Rechtbank Gelderland 24-04-2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:3922

Essentie (gemaakt door AI)

De rechtbank stelt vast dat sprake is van een patroon van dwingende controle van vader jegens moeder, met voortdurende juridische strijd waardoor de kinderen klem raken. Tegen die achtergrond wordt het gezamenlijk gezag beëindigd en krijgt moeder eenhoofdig gezag. De omgang tussen vader en de kinderen wordt ontzegd wegens strijd met hun zwaarwegende belangen. Het verzoek van vader tot nakoming zorgregeling en consultatie wordt afgewezen; een eenzijdige informatieregeling wordt vastgesteld. Kinderalimentatie van moeder aan vader wordt op nihil gesteld.

Datum publicatie19-05-2026
ZaaknummerC/05/462053 / FA RK 26-202
ProcedureEerste aanleg - meervoudig
ZittingsplaatsArnhem
RechtsgebiedenCiviel recht; Personen- en familierecht
TrefwoordenKinderen; Gezag; Geen omgang (een van) ouders;
Alimentatie;
Overig; Straatverbod/contactverbod/huiselijk geweld
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

De rechtbank stelt vast dat er sprake is van een patroon van dwingende controle van de vader jegens de moeder. Tegen die achtergrond wijst de rechtbank de verzoeken van de moeder toe om haar het eenhoofdig gezag toe te kennen, de omgang tussen de vader en de kinderen te ontzeggen en om de verplichting van de moeder te beëindigen om kinderalimentatie aan de vader te betalen.

Volledige uitspraak


beschikking

RECHTBANK GELDERLAND

Familie- en jeugdrecht

Zittingsplaats Arnhem

Zaakgegevens: C/05/462053 / FA RK 26-202

Datum uitspraak: 24 april 2026

beschikking van de meervoudige kamer

in de zaak van

[naam moeder]

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen de moeder

advocaat: mr. D. Brouwer te Apeldoorn

tegen

[naam vader]

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

hierna te noemen de vader

advocaat: mr. M. de Jonge te Apeldoorn.

1Het verloop van de procedure

1.1.

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 16 januari 2026;

  • het verweerschrift met zelfstandige verzoeken, ingekomen op 12 maart 2026;

  • een F9-formulier met bijlage van de advocaat van de moeder, ingekomen op 12 maart 2026.

1.2.

Op 5 februari 2026 is een brief van de minderjarige [kind 1] ingekomen bij de griffie. Hierin heeft zij haar mening gegeven over het verzoek.

1.3.

Tijdens de zitting van de meervoudige kamer van 17 maart 2026 zijn gehoord:

  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;

  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;

  • een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).

1.4.

Tijdens de zitting heeft de rechtbank aan de vader een nadere verweertermijn van twee weken gegund om te kunnen reageren op het verzoek tot het wijzigen van de kinderalimentatie. De rechtbank heeft het verweerschrift van de vader ontvangen op 30 maart 2026.

2De feiten

2.1.

De vader en de moeder hebben beiden de Nederlandse nationaliteit. Daarnaast stelt de moeder dat beiden ook de Marokkaanse nationaliteit hebben.

2.2.

Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest. Bij beschikking van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 26 maart 2021 is de echtscheiding tussen de ouders uitgesproken. Het huwelijk is op [echtscheidingsdatum] ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente
[gemeentenaam] .

2.3.

Uit het huwelijk van de ouders zijn geboren de minderjarige kinderen:

  • [naam kind 1] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (hierna: [kind 1] );

  • [naam kind 2] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (hierna: [kind 2] ).

De ouders zijn gezamenlijk belast met het gezag over [kind 1] en [kind 2] . Zij wonen bij de moeder.

2.4.

Bij beschikking van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 26 maart 2021 is verder – voor zover hier van belang – een zorgregeling en een verdeling van de vakanties en feestdagen vastgesteld.

2.5.

Bij beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 februari 2022 is – voor zover hier van belang – de door de rechtbank vastgestelde zorgregeling bekrachtigd en een andere verdeling van de vakanties en feestdagen vastgesteld.

2.6.

Bij beschikking van deze rechtbank van 21 september 2023 is de zorgregeling gewijzigd en is als gewijzigde zorgregeling vastgesteld dat [kind 1] en [kind 2] bij de vader verblijven:

- één weekend in de veertien dagen van vrijdag 16.00 uur tot zondag 17.00 uur (kinderen eten op zondag bij de vader), waarbij de moeder de kinderen haalt en brengt;

ook is er een gewijzigde vakantie- en feestdagenregeling vastgesteld.

2.7.

Bij beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 13 juni 2022 zijn [kind 1] en [kind 2] met ingang van die datum onder toezicht gesteld. Deze ondertoezichtstelling is daarna verlengd tot 13 juni 2024. Het verzoek tot verdere verlenging van de ondertoezichtstelling is bij beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 30 mei

2024 afgewezen.

2.8.

Bij beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 maart 2024 is bepaald dat de moeder aan de vader met ingang van 1 januari 2023 als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [kind 1] en [kind 2] een bedrag moet betalen van € 38,50 per kind per maand.

2.9.

