Rechtbank Zeeland-West-Brabant 02-04-2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:3677

Essentie (gemaakt door AI)

Voorlopige voorziening waarin het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan man is toewezen en vrouw de woning uiterlijk op 1 juni 2026 moet verlaten. Beoordeling op basis van belangenafweging: ADHD van man en onvoldoende onderbouwing dat vrouw elders niet terechtkan; thuiswerk en zorg voor dieren geven vrouw geen zwaarder belang. Verzoeken over hond en katten niet-ontvankelijk, nu gezelschapsdieren niet onder art. 822 lid 1 onder b Rv vallen; verwijzing naar ECLI:NL:RBDHA:2024:12432. Verzoek uitvoerbaar bij voorraad afgewezen.

Datum publicatie22-05-2026
ZaaknummerC/02/445366 FA RK 26-979
ProcedureVoorlopige voorziening
ZittingsplaatsBreda
RechtsgebiedenCiviel recht; Personen- en familierecht
TrefwoordenFamilievermogensrecht;
Familieprocesrecht; Vovo art. 822 Rv
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

Voorlopige voorziening. Uitsluitend gebruik van de echtelijke woning. Partijen niet ontvankelijk in hun verzoeken voor zover betrekking hebbend op hond en katten.

Volledige uitspraak


RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Breda

Zaaknummer: C/02/445366 FA RK 26-979

datum uitspraak: 2 april 2026

beschikking betreffende voorlopige voorzieningen

in de zaak van

[de vrouw] ,

wonende te [plaats 1] ,

hierna te noemen de vrouw,

advocaat mr. A.M.C.J. Dekkers-de Jong,

en

[de man] ,

wonende te [plaats 1] ,

hierna te noemen de man,

advocaat mr. N.A. Boelhouwer.

1 Het procesverloop

1.1 Dit blijkt uit de volgende stukken:

- het op 24 februari 2026 ontvangen verzoekschrift;

- het op 13 maart 2026 ontvangen verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek met bijlagen;

- de brief met bijlagen van mr. Dekkers-de Jong van 13 maart 2026.

1.2 De zaak is behandeld op de zitting van 16 maart 2026. Bij die gelegenheid zijn verschenen partijen, bijgestaan door hun advocaten.

1.3 Aan het eind van de zitting heeft de rechtbank met partijen afgesproken dat zij in overleg zouden treden om te bezien of zij zelf tot een regeling konden komen. Op 19 maart 2026 heeft mr. Dekkers-de Jong de rechtbank bericht dat partijen geen overeenstemming hebben bereikt en de rechtbank verzocht een beschikking te wijzen. Bij brief van 24 maart 2026 heeft mr. Boelhouwer de inhoud van dat bericht bevestigd.

2De feiten

2.1

Partijen zijn met elkaar gehuwd te [plaats 2] op 4 april 2016.

2.2

Uit het huwelijk zijn geen kinderen geboren.

2.3

Zowel de man als de vrouw hebben in ieder geval de Nederlandse nationaliteit.

2.4

Partijen wonen op dit moment samen in de echtelijke woning gelegen aan de [adres] .

2.5

Er is nog geen echtscheidingsprocedure aanhangig.

3De verzoeken

3.1

De vrouw verzoekt te bepalen dat zij bij uitsluiting van de man gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning en de zich daarin bevindende inboedel evenals de huisdieren van partijen (een hond en twee katten), met bevel dat de man die woning dient te verlaten en deze verder niet meer mag betreden, behoudens met voorafgaande instemming van de vrouw.

3.2

De man verzoekt te bepalen dat hij bij uitsluiting van de vrouw gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de woning en de zich daarin bevindende goederen inclusief de twee katten en de hond, met het bevel dat de vrouw de woning dient te verlaten.

4De beoordeling

4.1

Op grond van artikelen 821 en 822 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan de rechter voor de duur van de echtscheidingsprocedure onder meer bepalen dat één van de echtgenoten bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning met bevel dat de andere echtgenoot die woning dient te verlaten en deze verder niet mag betreden. Een dergelijke voorlopige voorziening is bedoeld als ordemaatregel en kan worden toegewezen als sprake is van een onhoudbare of moeilijke situatie tussen partijen wanneer zij samen in de echtelijke woning verblijven. Of een voorziening wordt getroffen hangt ook af van de mogelijkheden van partijen om op korte termijn andere woonruimte of elders onderdak te vinden. Uiteindelijk gaat het om een weging van alle belangen.

4.2

De vrouw stelt dat de situatie thuis onhoudbaar is. De man is bezig met

‘psychologische oorlogsvoering’. Hij laat haar niet met rust, houdt op geen enkele manier

rekening met haar, maakt veel lawaai en gebruikt ook de huisdieren van partijen om de vrouw dwars te zitten. Er bevinden zich camera's in de echtelijke woning en de man houdt de vrouw voortdurend in de gaten. Verder wijst de vrouw erop dat zij vorig jaar de diagnose MS heeft gekregen. De stress die de vrouw ervaart door het samenleven met de man in één woning komt haar gezondheid niet ten goede. Zij heeft behoefte aan een rustige, veilige en vertrouwde omgeving. Ook om te kunnen (thuis)werken. Daar komt bij dat de man familie en vrienden in de buurt heeft wonen waar hij eventueel terecht zou kunnen. Dat geldt niet voor de vrouw. Zij heeft geen familie in Nederland en kan niet bij vrienden terecht. De vrouw heeft de afgelopen maanden gekeken of zij een (sociale) huurwoning kan bemachtigen, maar dat is niet gelukt.

