Rechtbank Midden-Nederland 22-04-2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:2150

Essentie (gemaakt door AI)

Boete wegens reizen zonder geldig vervoersbewijs; ouders zijn gedagvaard als wettelijke vertegenwoordigers. Vaststaat dat minderjarige zonder kaartje reisde. Vorderingen worden toegewezen: ouders moeten € 67,80 (ritprijs, wettelijke verhoging en administratiekosten) betalen, met wettelijke rente vanaf verschillende data voor ieder van hen. Ten aanzien van vader verstek en proceskostenveroordeling. Ten aanzien van moeder kosten gecompenseerd, omdat zij rauwelijks is gedagvaard en vooraf niet is aangeschreven.

Datum publicatie07-05-2026
Zaaknummer11968979 \ MC EXPL 25-6198
ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
ZittingsplaatsAlmere
RechtsgebiedenCiviel recht
TrefwoordenOverig
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

Boete wegens geen geldig vervoersbewijs, ouders zijn gedagvaard als wettelijke vertegenwoordiger.

Volledige uitspraak


RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Almere

Zaaknummer: 11968979 \ MC EXPL 25-6198

Vonnis van 22 april 2026

in de zaak van

NS REIZIGERS B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Utrecht,

eisende partij,

hierna te noemen: NS Reizigers,

gemachtigde: LAVG Gerechtsdeurwaarders Groningen,

tegen

1. [gedaagde sub 1] , in zijn hoedanigheid van ouder/wettelijk vertegenwoordiger van het minderjarig kind [minderjarige],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde sub 1] ,

niet verschenen,
2. [gedaagde sub 2] , in zijn hoedanigheid van ouder/wettelijk vertegenwoordiger van het minderjarig kind [minderjarige],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde sub 2] ,

procederend in persoon.

1De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaardingen van 15 en 20 oktober 2025;
- de mondelinge conclusie van antwoord van [gedaagde sub 2] ;
- de conclusie van repliek met producties 1 tot en met 3;
- de conclusie van dupliek.

1.2

De kantonrechter heeft besloten dat vandaag de uitspraak is.

2De kern van de zaak

2.1

[minderjarige] (hierna: [minderjarige] ) was tijdens een treinrit van Hilversum naar Hilversum Mediapark niet in het bezit van een geldig vervoerbewijs. Daarom voldeed [minderjarige] niet aan de verplichtingen in het Besluit Personenvervoer 2000 en overtrad [minderjarige] de Wet op Personenvervoer 2000. [minderjarige] is daarom volgens NS Reizigers de ritprijs van € 2,80, de wettelijke verhoging van € 50,00 en de administratiekosten van € 15,00 verschuldigd. [minderjarige] heeft niet betaald. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zijn in hun hoedanigheid van ouder/wettelijke vertegenwoordiger van [minderjarige] door NS Reizigers gedagvaard. De vraag is of [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] deze boete, met rente en kosten, aan NS Reizigers moeten betalen.

2.2

De kantonrechter geeft NS Reizigers gelijk. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] moeten het bedrag van € 67,80 aan ritprijs en wettelijke boete, met rente, betalen. Daarnaast moet [gedaagde sub 1] de proceskosten aan NS Reizigers betalen. De proceskosten tussen NS Reizigers en [gedaagde sub 2] worden gecompenseerd.

3De beoordeling

De vordering ten aanzien van [gedaagde sub 1]

Verstekverlening tegen [gedaagde sub 1]

3.1

is niet in de procedure verschenen. De kantonrechter verleent verstek tegen [gedaagde sub 1] , omdat de dagvaarding op de voorgeschreven manier is betekend. Omdat [gedaagde sub 2] wel in de procedure is verschenen, zal op grond van artikel 140 lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) tussen alle partijen één vonnis worden gewezen, dat als een vonnis op tegenspraak wordt beschouwd.

De vorderingen worden toegewezen

3.2

De vorderingen tegen [gedaagde sub 1] worden toegewezen zoals is gevorderd, omdat deze de kantonrechter niet ongegrond of onrechtmatig voorkomen.

[gedaagde sub 1] moet de proceskosten betalen

3.3

[gedaagde sub 1] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van NS Reizigers worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

146,14

- griffierecht

135,00

- salaris gemachtigde voor het opstellen van de dagvaarding

43,00

(1 punt × € 43,00)

- nakosten

21,50

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

345,64

De vordering ten aanzien van [gedaagde sub 2]

[gedaagde sub 2] moet de ritprijs, de wettelijke verhoging en de administratiekosten betalen

De ritprijs en de wettelijke verhoging

3.4

Vaststaat dat [minderjarige] op 30 januari 2025 zonder geldig vervoersbewijs met de trein van station Hilversum naar station Hilversum Mediapark is gereisd. [minderjarige] voldeed daarmee niet aan de verplichtingen in het Besluit Personenvervoer 2000 en overtrad [minderjarige] de Wet op Personenvervoer 2000. Op grond van artikel 48 lid 2 van het Besluit Personenvervoer 2000 is [minderjarige] , naast de ritprijs, de wettelijke verhoging van € 50,00 verschuldigd. [gedaagde sub 2] heeft de verschuldigdheid en de hoogte van de ritprijs van € 2,80 en de wettelijke verhoging van € 50,00 niet betwist, zodat die bedragen worden toegewezen.

