Rechtbank Zeeland-West-Brabant 27-05-2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:4673

Essentie (gemaakt door AI)

Wraking, gegrond. In een echtscheidingszaak met zorgen over ouderverstoting is wraking verzocht tegen de behandelend rechter. Gronden: selectie/zaakstoedeling, nevenactiviteiten rechter (expertteam ouderverstoting, pilot De Gezinsadvocaat) en een door de rechtbank verzonden verzoek om te filmen voor documentaire “Verstoten”. Zaakstoedeling en nevenactiviteiten leveren geen (schijn van) partijdigheid op. De brief over filmen wekt wel de objectief gerechtvaardigde schijn van vooringenomenheid. Wrakingsverzoek wordt toegewezen.

Nieuwsitem

Selectie filmopname ‘Verstoten’ maakt dat moeder vooringenomenheid rechter mocht aannemen
In een echtscheidingszaak heeft moeder de behandelend rechter gewraakt. Door de rechtbank - onder verantwoordelijkheid van de rechter - verzonden brief over filmen voor documentaire “Verstoten” leidt tot gegrondheid wrakingsverzoek.

Datum publicatie28-05-2026
ZaaknummerC/02/ 447785 HARK 26-87 (E)
ProcedureWraking
ZittingsplaatsBreda
RechtsgebiedenCiviel recht; Personen- en familierecht
TrefwoordenFamilieprocesrecht; Wraking / verschoning;
Kinderen; Geen omgang (een van) ouders
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

Wraking, gegrond.

Volledige uitspraak


RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Wrakingskamer

Locatie Breda

zaaknummer C/02/ 447785 HARK 26-87

beslissing van 27 mei 2026 inzake het wrakingsverzoek ex artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van:

[verzoekster],

verder te noemen: verzoekster

gemachtigde: mr. G.A.P. Avontuur.

1Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt onder meer uit:

- de processtukken zoals opgenomen in het procesdossier met nummer

C/02/406643 FA RK23/844;

  • het op 1 mei 2026 ontvangen wrakingsverzoek met bijlagen van verzoekster;

  • het op 7 mei 2026 ontvangen e-mailbericht van mr. Van Leuven waarin hij laat weten niet in het wrakingsverzoek te berusten;

  • de op 7 mei 2026 per e-mailbericht ontvangen reactie met bijlagen van

mr. Van Leuven;

  • het op 7 mei 2026 ontvangen e-mailbericht van verzoekster met bijlagen;

  • de aantekeningen van de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek van

13 mei 2026;

- de ter zitting overhandigde en voorgedragen reactie van verzoekster.

2Het verzoek

Het verzoek strekt tot wraking van mr. Van Leuven, hierna te noemen de rechter, belast met de behandeling van de zaak met nummer C/02/ 406643 / FA RK 23/844.

De rechter berust niet in het wrakingsverzoek.

3De feiten

3.1.

Verzoekster is verwikkeld in een procedure over echtscheiding met nevenvoorzieningen. De procedure loopt vanaf 21 februari 2023. In de procedure is een minderjarige tweeling betrokken, geboren op [geboortedag] 2021. Er loopt een ondertoezichtstelling die ook een keer verlengd is. Verzoekster heeft in deze procedure de zorgen geuit die bij haar leven over de veiligheid van de kinderen bij vader.

3.2.

Op 23 april 2026 heeft verzoekster een uitnodiging ontvangen voor de zitting van

7 mei 2026 om 14:45 uur bij de rechter. Dit is dezelfde datum en tijdstip als een kantoorgenoot van de advocaat van verzoekster een kort geding zou hebben bij de rechter. Op 21 april 2026 ontvangt de kantoorgenoot van de advocaat een bericht dat haar kort geding behandeld wordt door mr. Toekoen in plaats van de rechter.

3.3.

