Essentie (gemaakt door AI)
Draagmoederschapszaak. Amerikaanse pre-birth order niet erkend wegens strijd met de openbare orde (art. 10:100 lid 1 sub c BW), nu gebruik van anonieme spermadonor het recht van het kind op kennis van zijn afstamming (art. 7 IVRK) onvoldoende waarborgt. Draagmoeder blijft juridische moeder. Prenatale erkenning door de man rechtsgeldig (art. 10:95 BW; Nederlands recht van toepassing); man is juridisch vader; geslachtsnaam erkenner gekozen (art. 1:5 lid 2 BW). Geboortegegevens vastgesteld (art. 1:25c BW). Man krijgt eenhoofdig gezag wegens gezagsvacuüm (art. 1:253c BW). Adoptie door de vrouw toegewezen; geen terugwerkende kracht, nu art. 1:230 lid 2 BW zich niet leent voor analoge toepassing. Na kracht van gewijsde gezamenlijk gezag van rechtswege (art. 1:251 BW); kind behoudt geslachtsnaam (art. 1:5 lid 3 BW).
Nieuwsitem
| Datum publicatie | 01-06-2026 |
| Zaaknummer | C/09/669215 FA RK 24-4923 |
| Procedure | Eerste aanleg - meervoudig |
| Zittingsplaats | Den Haag |
| Rechtsgebieden | Civiel recht; Personen- en familierecht |
| Trefwoorden | Kinderen; Donorschap / draagmoederschap; Adoptie; Overig; Burgerlijke Stand (art. 1:16 t/m 1:29f BW) |
| Wetsverwijzingen |
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
Draagmoederschapszaak; geen erkenning Amerikaanse beslissing want geen zorgvuldig traject; prenatale erkenning, toekenning eenhoofdig gezag aan vader 1:253c BW, adoptie, vaststelling geboortegegevensVolledige uitspraak
Meervoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-4923
Zaaknummer: C/09/669215
Datum beschikking: 16 april 2026
Vaststellen geboortegegevens, adoptie en gezag
Beschikking op het op 5 juli 2024 ingekomen verzoekschrift van:
[de man] en [de vrouw] ,
hierna ook: de man en de vrouw, dan wel gezamenlijk: verzoekers of wensouders,
wonende te [woonplaats] , [gemeente] ,
advocaat mr. T.F.W. Kouwenhoven te Amsterdam.
Als belanghebbende zijn aangemerkt:
de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag,
zetelend te Den Haag,
hierna ook: de ambtenaar.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
-
het verzoekschrift, met bijlagen;
-
de brief van de ambtenaar van 27 september 2024;
-
de brief van verzoekers van 14 oktober 2024;
-
het rapport van onderzoek van 25 november 2024 van de Raad voor de Kinderbescherming Regio Noord-Holland, locatie Haarlem (hierna ook: de Raad);
-
de brief van de ambtenaar van 6 maart 2026.
Op 10 maart 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
-
de wensouders, bijgestaan door hun advocaat
-
[naam 1] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna ook: de Raad).
De ambtenaar en de draagmoeder zijn – hoewel behoorlijk opgeroepen – niet op de mondelinge behandeling verschenen.
Na de mondelinge behandeling is namens verzoekers het F9-formulier van 17 maart binnen gekomen, met als bijlage een afschrift van de erkenningsakte.
[de draagmoeder] kan in beginsel als belanghebbenden als bedoeld in artikel 798 van het Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) worden aangemerkt in deze procedure. Uit de feiten blijkt echter dat de draagmoeder – kort gezegd – ermee heeft ingestemd dat verzoekers de ouders zijn van [minderjarige 1] en dat de draagmoeder geen ouderlijke rechten of verplichtingen hebben jegens [minderjarige 1] . De draagmoeder heeft tevens verklaard dat [minderjarige 1] in de toekomst van haar als ouder niets te verwachten heeft. De rechtbank zal, gelet op deze verklaring die zich in het dossier bevindt, de draagmoeder niet als belanghebbende aanmerken.
Verzoek
Het verzoekschrift van de wensouders ziet op het door hen afgelegde traject van internationaal draagmoederschap en het hieruit geboren minderjarige kind (in de Basisregistratie Personen (BRP) geregistreerd als):
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2022 te [geboorteplaats 1] , [land] (hierna: [minderjarige 1] ).