De administratiekosten

3.5

NS Reizigers heeft verder gesteld – en is door [gedaagde sub 2] niet betwist – dat zij op 31 januari 2025 en op 17 februari 2025 [minderjarige] op zijn woonadres in de Basisregistratie Personen – [adres] in [plaats] – heeft aangemaand tot betaling. In deze brieven is [minderjarige] een termijn van 14 dagen gegeven om de ritprijs en de wettelijke verhoging te betalen. Dat heeft [minderjarige] niet gedaan, zodat NS Reizigers ingevolge artikel 48 lid 6 van het Besluit Personenvervoer 2000 een bedrag van € 15,00 aan administratiekosten is verschuldigd. Dit bedrag wordt als niet betwist eveneens toegewezen.

Conclusie

3.6

Het voorgaande leidt ertoe dat de gevorderde hoofdsom van € 67,80 wordt toegewezen. Dit betekent dat [gedaagde sub 2] (samen met [gedaagde sub 1] ) als ouder/wettelijke vertegenwoordiger van [minderjarige] dit bedrag van € 67,80 aan NS Reizigers moet betalen.

[gedaagde sub 2] moet de wettelijke rente betalen

3.7

[gedaagde sub 2] is te laat met het betalen van de ritprijs, de wettelijke verhoging en de administratiekosten (hierna: de boete) van € 67,80. [gedaagde sub 2] is daarom de wettelijke rente over de boete verschuldigd. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding – 15 oktober 2025 – tot de dag van volledige betaling, omdat niet is gebleken dat [gedaagde sub 2] eerder op de hoogte was van de verschuldigdheid van de boete dan door deze procedure (hierna meer onder 3.9.).

[gedaagde sub 2] moet de gematigde proceskosten betalen

NS Reizigers heeft voorafgaand aan de procedure geen brieven naar [gedaagde sub 2] gestuurd

3.8

[gedaagde sub 2] heeft bezwaar gemaakt tegen de bijkomende kosten – de proceskosten –. Volgens [gedaagde sub 2] heeft zij persoonlijk nooit brieven van NS Reizigers en/of [incasso bureau] B.V. en/of LAVG ontvangen. Als zij wel een brief en/of herinnering had ontvangen, dan had zij gelijk betaald. De kantonrechter begrijpt hieruit dat [gedaagde sub 2] meent dat zij rauwelijks is gedagvaard. Dit verweer van [gedaagde sub 2] slaagt naar het oordeel van de kantonrechter en wel om het volgende.

3.9

Weliswaar heeft NS Reizigers gesteld dat [gedaagde sub 2] slechts als formele vertegenwoordiger van [minderjarige] in deze procedure optreedt en er geen verplichting bestond om [gedaagde sub 2] afzonderlijk voorafgaand aan de dagvaarding aan te schrijven, maar daar gaat de kantonrechter niet in mee. Uit de stukken die NS Reizigers in het geding heeft gebracht en uit de conclusie van repliek volgt dat NS Reizigers nooit een brief over de vordering in deze zaak naar [gedaagde sub 2] heeft gezonden. Dat heeft NS Reizigers wel gedaan richting [gedaagde sub 1] . [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] zijn gescheiden en wonen daarom beiden op een ander adres. [gedaagde sub 2] is dus pas op de hoogte van deze procedure geraakt door de dagvaarding, die aan haar is betekend. [gedaagde sub 2] heeft daarom niet de gelegenheid gehad om een dagvaarding met bijkomende proceskosten te voorkomen. Niet uit te sluiten valt dat [gedaagde sub 2] , als zij eerder op de hoogte van de vordering in deze procedure was geraakt, de vordering zou hebben betaald en/of een regeling met NS Reizigers en/of [incasso bureau] B.V. en/of LAVG zou hebben getroffen. Dan hadden de kosten in deze procedure eventueel voorkomen kunnen worden. De kantonrechter ziet daarom in de gegeven omstandigheden aanleiding om de kosten die daarmee samenhangen voor rekening van NS Reizigers te laten.

Ten aanzien van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2]

Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard

3.10

De kantonrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals gevorderd.

4De beslissing

De kantonrechter

4.1

veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] om aan NS Reizigers tegen bewijs van kwijting te betalen € 67,80,

4.2

veroordeelt [gedaagde sub 1] om aan NS Reizigers tegen bewijs van kwijting te betalen de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het bedrag van € 67,80 vanaf 9 oktober 2025 tot volledige betaling,

4.3

veroordeelt [gedaagde sub 2] om aan NS Reizigers tegen bewijs van kwijting te betalen de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het bedrag van € 67,80 vanaf 15 oktober 2025 tot volledige betaling,

4.4

veroordeelt [gedaagde sub 1] in de proceskosten van € 345,64, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde sub 1] niet tijdig aan de veroordelingen onder 4.1. en/of 4.2. en/of 4.4. voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

4.5

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

4.6

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. van Wegen en in het openbaar uitgesproken op
22 april 2026.

HHt/37278



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733