Bij beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 oktober 2025 is de door de moeder aan de vader te betalen bijdrage in de kosten van de verzorging en opvoeding van [kind 1] en [kind 2] gewijzigd. Het gerechtshof heeft bepaald dat de moeder aan de vader de volgende bijdrage moet betalen:

  • € 110,- per kind per maand met ingang van 1 januari 2023;

  • € 119,- per kind per maand met ingang van 1 januari 2024;

  • € 128,- per kind per maand met ingang van 1 januari 2025.

2.10.

Bij vonnis in kort geding van de voorzieningenrechter in deze rechtbank van 10 februari 2026 zijn de vorderingen van de vader om de moeder te veroordelen tot nakoming van de beschikking van deze rechtbank van 21 september 2023 en het opleggen van een dwangsom afgewezen.

3Het verzoek

Verzoek
3.1.

De moeder verzoekt de rechtbank om bij beschikking:

  • het gezamenlijk gezag over [kind 1] en [kind 2] te beëindigen en te bepalen dat het gezag voortaan uitsluitend aan de moeder toekomt;

  • de zorg-/omgangsregeling tussen de vader en [kind 1] en [kind 2] te beëindigen;

  • de verplichting van de moeder om kinderalimentatie aan de vader te voldoen te beëindigen;

  • de vader te veroordelen aan de moeder te verstrekken een volledig afschrift van het WAO/WIA-dossier op grond waarvan hij ingevolge deze wetgeving een uitkering ontvangt, waaronder de medische- en arbeidsdeskundige rapportage en de moeder schriftelijk te machtigen om deze rapportage op te vragen bij het UWV, alles op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag of dagdeel dat de vader dit na betekening van de beschikking verzuimt;

  • kosten rechtens.

Provisionele voorziening

3.2.

Ook verzoekt de moeder de rechtbank bij wijze van provisionele voorziening te bepalen dat het gezag van de vader over de kinderen wordt opgeschort. Daarnaast verzoekt zij de rechtbank de omgangsregeling tussen de vader en de kinderen en de verplichting tot het betalen van kinderalimentatie van de moeder aan de vader op te schorten.

3.3.

De moeder stelt dat er gedurende relatie sprake is geweest van huiselijk geweld en zij is weggevlucht uit de woning toen zij zwanger was van [kind 2] . Ook is er sprake van intieme terreur, de vader oefent nog altijd controle uit over de moeder. Hij heeft daar zijn levenswerk van gemaakt. De vader betrekt de moeder constant in allerhande juridische procedures en benadert haar collega’s en instanties om informatie over haar te krijgen. Ook zet hij haar in een kwaad daglicht door onwaarheden te verspreiden en dient hij klachten in tegen hulpverleners, het kinderdagverblijf en haar advocaat. Hij heeft al meerdere keren aangifte tegen haar gedaan bij de politie. Dit gedrag maakt de moeder angstig. Zij stelt ook dat de vader de kinderen uithoort over haar en dat hij de kinderen bang maakt door hen te vertellen dat hij naar de gevangenis moet als zij anderen over hem vertellen. Dit heeft invloed op de kinderen. Zo wilde [kind 1] stoppen met de behandelingen bij de kinderpsycholoog omdat zij niet wilde dat de vader werd geïnformeerd over wat zij daar besprak. De moeder meent dat de kinderen ook last hebben van de omgang met de vader. Zij stelt dat de betrokken instanties, zoals Moviera en het sociaal team van de gemeente [woongemeente] (hierna: het sociaal team) dit bevestigen. Bovendien zijn er vermoedens dat de vader de kinderen mishandelt. De huisarts heeft een melding gedaan bij Veilig Thuis nadat [kind 2] ongevraagd bij hem had aangegeven dat de vader hem mishandelde. De moeder heeft op de zitting toegelicht dat er op dit moment onderzoek wordt gedaan door de zedenpolitie naar aanleiding van een anonieme melding. Zij heeft daarom van half december tot januari met de kinderen op een andere locatie verbleven. Ook Veilig Thuis doet onderzoek naar de veiligheid van de kinderen.

4Het verweer met zelfstandige verzoeken

4.1.

De vader voert verweer. Hij verzoekt af te wijzen wat de moeder verzoekt en haar te veroordelen in de kosten van de procedure. Als zelfstandig tegenverzoek verzoekt hij voor de duur van het geding (de rechtbank leest dit als de vader verzoekt):

  • de moeder te veroordelen tot nakoming van de zorgregeling zoals vastgesteld in de beschikking van 21 september 2023 van deze rechtbank, op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag of dagdeel dat de moeder dit verzuimt;

  • een informatie- en consultatieregeling vast te stellen, inhoudende dat de moeder de vader dient te informeren door hem iedere twee weken een kort verslagje toe te zenden per e-mail waarin zij aangeeft hoe het met de kinderen gaat, wat zij zo al hebben gedaan en wat er in hun leven speelt en daarbij enkele foto’s van de kinderen te voegen en te bepalen dat de moeder de vader dient te consulteren en te informeren indien zich belangrijke kwesties voordien aangaande de kinderen, dit op straffe van een dwangsom van € 500,- per keer dat zij dit verzuimt;

  • de Raad te gelasten te onderzoeken of een wijziging van het hoofdverblijf van de kinderen in het belang van de kinderen noodzakelijk is;

  • de moeder te veroordelen in de kosten van de procedure.

4.2.

