Essentie (gemaakt door AI)
Voornaamswijziging; eergerelateerd geweld. Verzoekster woont in Nederland en heeft de Nederlandse nationaliteit, zodat de rechtbank rechtsmacht heeft art. 3 Rv en Nederlands recht toepast art. 10:20 BW. Ambtenaar BS Rotterdam stemt in. Verzoek gebaseerd op ernstige bedreigingen en plaatsing in EVA-opvang; psychische hinder onderbouwd door GZ-psycholoog. Voldoende zwaarwichtig belang aangenomen; verzochte voornaam niet ongepast art. 1:4 lid 2 en lid 4 BW. Verzoek tot voornaamswijziging wordt toegewezen.| Datum publicatie | 22-05-2026 |
| Zaaknummer | C/02/444107 FA RK 26-290 |
| Procedure | Rekestprocedure |
| Zittingsplaats | Breda |
| Rechtsgebieden | Civiel recht; Personen- en familierecht |
| Trefwoorden | Overig; Voornaam (art. 1:4 BW) |
| Wetsverwijzingen |
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
Voornaamswijziging; eergerelateerd geweldVolledige uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Breda
Zaaknummer: C/02/444107 FA RK 26-290
3 april 2026
beschikking betreffende voornaamswijziging
in de zaak van
[verzoekster] ,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
hierna te noemen verzoekster,
advocaat mr. I. Lamou
1 Het verloop van het geding
1.1 Dit blijkt uit de volgende stukken:
- het op 19 januari 2026 ontvangen verzoekschrift met bijlagen;
- de akte met [nummer] van het jaar 2003 van het register van geboorten van de burgerlijke stand van de gemeente Rotterdam;
- de brief van mr. Lamou van 18 februari 2026 met bijlage;
- de op 16 maart 2026 ontvangen instemmingsverklaring van de hierna te noemen belanghebbende.
1.2 Als belanghebbende in deze zaak is aangemerkt: de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Rotterdam.
2Het verzoek
Het verzoek strekt tot wijziging van de voornamen van verzoekster.
3De beoordeling
In voormelde geboorteakte staan als voornamen van verzoekster vermeld: ‘ [verzoekster] ’.
Nu verzoekster in Nederland woont, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht op grond van artikel 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De rechtbank Zeeland-West-Brabant is in de onderhavige zaak bevoegd, nu de woonplaats van verzoekster binnen haar rechtsgebied is gelegen.
Uit de Basisregistratie Personen volgt dat verzoekster de Nederlandse nationaliteit heeft. Dit betekent dat de rechtbank op grond van artikel 10:20 van het Burgerlijk Wetboek (BW) Nederlands recht zal toepassen op het onderhavige verzoek.
Verzoekster verzoekt haar voornamen te wijzigen, in die zin dat haar voornaam voortaan zal zijn ‘ [voornaam] . Zij legt aan dit verzoek het volgende ten grondslag. Zij is van kinds af aan slachtoffer geweest van huiselijk geweld binnen haar gezin. Het geweld jegens haar is verergerd nadat zij een relatie kreeg met haar huidige verloofde. Haar familie accepteert haar partner niet vanwege zijn afkomst. Het geweld en de dreigingen jegens haar en haar verloofde zijn dusdanig verergerd dat hun veiligheid in het gedrang is gekomen. Veilig Thuis heeft hen inmiddels vanwege eergerelateerd geweld geplaatst in de extra veilige afdeling (EVA) van de [opvang] . De dreiging is dusdanig groot dat verzoekster het in het belang van haar persoonlijke veiligheid acht dat haar voornamen worden gewijzigd. Haar naam komt weinig voor wat maakt dat de kans reëel is dat haar familie haar zal
kunnen opsporen indien zij deze naam blijft gebruiken. Zij is ook bezig met een wijziging van haar achternaam, zodat zij uiteindelijk zowel een nieuwe voor- en achternaam zal hebben. Het in stand houden van haar huidige naam levert voortdurende angst, stress en trauma op. Door toekenning van de verzochte nieuwe voornaam kan zij een veilig en nieuw bestaan opbouwen, zonder dreiging die samenhangt met haar huidige voornamen.
Uit voormelde instemmingsverklaring blijkt dat de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Rotterdam geen bezwaar heeft tegen toewijzing van het verzoek.
Ingevolge artikel 1:4 lid 4 BW kan de rechter wijziging van de voornamen gelasten op verzoek van de betrokken persoon of zijn wettelijk vertegenwoordiger. De gevraagde voornamen mogen ingevolge artikel 1:4 lid 2 BW niet ongepast zijn of overeenstemmen met bestaande geslachtsnamen, tenzij deze tevens gebruikelijke voornamen zijn.
Naar het oordeel van de rechtbank zijn voornamen voor een betrokkene een middel om zich binnen zijn of haar familie en in het maatschappelijk verkeer te identificeren. In die zin zijn voornamen een middel van persoonlijke en emotionele identificatie en hebben daarmee betrekking op een ieders privéleven en familie- en gezinsleven. Ondanks het gebruik van andere middelen van identificatie van personen spelen voornamen ook een belangrijke rol in het maatschappelijk verkeer met betrekking tot de identiteit van personen. Het rechtsverkeer heeft dan ook belang bij een zo hoog mogelijke mate van consistentie in de registratie van persoonsgegevens in het bevolkingsregister. Voor een wijziging van één of meerdere voornamen dient daarom een voldoende zwaarwichtig belang te bestaan. De rechtbank is van oordeel dat met de aangevoerde gronden, tegenover het publieke belang bij naamsconsistentie, een voldoende zwaarwichtig belang staat om te komen tot de verzochte wijziging van de voornamen van verzoekster. Daarbij is in aanmerking genomen dat – mede gelet op de inhoud van de brief d.d. 18 augustus 2025 van mevrouw [persoon] , GZ-psycholoog bij Sterk Huis – voldoende is aangetoond dat verzoekster psychische hinder ondervindt van haar huidige voornamen, omdat deze namen haar herinneren aan langdurige emotionele en fysieke mishandeling door haar ouders en haar gevoelens van onveiligheid geven. Nu voorts naar het oordeel van de rechtbank het verzochte niet in strijd is met de in artikel 1:4 lid 2 BW geformuleerde maatstaven, zal het verzoek op na te melden wijze worden toegewezen.
4De beslissing
De rechtbank
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Rotterdam de voornamen van verzoekster, zoals vermeld in de akte met [nummer] van het jaar 2003 van het onder hem berustende register van geboorten, te wijzigen, in die zin dat de voornaam voortaan luidt: ‘ [voornaam] .
|
Deze beschikking is gegeven door mr. Van de Kraats, rechter, en in tegenwoordigheid van mr. De Wit, griffier, in het openbaar uitgesproken op 3 april 2026. |
||
|
Mededeling van de griffier: Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. |
||
© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733
