Essentie (gemaakt door AI)
Beschikking waarin het verzoek van betrokkene tot opheffing van het onderbewind wordt afgewezen. Betrokkene stelt zijn financiën zelf te kunnen beheren en klaagt over fouten en gebrekkige informatie door de bewindvoerder. De bewindvoerder betwist dit en acht het bewind nog nodig. De kantonrechter oordeelt dat niet aannemelijk is gemaakt dat de grondslag (geestelijke of lichamelijke toestand) is vervallen. Dreigende taal jegens de bewindvoerder en het boos verlaten van de zitting wegen mee. Het bewind blijft in stand.| Datum publicatie | 14-05-2026 |
| Zaaknummer | 11936477 BM VERZ 25-2336 ZK |
| Procedure | Eerste aanleg - enkelvoudig |
| Zittingsplaats | Haarlem |
| Rechtsgebieden | Civiel recht; Personen- en familierecht |
| Trefwoorden | Meerderjarigenbescherming; Bewind |
| Wetsverwijzingen |
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
De kantonrechter wijst het verzoek tot opheffng van het bewind af. Betrokkene heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de grond van het bewind niet meer aanwezig is. De kantonrechter betrekt in zijn oordeel dat betrokkene ter zitting dreigende taal heeft geuit jegens de bewindvoerder en dat betrokkene boos de zaal heeft verlaten.Volledige uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Zittingsplaats Haarlem
zaaknummer : 11936477 BM VERZ 25-2336 ZK
dossiernummer : BM 60050
datum : 8 april 2026
beschikking op een verzoek tot opheffing van bewind
op verzoek van:
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
[adres],
hierna te noemen: betrokkene,
met als bewindvoerder FHV Castricum B.V., 1900 AJ Castricum, postbus 375.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- het verzoek, ontvangen op 17 oktober 2025;
- de schriftelijke reactie van de bewindvoerder, ontvangen op 13 november 2025;
- de schriftelijke reactie van betrokkene, ontvangen op 7 januari 2026;
- de verklaring die door betrokkene ter zitting is overhandigd.
Het verzoek is mondeling behandeld op 11 maart 2026. Daarbij waren aanwezig betrokkene en de bewindvoerder.
beoordeling
Betrokkene vraagt om opheffing van het bewind. Hij stelt dat hij in staat is om zelf zijn financiën weer te beheren. De bewindvoerder maakt fouten en zij informeert betrokkene niet of onvoldoende. Het vertrouwen is weg, aldus betrokkene.
De bewindvoerder voert verweer. De grond en de noodzaak voor het bewind zijn onverminderd aanwezig en de bewindvoerder is van mening dat betrokkene op dit moment niet in staat is zijn financiën zelfstandig te beheren. Dit komt mede doordat hij kwetsbaar is en onvoldoende inzicht heeft in zijn financiën. Het bewind is nog nodig, stelt de bewindvoerder.
Het bewind is ingesteld vanwege de geestelijke of lichamelijke toestand van betrokkene. Gelet op de ingediende stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken oordeelt de kantonrechter dat betrokkene onvoldoende heeft aangetoond dat de grondslag van het bewind is komen te vervallen. Ter zitting heeft betrokkene dreigende taal geuit richting de bewindvoerder. Betrokkene heeft daarbij de zittingszaal boos verlaten. Deze omstandigheden worden door de kantonrechter mede in zijn oordeel betrokken en maken ook dat de kantonrechter oordeelt dat betrokkene de consequenties van zijn handelen onvoldoende overziet, hetgeen bijdraagt aan het oordeel dat het bewind in stand dient te blijven. Gelet op het voorgaande zal de kantonrechter het verzoek afwijzen.
beslissing
De kantonrechter:
- wijst het verzoek af.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. M.P. de Valk, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken. |
||
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.
© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733