Ter zitting heeft de vader de rechtbank bovendien voorwaardelijk verzocht om, als de Raad dat zou adviseren, overeenkomstig dat advies:

  • te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vader wordt bepaald;

  • te bepalen dat het gezamenlijk gezag over [kind 1] en [kind 2] wordt beëindigd en het gezag voortaan uitsluitend aan de vader toekomt;

  • de zorgregeling te wijzigen.

4.3.

De vader betwist het huiselijk geweld. Ook betwist hij dat hij controle uitoefent over de moeder en dat hij [kind 2] mishandelt. Hij stelt dat [kind 2] door de moeder wordt ingezet in de strijd tegen de vader. Hij wijst erop dat de huisarts geen blauwe plekken bij [kind 2] heeft waargenomen. De vader betwist ook dat de school melding zou hebben gedaan van een zedenmisdrijf. De vader heeft goed contact met de school en hem is een dergelijke melding niet bekend. In de visie van de vader had de moeder geen reden om onder te duiken. Hij stelt dat het schadelijk is voor de kinderen om hen hierin te betrekken. De vader erkent dat Veilig Thuis onderzoek doet. . Hij wilde dat ook. De moeder wilde dit niet. De vader stelt dat de moeder aanvoert dat er sprake is van intieme terreur om hem zoveel mogelijk uit haar leven en dat van de kinderen te weren. Hij is van mening dat de moeder de kinderen ten onrechte bij hem weghoudt. Uit de evaluatierapporten van de Raad blijkt dat de kinderen veilig zijn bij hem. Hij wil overal aan meewerken en hoort in het leven van de kinderen te zijn. Hij meent dat de moeder een eenzijdig beeld schetst bij de hulpverlening en zij daarin ten onrechte wordt geloofd. Een medewerkster van Moviera is tuchtrechtelijk berispt omdat zij uitlatingen heeft gedaan over de vader zonder hoor en wederhoor toe te passen. De hulpverlening door het sociaal team is beëindigd omdat er geen hulp meer nodig was. De ondertoezichtstelling is om diezelfde reden beëindigd. De zorgen die er wel zijn, zijn zorgen over het feit dat de ouders in een strijd zijn verwikkeld waar de kinderen last van hebben. De vader stelt dat hij niet onnodig procedeert en benadrukt dat hij vaak gelijk krijgt. Hij wil niets liever dan alle procedures stoppen. Hij vindt dat de moeder procedures uitlokt door te verhuizen zonder toestemming en inkomensgegevens achter te houden. Deze procedure is door de moeder gestart omdat het gerechtshof heeft bepaald dat zij een hogere kinderalimentatie moet betalen omdat zij inkomsten heeft verzwegen.

5Het advies van de Raad

5.1.

De Raad vraagt zich af hoe de kinderen kunnen worden beschermd en wat daarvoor nodig is. Zij constateert dat hulpverlening kennelijk niet werkt, maar vindt ook dat er voor het toekennen van eenhoofdig gezag meer onderbouwing nodig is. De Raad zou daarom graag nader onderzoek doen. Zij zou graag meer zicht krijgen op de patronen tussen ouders, op hoe het tussen hen werkt. Ook zou zij graag meer zicht hebben op de redenen voor het beëindigen van de ondertoezichtstelling. Zij vraagt zich af of de ondertoezichtstelling is beëindigd omdat het goed ging met de kinderen of dat er is geconcludeerd dat de doelen van de ondertoezichtstelling niet konden worden bereikt en er niets meer mogelijk was om die alsnog te bereiken. De Raad adviseert de rechtbank om een raadsonderzoek te gelasten en, in afwachting van de uitkomsten van dat onderzoek, te bepalen dat moeder voorlopig alleen het gezag uitoefent over de kinderen.

6De beoordeling

Het gezag

Gewijzigde omstandigheden

6.1.

Op grond van artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of een van hen het gezamenlijk gezag beëindigen, als de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van een eerdere beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. In dat geval bepaalt de rechtbank aan wie van de ouders voortaan het gezag over de minderjarige toekomt. Artikel 1:251a lid 1 en 3 BW zijn van overeenkomstige toepassing.

6.2.

Uit de stukken en het behandelde ter zitting blijkt onder meer dat de hulpverlening door het sociaal team [woongemeente] sinds oktober 2025 is gestopt, omdat het geen mogelijkheden (meer) ziet om de zorgen die er zijn over de kinderen samen met de ouders aan te pakken. De onderlinge communicatie tussen partijen komt volgens het sociaal team niet goed van de grond en er is te veel juridische strijd. De huisarts heeft zijn zorgen geuit over de ontwikkelingen van [kind 2] in een brief van 28 november 2025 en contact gezocht met Veilig Thuis. 1 Bij brief van 10 december 2025 heeft Veilig Thuis aan de moeder bericht dat zij aanleiding ziet om nader onderzoek te doen. 2 De rechtbank ziet in deze ontwikkelingen een wijziging van omstandigheden in de zin van artikel 1:253n BW en oordeelt dat de moeder ontvankelijk is in haar verzoek.

Inhoudelijke beoordeling

6.3.

De rechter kan het verzoek tot beëindiging van het gezamenlijk gezag op grond van artikel 1:251a BW toewijzen als er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren raakt tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering komt, of als wijziging van het gezag om andere redenen in het belang van het kind noodzakelijk is.

