Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21-04-2026, ECLI:NL:GHARL:2026:2362

Essentie (gemaakt door AI)

De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en de man veroordeeld tot overdracht aan de vrouw van de naar redelijkheid vastgestelde bruidsgave naar Iraans recht (mahr; gouden Bahare Azadi munten)/betaling van de geldwaarde daarvan. Kort na het huwelijk heeft de man aan de vrouw een volmacht aan de vrouw verleend voor echtscheiding met wederzijds akkoord. Deze volmacht bevat afspraken die verder gaan dan de huwelijksakte en zien niet alleen op het verzoek tot echtscheiding, maar ook op de gevolgen daarvan. De echtscheidingsgrond behoeft daarom geen beoordeling.

Datum publicatie29-04-2026
Zaaknummer200.360.389
ProcedureHoger beroep
ZittingsplaatsArnhem
Formele relatiesEerste aanleg: ECLI:NL:RBMNE:2025:3648
RechtsgebiedenCiviel recht; Personen- en familierecht
TrefwoordenIPR familierecht;
Alimentatie; Bruidsschat en bruidsgave;
Familieprocesrecht
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

De vrouw kan aanspraak maken op de bruidsgave (de gouden Bahare Azadi munten). De man heeft recht op compensatie.

Volledige uitspraak


GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.360.389

(zaaknummers rechtbank Midden-Nederland, 570064 en 578791)

beschikking van 21 april 2026

inzake

[appellante] (de vrouw)

die woont op een bij het hof bekend adres
advocaat: mr. J.J. van Ewijk

en

[geïntimeerde] (de man)

die woont in [woonplaats] ,

advocaat: mr. A. Hashem Jawaheri

1Het verloop van de procedure in hoger beroep

1.1

De vrouw heeft hoger beroep ingesteld tegen de beschikking die de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht (hierna: de rechtbank) op 21 juli 2025 (hierna: de bestreden beschikking) heeft gegeven. Het procesverloop in hoger beroep blijkt uit het beroepschrift met producties, ingekomen op 17 oktober 2025, het verweerschrift met producties en een journaalbericht namens de vrouw van 24 februari 2026 met productie 16.

1.2

De mondelinge behandeling heeft op 6 maart 2026 plaatsgevonden. Partijen zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun advocaten en door hun tolken.

2De kern van de zaak

2.1

Partijen zijn [in] 2018 in Teheran, Iran met elkaar getrouwd. Beiden hebben de Iraanse nationaliteit. De vrouw heeft een Engelse vertaling van de huwelijksakte ingebracht waarvan beide partijen uitgaan. Daarin is – voor zover van belang – het volgende opgenomen:

Marriage portion and the manner of payment: One volume of Quran together with 300 Bahare Azadi Gold Coins which (…) by the Husband to be given to the wife on her demand. Couple’s Signatures’

(…)

B. As a provision of this certificate, Husband gave Wife an irrevocable power, with authority to delegate, to, in the following cases, apply to the court to obtain a decree and get any type of divorce she opts for; and also Husband gave Wife an irrevocable power, with authority to delegate, to accept the bestowal, in case she offers it. The cases in which Wife can apply to the court for the issuance of a decree to get a divorce:

1) (…) 2. Husband’s misbehavior or ill-natured socialization to such an extent that makes it insupportable for Wife to continue living. (…) All conditions were signed by the couple.

(…)’

2.2

De man heeft op 22 december 2018, dus een paar dagen na het huwelijk, een volmacht aan de vrouw verleend voor echtscheiding met wederzijds akkoord. Daarin zijn – onder meer – de volgende voorwaarden en juridische bepalingen opgenomen:

Het verrichten van alle juridische, registratieve en gerechtelijke handelingen namens de volmachtgever met betrekking tot het indienen van zaken bij elk van de bevoegde gerechtelijke instanties, waaronder alle algemene en bijzondere rechtbanken en commissies voor geschillenbeslechting, en het indienen van verzoekschriften voor elk type echtscheiding, zowel met wederzijds goedvinden als andere vormen, onder welke benaming dan ook, hetzij herroepelijk (raj’i) of onherroepelijk (bä’en), met de bevoegdheid om namens de volmachtgever volledige of gedeeltelijke kwijtschelding van de bruidsgave (mahr) te accepteren met betrekking tot elk huwelijkscontract, ongeacht het nummer of de datum, en ongeacht of het een permanent of tijdelijk huwelijk betreft.

(…)

Daarna de echtscheiding in welke vorm dan ook uit te voeren, of het nu gaat om een onherroepelijke (bä’en) of herroepelijk (raj’i) echtscheiding, met de bevoegdheid om de uitvoering van de huwelijksontbinding te verzoeken, met het recht om de volmacht aan derden door te geven onder welke voorwaarden dan ook, en op welke manier dan ook, inclusief het accepteren van kwijtschelding van alimentatie of de overdracht van de bruidsgave in natura, of een gelijkwaardig of lager bedrag dan de overeengekomen bruidsgave, en onder welke voorwaarde dan ook binnen de huwelijksakte, met afstand van het recht op terugkeer (haqq-e rojū`).