Verzoekers verzoeken de rechtbank – na aanvulling ter zitting – :
de volgende voor het opmaken van een geboorteakte noodzakelijke gegevens vast te stellen:
Geslachtsnaam: [geslachtsnaam 1]
Voornamen: [voornaam]
Dag van geboorte: [geboortedatum 1] 2022
Geboorteplaats: [geboorteplaats 1] , [land]
Geslacht: V (vrouwelijk)
Geslachtsnaam moeder: [geslachtsnaam 2]
Voornamen moeder: [voornamen 1]
Dag van geboorte moeder: [geboortedatum 2] 1981
Geslachtsnaam vader: [geslachtsnaam 1]
Voornamen vader: [voornamen 2]
Dag van geboorte vader: [geboortedatum 3] 1984
Plaats van geboorte vader: [plaats 1]
de adoptie van [minderjarige 1] uit te speken door de vrouw en daarbij te verstaan dat de familierechtelijke betrekking tussen [minderjarige 1] en de man in stand blijft;
te bepalen dat de adoptie terugwerkt tot aan de geboorte van [minderjarige 1] ;
te bepalen dat [minderjarige 1] de geslachtsnaam ‘ [geslachtsnaam 1] ’ zal houden;
te verstaan dat verzoekers vanaf het moment dat de adoptie in kracht van gewijsde is gegaan gezamenlijk het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] zullen uitoefenen.
alsmede de griffer te gelaten een afschrift van deze beschikking te doen toekomen aan het gezagsregister, om daarin aantekening te doen van het gezamenlijk gezag van verzoekers over [minderjarige 1] ;
de man met het (eenhoofdig) gezag over [minderjarige 1] te belasten en deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De ambtenaar heeft verweer gevoerd, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
De Raad adviseert het verzoek om adoptie van [minderjarige 1] door de vrouw toe te wijzen.
Feiten
-
Verzoekers zijn op [datum] 2014 met elkaar gehuwd.
-
In verband met de bij hen levende kinderwens, die zij niet op eigen kracht konden verwezenlijken, zijn zij een anonieme eiceldonorovereenkomst aangegaan op 11 december 2019, met eiceldonatrice CNC van [zorginstelling 1] .
-
Verzoekers zijn een draagmoederschapsovereenkomst aangegaan met de draagmoeder. Deze overeenkomst is op 23 april 2021 ondertekend door verzoekers en op 24 april 2021 door de draagmoeder.
-
De bevruchting heeft plaatsgevonden door middel van in vitro fertilisatie (ivf) waarbij gebruik is gemaakt van een eicel van de eiceldonatrice en een spermacel van een anonieme spermadonor, geregistreerd onder nummer [nummer] bij [zorginstelling 2] in [plaats 2] , Verenigde Staten van Amerika.
-
De draagmoeder is zwanger geworden.
-
Op 19 juli 2022 heeft het Superior Court of the State of California , County of Riverside, Verenigde Staten van Amerika (hierna: het Superior Court) vastgesteld dat de draagmoeder ongehuwd is en onder meer bepaald dat de draagmoeder niet de juridische moeder is van het kind dat tussen 8 februari 2022 en 8 december 2022 uit haar zal worden geboren. Tevens is het ouderschap van de wensouders van het in deze periode uit de draagmoeder geboren kind vastgesteld. Voorts heeft het Superior Court de wensouders belast met het gezag over het (toen nog) ongeboren kind.
-
Op 29 juli 2022 is een akte opgemaakt door de ambtenaar van de burgerlijke stand te [gemeente] van de erkenning door de man van de ongeboren vrucht waarvan de draagmoeder op dat moment zwanger was. Op de akte staat vermeld dat toestemming is gegeven door de draagmoeder.
-
Op [geboortedatum 1] 2022 is [minderjarige 1] in goede gezondheid uit de draagmoeder geboren.
-
[minderjarige 1] verblijft sinds haar geboorte bij de wensouders en woont sinds 24 november 2022 bij hen in [woonplaats] .