Raadsonderzoek

6.4.

Anders dan de Raad en de vader ziet de rechtbank geen aanleiding om een raadsonderzoek te vragen. De rechtbank heeft voldoende informatie om te beslissen op de verzoeken. Zij licht dat hierna toe.

6.5.

Uit die nadere toelichting zal ook blijken waarom de rechtbank ook geen aanleiding ziet om een onderzoek te laten doen naar het verplaatsen van de hoofdverblijfplaats van de kinderen of de zorgregeling zoals de vader verzoekt. Die verzoeken wijst de rechtbank daarom af. De rechtbank komt daardoor niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de voorwaardelijke verzoeken van de vader.

Klem en verloren

6.6.

Voor gezamenlijk gezag is vereist dat de ouders in staat zijn tot een behoorlijke gezagsuitoefening en dat zij beslissingen die van belang zijn voor hun kinderen in gezamenlijk overleg kunnen nemen. Ouders moeten tenminste in staat zijn vooraf afspraken te maken over situaties die zich rond de kinderen kunnen voordoen. Uit het dossier blijkt dat de ouders hier niet toe in staat zijn. Hieruit blijkt namelijk dat er een onophoudelijke (juridische) strijd woedt tussen partijen. Partijen, voor het overgrote deel de vader, initiëren rechtszaak na rechtszaak. De moeder stelt dat er inmiddels al 36 procedures zijn gevoerd sinds de echtscheiding is uitgesproken in 2021. Los daarvan zijn er diverse klachtenprocedures gevoerd bij diverse instanties zoals bij het College van Toezicht van het SKJ en de Autoriteit Persoonsgegevens. De ouders zijn het over veel oneens, ook over (wat goed is voor) de kinderen. Zo blijkt uit een e-mail van het sociaal team dat de vader geen toestemming heeft gegeven voor een advies- en consultatietraject met de jeugdbescherming voor [kind 1] . 3 Ook voor de begeleide omgang geeft hij geen toestemming. 4In een aantal gevallen heeft dit geleid tot procedures. Zo heeft de moeder een procedure gevoerd om vervangende toestemming te verkrijgen om de kinderen in te schrijven voor het kinderdagverblijf. De vader heeft een tweetal procedures gevoerd om de kinderen mee te mogen nemen op vakanties. De vader verwijt de moeder voortdurend dat zij keuzes maakt voor de kinderen zonder zijn medeweten. De moeder betwist dat zij dat doet en stelt dat de vader toestemming geeft en dan weer niet. Als voorbeeld heeft zij e-mails uit 2022 overgelegd waaruit blijkt dat de vader toestemming geeft om [kind 1] in te schrijven voor zwemles en [kind 2] voor de basisschool. Uit e-mails uit 2024 blijkt dat de vader tegenover de moeder en de betrokken hulpverleners later ontkent dat hij toestemming heeft gegeven. 5 Ook over de uitleg van afspraken hebben de ouders discussie. De vader wijst op e-mailcorrespondentie met hulpverleners waaruit blijkt dat de ouders het niet eens zijn over de uitleg van de zorgregeling. 6

6.7.

De rechtbank is van oordeel dat deze discussies over beslissingen voor de kinderen zorgelijk zijn en op zichzelf een grond voor eenhoofdig gezag vormen. Het is dan de vraag of deze problemen en het verschil van inzicht in wat de kinderen nodig hebben binnen een redelijke termijn kunnen worden opgelost. Normaliter zou de inzet van hulpverlening daarbij mogelijk helpend kunnen zijn. In dit geval is echter gebleken dat dat de problemen niet oplost. Meerdere hulpverleners, waaronder Moviera en het sociaal team, hebben aangegeven dat het hen onmogelijk wordt gemaakt het gezin te helpen door de strijd tussen ouders. Ook de hulpvragen van de kinderen zelf kunnen hierdoor niet worden beantwoord. Zo blijkt uit een e-mail van de jeugdbeschermer van Jeugdbescherming Gelderland dat de vader niet in gesprek wil over onderwerpen die de kinderen aangaan. 7 Het begeleidingsteam van Moviera stelt: “Helaas is deze hulp niet afdoende van de grond gekomen doordat ex-partner [de vader, rechtbank] zich niet meewerkend opstelde en hulp voor de kinderen af heeft gehouden. Hiermee is de veiligheidssituatie van de kinderen steeds verder verslechterd.” 8 Het sociaal team heeft de samenwerking met ouders beëindigd. Dat doen zij niet omdat de zorgen over de kinderen er niet meer zijn, zoals de vader meent, maar omdat zij geen basis zien om samen te werken met de ouders. De onderlinge communicatie tussen partijen komt niet goed van de grond en er is te veel juridische strijd. Dit zet de kinderen onder druk. Het sociaal team stelt hierdoor zelf klem te zitten tussen de ouders. Het team schrijft in zijn brief van 2 oktober 2025: “Onze observatie: deze asymmetrie — dat moeder haar bezorgdheid deelt en vader dat opvat als een aanval, terwijl vader daarnaast via vele juridische stappen handelt terwijl hij juist pleit voor minder juridische betrokkenheid omdat die volgens hem een goede samenwerking in de weg staat — zorgt ervoor dat gesprekken over wat de kinderen nodig hebben onmogelijk zijn. Voor het Sociaal Team maakt juist deze dynamiek het moeilijk om samen met jullie effectieve en duurzame hulp te organiseren.” En hoewel het sociaal team normaliter zou opschalen om problemen aan te pakken, doet hij dat hier niet omdat hij dat niet in het belang van de kinderen acht. Het sociaal team : “opschalen zou de juridische strijd waarschijnlijk verder aanwakkeren in plaats van verminderen, en daarmee zouden de kinderen juist extra belast worden.” 9

6.8.

