Rechtbank Den Haag 13-03-2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:8753

Essentie (gemaakt door AI)

Verzoek tot gerechtelijke vaststelling ouderschap na overlijden man is toegewezen zonder DNA-onderzoek, waarin de rechtbank op basis van consistente, door familie gedeelde overtuigingen en context geen twijfel aan het vaderschap heeft. Rechtsmacht volgt uit art. 3 onder c Rv; Nederlands recht is van toepassing via art. 10:97 BW. Verzoeken tot wijziging/naamskeuze afgewezen bij gebrek aan belang, omdat geslachtsnaam van rechtswege wijzigt op grond van art. 1:5 lid 8 BW. Bijzondere curator ontslagen van werkzaamheden.

Datum publicatie21-04-2026
ZaaknummerC/09/688748 / FA RK 25-5473
ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
ZittingsplaatsDen Haag
RechtsgebiedenCiviel recht; Personen- en familierecht
TrefwoordenKinderen; DNA-onderzoek;
Overig; Geslachtsnaam (art. 1:5 t/m 1:9 BW)
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

Verzoek tot gerechtelijke vaststelling ouderschap na overlijden man toegewezen zonder DNA-onderzoek. Verzoek wijziging geslachtsnaam afgewezen omdat dit voortvloeit uit artikel 1:5 lid 9 BW

Volledige uitspraak


Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 25-5473

Zaaknummer: C/09/688748

Datum beschikking: 13 maart 2026

Gerechtelijke vaststelling ouderschap

Beschikking op het op 17 juli 2025 ingekomen verzoekschrift van:

[de moeder] ,

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat mr. M.H.J.M. Stassen te Valkenburg.

Het verzoekschrift heeft betrekking op:

[de man] ,

de man,

overleden op [datum] 2025 te [plaats] , [land 1] .

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

de minderjarige [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2025 te [geboorteplaats 1] ,

hierna te noemen: [minderjarige 1] ,

in rechte vertegenwoordigd door mr. M.J. Boers, advocaat te ’s-Gravenzande,

in de hoedanigheid van bijzondere curator.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift;

- de brief van 28 augustus 2025, met bijlagen, namens verzoekster;

- het verslag van de bijzondere curator van 10 november 2025;

- het bericht van 19 januari 2026 namens verzoekster;

- het bericht van 19 januari 2026 van de bijzondere curator.

De behandeling van de zaak is, met toestemming van partijen, zonder mondelinge behandeling afgedaan.

Feiten

- Uit de moeder is geboren de hierboven genoemde [minderjarige 1] .

- [minderjarige 1] is niet erkend en op het moment van geboorte was de moeder niet gehuwd en stond zij niet geregistreerd als partner in de zin van de wet.

- De moeder heeft van rechtswege het gezag over [minderjarige 1] .

- [minderjarige 1] verblijft bij de moeder in [land 1] .

- De man is overleden op [datum] 2025 te [plaats] , [land 1] .

- De moeder en de man zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:

- [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 2] 2016;

- [minderjarige 3] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 3] 2022.

- De moeder en de minderjarige kinderen hebben de Nederlandse nationaliteit. De man had de Nederlandse nationaliteit.

- Bij beschikking van deze rechtbank van 24 september 2025 is mr. M.J. Boers voornoemd benoemd tot bijzondere curator teneinde [minderjarige 1] ingevolge artikel 1:212 van het Burgerlijk Wetboek (BW) te vertegenwoordigen.

Verzoek

Het verzoekschrift strekt –voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens–:

    tot gerechtelijke vaststelling van het ouderschap van de man over de hiervoor genoemde [minderjarige 1] ;

    aan verzoekster vervangende toestemming te verlenen, die de verklaring van de man vervangt, zodat de minderjarige [minderjarige 1] de [geslachtsnaam] zal verkrijgen;

    vast te leggen de verklaring van de ouders dat de minderjarige [minderjarige 1] de [geslachtsnaam] zal hebben.

De bijzondere curator adviseert het verzoek van de moeder tot gerechtelijke vaststelling van het ouderschap over [minderjarige 1] toe te wijzen.

Beoordeling

Gerechtelijke vaststelling ouderschap

Rechtsmacht

Omdat de moeder de Nederlandse nationaliteit heeft, de man deze had op het tijdstip van overlijden en [minderjarige 1] in Nederland is geboren, is de rechtbank van oordeel dat deze zaak voldoende met de rechtssfeer van Nederland is verbonden, zodat de Nederlandse rechter op grond van artikel 3, onder c, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) rechtsmacht toekomt.

Toepasselijk recht

Of en onder welke voorwaarden ouderschap van een persoon gerechtelijk kan worden vastgesteld, wordt krachtens artikel 10:97 BW bepaald door het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van die persoon en de moeder of, indien dit ontbreekt, door het recht van de staat waar die persoon en de moeder elk hun gewone verblijfplaats hebben of, indien ook dit ontbreekt, door het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind.

De rechtbank past Nederlands recht toe op het verzoek tot gerechtelijke vaststelling ouderschap, zijnde het recht van de gemeenschappelijke nationaliteit van de moeder en de man op het tijdstip van zijn overlijden.

De rechtbank Den Haag is op grond van artikel 269 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) relatief bevoegd kennis te nemen van de verzoeken.

Ontvankelijkheid

Op grond van artikel 1:207 lid 1 BW kan het ouderschap van een persoon, ook indien deze is overleden, op de grond dat deze de verwekker is van het kind door de rechtbank worden vastgesteld op verzoek van :

a. de moeder, tenzij het kind de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt;

b. het kind.

