Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 07-05-2026, ECLI:NL:GHARL:2026:2781

Essentie (gemaakt door AI)

Hoger beroep over verzoek van vader tot (begeleide) omgang met minderjarige dochter, waarin het hof dit afwijst en de beschikking bekrachtigt. Vader erkent grensoverschrijdend gedrag. Uit dossier en gebeurtenissen bij rechtbank en hof blijkt agressief en intimiderend gedrag richting moeder, hulpverleners, raad en rechter, waardoor sprake is van een zeer onveilige situatie voor het kind. Raad adviseert tegen omgang. Trajecten voor gedragsverandering zijn nog niet gestart. Omgang nu niet in belang van het kind.

Nieuwsitem

"Jullie leven komt er anders uit te zien": vader dreigend richting iedereen, inclusief de rechter
Vader komt in hoger beroep van beslissing over (geen) omgang met kind. Hij erkent grensoverschrijdend gedrag, maar is ook bij Hof agressief en intimiderend. "Zeer onveilige situatie kind." Vader moet eerst aan gedragsverandering werken.

Datum publicatie27-05-2026
Zaaknummer200.361.413/01
ProcedureHoger beroep
ZittingsplaatsArnhem
RechtsgebiedenCiviel recht
TrefwoordenKinderen; Geen omgang (een van) ouders
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

Vader wil (weer) omgang met zijn minderjarige dochter. Het hof wijst dat af. Vader gedraagt zich naar iedereen rond de minderjarige en haar moeder, inclusief hulpverleners, begeleiders van de omgang, medewerkers van de raad en zelfs de rechter in eerste aanleg, agressief en intimiderend als de zaken niet gaan op een wijze zoals hij dat wenst. De wijze waarop de vader dit doet is grensoverschrijdend en gaat alle perken te buiten. Ook na afloop van de zitting bij het hof is er van alles voorgevallen waarbij de parketpolitie zijn handen vol had. Door dit alles is sprake van een zeer onveilige situatie rondom de minderjarige die de minderjarige ook direct raakt.

Volledige uitspraak


GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.361.413

(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 574572)

beschikking van 7 mei 2026

inzake

[appellant] ,

wonende te [woonplaats1] ,
verder te noemen: de vader,

advocaat: mr. J.B. de Jong,

en

[geïntimeerde] ,

wonende te [woonplaats2] ,

verder te noemen: de moeder,

advocaat: mr. W.W.P. Mei.

1
1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 21 november 2024 en het proces-verbaal van de uitspraak (artikel 29a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering) van 6 augustus 2025, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het beroepschrift met producties 1 tot en met 15, ingekomen op 5 november 2025;

- het verweerschrift met producties 1 tot en met 7;

- een journaalbericht van mr. de Jong van 31 maart 2026 met een verklaring van vader;

- een journaalbericht van mr. Mei van 2 april 2026 met productie 8;

- een journaalbericht van mr. Mei van 9 april 2026 met productie 9;

- een journaalbericht van mr. de Jong van 9 april 2026 met 2 brieven.

2.2

De mondelinge behandeling heeft op 10 april 2026 plaatsgevonden. De vader en de moeder zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun advocaten. Namens de raad voor de kinderbescherming (verder: de raad) is een vertegenwoordiger verschenen.

3De feiten

3.1

Partijen zijn de ouders van [minderjarige] , geboren [in] 2018. De moeder heeft alleen het gezag over [minderjarige] .

3.2

Bij de beschikking van 21 november 2024 heeft de rechtbank beslist over de achternaam van [minderjarige] en de door de vader aan de moeder te betalen kinderalimentatie. De beslissingen over het gezag en de omgangs-/zorgregeling zijn aangehouden in afwachting van de uitkomst van een raadsonderzoek. Dat raadsonderzoek is op 19 april 2025 gereed gekomen.

3.3

De vader had sinds juni 2019 begeleide omgang met [minderjarige] . De omgang is op 14 april 2025 stopgezet.

3.4

In de mondelinge uitspraak van 6 augustus 2025 heeft de rechtbank beslist dat het gezag alleen bij de moeder blijft en dat het niet in het belang van [minderjarige] is om de (begeleide) omvang te hervatten. De verzoeken van de vader zijn dus afgewezen.

4De omvang van het geschil

4.1

In geschil is of tussen de vader en [minderjarige] alsnog een omgangsregeling vastgesteld moet worden.

4.2

De vader is met één grief in hoger beroep gekomen van de beslissing van de rechtbank van 6 augustus 2025. Hij verzoekt het hof die beslissing, naar het hof begrijpt, deels te vernietigen en alsnog een omgangsregeling tussen hem en [minderjarige] vast te stellen. Een en ander ‘kosten rechtens’ en voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.

4.3

De moeder voert verweer en zij verzoekt het hof het hoger beroep van de vader af te wijzen en de beschikking van de rechtbank te bekrachtigen.

