Rechtbank Zeeland-West-Brabant 23-03-2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:3295

Essentie (gemaakt door AI)

Minderjarige vraagt via informele rechtsingang te bepalen dat hij niet meer naar moeder hoeft te gaan. Vraag ziet op zorgregeling; kind is ontvankelijk. Kinderrechter stelt vast dat kind contact als belastend ervaart, maar acht verzoek te verstrekkend en vindt dat niet het kind maar de ouders het geschil behoren te voeren. Vader als hoofdopvoeder moet procesverantwoordelijkheid nemen en op grond van art. 1:253a BW wijziging zorgregeling verzoeken. Geen ambtshalve beslissing wordt genomen.

Datum publicatie04-05-2026
ZaaknummerC/02/444371 / FA RK 26-421
ProcedureRekestprocedure
ZittingsplaatsBreda
RechtsgebiedenCiviel recht; Personen- en familierecht
TrefwoordenKinderen; Geen omgang (een van) ouders;
Familieprocesrecht; Eigen rechtsingang minderjarige
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

Vraag van een kind ikv de informele rechtsingang om te bepalen dat hij niet meer naar zijn moeder hoeft te gaan. Vader als hoofdopvoeder dient procesverantwoordelijkheid te nemen.

Volledige uitspraak


RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Zittingsplaats: Breda

Zaaknummer: C/02/444371 / FA RK 26-421

Datum uitspraak: 23 maart 2026

Beschikking op de vraag van de minderjarige door middel van een informele rechtsingang

[minderjarige 1] ,

hierna te noemen [minderjarige 1] ,

geboren op [geboortedag 1] 2014 in [geboorteplaats 1] ,

wonende in [woonplaats] .

De kinderrechter merkt in deze zaak als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats] ,

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats] .

De Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna te noemen de Raad, is op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) betrokken in de zaak om de kinderrechter over de vraag van [minderjarige 1] te adviseren.

1Het verloop van de zaak

1.1.

Op 24 januari 2026 heeft de rechtbank een e-mailbericht van [minderjarige 1] ontvangen.

1.2.

De kinderrechter heeft op 27 februari 2026 met [minderjarige 1] gesproken over zijn
e-mailbericht.

1.3.

Naar aanleiding van dit gesprek heeft de kinderrechter de ouders en de Raad uitgenodigd voor een zitting. De zitting heeft, met gesloten deuren, plaatsgevonden op
12 maart 2026. Hierbij zijn verschenen de vader en een vertegenwoordigster van de Raad. De moeder is, met voorafgaand bericht, niet verschenen.

2De feiten

2.1.

De ouders zijn met elkaar getrouwd geweest. Uit dit huwelijk zijn [minderjarige 1] en zijn oudere zus [minderjarige 2] (geboren in [geboorteplaats 2] op [geboortedag 2] 2010) geboren.

2.2.

De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .

2.3.

Bij beschikking van deze rechtbank van 8 november 2022 is de echtscheiding tussen de ouders uitgesproken. Deze beschikking is op 1 december 2022 ingeschreven in de daartoe bestemde registers van de burgerlijke stand.

2.4.

Bij voormelde echtscheidingsbeschikking is onder andere het hoofdverblijf van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de vader bepaald. Ook is een regeling in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (zorgregeling) bepaald.

2.5.

De ouders hebben in overleg met elkaar aan de zorgregeling een enigszins gewijzigde uitvoering gegeven. Afgesproken is dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de vrouw verblijven iedere dinsdag uit school tot 18:30 uur en om de week van zaterdagavond 18:00 uur tot zondag 13:00 uur.

3De vraag van [minderjarige 1]

3.1.

vraagt de kinderrechter om te bepalen dat hij niet meer naar zijn moeder hoeft te gaan.

3.2.

