Rechtbank Rotterdam 23-03-2026, ECLI:NL:RBROT:2026:4350

Essentie (gemaakt door AI)

Verzoek van officier van justitie, met instemming van ouders en ambtenaar BS, tot aanvulling registers met een geboorteakte met latere vermelding van erkenning en een overlijdensakte voor een in 2015 levend geboren kind na minder dan 24 weken zwangerschap. Toepassing van art. 1:24 BW en art. 1:24b BW; verwijzing naar huidige regeling dat bij levend geboren en vóór aangifte overleden kinderen beide akten worden opgemaakt art. 1:19i lid 2 BW. Verzoek wordt toegewezen; griffier draagt zorg voor verzending na drie maanden art. 1:24 lid 2 BW.

Datum publicatie15-04-2026
ZaaknummerC/10/712196 / FA RK 25-9737
ProcedureBeschikking
ZittingsplaatsRotterdam
RechtsgebiedenCiviel recht; Personen- en familierecht
TrefwoordenOverig; Burgerlijke Stand (art. 1:16 t/m 1:29f BW)
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

Artikel 1:24 BW. Verzoek ouders tot aanvulling van de registers van geboorte en overlijden met een ontbrekende geboorteakte met latere vermelding van erkenning en een overlijdensakte van een in 2015 geboren kind na een zwangerschap van 24 weken.

Volledige uitspraak


Rechtbank Rotterdam

Team familie

Zaaknummer / rekestnummer: C/10/712196 / FA RK 25-9737

Ovj kenmerk: [kenmerknummer]

Beschikking van 23 maart 2026 over akten van de burgerlijke stand

in de zaak van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,

in welke zaak belanghebbenden zijn:

[naam vrouw] , hierna de vrouw,

[naam man] , hierna: hierna de man,

beiden wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,

en

De ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Rotterdam,

zetelend te Rotterdam,

hierna: de ambtenaar van de burgerlijke stand.

1De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, ingekomen op 19 december 2025.

2De beoordeling

2.1.

Het verzoek strekt tot aanvulling van de registers van geboorten en van overlijden met respectievelijk een geboorteakte met latere vermelding betreffende erkenning en een overlijdensakte van het kind [naam kind] , welke aanvullingen komen te luiden conform het bijgevoegde voorstel van de ambtenaar van de burgerlijke stand te Rotterdam. De man en de vrouw vinden het belangrijk dat het bestaansrecht van [naam kind] wordt erkend en dat er alsnog een geboorte-, erkennings- en overlijdensakte worden opgemaakt.

2.2.

Op grond van artikel 24, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank op verzoek van belanghebbenden of het openbaar ministerie de aanvulling van een register van de burgerlijke stand gelasten met een daarin ontbrekende akte. Ingevolge artikel 1:24b, eerste lid, BW geschiedt de aanvulling van een register van de burgerlijke stand door het opmaken van een nieuwe akte in dat register.

2.3.

Omdat alle belanghebbenden instemmen met het verzoek, kan op het verzoek zonder verdere mondelinge behandeling worden beslist.

2.4.

Wanneer een kind levend is geboren maar voor de aangifte van de geboorte is overleden, wordt op grond van de geldende wetgeving zowel een akte van geboorte als een akte van overlijden opgemaakt (artikel 1:19i lid 2 BW) .

2.5.

De wetgeving was anders op het moment van de geboorte en het overlijden van [naam kind] met betrekking tot kinderen die waren geboren binnen een periode van 24 weken vanaf de conceptie en die overleden voordat van hun geboorte aangifte kon worden gedaan.

2.6.

De rechtbank is gebleken dat uit de vrouw op 18 april 2015 om 3.48 uur te Rotterdam een kind van het vrouwelijk geslacht is geboren. Het kind is binnen 24 weken na de conceptie geboren. Het kind is levend ter wereld gekomen. De man en de vrouw hebben het kind de voornaam [voornaam kind] gegeven. Verder leidt de rechtbank uit de overgelegde stukken af dat voornoemd kind op 18 april 2015 is overleden. De behandelend gynaecoloog heeft de geboorte en het overlijden van het kind bevestigd. Vast staat dat er geen geboorte-, erkennings- en overlijdensakte van voornoemd kind zijn opgemaakt door de daartoe bevoegde ambtenaar.

2.7.

De rechtbank zal het verzoek toewijzen. De rechtbank is van oordeel dat alsnog een geboorte-, erkennings- en overlijdensakte van [naam kind] kunnen worden opgemaakt, mede gelet op de bedoeling van de wetgever bij de wetswijzigingen in 2019. Uit de stukken die als bijlagen met het verzoekschrift zijn meegezonden is gebleken dat de aangegeven feiten en omstandigheden rondom de geboorte en het overlijden van [naam kind] juist zijn. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat uit de overgelegde stukken de noodzakelijke gegevens kunnen worden vastgesteld die nodig zijn voor het opmaken van een akte van geboorte, een akte van erkenning en een akte van overlijden (artikel 43, 49 en 61 van het Besluit Burgerlijke

Stand).

Tenslotte is de rechtbank van oordeel dat deze beslissing recht doet aan de ouders. Het is voor hen van groot emotioneel en symbolisch belang dat het leven van [naam kind] wordt erkend, ook door de overheid, en wordt vastgelegd in de registers van de burgerlijke stand.

3De beslissing

De rechtbank:

3.1.

gelast de aanvulling van het geboorteregister van de gemeente Rotterdam met een akte van geboorte en een latere vermelding betreffende erkenning volgens de aan deze beschikking gehechte kopie van het voorstel van voornoemde ambtenaar van de burgerlijke stand, waarvan de inhoud als hier ingevoegd moet worden beschouwd;

3.2.

gelast de aanvulling van het overlijdensregister van de gemeente Rotterdam met een akte van overlijden volgens de aan deze beschikking gehechte kopie van het voorstel van voornoemde ambtenaar van de burgerlijke stand, waarvan de inhoud als hier ingevoegd moet worden beschouwd;

3.3.

draagt de griffier op om niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking – en als daartegen geen hoger beroep is ingesteld – een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Rotterdam zoals bepaald in artikel 1:24 lid 2 BW.

Deze beschikking is gegeven door mr. J. van Driel (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van M.H. van Leeuwen, griffier, op 23 maart 2026.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.

Door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden moet het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de beschikking. Voor andere belanghebbenden geldt voor het instellen van hoger beroep een termijn van drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op andere manier bekend is geworden.

[ AFBEELDINGEN VAN AKTEN MET HIERIN DE GEVENS VAN HET KIND , DE MAN EN DE VROUW ]



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733