4.3

De man voert aan dat hij eenzelfde belang heeft als de vrouw bij het gebruik van de echtelijke woning. Hij erkent dat de samenleving van partijen niet langer houdbaar is, maar volgens de man heeft de vrouw daarin het grootste aandeel. De man ervaart zijn relatie met de vrouw als toxisch en hij voelt zich niet veilig thuis. De vrouw gooit met zijn spullen, maakt ze kapot en maakt geregeld videobeelden van hem met haar telefoon. Ook de aanwezigheid van camera’s in huis is voor de man heel belastend. Hij wil dat deze zo snel mogelijk worden verwijderd, maar de vrouw wil dat niet. Hij heeft geen toegang tot de camerabeelden, de vrouw wel. De man ontkent dat hij aan psychologische oorlogsvoering doet. Hij heeft ADHD en is daardoor erg aanwezig, reageert vaak primair en kan luidruchtig zijn, met name als hij boos of enthousiast is. Dat gedrag vertoont de man niet om de vrouw dwars te zitten. Door zijn ADHD kan de man niet gemakkelijk bij anderen terecht. Zijn vader en zus hebben de man laten weten dat hij bij hen niet kan verblijven. Wel heeft een vriend van de man hem onderdak aangeboden, maar slechts voor een periode van maximaal drie aaneengesloten weken. Volgens de man heeft de vrouw weliswaar geen familie in Nederland, maar zou zij wel tijdelijk bij vriendinnen kunnen verblijven. De man heeft tijdens de zitting voorgesteld afwisselend een periode van drie weken in de woning te verblijven.

4.4

Voor de rechtbank is voldoende duidelijk dat er zodanige spanningen tussen partijen bestaan, dat zij niet samen in de woning kunnen verblijven. Beide partijen hebben een andere beleving bij de ontstane situatie en zij maken elkaar in dat verband over en weer de nodige verwijten. Zoals de rechtbank partijen tijdens de zitting heeft voorgehouden, gaat het in deze procedure om het treffen van een ordemaatregel. Deze procedure leent zich niet voor een nader onderzoek naar de vraag hoe het komt dat partijen elkaar niet meer als huisgenoot kunnen verdragen. De rechtbank zal daarom op basis van de voorliggende (objectieve) feiten moeten bepalen wie op dit moment het grootste belang heeft bij het verblijf in de echtelijke woning gedurende de echtscheidingsprocedure. Die beslissing houdt in dat de ander de woning zal moeten verlaten. De rechtbank heeft partijen tijdens de zitting duidelijk proberen te maken dat het in hun belang is om gezamenlijk een oplossing te vinden, zodat zij beiden de rust kunnen vinden waarnaar zij verlangen. Dat is hen niet gelukt. De rechtbank zal daarom een beslissing nemen.

4.5

De rechtbank is na afweging van de wederzijdse belangen van oordeel dat het uitsluitend gebruik van de woning aan de man toekomt. Daarbij heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

4.6

Niet in geschil is dat de man ADHD heeft waardoor het voor anderen – ook voor de vrouw – (extra) belastend is om hem voor langere tijd in huis te hebben. Om die reden heeft de man tijdens de zitting een regeling voorgesteld waarbij partijen afwisselend ieder een periode van drie weken in de woning verblijven en zij de kosten van een andere woonruimte delen. De vrouw heeft daarmee niet ingestemd. Weliswaar heeft de vrouw helaas ook te kampen met medische tegenslag, in de vorm van de bij haar gestelde diagnose MS, maar gesteld noch gebleken is dat die omstandigheid het vinden van (tijdelijke) woonruimte voor de vrouw moeilijker maakt. De rechtbank begrijpt dat het voor de vrouw van belang is om in een rustige en veilige omgeving, zonder stress te kunnen wonen. De rechtbank gaat ervanuit dat de vrouw de door haar verlangde rust en veiligheid ook daadwerkelijk zal vinden als de samenleving met de man is verbroken. Voor de rechtbank is echter niet duidelijk geworden dat de vrouw daarvoor in de echtelijke woning moet blijven. Dat de vrouw nergens anders terecht kan, heeft zij wel gesteld, maar niet nader toegelicht, terwijl de man heeft betoogd dat de vrouw veel vriendinnen heeft waar zij tijdelijk zou kunnen verblijven. De rechtbank is van oordeel dat van de vrouw in dat opzicht meer inspanning mag worden verwacht. Naast de mogelijkheid om tijdelijk bij een vriendin te verblijven, kan de vrouw voor tijdelijke woonruimte ook kijken naar mogelijkheden buiten de (sociale) huurmarkt, bijvoorbeeld door gebruik te maken van een vakantiewoning (via bijvoorbeeld Airbnb).