Op grond van lid 3 van dit artikel wordt een verzoek door de moeder bij de rechtbank ingediend binnen vijf jaren na de geboorte van het kind.

Aangezien de moeder kort na de geboorte van [minderjarige 1] en dus binnen de termijn van vijf jaren het verzoek heeft ingediend, kan zij worden ontvangen in haar verzoek.

Inhoudelijke beoordeling

De moeder stelt dat de man de verwekker is van [minderjarige 1] . De moeder had al geruime tijd een relatie met de man en zij woonden sinds 2015 tot aan zijn overlijden samen. De man is op [datum] 2025 plotseling overleden. [minderjarige 1] is kort na het overlijden van de man geboren. De moeder heeft samen met de man nog twee dochters: [minderjarige 2] en [minderjarige 3] . De moeder stelt belang te hebben bij het gerechtelijk vaststellen van het ouderschap van de man over [minderjarige 1] in verband met de erfelijke positie van [minderjarige 1] in verhouding tot de andere twee kinderen geboren uit hun relatie alsmede in verband met de halfwezenuitkering die de andere twee kinderen wel zullen ontvangen en [minderjarige 1] nu niet.

De rechtbank stelt voorop dat in dit soort zaken in de regel wordt gevraagd om een
DNA-onderzoek als bewijs van het vaderschap. De rechtbank zal hier nu echter niet om vragen, omdat zij dit in deze situatie complex en vooral te emotioneel belastend vindt. De moeder is overtuigd van het vaderschap van de man en heeft onderbouwd waarom zij die overtuiging heeft. De familie van de man, ook zijn erfgenamen, delen bovendien deze overtuiging. Immers, bij enige twijfel zou de man niet op het geboortekaartje van [minderjarige 1] zijn vermeld en zou [minderjarige 1] niet op de rouw- en herdenkingskaart van de man zijn vermeld. De rechtbank heeft daarom geen twijfels over het ouderschap van de man. De rechtbank zal het verzoek van de moeder tot gerechtelijke vaststelling van het ouderschap daarom zonder DNA-bewijs toewijzen.

Wijziging geslachtsnaam

Rechtsmacht en toepasselijk recht

De Nederlandse rechter heeft op grond van artikel 3 aanhef en onder c Rv rechtsmacht om te beslissen op het verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van [minderjarige 1] .

Op grond van artikel 10:20 BW worden de geslachtsnaam en de voornamen van een persoon die de Nederlandse nationaliteit bezit, ongeacht de vraag of hij nog een andere nationaliteit heeft, bepaald door het Nederlandse recht. De moeder heeft onbetwist gesteld dat [minderjarige 1] de Nederlandse nationaliteit heeft. Dit betekent dat Nederlands recht van toepassing is op de geslachtsnaam van [minderjarige 1] .

Inhoudelijke beoordeling

De moeder heeft de rechtbank ook gevraagd om te bepalen dat [minderjarige 1] voortaan de [geslachtsnaam] zal hebben, zodat alle kinderen in het gezin dezelfde achternaam zullen hebben.

Op grond van artikel 1:5 lid 2 BW houdt een kind dat door gerechtelijke vaststelling van het vaderschap in familierechtelijke betrekking tot de vader komt te staan, de geslachtsnaam van de moeder, tenzij de moeder en de man wiens vaderschap is vastgesteld, ter gelegenheid van de vaststelling gezamenlijk verklaren dat het kind de geslachtsnaam van de vader zal hebben. Is één van de ouders voorafgaand aan het tijdstip waarop de naamskeuze uiterlijk moet zijn gedaan overleden en is de naamskeuze niet gedaan, dan legt de andere ouder een verklaring omtrent de naamskeuze af (artikel 1:5 lid 9 BW) .

Een uitzondering op deze regel volgt uit artikel 1:5 lid 8 BW: “Een verklaring van de ouders als bedoeld in het tweede, derde, vierde of zesde lid, kan slechts ten aanzien van de geslachtsnaam van hun eerste kind worden afgelegd. (…) Onverminderd het zevende lid, hebben volgende kinderen van dezelfde ouders (…) dezelfde geslachtsnaam als het eerste kind (…).”.

Gelet op artikel 1:5 lid 8 BW zal de geslachtsnaam van [minderjarige 1] van rechtswege wijzigen in ‘ [geslachtsnaam] ’ bij toewijzing van het verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het ouderschap, en wel op het moment dat deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan. De moeder en de man zijn namelijk ook ouders van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] . Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de verzoeken van de moeder onder 2 en 3 bij gebrek aan belang afwijzen, omdat de verzochte geslachtsnaam al uit de wet voortvloeit.

Bijzondere curator

Uit de te nemen beslissing volgt dat vertegenwoordiging van [minderjarige 1] door de bijzondere curator in deze procedure niet meer nodig is. De rechtbank beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd.

Proceskosten

Omdat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren zoals hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:

*

stelt vast het ouderschap van:

[de man] , geboren op [geboortedatum 4] 1979 te [geboorteplaats 2] , overleden op [datum] 2025 te [plaats] , [land 1] ,

over:

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2025 te [geboorteplaats 1] ,

uit:

[de moeder] , geboren op [geboortedatum 5] 1983 te [geboorteplaats 3] , [land 2] ;

*

beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd;

*

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.L. Strop, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. M.G. Coopmans-Veraa als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van

13 maart 2026.



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733