De rechtbank concludeert dat de kinderen klem en/of verloren zijn geraakt in de voortdurende strijd tussen de ouders. Die strijd duurt bovendien al dermate lang en is dermate heftig dat de rechtbank niet verwacht dat hierin binnen afzienbare tijd verbetering komt. De rechtbank is daarom van oordeel dat het gezamenlijk gezag van de ouders moet worden beëindigd.

Eenhoofdig gezag moeder

6.9.

Het is dan de vraag aan wie het eenhoofdig gezag moet worden toegekend. Uit wat er is ingebracht en tijdens de zitting is toegelicht komt een duidelijk beeld naar voren dat er sprake is van een patroon waarbij de vader ‘dwingende controle’ uitoefent over de moeder. De rechtbank vindt in dit kader het verzoek dat de vader kort na de scheiding indiende bij de Marokkaanse rechtbank tekenend. Daarin verzocht hij de rechtbank te bepalen dat de moeder met de kinderen moest terugkeren naar de echtelijke woning in dat land. 10 In een bericht van de Raad voor de Rechtsbijstand (hierna te noemen RvR) is te lezen dat de RvR de constante procedures waar de moeder in wordt betrokken ziet als een voortdurende vorm van geweld. 11 De rechtbank weegt hierbij mee de door de moeder overgelegde beslissing van het Schadefonds Geweldsmisdrijven. In die beslissing leest de rechtbank dat aan de moeder een uitkering is toegekend omdat het aannemelijk wordt gevonden dat de moeder tijdens het huwelijk slachtoffer is geworden van huiselijk geweld en stalking en dat zij daarbij ernstig letsel heeft opgelopen. 12

6.10.

De moeder onderbouwt haar stelling dat er sprake is van dwingende controle/ intieme terreur met diverse voorbeelden. En hoewel de vader de stelling betwist, betwist hij niet de voorbeelden die de moeder ter onderbouwing van die stelling benoemt. Zo betwist de vader dat hij haar initieel zo’n vijftig e-mails per dag stuurde. Delen van die e-mailcorrespondentie heeft de vader zelf ingebracht in deze procedure. 13 Hieruit blijkt bovendien dat de e-mails van de vader niet enkel zijn gericht aan de moeder, maar ook, vaak in cc, aan derden. Uit de e-mails die de moeder heeft verstrekt, blijkt dat de vader beschuldigingen over haar heeft geuit bij haar leidinggevende. 14 Ook heeft de vader collega’s van de moeder benaderd en hen vragen over haar gesteld. 15 De woningstichting heeft de moeder erop gewezen dat de vader ook contact met hen zoekt om informatie over haar in te winnen. 16 De vader heeft een procedure gestart tegen het kinderdagverblijf, omdat zij de vader niet de informatie gaven die hij wilde ontvangen. 17 De vader stuurt ook berichten aan betrokken hulpverleners. Zijn stelling dat moeder de kinderen onverzorgd naar school brengt wordt, bij navraag door het sociaal team, door de school betwist. Jeugdbescherming Gelderland ontvangt e-mails van de vader waarin hij stelt dat de moeder liegt over de uitleg van de zorgregeling en de kinderen ten onrechte bij hem weghoudt. 18 Tegen een medewerkster van Moviera is de vader een procedure gestart nadat zij haar zorgen uit over het gedrag van de vader en zorgelijke signalen bij de kinderen. 19 Ook de kinderpsycholoog van [kind 1] krijgt een boze e-mail van de vader nadat zij zich in haar verwijsbrief kennelijk kritisch heeft uitgelaten over de vader. 20 Het dossier bevat verder e-mails van de vorige advocaat van de moeder waarin de vader haar opdraagt de moeder niet langer bij te staan. 21 Tegen de huidige advocaat van de moeder heeft de vader klachten ingediend bij de deken van de Orde van Advocaten en bij de Autoriteit persoonsgegevens. 22 Ook daarin wordt, onder meer, verzocht te bepalen dat de advocaat zich onttrekt aan de zaak. De vader doet daarnaast aangiftes tegen de moeder van smaad en laster en van kindermishandeling. 23 Zowel de moeder als de vader hebben stukken overgelegd waaruit dit blijkt. De vader heeft de meerdere aangiftes overgelegd die hij tegen de moeder heeft gedaan wegens onttrekking van de kinderen. 24 De vader wijst ook op meldingen die hij heeft gedaan bij de politie. 25 Uit de stukken die de vader heeft overgelegd blijkt bovendien dat hij tevergeefs bezwaar heeft aangetekend tegen de beslissing van de politie om de zaak vroegtijdig te beëindigen wegens te weinig aanwijzingen of informatie. 26

6.11.