5De motivering van de beslissing

ontvankelijkheid

5.1

De moeder heeft als meest verstrekkend verweer aangevoerd dat de vader

niet-ontvankelijk is in zijn hoger beroep wegens schending van de goede procesorde. Daarbij wijst de moeder op het door de vader niet tijdig indienen van de benodigde processtukken en op een zitting op 14 januari 2026 die niet is doorgegaan waar enkel de ontvankelijkheid van het hoger beroep aan de orde zou komen. Het hof overweegt dat van de zijde van de vader het verzuim ten aanzien van het niet volledig indienen van processtukken is hersteld en hij ontvankelijk is in zijn hoger beroep.

wat staat er in de wet

5.2

De rechter stelt op verzoek van de ouders of van één van hen, al dan niet voor bepaalde tijd, een regeling inzake de uitoefening van het omgangsrecht vast dan wel ontzegt, al dan niet voor bepaalde tijd, het recht op omgang.
Ingevolge 1:377a lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (BW) ontzegt de rechter het recht op omgang slechts, indien:
a. omgang ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van

het kind, of
b. de ouder kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat moet worden geacht tot omgang, of
c. het kind dat twaalf jaren of ouder is, bij zijn verhoor van ernstige bezwaren tegen omgang

met zijn ouder heeft doen blijken, of
d. omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.

de gebeurtenissen op de zitting bij de rechtbank op 6 augustus 2025

5.3

Nu partijen in hun stukken verwijzen naar de gebeurtenissen op de zitting bij de rechtbank van 6 augustus 2025, citeert het hof een gedeelte uit de proces-verbaal uitspraak van de rechtbank:

‘Zo heeft de vader zich ook op de zitting van 6 augustus 2025 zeer bedreigend opgesteld. De moeder vertelde hoe het met [minderjarige] ging. Zij gaf aan dat [minderjarige] speltherapie krijgt en dat het beter met haar gaat, maar ook dat zij haar vader mist. Hierop werd vader zo boos, dat hij de zitting verliet met de woorden: dan weten jullie waar ik nu naartoe ga en dat hebben jullie dan gedaan, waarbij hij met zijn vinger naar de rechter, griffier en de raadsmedewerker wees. De rechtbank heeft de bedreigingen van de vader serieus opgepakt. De zitting is enige tijd stilgelegd en de politie heeft meldingen gedaan bij de woongemeenten van de ouders. Daarnaast heeft de Raad op de zitting verteld dat de vader tegen de raadsmedewerkers heeft

gezegd: jullie leven komt er anders uit te zien.’

de standpunten van de vader

5.4

De vader erkent zonder voorbehoud dat zijn gedrag op en rond de zitting van 6 augustus 2025 ernstig grensoverschrijdend is geweest. Hij heeft een kort lontje als het om zijn kinderen (naast [minderjarige] heeft hij nog meerdere kinderen) gaat en kan zich niet altijd inhouden. Hij begrijpt dat hij zich op de zitting bij de rechtbank onhandig heeft gedragen, maar hij heeft ook een andere kant. Hij is inmiddels in behandeling bij [zorginstelling1] en bij de [zorginstelling2] en bezig zijn leven op orde te krijgen volgens een plan van aanpak. De zitting van 6 augustus 2025 bij de rechtbank is voor de vader een ‘wake-up-call’ geweest. Hij wil dolgraag weer contact met [minderjarige] en wijst op artikel 3 IVRK. Hij verzoekt het hof een omgangsregeling vast te stellen en heeft dat op de mondelinge behandeling nader geconcretiseerd, in die zin dat hij verzoekt om begeleide omgang, bijvoorbeeld:

- eenmaal per twee weken gedurende twee uur;

- onder begeleiding van een professionele omgangsbegeleider;

- op een neutrale locatie;

- met evaluatie na drie maanden;

- en verdere opbouw alleen indien de begeleiding en betrokken hulpverlening dat verantwoord achten.

het verweer van de moeder

5.5

Volgens de moeder is de vader, die een langdurige verslavingsachtergrond heeft, een ongeleid projectiel en werd dat eens te meer duidelijk op de zitting bij de rechtbank. Na de zitting bij de rechtbank heeft vader diezelfde dag aan de moeder emailberichten gezonden waarvan de inhoud de grens van het betamelijke ver overschrijdt, van welke berichten de moeder een uitdraai heeft overgelegd. Daarin staat onder meer:

‘Het begint nu echt pas. Deze dag heeft bepaald hoe het verder gaat. Ik stop niet. Ik ga [minderjarige] zien. En niks of niemand die mij kan stoppen!!!! Niemand !!!!!! Je hebt vanmiddag gezien dat ik schijt heb aan de rechters!!! Je fokt de verkeerde achterlijke debiel!! Ik ga me kind zien wanneer ik dat wil nu. En als ze me willen aanhouden doen ze dat maar lekker. Je hoerige kk moer op de zeedijk waar je bij hoort smerige hoer!!’