Verzoekster ontvangt op 30 april 2026 een e-mailbericht met bijlagen van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van de afdeling communicatie waarin wordt gevraagd om toestemming om bij de zitting te mogen filmen in verband met een documentaire met de titel “Verstoten”.

4De gronden van het wrakingsverzoek

Door verzoekster is, kort weergegeven, aangevoerd dat de schijn van partijdigheid of objectief gerechtvaardigde vrees van vooringenomenheid van de rechter bestaat uit het navolgende. Door het verzoek om medewerking te verlenen aan een documentaire met als titel “Verstoten” is de schijn gewekt dat de rechter van oordeel is dat verzoekster zich schuldig maakt aan ouderverstoting. Dit wordt versterkt doordat de rechter als voorzitter van het expertteam ouderverstoting langdurig heeft bijgedragen aan de promotie van een (in de ogen van de advocaat) omstreden concept. De rechter heeft ook een rol gespeeld bij de pilot

“De Gezinsadvocaat”. De advocaat van verzoekster is gebleken dat de onderzoeksbevindingen over de effectiviteit van de pilot mogelijk misleidend zijn gepresenteerd, waarbij ook is bijgedragen aan specifieke en onjuiste beeldvorming rond de rol van vaders en moeders in complexe scheidingen. Daarnaast heeft de advocaat van verzoekster toegelicht dat de schijn van partijdigheid ook richting haar is gewekt in die zin dat zij bij het meewerken aan de documentaire neergezet wordt als advocaat die ouders ondersteunt die hun kinderen willen verstoten, waarmee de schijn is gewekt dat het óók de bedoeling is de integriteit en reputatie van haar als advocaat schade toe te brengen. Tot slot voert verzoekster aan dat niet is gehandeld volgens de Code zaakstoedeling, doordat de zaak aan de rechter is toegewezen door een andere, eerder bij deze rechter geplande zaak zonder nadere toelichting bij een andere rechter te plannen.

5De reactie van de rechter

De rechter heeft in zijn schriftelijke reactie toegelicht dat hij betreurt dat de brief vanuit de afdeling communicatie van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant voor onrust heeft gezorgd bij verzoekster. Hij heeft nimmer de intentie (gehad) ouders of kinderen op voorhand in een frame te plaatsen. De rechter heeft toegelicht dat de griffie de (hoofd)zaak heeft gepland op

7 mei 2026. Aan hem is enkel gevraagd of hij bereid was om de zaak te behandelen op een zittingsdag die voor kort gedingen was bedoeld. De rechter had de zaak nog niet gezien op dat moment en wilde enkel weten of er naast ouderschapszaken ook financiële geschillen afgedaan moesten worden. Dit volgt uit het door hem overgelegde document van een griffiemedewerker die de gang van zaken hierover op de griffie heeft geschetst. Ten aanzien van de documentaire heeft de rechter uitgelegd dat de Rechtbank Zeeland-West-Brabant dit project ondersteunt. De rechter heeft enkel een aantal zittingsdagen geselecteerd waar opnames gemaakt zouden kunnen worden, zonder dat hij bekend was met de inhoud van de zaken die op deze dagen gepland stonden. De hoofdzaak is hier dus niet specifiek op geselecteerd. Als men niet aan het maken van opnames wil meewerken, dan heeft dit geen consequenties. Door de rechter is ook opgemerkt dat geen sprake is van een vechtscheidingsframe als waar de advocaat van verzoekster vanuit gaat. Hij staat open voor alle mogelijkheden die zich kunnen aandienen. De vrees van de advocaat dat de rechter onvoldoende oog zou hebben voor femicide, huiselijk geweld, intieme terreur en ‘coercive control’ is zijn inziens niet terecht. Er kan dan ook geen sprake zijn van (een schijn van) vooringenomenheid.

6De beoordeling

Toetsingskader

6.1.

Op grond van artikel 36 Rv kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

6.2.