Dit beeld van dwingende controle door de vader maakt dat de rechtbank concludeert dat de moeder moet worden belast met het eenhoofdig gezag over de kinderen.

Zorgregeling wordt omgangsregeling

6.12.

De rechtbank beëindigt het ouderlijk gezag van de vader en belast de moeder met het eenhoofdig gezag over [kind 1] en [kind 2] . De rechtbank schrijft hierna daarom over een omgangsregeling in plaats van een zorgregeling.

De omgangsregeling

Omgangsregeling

6.13.

Op grond van artikel 1:377e BW kan de rechtbank op verzoek van de ouders of van een van hen of van degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind een beslissing inzake de omgang of een door de ouders onderling getroffen omgangsregeling wijzigen als nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of als bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.

6.14.

Uit het dossier blijkt dat de moeder ondergedoken heeft gezeten met de kinderen en de vader sinds half december 2025 geen contact meer met hen heeft. De rechtbank is van oordeel dat dit een relevante wijziging van omstandigheden is die een herbeoordeling van de omgangsregeling rechtvaardigt.

Ontzeggen omgang

6.15.

De moeder verzoekt de rechtbank te bepalen dat de omgangsregeling tussen de vader en de kinderen wordt beëindigd. Zij verzoekt de rechtbank dus om de vader de omgang te ontzeggen. Uit 1:377a Burgerlijk Wetboek volgt dat ook de niet met het gezag belaste ouder heeft het recht op en de verplichting tot omgang met zijn kind. De rechtbank ontzegt het recht op omgang slechts, indien:

  1. omgang ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind; of

  2. de ouder of degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat moet worden geacht tot omgang; of

  3. het kind dat twaalf jaren of ouder is, bij zijn verhoor van ernstige bezwaren tegen omgang met zijn ouder of met degene met wie hij in een nauwe persoonlijke betrekking staat heeft doen blijken; of

  4. omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.

6.16.

Zoals de rechtbank hiervoor heeft toegelicht is er sprake van een hevige strijd tussen de ouders die niet draait om de belangen van de kinderen, maar om controle van de vader over de moeder. Daarbij gaat de vader steeds weer de strijd met de moeder aan en verliest hij de belangen van de kinderen uit het oog. En waar de vader stelt dat er geen contra-indicaties zijn voor omgang tussen hem en de kinderen, ziet de rechtbank die contra-indicaties alleen al daarin. Zij ziet die ook in het feit dat die strijd niet stopt ondanks dat bij herhaling is benadrukt dat de kinderen al bijna hun hele leven stress en spanningen ervaren 27 door de strijd tussen de ouders. En hoewel de vader tijdens de zitting stelt te willen stoppen met alle procedures, doet hij dat niet. Hij geeft tijdens de zitting aan dat hij dat alleen wil als de moeder ‘ook alle procedures intrekt’.

6.17.

De rechtbank zet ook vraagtekens bij de wens van de vader om betrokken te zijn in het leven van de kinderen. Zo valt op dat de vader zelf op 2 augustus 2022 de keuze gemaakt om de omgangsmomenten op de woensdagen te laten vervallen. 28 Ook betwist de vader niet de stellingen van de moeder dat hij niet komt kijken bij de zwemles, de voetbal en bij voorstellingen op school. Tijdens de zitting heeft de vader desgevraagd benoemd dat hij belangrijke momenten van de kinderen heeft gemist, maar antwoordt hij niet op de vraag waarom hij niet is ingegaan op het voorstel van de moeder om bij de zwemles te komen kijken. De vader benoemt dus vooral wat hij mist, maar pakt niet een kans om meer betrokken te zijn in het leven van de kinderen. Ook de mogelijkheid van begeleide omgang sluit de vader uit doordat hij daar niet mee instemt.

6.18.

De rechtbank ziet bovendien de zorgen van de moeder, die, anders dan de vader stelt, worden ondersteund door derden. Dit blijkt al uit hetgeen hiervoor onder 6.8. is toegelicht. De rechtbank wijst hier nog op het feit dat de Raad er in haar rapport van 17 mei 2022 van uitgaat dat de kinderen getuige zijn geweest van het huiselijk geweld. De gedragsdeskundige van Moviera meende in 2023 al dat de invulling van de omgang tussen de vader en de kinderen een negatieve uitwerking heeft op hun sociaal-emotionele ontwikkeling en hun veiligheidsbeleving. 29 De betrokken hulpverleenster van Moviera bevestigt de zorgen van de moeder dat de vader de kinderen uithoort, hen onder de koude douche zou zetten als straf en hen bang maakt. Ook stelt deze hulpverleenster zelf signalen waar te nemen waaruit zij afleidt dat de vader niet goed op de kinderen let, zoals (brand)wonden door ongelukken. 30 Zij bevestigt bovendien dat [kind 1] haar, onder meer, heeft verteld dat de vader haar knijpt. Die zorgen leiden ertoe dat de kinderen hulp nodig hebben. Nadat [kind 1] het afronden van het traject bij de kinderpsycholoog heeft afgerond, moet er onderzocht worden welke hulp zij extra nodig heeft. De huisarts adviseert ouders om [kind 2] aan te melden bij de jeugdpsycholoog. Ook is er een verdenking van mishandeling van [kind 2] door de vader. En hoewel de vader terecht wijst op het feit dat de huisarts geen blauwe plekken heeft aangetroffen, heeft de huisarts die beschuldiging kennelijk wel serieus genoeg genomen om hierover in gesprek te gaan met ouders en te willen overleggen met Veilig Thuis. 31 De rechtbank weegt hier ook mee dat, ondanks de onduidelijkheid over de aanleiding daarvoor, wel vaststaat dat Veilig Thuis een onderzoek is gestart naar zorgen binnen de gezinssituatie. 32

6.19.

