Rechtbank Midden-Nederland 08-04-2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:2215

Essentie (gemaakt door AI)

Aanvulling ex art. 32 Rv. In echtscheidingszaak is verzuimd het in de motivering aangekondigde vergoedingsrecht in het dictum op te nemen. Ondanks zinsnede “wijst voor het overige af” en ingesteld hoger beroep vult de rechtbank de beschikking aan, omdat uit de overwegingen blijkt dat toewijzing is beoogd. Verklaart voor recht dat man recht heeft op € 114.952,- op de gemeenschap of € 57.471,- op de vrouw. Verzoek uitvoerbaar bij voorraad afwijzen, nu declaratoir niet vatbaar is voor tenuitvoerlegging.

Datum publicatie07-05-2026
ZaaknummerC/16/563298 / FA RK 23-1724
ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
ZittingsplaatsUtrecht
RechtsgebiedenCiviel recht; Personen- en familierecht
TrefwoordenFamilievermogensrecht;
Familieprocesrecht; Herstel/aanvulling/herroeping uitspraak
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

Aanvulling ex art. 32 Rv. Hoger beroep en rechter afwezig

Volledige uitspraak


RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht

locatie Utrecht

zaaknummer: C/16/563298 / FA RK 23-1724

aanvullende beschikking van 8 april 2026

-bijlage bij de beschikking van deze rechtbank van 21 oktober 2025 met bovenvermeld zaaknummer

in de zaak van:

[de vrouw] ,

wonend in [woonplaats] ,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat mr. A. Patist,

tegen

[de man] ,

wonend in [woonplaats] ,

hierna te noemen: de man,

advocaat mr. R.G.J. Booij.

1De procedure

1.1

De man heeft de rechtbank bij brief van 30 oktober 2025 gevraagd de beschikking van deze rechtbank van 21 oktober 2025 aan te vullen. De man vraagt om het dictum aan te vullen met de beslissing dat de rechtbank voor recht verklaart dat de man recht heeft op een vergoeding van € 114.952,- op de gemeenschap of € 57.471,- op de vrouw. De man vraagt tevens dit onderdeel uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

1.2

De rechtbank heeft de vrouw in de gelegenheid gesteld om te reageren op het verzoek tot het geven van een aanvulling op de beschikking. De vrouw heeft de rechtbank bericht bezwaar te hebben tegen het verzoek.

1.3

De rechter die de beschikking van 21 oktober 2025 heeft gegeven is langdurig afwezig. De zaak is daarom beoordeeld en beslist door een andere rechter. Gelet op de aard en de inhoud van het verzoek heeft de rechtbank in de gegeven situatie geen aanleiding gezien om partijen zich hierover nader te laten uitlaten.

2De beoordeling

2.1

De rechter kan op verzoek van een partij een beschikking aanvullen als de rechter heeft verzuimd te beslissen over een onderdeel van het verzochte. Naar het oordeel van de rechtbank is hiervan sprake. De rechtbank zal daarom het verzoek van de man toewijzen en de beschikking aanvullen met uitzondering van de verzochte uitvoerbaarheid bij voorraad. De rechtbank legt hierna uit waarom.

2.2

In de beschikking van 21 oktober 2025 staat onder de beoordeling in rechtsoverweging 3.1. het volgende:

De rechtbank zal de echtscheiding tussen partijen uitspreken en:

(…)

- verklaren voor recht dat de man een vergoeding heeft van € 114.952,- op de gemeenschap van goederen of € 57.471,- op de vrouw;

(…)

De overige verzoeken worden afgewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij deze beslissingen neemt.

2.3

Rechtsoverweging 3.22. van diezelfde beslissing luidt:

De man verzoekt dat de rechtbank voor recht verklaart dat hij recht heeft op een vergoeding van € 114.942,- uit de gemeenschap van goederen of van de helft daarvan, dat is € 57.471,-, van de vrouw. De man heeft later zijn verzoek gewijzigd; hij verzoekt nu dat de rechtbank voor recht verklaart dat hij recht heeft op een vergoeding van € 121.650,- uit de gemeenschap van goederen of € 60.825,- van de vrouw. De rechtbank zal het eerste, dat wil zeggen het ongewijzigde, verzoek van de man toewijzen. De rechtbank legt hierna uit waarom.

2.4

Uit deze twee overwegingen uit de beschikking van 21 oktober 2025 blijkt duidelijk dat de rechtbank een beslissing op het verzoek ten aanzien van het vergoedingsrecht heeft willen nemen. Ook blijkt duidelijk hoe die beslissing luidt. Deze beslissing is echter niet in het dictum opgenomen, zodat de beslissing op dit punt moet worden aangevuld.

2.5

Volgens de vrouw kan de rechtbank de beslissing niet aanvullen, omdat de rechtbank in het dictum het meer of anders verzochte heeft afgewezen. De vrouw verwijst hierbij naar de toelichting op artikel 32 Rv in Tekst & Commentaar. Uit de toelichting blijkt dat een beslissing waarin het meer of anders verzochte is afgewezen een verzoek tot aanvulling op grond dit artikel uitgesloten, omdat de rechter dan op alle onderdelen van het verzochte een beslissing heeft gegeven.