[minderjarige 1] heeft in zijn e-mailbericht en tijdens het gesprek met de kinderrechter aangegeven dat zijn moeder een drankprobleem heeft en dat hij en [minderjarige 2] daarom bij hun vader wonen. Veilig Thuis en [jeugdhulp] hebben hieraan meegeholpen. [minderjarige 1] vindt het niet fijn om bij zijn moeder te zijn omdat zijn moeder drinkt waar hij bij is en zij vervelend spreekt over zijn vader. Ook kan zijn moeder heel streng en chagrijnig zijn. Zijn moeder onderneemt geen leuke activiteiten met hem en [minderjarige 2] . Soms gaat zijn moeder naar de buurvrouw of naar boven en wanneer zij terugkomt stinkt zij uit haar mond naar drank. [minderjarige 1] durft hiervan niks te zeggen omdat zijn moeder dan boos wordt. In het huis van zijn moeder is het rommelig en stoffig en overal liggen flessen drank. [minderjarige 1] heeft tegen zijn moeder gezegd dat hij niet meer naar haar wil komen, maar zijn moeder zegt dat dat moet. Hij wil echter niet meer naar zijn moeder gaan; niet op de dinsdagen en niet in de weekenden, ook niet wanneer zijn moeder niet meer zou drinken. [minderjarige 1] is zaterdagavond vaak alleen met zijn moeder omdat [minderjarige 2] dan met vriendinnen afspreekt buitenshuis. Ook in aanwezigheid van [minderjarige 2] vindt [minderjarige 1] het vervelend om bij zijn moeder te zijn. [minderjarige 1] sprak op dinsdag vaak af met een vriendje waar hij ging spelen, maar dat mag niet meer van zijn moeder. [minderjarige 1] heeft het fijn bij zijn vader die op een boerderij woont. Hij is het liefst volledig bij zijn vader.

4De standpunten

4.1.

De moeder heeft bij e-mail van 9 maart 2026 aan de rechtbank bericht dat zij vanwege familie omstandigheden niet op de zitting kan verschijnen. Daarbij heeft zij aangegeven dat [minderjarige 1] nooit een brief heeft gestuurd.

4.2.

De vader heeft tijdens de zitting aangevoerd dat de moeder al voor de echtscheiding een drankprobleem had en dat nog steeds heeft. De vader ziet dat [minderjarige 1] er moeite mee heeft om naar de moeder te gaan. Hij vindt het niet fijn bij de moeder en hij voelt zich rot nadat hij van zijn moeder afkomt. [minderjarige 1] gaat inmiddels al vier tot vijf weken niet meer naar de moeder toe. De vader heeft hierover advies ingewonnen bij de instanties die eerder hulp hebben verleend. Gewezen is op de mogelijkheid tot het schrijven van een kindbrief door [minderjarige 1] , waartoe [minderjarige 1] over is gegaan. De vader heeft zorgen over de veiligheid van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de moeder. [minderjarige 2] heeft net als [minderjarige 1] last van de situatie, maar zij is ouder en trekt inmiddels haar eigen plan. De moeder heeft naar de vader enkele dreigende berichtjes gestuurd nadat [minderjarige 1] had besloten niet meer naar de moeder te gaan. De vader negeert deze berichtjes op advies van de hulpverlenende instanties. Tussen de ouders vindt minimaal overleg over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] plaats. De vader houdt de communicatie met de moeder bewust kort en zakelijk om conflicten te voorkomen. Als de moeder gedronken heeft, is het lastig om een normaal gesprek met de moeder te voeren. Hulpverlening heeft tot op heden niet tot een verbetering van de situatie geleid. De moeder heeft besloten om hieraan niet langer haar medewerking te verlenen. De situatie is steeds meer aan het verslechteren. De moeder erkent haar drankprobleem niet. De vader vindt het heel jammer dat de moeder niet naar de zitting is gekomen. De moeder neemt haar verantwoordelijkheid niet. Als [minderjarige 1] naar zijn moeder zaken uitspreekt die hij niet fijn vindt, neemt de moeder een slachtoffer rol in. Het is nooit de insteek van de vader geweest om [minderjarige 1] weg te houden van de moeder, maar onder de huidige omstandigheden gaat het niet langer meer. [minderjarige 1] gaat gebukt onder het contact met de moeder. De vader acht het dan ook niet in het belang van [minderjarige 1] om hem te verplichten tot contact met de moeder hetgeen de vader voorheen altijd wel heeft gedaan.

4.3.