(…)

2.3

De vrouw heeft bij bevelschrift in Iran bij de autoriteiten aangegeven dat zij tegenover de man aanspraak maakt op 300 gouden Bahare Azadi munten.

2.4

Op 19 december 2023 is op verzoek van de vrouw aan de Ordedienst van de Islamitische Republiek Iran verzocht om aan de man een uitreisverbod op te leggen totdat hij de 300 gouden munten aan de vrouw heeft voldaan. Tussen partijen staat vast dat dit uitreisverbod vervolgens aan de man is opgelegd. Een vordering van de man in kort geding om de vrouw te gebieden om het aan de man opgelegde uitreisverbod in te trekken is door de voorzieningenrechter bij vonnis van 1 november 2024 afgewezen.

2.5

De vrouw heeft op 6 februari 2024 een verzoek tot echtscheiding ingediend. Bij de bestreden beschikking (van 21 juli 2025) is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en is – voor zover nog van belang – het verzoek van de vrouw om de man te veroordelen tot het voldoen aan haar van de 300 gouden Bahare Azadi munten, dan wel een bedrag dat overeenkomt met de waarde daarvan, afgewezen. Het huwelijk van partijen is op 10 december 2025 ontbonden door inschrijving in de registers van de burgerlijke stand van de echtscheidingsbeschikking.

2.6

De bedoeling van het hoger beroep van de vrouw is dat het hof haar vordering alsnog toewijst en de man veroordeelt tot het voldoen van de 300 gouden Bahare Azadi munten, dan wel een bedrag van € 144.974,16. De man voert verweer.

2.7

Het hof vernietigt de beschikking en beslist dat de vrouw aanspraak kan maken op de bruidsgave maar de man ook recht heeft op compensatie. Het hof licht dat hierna toe.

3De toelichting van de beslissing van het hof

rechtsmacht

3.1

Aangezien de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding op grond van artikel 3 lid 1 sub a, i Brussel II-ter (ten tijde van de procesinleiding hadden beide partijen hun gewone verblijfplaats in Nederland), heeft de Nederlandse rechter tevens rechtsmacht ten aanzien van het verzoek met betrekking tot de bruidsgave (artikel 4 lid 3 Rv jo. artikel 827 lid 1 sub g Rv) .

toepasselijk recht

3.2

Uitgaande van een huwelijksvermogensrechtelijke kwalificatie van de bruidsgave, heeft de rechtbank in de bestreden beschikking Iraans recht toegepast op de vordering van de vrouw uit hoofde van de bruidsgave. Tegen de toepassing van Iraans recht is geen grief gericht zodat dit in hoger beroep vaststaat. Overigens zou het hof ook bij een kwalificatie sui generis van de bruidsgave zijn uitgekomen op de toepassing van Iraans recht, aangezien de bruidsgave haar oorsprong vindt in het Iraanse huwelijk van partijen.

inhoudelijk

3.3

De vrouw klaagt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat zij geen recht heeft op (teruggave van) de bruidsgave van 300 Bahare Azadi gouden munten. Zij heeft geen afstand gedaan van haar aanspraak op de bruidsgave. De man voert verweer. Hij stelt dat de vrouw naar Iraans recht door het indienen van het echtscheidingsverzoek afstand heeft gedaan van haar aanspraak op de bruidsgave dan wel hem ter zake moet compenseren.

3.4

Vast staat dat partijen ter gelegenheid van de huwelijksvoltrekking op 25 november 2018 in Iran afspraken hebben gemaakt over een door de man aan de vrouw verschuldigde bruidsgave en de man kort daarna genoemde volmacht heeft afgegeven. Volgens de man symbolisch van betekenis. Volgens de vrouw betreft het een feitelijke afspraak.

3.5

De bruidsgave (mahr) is een rechtsfiguur in het islamitische recht. Het gaat om een toezegging tot betaling van geld en/of goederen van de man aan de vrouw ter gelegenheid van de huwelijkssluiting. Vanaf de dag van de huwelijkssluiting is de vrouw eigenaar en rechthebbende van de bruidsgave. De vrouw kan vanaf dat moment de bruidsgave op ieder moment opeisen. Dit volgt uit artikel 1082 van het Iraanse Burgerlijk Wetboek (IBW). De bruidsgave moet bezien worden tegen de achtergrond dat naar islamitisch recht echtgenoten in beginsel ieder hun eigen vermogen behouden. Hoewel partijen afwijkende afspraken kunnen maken, kan de vrouw na de ontbinding van het huwelijk daardoor in principe geen aanspraak maken op het vermogen of een bijdrage in haar levensonderhoud van de man. De bruidsgave voorziet daarmee in enige bestaanszekerheid voor de vrouw ook in geval van een echtscheiding. Dit laatste onderschrijft naar het oordeel van het hof dat een dergelijke afspraak niet, zoals de man stelt, louter symbolisch van betekenis kan zijn. De vrouw heeft tegenover de betwisting van de man voldoende gemotiveerd en onderbouwd dat sprake is van een afspraak tot overdracht van de gouden Bahare Azadi gouden munten in het geval zij deze opeist.