-
Overeenkomstig de beslissing van het Superior Court van 19 juli 2022 is een geboorteakte opgemaakt waarop de naam van de draagmoeder als moeder en de naam van verzoeker als vader van het kind is vermeld.
-
De draagmoeder heeft bij affidavit van 3 november 2022 verklaard dat zij het eens is met de beslissing van het Superior Court en dat zij geen ouderlijke rechten of verplichtingen heeft jegens [minderjarige 1] . Zij heeft tevens verklaard dat [minderjarige 1] in de toekomst van haar als moeder niets te verwachten heeft, dat zij instemt met adoptie van [minderjarige 1] door de vrouw en dat zij niet zal verschijnen in een Nederlandse adoptieprocedure. Ook heeft de draagmoeder in de affidavit verklaard dat zij in de periode vanaf het aangaan van de draagmoederschapsovereenkomst tot het ondertekenen van de affidavit – dus tijdens de zwangerschap en na de geboorte van [minderjarige 1] – niet gehuwd is geweest.
-
Bij brief van 19 juni 2024 heeft ivf-arts [naam 2] , MD, bevestigd dat het meisje dat op [geboortedatum 1] 2022 is geboren uit de draagmoeder, is verwekt door plaatsing van een embryo gecreëerd met het zaad van donor [nummer] van [zorginstelling 2] en een eicel van eiceldonatrice CNC van [zorginstelling 1] .
-
Verzoekers hebben de Nederlandse nationaliteit.
-
[minderjarige 1] heeft volgens haar paspoort de Amerikaanse nationaliteit en volgens de BRP de Nederlandse nationaliteit.
-
De wensouders hebben eerder een traject van internationaal draagmoederschap doorlopen en daaruit is op [geboortedatum 5] 2020 [minderjarige 2] geboren. In dat traject is eveneens gebruik gemaakt van een eicel van eiceldonatrice CNC van [zorginstelling 1] en zaad van donor [nummer] van [zorginstelling 2]. In de procedure met kenmerk C09/610848 van deze rechtbank zijn de voor het opmaken van een geboorteakte noodzakelijke gegevens van [minderjarige 2] vastgesteld, is het ouderschap van de man over [minderjarige 2] vastgesteld en is de adoptie door de vrouw van [minderjarige 2] uitgesproken, waarbij is verstaan dat de familierechtelijke betrekking tussen [minderjarige 2] en de man in stand blijft. In die procedure is voorts komen vast te staan dat eiceldonatrice CNC toestemming heeft gegeven aan de ivf-kliniek om haar identiteit aan het kind kenbaar te maken en dat de wensouders contact met haar hebben opgenomen.
Beoordeling
Rechtsmacht
Omdat verzoekers en [minderjarige 1] in Nederland wonen, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht op grond van artikel 3 aanhef en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna ook: Rv).
Familierechtelijke betrekkingen
Om de verzoeken te kunnen beoordelen, moet de rechtbank eerst vaststellen tot wie [minderjarige 1] in een familierechtelijke betrekking staat.
Toetsing van de beslissing van 19 juli 2022 van het Superior Court of the State of California , County of Riverside, Verenigde Staten van Amerika
In deze uitspraak is het ouderschap van de wensouders bepaald. De rechtbank is van oordeel dat deze uitspraak niet van rechtswege kan worden erkend omdat deze onverenigbaar is met de openbare orde (art. 10:100 lid 1 sub c Burgerlijk Wetboek (BW)). De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
De rechtbank acht het in het kader van de openbare orde toets van belang om te oordelen of het in het buitenland gevolgde traject van draagmoederschap zorgvuldig heeft plaatsgevonden. Dit gelet op de ingrijpende gevolgen van draagmoederschap voor de rechten en verplichtingen van zowel het kind, de draagmoeder als de wensouders in kwestie.
Omdat verzoekers in de Amerikaanse beslissing als enige ouders van [minderjarige 1] zijn aangemerkt, dient hierbij naar het oordeel van de rechtbank met name te worden gekeken of de belangen van [minderjarige 1] en de draagmoeder voldoende in acht zijn genomen. Hierbij zijn de aanbevelingen van de Staatscommissie Herijking Ouderschap zoals opgenomen in het adviesrapport ‘Kind en ouders in de 21e eeuw’ van 7 december 2016 van belang en de door het kabinet in zijn brief van 12 juli 2019 (kamerstukken TK 2018/2019, 33836, nr. 45) geformuleerde waarborgen om het traject zorgvuldig en transparant te laten verlopen en zoveel mogelijk rechtszekerheid te bieden aan de draagmoeder, de wensouders en het kind.