In het verleden heeft het nodige gespeeld tussen partijen, waarbij de vader heeft geprobeerd de moeder te wurgen, aldus nog steeds de moeder. De wijze waarop vader met moeder ‘communiceert’ moet als intieme terreur worden gezien. Hij overschrijdt alle grenzen en bedreigt en intimideert alles en iedereen als het niet gaat zoals hij wil. De moeder heeft meermaals moeten verhuizen om haar verblijfplaats voor de vader verborgen te houden. Dit zorgt voor veel onrust, ook bij [minderjarige] . De vader wil maar niet inzien welke impact zijn handelen op de moeder en [minderjarige] heeft. Hij heeft nu weer hulp gezocht, maar dat is al decennia het geval en dat heeft niet geleid tot verbetering van zijn gedrag of inzicht in zijn handelen. De vader kan wijzen op artikel 3 IVRK, maar dit gaat juist uit van het belang van het kind. En het belang van [minderjarige] is dat er geen omgang komt, ook niet begeleid. [minderjarige] volgt nu intensieve traumatherapie (emdr) en is gebaat bij rust.

het advies van de raad

5.6

Op de mondelinge behandeling bij het hof heeft de raad geadviseerd dat het niet in het belang van [minderjarige] is dat er nu omgang is tussen de vader en [minderjarige] , ook niet begeleid. De vader heeft nog een lange weg te gaan voordat sprake is van gedragsverandering en dat is nodig voor een veilige omgang en dat zit niet alleen in de interactie van de vader met [minderjarige] . Als de vader bedreigend is naar de hele omgeving van [minderjarige] is dat ook bedreigend voor [minderjarige] . De nog te starten trajecten bij [zorginstelling1] en [zorginstelling2] zijn heel erg nodig voor een gedragsverandering bij de vader, maar daarvan is nu nog geen sprake.

het oordeel van het hof

5.7

Het hof is van oordeel dat het niet in het belang van [minderjarige] is als er nu een omgangsregeling wordt bepaald, ook niet begeleid of anderszins. Uit het procesdossier blijkt dat de vader zich naar iedereen rond [minderjarige] en haar moeder, inclusief hulpverleners, begeleiders van de omgang, medewerkers van de raad en zelfs de rechter in eerste aanleg, agressief en intimiderend gedraagt als de zaken niet gaan op een wijze zoals hij dat wenst. De wijze waarop de vader dit doet is grensoverschrijdend en gaat alle perken te buiten. Hierdoor is sprake van een zeer onveilige situatie rondom [minderjarige] die ook [minderjarige] direct raakt. Niet voor niets ook heeft de vader een omgevingsverbod in de gemeente [naam gemeente] .

5.8

Illustratief zijn in dit kader ook de gebeurtenissen na afloop van de zitting bij het hof. Direct na afloop van die zitting is de vader de zittingszaal uitgebeend en heeft daar op de gang staan wachten. Daarop hebben de moeder en haar advocaat op advies van de tijdens de zitting aanwezige parketpolitie via een andere uitgang de zittingszaal verlaten. Ook de vertegenwoordiger van de raad is onder begeleiding van de parketpolitie de zittingszaal uitgeleid. Van de parketpolitie heeft het hof na de zitting vernomen dat de vader en zijn kennelijk ook aanwezige moeder zich verbaal agressief en onbehoorlijk binnen het gerechtsgebouw hebben gedragen richting de parketpolitie en de bodes en dat daarbij ook de advocaat van de vader zelf niet werd ontzien. De parketpolitie heeft vervolgens geregeld dat enkele procesdeelnemers door henzelf en de plaatselijke politie naar hun auto’s zijn begeleid.

5.9

Het is goed dat de vader zich heeft aangemeld bij [zorginstelling1] en [zorginstelling2] om aan zichzelf te werken, maar die trajecten zijn nog niet gestart. [zorginstelling1] gaat volgens de vader pas starten als hij van zijn middelengebruik af is. Daarvoor gaat hij eerst een traject (detox) bij de [zorginstelling2] doorlopen. De vader heeft daarin echter nog een lange weg te gaan en het ligt helemaal bij hem of die trajecten voor een bestendige gedragsverandering gaan zorgen. Eerst dan kan er worden bezien of omgang tussen de vader en [minderjarige] weer verantwoord is. Voor nu is dat naar het oordeel van het hof zeker niet het geval en dus ook niet in het belang van [minderjarige] .

6De slotsom

6.1

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, faalt de grief. Het hof zal de bestreden beschikking bekrachtigen.

6.2

Het hof zal de proceskosten in hoger beroep compenseren, nu partijen een relatie met elkaar hebben gehad en de procedure het uit die relatie geboren kind betreft.

7De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

7.1

bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 6 augustus 2025;

7.2

compenseert de kosten van het geding in hoger beroep in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt;

7.3

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. S. Kuijpers, R. Prakke-Nieuwenhuizen en

C.M. Schönhagen, bijgestaan door mr. H.P.J. Meijerink als griffier, en is op 7 mei 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733