Rechtbank Midden-Nederland 19-03-2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:1447

Essentie (gemaakt door AI)

Familierechtelijke beschikking waarin moeder eenhoofdig gezag over minderjarige 2 krijgt wegens klem- en verloren-criterium art. 1:251a BW. Verzoeken moeder tot vervangende toestemming voor hulp en vakantie t.a.v. minderjarige 2 eindigen in niet-ontvankelijkheid. Voor minderjarige 1 wordt (voorwaardelijke) vervangende toestemming voor vakantie verleend en haar hoofdverblijfplaats bij moeder bepaald. Kinderalimentatie wordt gewijzigd naar €350 per kind per maand. Vader voert geen verweer.

Datum publicatie13-04-2026
ZaaknummerC/16/605290 / FL RK 26-39
ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
ZittingsplaatsLelystad
RechtsgebiedenCiviel recht; Personen- en familierecht
TrefwoordenKinderen; Gezag;
Alimentatie
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

gezag, hoofdverblijfplaats, vervangende toestemming, wijzigen kali

Volledige uitspraak


RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht

locatie Lelystad

zaaknummers:

  • C/16/605290 / FL RK 26-39 (vervangende toestemming, hoofverblijfplaats en de kinderalimentatie)

  • C/16/605494 / FL RK 26-64 (gezag)

Beschikking van 19 maart 2026

in de zaak van:

[moeder] ,

wonende in [woonplaats] ,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. L.D.H. Lesmeister,

tegen

[vader] ,

wonende in [woonplaats] ,

hierna te noemen: de vader.

1De procedures

In de procedure met zaaknummer C/16/605290 / FL RK 26-39

1.1.

De rechtbank heeft het verzoekschrift (met bijlagen) van de moeder ontvangen op 5 januari 2026.

In de procedure met zaaknummer C/16/605494 / FL RK 26-64

1.2.

De rechtbank heeft het verzoekschrift (met bijlagen) van de moeder ontvangen op 12 januari 2026.

In beide procedures

1.3.

De verzoeken zijn besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van 19 februari 2026. Daarbij waren aanwezig:

  • de moeder met haar advocaat;

  • [A] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad);

  • [B] namens de gecertificeerde instelling Stichting Samen Veilig Midden-Nederland (hierna: de GI).

1.4.

De vader is op de juiste manier uitgenodigd voor de mondelinge behandeling. De vader is niet gekomen.

1.5.

De rechtbank heeft aan [minderjarige 1] en [minderjarige 2] (de kinderen van de ouders) gevraagd wat zij van de verzoeken vinden. De kinderen hebben op 18 februari 2026 met de kinderrechter gesproken.

2Waar de procedures over gaan

In beide procedures

2.1.

De ouders zijn met elkaar getrouwd geweest.

2.2.

Zij hebben samen twee kinderen:

  • [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] ;

  • [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2014 in [geboorteplaats] .

De kinderen wonen op dit moment bij de moeder.

2.3.

De ouders hebben samen het gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Dat betekent dat zij samen de belangrijke beslissingen over hen nemen.

2.4.

Op 9 september 2025 zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld van de GI. De ondertoezichtstelling loopt tot 9 september 2026. 1

In de procedure met zaaknummer C/16/605290 / FL RK 26-39

2.5.

De moeder verzoekt de rechtbank:

  • om aan haar vervangende toestemming te verlenen voor de behandeling van [minderjarige 2] door Praktijk [naam] ;

  • om aan haar vervangende toestemming te verlenen voor een vakantie met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar Suriname, in de periode van 13 juli 2026 tot en met 2 augustus 2026;

  • te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] in het vervolg bij de moeder zal zijn;

  • te bepalen dat de vader met ingang van 7 januari 2026 een kinderalimentatie zal voldoen van € 350,- per kind per maand.

In de procedure met zaaknummer C/16/605494 / FL RK 26-64

2.6.

De moeder verzoekt de rechtbank om het gezamenlijk gezag over [minderjarige 2] te beëindigen en te bepalen dat zij voortaan alleen belast zal zijn met het gezag over hem.

In beide procedures

2.7.

De vader heeft in beide procedures geen verweer gevoerd. Dit betekent dat hij niet aan de rechtbank

heeft verteld wat hij van de verzoeken vindt.

3De beoordeling

In de procedure met zaaknummer C/16/605494 / FL RK 26-64

De moeder wordt belast met het eenhoofdig gezag over [minderjarige 2]

3.1.

De rechtbank zal beslissen dat de moeder voortaan alleen het gezag over [minderjarige 2] heeft. Dit betekent dat zij vanaf nu alleen de beslissingen over hem mag nemen. De rechtbank zal hierna uitleggen waarom zij deze beslissing neemt.

3.2.

Het uitgangspunt is dat ouders samen het gezag over hun kinderen hebben, ook als zij uit elkaar zijn. In de wet staat dat de rechtbank het gezag van een ouder kan beëindigen als zij vindt dat: 2

  1. er een te groot risico bestaat dat het kind klem of verloren zal raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat deze situatie binnen een korte periode zal verbeteren, of

  2. dat in het belang van het kind noodzakelijk is.

3.3.