4.7

De omstandigheid dat de vrouw drie dagen per week thuiswerkt, zoals zij ter zitting heeft aangevoerd, en daardoor op die dagen (overdag) voor de hond en de katten kan zorgen, maakt niet dat zij een zwaarder wegend belang bij het gebruik van de echtelijke woning heeft. Dat de woning speciaal is aangepast of ingericht om de vrouw in staat te stellen thuis te werken, heeft zij niet gesteld. In zoverre is de vrouw voor haar werk, dat zich verder in [plaats 3] bevindt, dus ook niet aangewezen op de echtelijke woning. Daarnaast overweegt de rechtbank dat de zorg voor de hond en katten niet onlosmakelijk is verbonden met het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning (zie ook hierna onder 4.11). Bovendien heeft de man tijdens de zitting onweersproken naar voren gebracht dat hij zijn werk bij Tilburg University zo kan indelen dat hij overdag de zorg voor de huisdieren kan dragen.

4.8

De vrouw moet naar het oordeel van de rechtbank wel voldoende tijd krijgen om een alternatieve verblijfplaats te vinden. Daarom zal de rechtbank bepalen dat zij uiterlijk op 1 juni 2026 de echtelijke woning zal moeten verlaten. Dat betekent dat partijen nog maximaal twee maanden met elkaar in de woning moeten blijven. Partijen moeten zich tot die tijd beiden in huis beheersen en elkaar de nodige rust gunnen. Het lijkt de rechtbank daarbij verstandig dat de man in de periode tot 1 juni 2026 gebruik maakt van het aanbod van zijn vriend om voor een periode van enkele weken bij hem te verblijven.

4.9

Dat betekent dat de rechtbank het verzoek van de man om het uitsluitend gebruik van de woning met ingang van 1 juni 2026 zal toewijzen. Daaruit volgt dat het verzoek van de vrouw dat eveneens strekt tot het uitsluitend gebruik van de woning wordt afgewezen.

4.10

Het verzoek om te bepalen dat het aan de man toe te wijzen uitsluitend gebruik ‘met inbegrip van de inboedel’ is, zal de rechtbank bij gebrek aan belang afwijzen. Bij toewijzing van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan een partij is die partij ook uitsluitend gerechtigd tot de tot die woning behorende inboedelgoederen, voor zover niet bij rechterlijke beschikking tot het dagelijks gebruik aan de andere partij toegewezen.

4.11

Voor zover de verzoeken van partijen betrekking hebben op de katten en de hond overweegt de rechtbank het volgende. Uit de stellingen van partijen volgt niet dat de hond en de katten een andere functie voor hen vervullen dan gezelschapsdieren. De rechtbank is van oordeel dat gezelschapsdieren niet tot de tot de woning behorende inboedelgoederen behoren. Uit vaste rechtspraak volgt dat katten en honden in de echtscheidingsprocedure verdeeld kunnen worden, als onderdeel van de huwelijksgoederengemeenschap. De voorlopige voorzieningen die voor de duur van de echtscheidingsprocedure kunnen worden verzocht, zijn echter limitatief opgesomd in artikel 822 Rv. Onder verwijzing naar bijvoorbeeld de beschikking van de rechtbank Den Haag van 11 april 2024 (ECLI:NL:RBDHA:2024:12432)

is de rechtbank verder van oordeel dat een gezelschapsdier – anders dan bijvoorbeeld een hulpdier of een dier ter uitoefening van beroepsbezigheden – ook niet kan worden beschouwd als een goed voor dagelijks gebruik als bedoeld in artikel 822 lid 1 onder b Rv. Daarmee vallen de hond en de katten niet onder de opsomming van het voormelde artikel, zodat partijen in hun verzoeken, voor zover betrekking hebbend op de huisdieren, niet kunnen worden ontvangen. Uiteraard kunnen partijen zelf afspraken maken over de (verdeling van de) zorg voor de hond en de katten. Eventuele daarmee verband houdende verzoeken kunnen wellicht ook in de nog aanhangig te maken echtscheidingsprocedure behandeld worden als onderdeel van de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap.

4.12

Tegen voorlopige voorzieningen is geen hoger beroep mogelijk. Met het geven van deze beschikking tot het treffen van een voorlopige voorziening is de onmiddellijke uitvoerbaarheid daarvan gegeven. Er is dus geen belang om de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, zoals de man heeft verzocht. Daarom wijst de rechtbank het verzoek in zoverre af.

5De beslissing

De rechtbank

5.1

bepaalt dat de man met ingang van 1 juni 2026 bij uitsluiting gerechtigd is tot het gebruik van de echtelijke woning gelegen aan de [adres] , met bevel dat de vrouw die woning dient te verlaten en deze verder niet mag betreden;

5.2

verklaart partijen niet ontvankelijk in hun verzoeken voor zover die ertoe strekken dat zij het uitsluitend gebruik verkrijgen van de huisdieren van partijen (een hond en twee katten);

5.3

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. De Jong, en, in tegenwoordigheid van mr. Tillie, griffier, in het openbaar uitgesproken op 2 april 2026.



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733