen partijen. Deze mailwisseling dateert van de periode na ondertekening van het echtscheidingsconvenant en het addendum (16, 23 en 25 juli 2025). De rechtbank kan hier dus niet uit opmaken dat de man ten tijde van het opstellen van het echtscheidingsconvenant druk heeft uitgeoefend op de vrouw. De vrouw heeft dit ook niet op andere wijze onderbouwd.
De rechtbank komt daarmee tot de conclusie dat het verzoek van de vrouw tot (gedeeltelijke) vernietiging van het echtscheidingsconvenant en het addendum op grond van misbruik van omstandigheden moet worden afgewezen.
De rechtbank zal de zelfstandige verzoeken van de man om het echtscheidingsconvenant te bekrachtigen en te bepalen dat de vrouw moet meewerken aan de uitvoering van het echtscheidingsconvenant, het addendum en het pensioen op straffe van een dwangsom ook afwijzen. Nu het verzoek van de vrouw tot vernietiging zal worden afgewezen, blijven de afspraken tussen partijen gelden. Dit betekent ook dat uitvoering moet worden gegeven aan het convenant. Nergens blijkt uit dat de vrouw zich hier niet aan zal houden, zodat de rechtbank geen aanleiding ziet om de verzoeken van de man toe te wijzen.
Het subsidiaire standpunt: vergoeding van € 50.000,-
De vrouw stelt zich subsidiair op het standpunt dat de man gehouden is om aan haar
€ 50.000,- te betalen voor haar aandeel in de overwaarde van de woning en de inboedel. De man betwist het standpunt van de vrouw.
De rechtbank is van oordeel dat de man hier niet aan gehouden kan worden. Nadat partijen het convenant van 12 juni 2025 hadden ondertekend, heeft de vrouw contact gehad met de hypotheekadviseur aan wie de man het echtscheidingsconvenant had voorgelegd. De hypotheekadviseur heeft de vrouw erop gewezen dat de afspraken in het echtscheidingsconvenant nadelig voor haar zijn, de man meer kan lenen en dus meer kan vergoeden aan de vrouw. De vrouw heeft de man hierop aangesproken. Partijen zijn vervolgens mondeling overeengekomen dat de man zijn vergoeding zou verhogen naar € 50.000,-. Volgens de man is de vergoeding verhoogd in verband met de eventuele schenkingsbelasting. Dit heeft plaatsgevonden voordat het addendum is ondertekend. Tussen partijen is niet in geschil dat zij dit mondeling hebben afgesproken. De hoogte van deze vergoeding is vervolgens niet opgenomen in het addendum. Uit het addendum blijkt dat de man een aanvullende hypotheek zal afsluiten voor onder andere de vergoeding van de vrouw, maar hieruit blijkt niet hoe hoog deze vergoeding is. Nadat de man in zijn e-mailbericht van 23 juli 2025 de mondelinge afspraak tussen partijen heeft bevestigd, heeft de vrouw in haar e-mailbericht op 25 juli 2025 aangegeven dat zij niet langer instemt met het huidige voorstel. Tijdens de zitting heeft de vrouw aangegeven dat dit ook ziet op de vergoeding van € 50.000,-. Hoewel een mondelinge overeenkomst ook een overeenkomst is en partijen daar in principe aan gehouden zijn, hebben partijen in het echtscheidingsconvenant afgesproken (artikel 8.4) dat alleen schriftelijk kan worden afgeweken van de afspraken die zijn gemaakt in het echtscheidingsconvenant. Nu de mondeling overeengekomen vergoeding van € 50.000,- niet is opgenomen in het addendum en de vrouw deze afspraak verder niet schriftelijk heeft bevestigd, en hier juist van af heeft gezien, is de rechtbank van oordeel dat de man niet gehouden kan worden om een bedrag van € 50.000,- te betalen aan de vrouw. Het verzoek van de vrouw zal daarom worden afgewezen.
Bitcoins
Tussen partijen is in geschil of zij in het echtscheidingsconvenant vergeten zijn om de Bitcoins van de man te verdelen.
De rechtbank is van oordeel dat partijen dit inderdaad vergeten zijn. Volgens de man zijn de Bitcoins al verdeeld. Dat volgt volgens hem uit artikel 5 van het echtscheidingsconvenant. Daar staat dat gezamenlijke bankrekeningen in onderling overleg worden beëindigd, overgezet of verdeeld. Hieronder vallen volgens de man ook de Bitcoins, maar volgens de vrouw is dat niet het geval. Het is de rechtbank niet duidelijk wat partijen met de afspraak in artikel 5 hadden bedoeld, nu geen van hen zich hierover heeft uitgelaten. Gelet op de letterlijke tekst van dit artikel, is de rechtbank van oordeel dat Bitcoins hier niet onder vallen. Er wordt namelijk alleen gesproken over bankrekeningen en niet over Bitcoins. Bitcoins is immers een digitale valuta dat functioneert zonder een bank. Dit betekent dat partijen dit bestanddeel zijn vergeten en dit alsnog verdeeld moet en kan worden.
1
Tussen partijen is niet in geschil dat de Bitcoins aan de man moeten worden toegedeeld onder vergoeding van de helft van de waarde op 3 november 2025 (de peildatum) aan de vrouw. De man heeft onderbouwd gesteld dat de waarde op dat moment € 2.200,09 bedraagt. De vrouw wil vooralsnog eerst inzage in de waarde van de Bitcoins per 1 januari 2025 en 31 december 2025. Hoewel de man daartoe geen aanleiding ziet, heeft hij toegezegd om de vrouw deze inzage te geven. De rechtbank ziet geen aanleiding om het verzoek in afwachting hiervan aan te houden. De rechtbank zal daarom beslissen dat de Bitcoins aan de man moeten worden toegedeeld onder vergoeding van de helft van de waarde op 3 november 2025 aan de vrouw.
Proceskosten
De man en de vrouw moeten allebei hun eigen proceskosten betalen, omdat zij een relatie met elkaar hebben gehad. De rechtbank ziet geen aanleiding om hier, op verzoek van de man, van af te wijken.
7De beslissing
De rechtbank:
C/08/340684 / ES RK 25-6964 & C/344762 ES RK 26-664
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, die met elkaar gehuwd zijn op
[huwelijksdatum] 2015 in de gemeente [gemeente] ;
neemt de onderlinge regelingen van partijen als genoemd in het ouderschapsplan op in deze beschikking, onder verwijzing naar de scan van dit ouderschapsplan in de bijlage van deze beschikking;
bepaalt dat de man tegenover de vrouw bevoegd is om gedurende zes maanden in de woning aan [adres] te blijven wonen en de inboedel mag blijven gebruiken op het moment van inschrijving van de echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand;
stelt de verdeling van het vergeten bestanddeel als volgt vast:
deelt de Bitcoins toe aan de man onder vergoeding van de helft van de waarde op 3 november 2025 aan de vrouw;
verklaart 7.3 en 7.4 uitvoerbaar bij voorraad;
beslist dat de man en de vrouw allebei hun eigen proceskosten moeten betalen;
wijst de verzoeken voor het overige af.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Mensink en in het openbaar uitgesproken op |
||
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:
-
door verzoeker en door degene(n) aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.
- het ouderschapsplan
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
Artikel 3:179 BW
© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733