Uit de aanbevelingen volgt dat het voor kinderen van groot belang is om te (kunnen) achterhalen uit wie zij zijn geboren, van wie zij genetisch afstammen en onder welke omstandigheden zij zijn ontstaan en geboren. Het recht van het kind om zijn of haar afstamming te kennen is een mensenrecht dat is opgenomen in artikel 7 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK). Daarvan is met betrekking tot [minderjarige 1] onvoldoende sprake.
Wat betreft de aanvankelijk anonieme eiceldonatrice is inmiddels gebleken dat verzoekers contact met haar hebben kunnen leggen via het register van de IVF-kliniek en het contact vervolgens hebben voortgezet via hun eigen e-mailadressen. De naam van de eiceldonatrice is inmiddels ook bekend bij verzoekers: Christina Harvey (meisjesnaam Corcoran).
De betreffende spermadonor is en blijft echter anoniem, in die zin dat onzeker is of [minderjarige 1] daadwerkelijk contact met hem kan hebben. Vanaf haar 18e verjaardag kan zij een verzoek indienen bij de donorbank om de persoons- en contactinformatie van de spermadonor te achterhalen. Onzeker is of de donor zijn contactgegevens aan [zorginstelling 2] up-to-date blijft houden en of hij uiteindelijk open zal staan voor contact. Daar is hij op grond van de donorovereenkomst niet toe verplicht. Ook onzeker is of de spermabank op dat moment nog beschikbaar zal zijn voor [minderjarige 1] . Dat de wensouders op grond van eigen onderzoek op internet vermoeden dat zij de persoonsgegevens van de spermadonor hebben achterhaald, doet daaraan niet af. Dit eigen onderzoek biedt namelijk onvoldoende waarborgen. Het is bovendien op grond van het contract van de wensouders met [zorginstelling 2] ook niet toegestaan om zelf te proberen de identiteit van de donor te achterhalen.
[minderjarige 1] is gelet op de door verzoekers gemaakte keuzes, mogelijk niet in staat haar volledige afstamming te achterhalen. Dit is in strijd met het fundamentele (mensen)recht van het kind om zijn of haar afstamming te kunnen herleiden. Het staat haaks op de hiervoor vermelde aanbevelingen van de Staatscommissie en de door het kabinet geformuleerde waarborgen. De rechtbank is van oordeel dat het gebruiken van een onbekende spermadonor in het traject van draagmoederschap strijdigheid oplevert met een beginsel en waarde die in de Nederlandse rechtsorde als fundamenteel wordt beschouwd.
Omdat de Amerikaanse beslissing niet wordt erkend, worden ook de op grond van deze beslissing in de Verenigde Staten van Amerika tot stand gekomen familierechtelijke betrekkingen tussen verzoeker(s) en [minderjarige 1] niet in Nederland erkend.
Het voorstaande betekent dat de draagmoeder, als de vrouw uit wie [minderjarige 1] is geboren, de juridische moeder van [minderjarige 1] is gebleven.
Erkenning van [minderjarige 1] door de man
Verzoeker heeft [minderjarige 1] voor haar geboorte met toestemming van de draagmoeder erkend.
In artikel 10:95 BW is bepaald dat de vraag of erkenning door een persoon familierechtelijke betrekkingen doet ontstaan tussen hem en een kind, wat betreft de bevoegdheid van die persoon en de voorwaarden voor erkenning, wordt bepaald door het recht van de staat waarvan die persoon de nationaliteit bezit. De man bezit de Nederlandse nationaliteit, dus de bevoegdheid om te erkennen en de voorwaarden daarvoor worden beheerst door het Nederlandse recht (neergelegd in art. 1:203 e.v. BW) . Ongeacht het ingevolge artikel 10:95 eerste lid BW toepasselijke recht, is op de toestemming van de moeder tot de erkenning toepasselijk het recht van de staat waarvan de moeder de nationaliteit bezit. De draagmoeder heeft de Amerikaanse nationaliteit.