De vertegenwoordigster van de Raad heeft tijdens de zitting naar voren gebracht dat zij het vermoeden heeft dat [minderjarige 1] al langere tijd moeilijkheden ervaart in het contact met zijn moeder en inmiddels het punt heeft bereikt dat de uitvoering van de huidige zorgregeling teveel van hem vraagt. [minderjarige 1] heeft besloten om niet meer naar zijn moeder te gaan. Voor een kind is dit een hele zware en moeilijke beslissing. De huidige situatie is zorgelijk. Belangrijk is dat [minderjarige 1] ontschuldigd wordt. Voorkomen moet worden dat de moeder [minderjarige 1] gaat nadragen dat hij de beslissing heeft genomen om het contact met haar te stoppen. Dit is namelijk zeer belastend voor [minderjarige 1] en hij kan hiervan, al dan niet op latere leeftijd, last krijgen. De vertegenwoordigster van de Raad vindt het jammer dat de moeder niet op zitting is verschenen, omdat het voor [minderjarige 1] het beste zou zijn als de ouders samen tot een oplossing komen. Hierover had op de zitting gesproken kunnen worden. Belangrijk is dat de last die [minderjarige 1] op dit moment draagt bij hem wordt weggenomen. Gelet hierop adviseert de vertegenwoordigster van de Raad de vader om de onderhavige kindbriefzaak van [minderjarige 1] over te nemen door zelf een procedure te starten over het contact tussen [minderjarige 1] en de moeder. Hierdoor wordt het een geschil tussen de ouders in plaats van een geschil tussen [minderjarige 1] en de moeder.

5De beoordeling

5.1.

De kinderrechter stelt voorop dat een kind in beginsel in rechte wordt vertegenwoordigd door degene die met het gezag over het kind is belast. Dit laat echter onverlet dat een kind, zoals [minderjarige 1] heeft gedaan, aan de kinderrechter een vraag kan stellen via de zogenaamde ‘informele rechtsingang’. Dit biedt een kind van twaalf jaar en ouder, maar ook een kind dat de leeftijd van twaalf jaar nog niet heeft bereikt maar in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen, een eigen toegang tot de rechtbank. Niet alle vragen van een kind kunnen door de kinderrechter via de informele rechtsingang worden behandeld. In de wet is bepaald dat de kinderrechter op een vraag van een kind alleen een beslissing kan nemen over (1) het toekennen van eenhoofdig gezag, (2) omgang en informatie (3) de verdeling van de zorg- en opvoedtaken (4) benoeming van een bijzondere curator. De vraag van [minderjarige 1] valt onder één van deze onderwerpen, namelijk het contact tussen hem en zijn moeder en daarmee de verdeling van de zorg- en opvoedtaken tussen zijn ouders die samen met het ouderlijk gezag zijn belast. Dat betekent dat [minderjarige 1] in zijn vraag kan worden ontvangen.

5.2.

Voor de kinderrechter is vast komen te staan dat [minderjarige 1] het contact met zijn moeder als belastend ervaart. Hij voelt zich niet fijn en prettig bij zijn moeder, en dit speelt al langere tijd. De vraag die [minderjarige 1] aan de kinderrechter stelt, namelijk om te bepalen dat hij niet meer naar zijn moeder hoeft te gaan, is heel groot en verstrekkend. [minderjarige 1] vraagt niet om een, al dan niet tijdelijke, vermindering van het contact tussen hem en de moeder, maar om een beëindiging van het contact waarbij niet langer uitvoering wordt gegeven aan de zorgregeling. Omdat de moeder niet naar de zitting is gekomen, is de kinderrechter niet in staat geweest om samen met de ouders en de Raad te spreken over de vraag van [minderjarige 1] en hierover eventueel andere afspraken te maken. De kinderrechter acht dit niet in het belang van [minderjarige 1] . Voor [minderjarige 1] was het namelijk het beste geweest als de oplossing vanuit de ouders zelf was gekomen. Met de Raad is de kinderrechter van oordeel dat [minderjarige 1] door de huidige situatie enorm wordt belast. [minderjarige 1] is een procedure gestart omdat hij het contact met zijn moeder conform de huidige zorgregeling niet langer aan kan, terwijl hij als 11-jarige jongen deze last helemaal niet zou hoeven en moeten dragen. Dit plaatst hem namelijk in een geschil met zijn moeder, terwijl geen enkel kind dit wil. Een kind is loyaal aan zijn beide ouders. Bovendien staat dit een gezonde en evenwichtige ontwikkeling van [minderjarige 1] , nu, dan wel op de lange termijn, in de weg. De kinderrechter acht het, zoals ook besproken met de vader ter zitting, tot de ouderlijke verantwoordelijkheid van de vader als hoofdopvoeder van [minderjarige 1] behorend om zijn procesverantwoordelijkheid te nemen en op grond van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek een wijziging van de zorgregeling te verzoeken zodat de rechter dit geschil op ouder-niveau kan beoordelen. De vader heeft aangegeven dit oordeel van de kinderrechter te begrijpen en te onderschrijven, en voornemens te zijn een procedure te starten om voor [minderjarige 1] (alsnog) duidelijkheid te verkrijgen over het contact tussen hem en zijn moeder. In die procedure kan [minderjarige 1] natuurlijk ook zijn mening geven.