De wrakingskamer stelt het volgende voorop. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van een rechter geldt het uitgangspunt, dat een rechter op grond van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn. Een uitzonderlijke omstandigheid kan een zwaarwegende aanwijzing opleveren dat een rechter ten aanzien van een procespartij een vooringenomenheid koestert, of dat een bij een partij bestaande vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is.

6.3.

De wrakingskamer moet daarom onderzoeken of de door verzoekster aangevoerde specifieke feiten en omstandigheden een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de rechter jegens haar een vooringenomenheid koestert of dat de door verzoekster geuite vrees daarvoor – objectief – gerechtvaardigd is.

Beoordeling van de gronden

Code zaakstoedeling

6.4.

De wrakingsgrond dat de Code zaakstoedeling niet is nageleefd, leidt niet tot een objectief gerechtvaardigde vrees dat de rechter vooringenomen is. Er is geen aanwijzing dat de rechter invloed heeft gehad op het aan hem toedelen van deze zaak.

Nevenactiviteiten rechter en vooringenomenheid richting de advocaat

6.5.

De wrakingskamer oordeelt dat de nevenactiviteiten van de rechter ook geen aanleiding geven om (de schijn van) vooringenomenheid aan te kunnen nemen. Dit geldt ook voor de grond dat de advocaat zich persoonlijk aangevallen voelt door de manier waarop de zaak bij de rechter terecht is gekomen. Dat de rechter en de advocaat ‘zich bevinden op de uitersten van het spectrum’, zoals de advocaat ter zitting heeft verwoord, maakt naar het oordeel van de wrakingskamer niet dat de rechter daardoor niet meer open en onafhankelijk naar de hoofdzaak kan kijken.

Brief over medewerking aan de documentaire “Verstoten”

6.6.

Door verzoekster is als belangrijkste grond aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat zij een brief heeft ontvangen vanuit de afdeling communicatie van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant waarbij is gevraagd om toestemming te geven om te filmen in verband met een documentaire met als titel “Verstoten”. Op de zitting heeft verzoekster geuit dat zij hier heel erg van is geschrokken en dat zij hierdoor het gevoel heeft gekregen dat zij wordt neergezet als een ouder die aan ouderverstoting doet. Dit raakt haar zeer omdat de wederpartij in de hoofdzaak (inmiddels) stelt dat zij zich schuldig maakt aan ouderverstoting, terwijl dit niet het geval is.

6.7.

De rechter heeft ter zitting toegelicht dat hij het betreurt dat de uitnodiging tot medewerking aan de documentaire dat effect heeft gehad en dat hij de hoofdzaak hier niet op heeft geselecteerd.

6.8.

De wrakingskamer acht het aannemelijk dat het verzoek om medewerking aan deze documentaire bij verzoekster de schijn heeft gewekt dat sprake is van vooringenomenheid, tegen de achtergrond van wat verzoekster in de procedure in de hoofdzaak wordt verweten, namelijk ouderverstoting. De wrakingskamer merkt hierbij op dat niet kan worden aangenomen dat sprake is van vooringenomenheid door het handelen van de rechter, maar dat wel sprake is van een bij verzoekster gewekte schijn van vooringenomenheid, gelet op de door de rechtbank verstuurde brief aan verzoekster over het verlenen van medewerking aan de documentaire. Dat de rechter de zaak niet hierop heeft geselecteerd kan er niet aan afdoen dat hij formeel verantwoordelijk is voor de communicatie hierover vanuit de rechtbank naar verzoekster.

6.9.

Het voorgaande betekent dat de wrakingskamer het wrakingsverzoek gegrond verklaart.

7De beslissing

De rechtbank:

verklaart het verzoek tot wraking gegrond.

Deze beslissing is gegeven op 27 mei 2026 door mr. Breeman, rechter en voorzitter, en mr. Tilman-Knoester en mr. Leppens, rechters, en op dezelfde dag uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. Rockx, griffier. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

de griffier de voorzitter

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733