Uit het afschrift van de akte van erkenning blijkt dat de ambtenaar heeft vastgesteld dat de draagmoeder toestemming voor de erkenning heeft gegeven. De rechtbank gaat ervan uit dat de ambtenaar heeft vastgesteld dat deze toestemming is gegeven in overeenstemming met het Amerikaanse recht.
Daarmee stelt de rechtbank vast dat er sprake is van een rechtsgeldige prenatale erkenning, als gevolg waarvan de man vanaf de geboorte van [minderjarige 1] naar Nederlands recht haar juridische vader is.
Op grond van artikel 1:5 lid 2 BW krijgt het kind de geslachtsnaam van de erkenner als de erkenner en de moeder daarvoor kiezen bij de erkenning. Die keuze wordt vermeld op de akte van erkenning. Uit het na de zitting overgelegde afschrift van de akte van erkenning blijkt dat bij de erkenning is gekozen voor de geslachtsnaam “ [geslachtsnaam 1] ”.
Conclusie familierechtelijke betrekkingen
Uit wat hiervoor uiteen is gezet, volgt dat [minderjarige 1] vanaf het moment van geboorte in familierechtelijke betrekking staat tot de draagmoeder en de man en de geslachtsnaam [geslachtsnaam 1] draagt.
Vaststellen geboortegegevens
Nu de in de Verenigde Staten opgemaakte geboorteakte niet voor inschrijving in de Nederlandse registers van de burgerlijke stand in aanmerking komt, verzoeken de wensouders om de voor het opmaken van een geboorteakte noodzakelijke gegevens vast te stellen.
Nu het gaat om het vaststellen van de noodzakelijke gegevens voor het opmaken van de geboorteakte van [minderjarige 1] en opname daarvan in de Nederlandse registers, acht de rechtbank Nederlands recht van toepassing op het verzoek.
Op grond van het eerste lid van artikel 1:25c BW kan, indien ten aanzien van een buiten Nederland geboren persoon geen akte van geboorte overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt of kan worden overgelegd, op verzoek van het openbaar ministerie, van een belanghebbende of van de ambtenaar de rechtbank Den Haag de voor het opmaken van een geboorteakte noodzakelijke gegevens vaststellen, onder meer indien die persoon Nederlander is.
In artikel 3, eerste lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap is bepaald dat een kind waarvan de vader of de moeder op het moment dat het kind geboren wordt Nederlander is, bij de geboorte de Nederlandse nationaliteit verkrijgt. Omdat de man de Nederlandse nationaliteit heeft en [minderjarige 1] voor haar geboorte heeft erkend, is [minderjarige 1] geboren als kind van een Nederlander. [minderjarige 1] heeft dus van rechtswege de Nederlandse nationaliteit gekregen. Verzoekers kunnen dus op grond van artikel 1:25c, lid 1 onder a, BW worden ontvangen in hun verzoek tot vaststelling van de geboortegegevens.
De rechtbank is van oordeel dat uit de inhoud van de in het geding gebrachte stukken voldoende aanwijzingen zijn verkregen omtrent de omstandigheden waaronder en de datum waarop de geboorte van [minderjarige 1] moet hebben plaatsgehad.
De rechtbank is van oordeel dat het verzoek tot vaststelling van de geboortegegevens op de wet gegrond en voor toewijzing vatbaar is op de wijze zoals in het verzoekschrift geformuleerd.
Van de adoptie die bij deze beschikking ook wordt uitgesproken, zal een latere vermelding worden toegevoegd aan de op te maken geboorteakte.
Gezag
Toepasselijk recht
Nu de gewone verblijfplaats van [minderjarige 1] in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek ten aanzien van het gezag.
