Essentie (gemaakt door AI)
Doorhaling van een ten onrechte ingeschreven akte van echtscheidingsbeschikking in de registers van burgerlijke stand wordt gelast. Het verzoek van de officier van justitie strekt tot doorhaling van de inschrijving van 15 augustus 2024, waarin de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven voordat deze in kracht van gewijsde is gegaan. Partijen stemmen in. De rechtbank acht zich bevoegd en past Nederlands recht toe, en wijst het verzoek toe op grond van art. 1:24 lid 1 BW.Nieuwsitem uit Focus op Familierecht
| Datum publicatie | 08-06-2026 |
| Zaaknummer | C/09/687155 / FA RK 25-4612 |
| Procedure | Eerste aanleg - enkelvoudig |
| Zittingsplaats | Den Haag |
| Rechtsgebieden | Civiel recht; Personen- en familierecht |
| Trefwoorden | Overig; Burgerlijke Stand (art. 1:16 t/m 1:29f BW) |
| Wetsverwijzingen |
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
Doorhaling van ten onrechte ingeschreven akte van echtscheidingsbeschikking in registers van burgerlijke stand, omdat de echtscheidingsbeschikking nog niet in kracht van gewijsde was gegaanVolledige uitspraak
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-4612
Zaaknummer: C/09/687155
Datum beschikking: 23 april 2026
Doorhaling akte register burgerlijke stand
Beschikking op het op 10 juni 2025 ingekomen verzoek van de officier van justitie in het arrondissement Den Haag.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[de vrouw]
,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[de man]
,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage,
zetelend te ’s-Gravenhage,
de ambtenaar.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- een instemmingsverklaring van de vrouw van 28 maart 2025;
- een instemmingsverklaring van de man van 14 april 2025.
Feiten
- De man en de vrouw zijn met elkaar gehuwd op [datum] 2021 te [plaats] , [land] .
- De man heeft de Turkse nationaliteit en de vrouw in ieder geval de Nederlandse
nationaliteit.
- Bij beschikking van 15 april 2024 van de rechtbank Noord-Holland (locatie Haarlem) is
de echtscheiding tussen de man en de vrouw uitgesproken.
- Op 15 augustus 2024 is de echtscheidingsbeschikking van 15 april 2024 ingeschreven in
het register van de gemeente ’s-Gravenhage, bekend onder aktenummer [nummer 1] van het
jaar 2024.
- Op 17 februari 2025 is de echtscheidingsbeschikking van 15 april 2024 (wederom)
ingeschreven in het register van de gemeente ’s-Gravenhage, bekend onder aktenummer
[nummer 2] van het jaar 2025.
Verzoek
Het verzoek strekt tot doorhaling van de akte van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van 15 april 2024 van de rechtbank Noord-Holland in het register van de gemeente ’s-Gravenhage, bekend onder aktenummer [nummer 1] van het jaar 2024.
Beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
De rechtbank is van oordeel dat de Nederlandse rechter op grond van artikel 3 sub a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) rechtsmacht toekomt. Nu het verzoek strekt tot doorhaling van een Nederlandse akte, is Nederlands recht van toepassing op het verzoek.
Relatieve bevoegdheid
De akte waarvan de doorhaling wordt verzocht is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage. De rechtbank Den Haag is daarom bevoegd om van het verzoek kennis te nemen.
Inhoudelijke beoordeling
Op grond van artikel 1:24 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan doorhaling van een in een register van de burgerlijke stand ten onrechte voorkomende akte op verzoek van belanghebbenden of van het openbaar ministerie worden gelast door de rechtbank.
De officier van justitie verzoekt doorhaling te gelasten van de akte van inschrijving van de rechterlijke uitspraak betreffende echtscheiding met nummer [nummer 1] van het jaar 2024.
Bij het verzoekschrift is een brief gevoegd van de ambtenaar van 23 mei 2025 waarin is onderbouwd waarom de akte voor doorhaling in aanmerking komt. De echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand voordat zij in kracht van gewijsde is gegaan. Dit betekent dat de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking op 15 augustus 2024 niet rechtsgeldig was. Gelet op het voorgaande komt dus ten onrechte deze echtscheidingsakte van partijen voor in de registers van de burgerlijke stand en moet doorhaling daarvan worden gelast.
De man en de vrouw hebben allebei een instemmingsverklaring overgelegd, waaruit blijkt dat zij kunnen instemmen met doorhaling van de echtscheidingsakte.
De rechtbank is van oordeel dat het verzoek kan worden toegewezen, nu op grond van de stukken in het dossier kan worden geconcludeerd dat de op 15 augustus 2024 opgemaakte akte ten onrechte is opgemaakt. Het verzoek is op de wet gegrond en op navolgende wijze voor toewijzing vatbaar.
Beslissing
De rechtbank:
gelast de doorhaling van de akte, nummer [nummer 1] van het jaar 2024, voorkomend in het register van de gemeente ’s-Gravenhage.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. C. van Hees, rechter, bijgestaan door mr. M.G. Coopmans-Veraa als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 april 2026. |
© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733