5.3.

Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter geen ambtshalve beslissing nemen op de vraag van [minderjarige 1] .

6Brief aan [minderjarige 1]

6.1.

De kinderrechter vindt het belangrijk om [minderjarige 1] een brief te sturen met uitleg over haar beslissing en beide ouders daarvan op de hoogte te stellen. In deze brief die [minderjarige 1] op het e-mailadres van zijn vader zal ontvangen, leest [minderjarige 1] het volgende.

Beste [minderjarige 1] ,

De rechtbank heeft op 24 januari 2026 een e-mailbericht van jou ontvangen. Op

27 februari 2026 heeft de kinderrechter met jou gesproken over jouw e-mailbericht. Er is toen aangegeven dat er ook met jouw ouders gesproken zal worden.

Jouw beide ouders zijn uitgenodigd voor een zitting met de kinderrechter op 12 maart 2026. Je vader is naar de zitting gekomen, maar je moeder helaas niet. De kinderrechter heeft hierin geen reden gezien om de zitting niet door te laten gaan.

Tijdens de zitting heeft de kinderrechter met jouw vader gesproken over jouw e-mailbericht en wat jij hebt verteld aan de kinderrechter. Bij dit gesprek was ook een mevrouw van de Raad voor de Kinderbescherming aanwezig om de kinderrechter advies te geven.

Voor de kinderrechter is duidelijk geworden dat jij je al langere tijd niet fijn en prettig voelt bij je moeder. Daarom vraag jij de kinderrechter te bepalen dat jij niet meer naar je moeder hoeft te gaan. De kinderrechter begrijpt jouw vraag, maar zij vindt dat niet jij, maar jouw ouders hierover een procedure moeten voeren bij de rechtbank om tot een oplossing voor jou te komen. De kinderrechter heeft dit op de zitting met jouw vader besproken. Jouw vader heeft aangegeven het beste voor jou te willen. Hij gaat zelf een procedure bij de rechtbank starten over het contact tussen jou en je moeder.

De kinderrechter heeft hierin reden gezien om geen beslissing op jouw vraag te nemen en jouw zaak af te sluiten. In de procedure die je vader gaat starten gaat namelijk besproken worden wat het beste is voor jou in het contact met je moeder en hierover zal door de rechtbank een beslissing genomen worden. De kinderrechter hoopt dat deze procedure snel begint zodat er duidelijkheid voor jou gaat komen in het contact met je moeder. Je vader heeft aangegeven hiervoor zijn best te gaan doen.

De kinderrechter wenst je het allerbeste. Mocht je nog vragen hebben over deze brief, dan mag je mij bellen of mailen.

Met vriendelijke groet, namens de kinderrechter,

de griffier

7De beslissing van de kinderrechter

De kinderrechter:

7.1.

neemt geen ambtshalve beslissing op de vraag van [minderjarige 1] om te bepalen dat hij niet meer naar zijn moeder hoeft te gaan.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2026 door mr. Van de Kraats, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Snatersen als griffier.

Mededeling van de griffier:

Voor zover in deze beschikking één of meer eindbeslissingen zijn opgenomen, kan tegen deze beschikking hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof:

a. namens de minderjarige door zijn wettelijk vertegenwoordiger of de bijzondere curator: binnen 3 maanden na de dag van de beschikking;

b. door de minderjarige zelf als zijn aanvraag ziet op de benoeming van een bijzondere curator: binnen 3 maanden na de dag van de beschikking;

c. door de anderen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden: binnen 3 maanden na de dag van de beschikking;

d. door andere belanghebbenden: binnen 3 maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op een andere manier bekend is geworden. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733