Juridisch kader Nederlands recht
Zoals reeds is overwogen, is de draagmoeder nog de juridische ouder van [minderjarige 1] . De draagmoeder wordt echter naar het recht van haar eigen verblijfplaats, [staat] , VS, niet meer als ouder met gezag beschouwd. De rechtbank stelt vast dat de draagmoeder in het draagmoederschapstraject uitdrukkelijk heeft afgezien van alle ouderlijke rechten en plichten ten aanzien van [minderjarige 1] . De rechtbank kan dan ook onmogelijk aannemen dat de draagmoeder hier in Nederland nog wel zou zijn belast met ouderlijk gezag. Dit mede gelet op de door haar na de geboorte van [minderjarige 1] ondertekende affidavit. De rechtbank is dan ook van oordeel dat sprake is van een gezagsvacuüm.
Artikel 1:253c, lid 1, BW bepaalt – voor zover hier van belang – dat de tot het gezag bevoegde ouder van het kind, die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder uit wie het kind is geboren heeft uitgeoefend, de rechtbank kan verzoeken hem alleen met het gezag over het kind te belasten. Lid 4 van dit artikel bepaalt dat wanneer niet in het gezag is voorzien, het verzoek om de tot het gezag bevoegde ouder alleen met het gezag te belasten, slechts wordt afgewezen indien gegronde vrees bestaat dat bij inwilliging de belangen van het kind zouden worden verwaarloosd.
De man is als juridisch ouder die niet eerder het gezag over [minderjarige 1] heeft gehad, tot het gezag bevoegd en de rechtbank acht het in het belang van [minderjarige 1] dat hij met het gezag over haar wordt belast. De rechtbank zal daarom het verzoek ten aanzien van het gezag toewijzen en deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren zodat niet langer sprake is van een gezagsvacuüm.
De rechtbank zal in verband met het bepaalde in artikel 2, lid 1, aanhef en onder a, van het Besluit gezagsregisters, tevens bepalen dat de griffier een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan het gezagsregister om daarin aantekening te doen van deze beschikking.
Adoptie
De wensouders verzoeken de adoptie van [minderjarige 1] door de vrouw uit te spreken met instandhouding van de familierechtelijke betrekkingen tussen de man en [minderjarige 1] .
De rechtbank acht, nu [minderjarige 1] en de wensouders de Nederlandse nationaliteit hebben en in Nederland hun gewone verblijfplaats hebben, voldoende aanknopingspunten met de Nederlandse rechtssfeer aanwezig om van het onderhavige verzoek kennis te nemen.
Op grond van artikel 10:105, lid 1, BW, is Nederlands recht op het verzoek van toepassing, evenals op de toestemming, raadpleging of voorlichting van de ouders. De wijze waarop een adoptie tot stand komt, de voorwaarden en regels omtrent de positie van de juridisch ouder, zijn geregeld in artikel 1:227 en 1:228 BW. Toestemming van een juridisch ouder is naar Nederlands recht geen voorwaarde voor adoptie.
Vast staat dat verzoekers ten minste drie aaneengesloten jaren onmiddellijk voorafgaand aan de indiening van het adoptieverzoek met elkaar hebben samengeleefd en dat zij [minderjarige 1] op dit moment ten minste één jaar samen hebben verzorgd en opgevoed.
Uit de overgelegde stukken blijkt dat [minderjarige 1] niet met de draagmoeder heeft samengeleefd en dat het ook de wens van de draagmoeder is dat verzoekers de juridische ouders van [minderjarige 1] worden en dat de juridische banden tussen haar en [minderjarige 1] worden verbroken. Daarmee staat vast dat [minderjarige 1] zowel nu als in de toekomst niets meer van haar in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft.
Het is de rechtbank voldoende gebleken dat verzoekers de intentie hebben om [minderjarige 1] op een moment dat zij daaraan toe is, over haar afstamming en de adoptie voor te lichten.
De adoptie van haar door verzoekers wordt daarom in het belang van [minderjarige 1] geacht.
Nu aan alle voorwaarden genoemd in de artikelen 1:227 en 1:228 BW – voor zover in deze zaak van toepassing – is voldaan, zal de rechtbank het verzoek tot adoptie toewijzen.
De wensouders hebben verzocht de adoptie met terugwerkende kracht uit te spreken. De wensouders hebben [minderjarige 1] vanaf haar geboorte verzorgd en opgevoed en daarom vanaf haar geboorte family life in de zin van artikel 8 EVRM met haar gehad. Bovendien zou op deze wijze de hinkende rechtsverhouding, ontstaan doordat de draagmoeder in de VS nooit juridisch ouder van [minderjarige 1] is geweest maar naar Nederlands recht wel, daardoor gerepareerd worden.