Alles overziend maakt dit dat de rechtbank concludeert dat omgang tussen de vader en de kinderen in strijd met de zwaarwegende belangen van de kinderen. De rechtbank wijst daarom het verzoek van de moeder tot ontzegging van het recht op omgang toe. Het verzoek van de vader tot nakoming van de zorgregeling wijst de rechtbank af.

De informatie- en consultatieregeling

6.20.

Op grond van artikel 1:377b, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek kan op verzoek van een ouder een informatie- en consultatieregeling worden vastgesteld. Het tweede lid bepaalt dat van het eerste lid kan worden afgeweken als het belang van het kind dat vereist.

6.21.

Het verzoek van de vader tot het vaststellen van een informatieregeling wijst de rechtbank toe, zij het niet in de vorm die vader heeft verzocht. De rechtbank begrijpt de wens van de vader om op de hoogte te blijven van hetgeen zich afspeelt rondom de kinderen. De rechtbank hecht hierbij aan het feit dat ook de moeder begrip heeft voor die wens en tijdens de zitting heeft gezegd hieraan te willen meewerken ondanks dat zij dit spannend vindt. De rechtbank wil voorkomen dat de strijd tussen ouders zich voortzet via de informatieregeling. Zij stelt daarom als informatieregeling vast dat de moeder de vader eens per kwartaal (of zoveel vaker als de moeder wil) informeert over school, de gezondheid en de algemene ontwikkeling van de kinderen. Het is daarbij belangrijk dat deze communicatie eenzijdig is en blijft gezien hetgeen er tussen partijen speelt,. Dit betekent dat de rechtbank bepaalt dat de moeder berichten met informatie stuurt aan de vader, maar dat de vader daarop niet mag reageren zodat er geen onnodige discussies en/of escalaties kunnen ontstaan.

6.22.

De rechtbank wijst het verzoek van de vader tot het vaststellen van een consultatieregeling af. De rechtbank is van oordeel dat een consultatieregeling in het licht van de hiervoor geschetste omstandigheden niet in het belang van de kinderen is. Dit geldt temeer nu de onderlinge verstandhouding tussen de vader en de moeder ernstig is verstoord. Een consultatieregeling vergt dat sprake is van een enige vorm van communicatie. Dat is er niet, waardoor een dergelijke regeling zal leiden tot toenemende spanningen (tussen de ouders) en dat is niet in het belang van de kinderen. Bovendien ziet de consultatieregeling zoals verzocht deels op gezagsbeslissingen en die zijn vanaf deze beslissing voorbehouden aan de moeder.

6.23.

De rechtbank zal aan de informatieregeling geen dwangsom verbinden zoals de vader verzoekt. De vader heeft dit verzoek niet toegelicht en op basis van het dossier ziet de rechtbank hiervoor geen aanleiding.

De kinderalimentatie

Wijziging

6.24.

Artikel 1:401 van het Burgerlijk Wetboek (BW) schrijft voor dat een alimentatieverplichting, die eerder is vastgesteld of overeengekomen, kan worden gewijzigd of ingetrokken als de omstandigheden sindsdien zodanig zijn veranderd dat deze niet meer aan de wettelijke maatstaven voldoet.

6.25.

De rechtbank is het met de moeder eens dat er aanleiding is om de vastgestelde kinderalimentatie te wijzigen omdat de omgangsregeling tussen de vader en de kinderen wordt beëindigd. De moeder is dus ontvankelijk in haar verzoek.

Beëindiging kinderalimentatie

6.26.

De rechtbank is het ook met de moeder eens dat haar verplichting om kinderalimentatie aan de vader te voldoen feitelijk moet worden opgeschort, althans dat deze verplichting op nihil moet worden gesteld. Anders dan de vader ziet de rechtbank in dit geval wel een verband tussen de omgang en de kinderalimentatie. De kinderalimentatie zoals die is toegewezen voorziet in een tegemoetkoming in de kosten voor als de kinderen bij de vader zijn. Omdat de rechtbank de verzoeken van de moeder toewijst, heeft de vader niet langer een rol in de verzorging en opvoeding van de kinderen. De vader maakt daar dus ook geen kosten meer voor en heeft daarom ook niet langer recht op een bijdrage in die kosten. De rechtbank wijzigt daarom bijdrage van de moeder in de kosten van de opvoeding en verzorging van [kind 1] en [kind 2] en bepaalt die op nihil.

Ingangsdatum

6.27.

De wet 33laat de rechter grote vrijheid bij het vaststellen van de ingangsdatum van de alimentatieverplichting. Drie data liggen als ingangsdatum het meest voor de hand: de datum waarop de omstandigheden zijn gewijzigd, de datum van het verzoekschrift en de datum waarop de rechter beslist. De rechter kan dus een bijdrage wijzigen over een periode in het verleden, maar moet daar terughoudend mee omgaan omdat dit flinke gevolgen voor partijen kan hebben.