3.6

De bruidsgave is zoals aangegeven een vorm van financiële zekerheid voor de vrouw en is naar haar aard (ook) bedoeld om bescherming te blijven bieden aan de financiële belangen van de vrouw zodat zij niet onverzorgd achter zal blijven binnen en na het huwelijk. De bruidsgave vormt dan ook een bron van inkomsten voor de vrouw en voorziet daarmee in enige bestaanszekerheid voor de vrouw in geval van een echtscheiding (zie ook r.o. 3.5). Ook naar Nederlands recht heeft de vrouw geen recht op partneralimentatie. De bruidsgave is daarmee zodanig met het huwelijk en, in het bijzonder, de echtscheiding verbonden dat deze niet los van elkaar kunnen worden gezien. Dat partijen naar Iraans recht nog zijn gehuwd, maakt dit oordeel niet anders. Naar Nederlands recht heeft er immers een rechtsgeldige echtscheiding plaatsgevonden. In hoger beroep is niet in geschil dat de echtscheiding is verzocht door de vrouw.

3.7

De man heeft een paar dagen na het huwelijk ook een volmacht aan de vrouw verleend voor echtscheiding met wederzijds akkoord. Op grond van de volmacht treden partijen in dezelfde rechten en plichten. Het hof constateert met partijen dat in de volmacht andere, verdergaande afspraken zijn gemaakt dan die in de huwelijksakte zijn opgenomen. De vrouw kan op grond van de volmacht verzoekschriften indienen voor elk type echtscheiding (zie 2.2). De man heeft daar ook voor getekend (vingerafdruk). De bepalingen in de volmacht zien naar het oordeel van het hof, anders dan de man stelt, niet uitsluitend op het verzoeken van de echtscheiding, maar ook op de gevolgen van de echtscheiding. De gevolgen van de echtscheiding zijn in de volmacht ook niet uitdrukkelijk door partijen uitgesloten.

3.8

Partijen zijn in Iran beiden hoogopgeleid en waren in een financieel gelijkwaardige positie. De vrouw was in Teheran projectmanager bij een communicatiebedrijf. Dat is na de echtscheiding in Nederland ten nadele van de vrouw veranderd. De vrouw is, ondanks haar hoge opleiding in Iran, verkoopmedewerker bij een supermarkt. De man was in Iran ingenieur. In Nederland is hij, na afronding van een master opleiding elektrotechniek ten tijde van het huwelijk in Nederland, wederom als ingenieur werkzaam.

conclusie

3.9

Het voorgaande leidt, alle feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien, tot de slotsom dat de vrouw kan worden ontvangen in haar verzoek/vordering, dat deze is gebaseerd op een rechtsgeldig te achten overeenkomst, dat de omvang van de vordering vaststaat en dat de vrouw haar aanspraken niet heeft prijsgegeven.

3.10

De volmacht, die partijen een gelijke positie bij echtscheiding biedt en hen dezelfde rechten en plichten geeft (zie 3.7), maakt dus ook dat aan de man onverlet het recht op compensatie toekomt. Naar redelijkheid en billijkheid stelt het hof de bruidsgave vast op 200 Bahare Azadi munten, dan wel tot betaling van het equivalent daarvan op de peildatum 10 december 2023 (om en nabij de dag van uitvaardiging van het door de vrouw overgelegde bevelschrift door de Iraanse autoriteiten) gelijk aan € 100.000. Over het equivalent in waarde liggen de standpunten niet uiteen; de vrouw heeft gesteld dat de waarde van 300 Bahare Azadi € 144.974,16 bedraagt en volgens de man bedragen 100 (volle) munten € 50.000 (zie proces-verbaal van 27 juni 2025, blad 6, eerste aanleg). De door de man gestelde onduidelijkheid over de omvang /afkomst van de munten is onvoldoende door de man onderbouwd en door de vrouw genoegzaam betwist. Het hof zal als volgt beslissen.

3.11

Vorenstaande brengt mee dat de door de vrouw aangevoerde echtscheidingsgrond geen behandeling behoeft en het gedrag van de man, de door de vrouw gestelde ‘misbehavior’, dus ook niet.

3.12

Het hof bepaalt dat elke partij zijn eigen kosten moet dragen (compensatie van proceskosten) vanwege de aard van de zaak (een procedure van gewezen echtelieden in het kader van de afwikkeling van het naar Iraanse recht gesloten huwelijk).

4De beslissing

Het hof:

4.1

vernietigt de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 21 juli 2025, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en in zoverre opnieuw beschikkende:

4.2

veroordeelt de man tot overdracht aan de vrouw van 200 Bahare Azadi gouden munten, dan wel tot betaling van het equivalent daarvan gelijk aan € 100.000;

4.3

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

4.4

compenseert de kosten van het geding in hoger beroep in die zin, dat elke partij de eigen kosten draagt;

4.5

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. S. Kuijpers, P.B. Kamminga en D.J.I. Kroezen, bijgestaan door mr. G.J. Heuvelink als griffier, en is op 21 april 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733