2.6

De rechtbank volgt de vrouw niet in haar standpunt. Tekst & Commentaar vermeldt dat in de wetsgeschiedenis wordt vermeld dat deze zinsnede in het dictum een eventueel verzoek tot aanvulling op de voet van artikel 32 Rv uitsluit. Tekst & Commentaar vermeldt echter ook dat De Hoge Raad evenwel anders heeft geoordeeld (bijvoorbeeld Hoge Raad 1 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM9435). Op grond hiervan kan aanvulling óók plaatsvinden als in het dictum het meer of anders verzochte is afgewezen, maar de rechter tot de conclusie komt dat hij hierbij een (deel van het) verzoek over het hoofd heeft gezien en die afwijzing daarop dan ook geen betrekking heeft. Dit laatste is hier het geval. Uit rechtsoverweging 3.1. van de beschikking van 21 oktober 2025 blijkt immers duidelijk dat de afwijzing van het meer of anders verzochte géén betrekking heeft op het vergoedingsrecht, omdat de rechtbank daar een andersluidende beslissing over aankondigt.

2.7

De vrouw stelt zich verder op het standpunt dat zij inmiddels een rechtsmiddel heeft ingesteld tegen de beschikking van 21 oktober 2025, onder meer tegen het vergoedingsrecht. De rechter moet zich in dat geval terughoudend opstellen met het aanvullen van de uitspraak. De rechtbank is van oordeel dat deze terughoudendheid niet betekent dat de beschikking niet kan worden aangevuld. Uit de hiervoor geciteerde overwegingen blijkt immers duidelijk wat de rechtbank had willen beslissen. Dat alsnog in het dictum opnemen, hindert niet de procedure in hoger beroep.

2.8

Een verklaring voor recht is niet een beslissing die voor tenuitvoerlegging vatbaar is. De rechtbank zal daarom deze beslissing niet uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

2.9

Voor de duidelijkheid neemt de rechtbank in de beslissing hierna het volledige aangevulde dictum op.

3De beslissing

De rechtbank:

3.1

verbetert de beschikking van deze rechtbank van 21 oktober 2025 (met bovenvermelde zaakgegevens) in die zin, dat het dictum wordt aangevuld met de beslissing:

- verklaart dat de man recht heeft op een vergoeding van € 114.952,- op de gemeenschap of € 57.471,- op de vrouw;

3.2

stelt vast dat na aanvulling het volledige dictum van de beslissing van 21 oktober 2025 als volgt luidt:

“De rechtbank:

4.1.

spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, getrouwd op [datum] 1989 in de gemeente Leerdam;

4.2.

bepaalt dat de man met ingang van de datum van inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand een bedrag van € 1.785,- bruto per maand moet betalen aan de vrouw, als bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud;

4.3.

bepaalt dat de partneralimentatie steeds vóór de eerste van de maand moet betalen;

4.4.

gelast de wijze van verdeling van de echtelijke woning aan de [adres] in [plaats] als volgt:

- de woning zal worden verkocht en geleverd aan een derde, waartoe partijen uiterlijk 15 oktober 2025 gezamenlijk een schriftelijke verkoopopdracht zullen geven aan makelaar [naam] waarbij zij, als er geen onderlinge overeenstemming is, het advies van de makelaar over de vraag- en laatprijs als leidend accepteren; als één van partijen op 15 oktober 2025 de opdracht tot dienstverlening nog niet heeft getekend, komt deze beschikking in de plaats van de medewerking van die partij;

- de koper mag de leveringstermijn bepalen;

- partijen zijn ieder voor de helft gerechtigd tot de netto opbrengst;

4.5.

verklaart voor recht dat de man recht heeft op een vergoeding van € 114.952,- op de gemeenschap of € 57.471,- op de vrouw;

4.6.

deelt de auto Suzuki S-Cross met kenteken [kenteken] toe aan de vrouw en de auto Suzuki Vitara met kenteken [kenteken] aan de man, waarbij de vrouw € 2.250,- aan de man moet betalen als overbedelingsvergoeding;

4.7.

verklaart onderdeel 4.4. en 4.6. van deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;

4.8.

houdt de beslissing op het verzoek te bepalen dat de man uit hoofde van de zichzelf toegeëigende verzamelingen aan de vrouw € 103.500,- moet voldoen aan;

4.9.

stelt de vrouw in de gelegenheid om binnen acht weken na heden een boedelbeschrijving in te dienen ten aanzien van de omvang en waarde van de verzamelingen op de peildatum; de man krijgt vervolgens acht weken de tijd om hierop te reageren, waarbij de man in dezelfde akte moet aangeven welke goederen volgens hem aan hem in privé toebehoren;

4.10.

wijst de verzoeken van partijen voor het overige af.”;

3.3

bepaalt dat deze aanvulling onder vermelding van de datum van deze beschikking wordt vermeld op de minuut van de beschikking van 21 oktober 2025;

3.4

geeft partijen de opdracht, voor zover zij dit nog niet hebben gedaan, de ontvangen grosse van de beschikking van 21 oktober 2025 na ontvangst van deze aanvullende beschikking aan de griffie van de rechtbank terug te sturen.

Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. F.C. Burgers, rechter, in samenwerking met de griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 april 2026.

AM



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733