6.28.

Hier hanteert de rechtbank de datum van de beschikking als ingangsdatum, omdat dat de datum is waarop is vast komen te staan dat de vader geen kosten meer zal maken voor de verzorging en opvoeding van [kind 1] en [kind 2] .

Inzage in WAO/WIA-dossier

6.29.

De rechtbank wijst het verzoek van de moeder om inzage in het WAO/WIA-dossier van de vader op straffe van een dwangsom af. De moeder heeft niet onderbouwd op welke juridische grondslag zij dit verzoek baseert. De rechtbank ziet die grondslag ook niet. De wens om meer te weten over eventuele erfelijke ziektes bij vader geeft geen grondslag om vertrouwelijke stukken van vader in te zien.

Provisionele voorziening

6.30.

De rechtbank stelt voorop dat een voorlopige voorzieningen is gericht op het verkrijgen van een ordemaatregel in een situatie waarin een beslissing in de hoofdzaak niet kan worden afgewacht en waarin een zekere mate van spoedeisendheid aan de orde is. De rechtbank heeft in de bodemzaak beslist op de verzoeken van de moeder. Zij is daarom van oordeel dat de moeder geen belang meer heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening en wijst de door de moeder gevraagde provisionele voorziening af.

Proceskosten

6.31.

Het verzoek van zowel de moeder als de vader om de ander te veroordelen in de proceskosten wijst de rechtbank af. Gelet op de (familie)relatie tussen partijen bepaalt de rechtbank dat iedere partij de eigen proceskosten betaalt.

Uitvoerbaar bij voorraad

6.32.

De rechtbank verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Dat betekent dat de beslissing ook blijft gelden als iemand in hoger beroep gaat en zolang het gerechtshof niet anders beslist.

7De beslissing

De rechtbank:

7.1.

beëindigt het gezamenlijk gezag van de ouders en bepaalt dat het gezag over de kinderen:

- [naam kind 1], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] en

- [naam kind 2], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

wordt uitgeoefend door de moeder;

7.2.

wijzigt de bij beschikking van deze rechtbank van 21 september 2023 bepaalde zorgregeling en ontzegt de vader de omgang met de minderjarige kinderen [kind 1] en [kind 2];

7.3.

wijzigt de door de vader aan de moeder te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [kind 1] en [kind 2], zoals die is vastgesteld in de beschikking van het gerechtshof Arnhem Leeuwarden van 21 oktober 2025 en bepaalt deze bijdrage met ingang van de datum van het indienen van het verzoekschrift op nihil;

7.4.

verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad;

7.5.

wijst af het meer of anders verzochte;

7.6.

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten betaalt.

In de provisionele voorzieningen

7.7.

wijst de verzoeken van de moeder af.

Deze beschikking is gegeven door mr. dr. drs. E.L. de Jongh, mr. B. Krijnen en mr. K. van der Lee (kinder)rechters, in tegenwoordigheid van E.M.B. Toonen - Scholten als griffier en in het openbaar uitgesproken op 24 april 2026.

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

1

Productie 52 bij het verzoekschrift.

2

Productie 54 bij het verzoekschrift.

3

Productie 34 bij het verzoekschrift.

4

Productie 17 bij het verzoekschrift.

5

Productie 11 bij het verzoekschrift. Ook productie 16 bij productie 12 bij het verweerschrift.

6

Productie 11 bij productie 12 van het verweerschrift.

7

Producties 19 en 20 bij het verzoekschrift.

8

Productie 53 bij het verzoekschrift.

9

Productie 37 bij het verzoekschrift.

10

Beschikking van 17 juni 2021 van de rechtbank te Al Hoceima (Marokko).

11

Productie 42 bij het verzoekschrift.

12

Productie 6 bij het verzoekschrift.

13

Producties 5,11, 12 en 15 bij productie 12 bij het verweerschrift.

14

Productie 4 bij het verzoekschrift.

15

Productie 4 bij het verzoekschrift.

16

Productie 4 bij het verzoekschrift.

17

Productie 41 bij het verzoekschrift.

18

Producties 11 en 12 bij productie 12 bij het verweerschrift.

19

Productie 9 bij productie 12 bij het verweerschrift.

20

Productie 29 bij het verzoekschrift.

21

Productie 38 en 39 bij het verzoekschrift.

22

Productie 43, 45 en 46 bij het verzoekschrift.

23

Productie 12 bij het verweerschrift.

24

Producties 17, 23 en 25 bij productie 12 bij het verweerschrift en productie 47 bij het verzoekschrift.

25

Producties 21 en 22 bij productie 12 het verweerschrift.

26

Productie 25 bij productie 12 het verweerschrift.

27

Onder meer door de Raad in het Raadsrapport van 17 mei 2022 en het verlengingsverzoek voor de ondertoezichtstelling van 18 april 2024.

28

Productie 18 bij het verzoekschrift.

29

Productie 31 bij het verzoekschrift.

30

Productie 48 bij het verzoekschrift.

31

Productie 52 bij het verzoekschrift.

32

Productie 54 bij het verzoekschrift.



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733