Rechtbank Den Haag 13-03-2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:8756

Essentie (gemaakt door AI)

Vader verzoekt omgang in de PI en een kwartaalse informatieregeling; subsidiair raadsonderzoek. Kinderen staan open voor contact maar wensen fysiek pas vanaf de zomervakantie. Rechtbank legt regie voor omgang en informatie bij moeder, die wijze, duur en frequentie bepaalt en voorafgaand via Skype contact organiseert. Geen specifieke informatieregeling; richtlijn maandelijks bericht met foto’s. Meer of anders verzochte, incl. raadsonderzoek en vaste schema’s, wordt afgewezen.

Datum publicatie21-04-2026
ZaaknummerC/09/679659 / FA RK 25-810
ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
ZittingsplaatsDen Haag
RechtsgebiedenCiviel recht; Personen- en familierecht
TrefwoordenKinderen; Zorgregeling / omgang / informatie
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

Afwijzen verzoek omgangs- en informatieregeling. Regie voor omgangs- en informatieregeling bij de moeder.

Volledige uitspraak


Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 25-810

Zaaknummer: C/09/679659

Datum beschikking: 13 maart 2026

Omgang en informatieregeling

Beschikking op het op 3 februari 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader],

de vader,

momenteel gedetineerd in de PI [plaats],

advocaat: mr. R. Vermeer in Utrecht.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder],

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. N. van Amsterdam in Leiden.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • het verzoekschrift, met bijlagen, namens de vader;

  • het bericht van 28 januari 2026 namens de vader;

  • het verweerschrift, met bijlagen, namens de moeder.

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben hun mening over de verzoeken gegeven in een gesprek met de rechter.

Op 13 februari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader met zijn advocaat en tolk F. Flippo-Wassa, de moeder met haar advocaat en tolk S. Olia, [naam 1] namens de Raad voor de Kinderbescherming en [naam 2], de buddy van de vader uit de PI.

Feiten

  • De vader en de moeder hebben een affectieve relatie gehad.

  • Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen:

  • [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2011 in [geboorteplaats];

  • [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2012 in [geboorteplaats].

  • De moeder is van rechtswege alleen met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] belast.

  • De vader heeft de kinderen erkend.

Verzoek en verweer

De vader verzoekt te bepalen dat:

- primair: er tussen hem en de minderjarige kinderen eens per maand omgang zal zijn voor één of een aantal uur op een nader te bepalen dag en tijdstip in de PI waar hij verblijft;

subsidiair: de Raad voor de Kinderbescherming onderzoek doet en advies geeft over de mogelijkheden van contact en/of omgang tussen de vader en de kinderen;

  • de moeder de vader eens per kwartaal schriftelijk informeert over belangrijke en dagelijkse gebeurtenissen in het leven van de kinderen en van ieder kind twee recente kleurenfoto’s stuurt;

  • althans een zodanige beslissing te nemen als de rechtbank in goede justitie acht,

voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.

De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken is de rechtbank het volgende gebleken. In 2018 is de relatie van de ouders beëindigd. De vader is in 2019 voor werk naar [land] vertrokken. Daar is de vader opgepakt en veroordeeld voor een gevangenisstraf van tien jaar. Sindsdien is er nauwelijks contact geweest tussen de vader en de kinderen. De vader heeft viereneenhalf jaar van zijn gevangenisstraf in [land] uitgezeten. Eind 2024 is de vader naar Nederland gekomen om hier het resterende deel van zijn straf uit te zitten. De vader geeft aan dat hij vanaf 2026 in aanmerking komt voor re-integratieverlof en hij op een beperkt beveiligde afdeling zal komen. De verwachting is dat de vader in 2027 vrijkomt.

Omgangsregeling

Op grond van artikel 1:377a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) heeft een kind recht op omgang met zijn ouders en met degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot hem staat. De niet met het gezag belaste ouder heeft het recht op en de verplichting tot omgang met zijn kind. Lid 3 van dit artikel bepaalt (voor zover hier van belang) dat omgang slechts wordt ontzegd indien omgang ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind, de ouder kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat moet worden geacht tot omgang of omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.

Uit de gesprekken die de rechtbank met de kinderen heeft gevoerd is gebleken dat de kinderen open staan voor contact met de vader. Zij hebben aangegeven dat zij pas vanaf de zomervakantie fysiek contact willen, omdat zij het dan rustiger hebben.

De moeder heeft op de zitting aangegeven dat zij het moeilijk vindt om de kinderen fysiek contact te laten hebben met de vader, maar dat zij de kinderen zal steunen in hun wens.

De rechtbank heeft op de zitting met de ouders gesproken over de wijze van omgang zolang de vader gedetineerd is. De rechtbank is, mede gelet hierop, van oordeel dat de regie voor de omgang tussen de kinderen en de vader bij moeder zal liggen. De rechtbank heeft voldoende vertrouwen in het inzicht van de moeder in wat de kinderen nodig hebben en wat hun draagkracht is in de omgang met de vader. Zoals op de zitting is besproken, gaat de rechtbank ervan uit dat fysieke contacten in de PI tussen de vader en de kinderen niet eerder zullen starten dan de zomervakantie van 2026. Naast dat dit de wens van de kinderen is geeft dit partijen de gelegenheid om deze contacten te plannen.

Vooralsnog wordt uitgegaan van één contactmoment per maand. Als de moeder merkt dat dit de draagkracht van de kinderen te boven gaat, of als zij een andere frequentie of zelfs het stopzetten van de omgang in het belang van de kinderen passend vindt, kan zij de omgang aanpassen. De regie hierover legt de rechtbank bij de moeder. Tot aan het begin van de fysieke contacten zal er contact tussen de vader en de kinderen zijn via Skype. De moeder is ook verantwoordelijk voor de regie over dit contact.

Informatieregeling

Op grond van artikel 1:377b lid 1 BW is de ouder die met het gezag over het kind is belast gehouden de niet met het gezag belaste ouder op de hoogte te stellen van gewichtige aangelegenheden betreffende de persoon en het vermogen van het kind en deze te raadplegen over daaromtrent te nemen beslissingen. Op grond van lid 2 van voornoemd artikel kan de rechtbank zowel op verzoek van de met het gezag belaste ouder als ambtshalve bepalen dat het eerste lid buiten toepassing blijft indien het belang van het kind dit vereist.

Ten aanzien van de informatieregeling zal de rechtbank bepalen dat de moeder de regie hierover voert, zoals de ouders op de zitting zijn overeengekomen, en zal de rechtbank geen specifieke informatieregeling vaststellen. Uit dat wat op de zitting is besproken is gebleken dat de moeder inmiddels foto’s van de kinderen met de vader heeft gedeeld. De rechtbank heeft er net als de vader vertrouwen in dat de moeder de vader regelmatig zal voorzien van informatie van de kinderen. Als richtlijn voor de frequentie geeft de rechtbank de moeder eens per maand mee, zo mogelijk met een foto van elk van de kinderen. Het staat de vader altijd vrij om meer informatie aan de moeder te vragen.

Proceskosten

Aangezien het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren zoals hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:

*

bepaalt dat de omgang tussen de vader en de minderjarigen:

  • [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2011 in [geboorteplaats],

  • [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2012 in [geboorteplaats],

zal plaatsvinden onder regie van de moeder, waarbij de moeder de wijze, de duur en de frequentie van de omgang bepaalt;

*

bepaalt dat de moeder de regie voert over de frequentie en de inhoud van de informatieregeling;

*

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

*

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.G. Meeder, kinderrechter, bijgestaan door mr. C.A.E. de Koning als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 13 maart 2026.



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733