De rechtbank wijst het verzoek om de adoptie terug te laten werken tot de dag van geboorte van [minderjarige 1] , af. De rechtbank is van oordeel dat artikel 1:230 lid 2 BW niet in aanmerking komt voor analoge toepassing in deze zaak. De wensmoeder is niet genetisch verwant aan [minderjarige 1] (zoals in de door verzoekers aangehaalde uitspraak
1 wel het geval was). [minderjarige 1] is tijdens het huwelijk van de man en de vrouw geboren, maar niet binnen hun huwelijk geboren. De bepaling waar de wensouders een beroep op doen is niet geschreven voor een situatie als de onderhavige en het is ook niet de bedoeling geweest van de wetgever
2. De rechtbank is dan ook van oordeel dat dit artikel zich niet leent voor een analoge toepassing in deze zaak.
De rechtbank overweegt dat [minderjarige 1] na de adoptie op grond van artikel 1:5 lid 3 BW de geslachtsnaam [geslachtsnaam 1] houdt. Dit is overeenkomstig de wens van verzoekers.
De rechtbank zal in verband met het bepaalde in artikel 2, lid 1, aanhef en onder m, van het Besluit gezagsregisters, tevens bepalen dat de griffier, wanneer deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan het gezagsregister om daarin aantekening te doen van deze beschikking.
Verzoekers zullen, zodra deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, door de adoptie de twee juridische ouders van [minderjarige 1] zijn. Vanaf dat moment zal de vrouw, nu zij met de man is gehuwd, samen met hem van rechtswege zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] (artikel 1:251 BW) .
Beslissing
De rechtbank:
*
stelt de volgende voor het opmaken van een geboorteakte noodzakelijke gegevens vast:
geslachtsnaam : [geslachtsnaam 1]
voornamen : [voornaam]
dag van geboorte : [geboortedatum 1] 2022
geboorteplaats : [geboorteplaats 1] , [land]
geslacht : V (vrouwelijk)
geslachtsnaam moeder : [geslachtsnaam 2]
voornamen moeder : [voornamen 1]
dag van geboorte moeder : [geboortedatum 2] 1981
plaats van geboorte moeder : [geboorteplaats 2] , [land]
geslachtsnaam vader : [geslachtsnaam 1]
voornamen vader : [voornamen 2]
dag van geboorte vader : [geboortedatum 3] 1984
plaats van geboorte vader : [plaats 1]
*
spreekt uit de adoptie door [de vrouw] , geboren op [geboortedatum 4] 1985 in [geboorteplaats 3] , van de minderjarige [minderjarige 1] voornoemd;
verstaat dat daarbij de familierechtelijke betrekking tussen minderjarige [minderjarige 1] voornoemd, en [de man] voornoemd in stand blijft;
*
bepaalt dat voortaan aan de man, [de man] voornoemd, het gezag zal toekomen over de minderjarige [minderjarige 1] voornoemd,
en verklaart deze gezagsvoorziening uitvoerbaar bij voorraad;
*
bepaalt dat de griffier heden een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan het gezagsregister om daarin aantekening te doen van deze uitvoerbaar bij voorraad verklaarde gezagsvoorziening;
*
verstaat dat verzoekers vanaf het moment dat genoemde adoptie in kracht van gewijsde is gegaan gezamenlijk het ouderlijk gezag met betrekking tot de minderjarige [minderjarige 1] voornoemd zullen uitoefenen;
*
bepaalt dat de griffier, wanneer deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, nogmaals een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan het gezagsregister om daarin aantekening te doen van het gezamenlijk ouderlijk gezag;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
|
Deze beschikking is gegeven door mrs. A.M. Brakel, A.C. Olland en R.S. Matthijssen, rechters, tevens kinderrechters, bijgestaan door de griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 april 2026. |
||
|
De griffier is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen |
rechtbank Zeeland-West-Brabant, 27 september 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:9317
vgl. rechtbank Zeeland-West-Brabant, 30 april 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:2703
© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733