In dit geval is de rechtbank van oordeel dat [minderjarige 2] momenteel al klem zit door de strijd van zijn ouders. De rechtbank heeft hierbij het volgende overwogen:

  • het lukt de ouders niet om op een constructieve manier met elkaar te communiceren en samen beslissingen over [minderjarige 2] te nemen. Ook binnen de lopende ondertoezichtstelling is het de ouders nog niet gelukt om hun onderlinge relatie te verbeteren en op een normale manier te communiceren;

  • de vader verleent niet, of niet binnen een redelijke termijn, zijn toestemming voor de vakanties van de moeder met de kinderen. Ook heeft de moeder verteld dat de vader in het verleden weleens zijn toestemming heeft gegeven en hier dan op een later moment op terugkwam. Dit zorgt voor veel onzekerheid, ook bij de kinderen, en de moeder kan hierdoor geen concrete (vakantie)plannen maken;

  • de vader stelt voorwaarden aan zijn toestemming. Zo heeft hij gezegd dat hij alleen toestemming zal verlenen voor de vakantie naar Suriname, als de moeder haar verzoek over het gezag zal intrekken;

  • [minderjarige 2] heeft behoefte aan hulpverlening. De vader weigert hiervoor zijn toestemming te geven, althans is ook daarin onduidelijk;

  • [minderjarige 2] is op dit moment nog maar twaalf jaar oud, dit betekent dat er waarschijnlijk nog meerdere gezagsbeslissingen genomen moeten worden. De Raad heeft tijdens de zitting uitgelegd dat het niet in het belang van [minderjarige 2] is dat zijn moeder voor elke gezagsbeslissing naar de rechter toe moet. Een rechtszaak zorgt namelijk voor veel spanning tussen ouders onderling en is erg belastend voor kinderen;

  • het is niet te verwachten dat de situatie tussen de ouders binnen een afzienbare tijd zal verbeteren. De ouders zijn inmiddels al een lange tijd uit elkaar. Sinds september 2025 staan de kinderen onder toezicht van de GI, omdat zij ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. Er is sprake van een loyaliteitsconflict bij beide kinderen, die is ontstaan door de echtscheidingsproblematiek van de ouders. Tot nu is het de ouders (ook binnen de ondertoezichtstelling) niet gelukt om hun ouderrelatie te verbeteren.

3.4.

Dit alles afwegende ziet de rechtbank geen andere mogelijkheid dan het gezag van de vader over [minderjarige 2] te beëindigen, hoe ingrijpend die beslissing ook is. Dit betekent dat de rechtbank het verzoek van de moeder zal toewijzen. De rechtbank heeft bij deze beslissing meegewogen dat de vader de strijd met de moeder voorrang lijkt te geven boven de belangen van zijn kinderen. Dit blijkt onder ander uit het feit dat hij heeft gezegd dat hij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] niet meer hoeft te zien als zijn gezag wordt beëindigd. De Raad en de GI vinden dit een zorgelijke uitspraak en hebben verteld dat zij niet goed kunnen inschatten in hoeverre de vader ook werkelijk de daad bij het woord zal voegen. Deze uitspraak vindt ook de rechtbank zeer zorgelijk. Het zou geen uitleg behoeven dat het ouderlijk gezag niet bedoeld is om ingezet te worden als machtsmiddel. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] houden allebei ontzettend veel van hun vader en willen hem graag in hun leven hebben; zij hebben dit zelf aan de kinderrechter verteld. De manier waarop het contact nu verloopt, is een bron van stress en verdriet voor de kinderen. Zeer verdrietig vond de rechtbank het om in appverkeer te moeten lezen dat [minderjarige 2] zijn vader graag wilde zien op zijn verjaardag, en hem dat vroeg, maar dat vader vervolgens eenvoudigweg aangaf dat dat niet kon, kennelijk vanwege deze procedure. Ook de opmerking van de vader na het Raadsonderzoek heeft de rechtbank zeer getroffen. Nadat hij kennisnam van de beschrijving van de situatie door [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , en van hoeveel last zij van de strijd tussen de ouders hebben, schreef de vader: ‘ik zit erover na te denken om [minderjarige 2] en [minderjarige 1] niet meer in huis te nemen. Van mij mogen ze uit huis geplaatst worden’. De rechtbank is van oordeel dat dit een schokkende uitspraak is en ziet zich daarom genoodzaakt de vader erop te wijzen dat de beëindiging van zijn gezag over [minderjarige 2] niet betekent dat hij geen invulling meer hoeft te geven aan zijn rol als vader. Het vaderschap is namelijk niet een rol die de vader naar eigen keuze wel of niet kan vervullen. Het is zijn wettelijke plicht om omgang met zijn kinderen te hebben, en de rechtbank wil deze verplichting uitdrukkelijk onder de aandacht van de vader brengen. Het is voor de (identiteits)ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] namelijk erg belangrijk dat zij hun vader blijven zien.De rol van de vader in het leven van de kinderen zou een gegeven moeten zijn, niet iets waaraan de vader pas invulling geeft als aan zijn voorwaarden voldaan wordt. Ook houdt de vader het gezamenlijk gezag over [minderjarige 1] . De moeder heeft toegelicht dat zij voor [minderjarige 1] niet om eenhoofdig gezag heeft verzocht omdat [minderjarige 1] al 17 is en ook omdat [minderjarige 1] daar zelf niet volledig achter leek te staan. Voor [minderjarige 1] houdt de vader – net als de moeder - dus de verplichting om samen beslissingen te nemen.

In de procedure met zaaknummer C/16/605290 / FL RK 26-39

Vervangende toestemming behandeling [minderjarige 2]

3.5.

De rechtbank verklaart de moeder niet- ontvankelijk in haar verzoek over de vervangende toestemming voor de behandeling van [minderjarige 2] , omdat de moeder voortaan alleen belast zal zijn met het gezag. Dit betekent dat zij vanaf nu zelfstandig de beslissingen over Islan mag nemen en dus geen belang meer heeft bij een beslissing van de rechtbank op dit punt.

Vervangende toestemming vakantie Suriname

3.6.

Om dezelfde reden als hierboven, verklaart de rechtbank de moeder niet- ontvankelijk in haar verzoek over de vervangende toestemming om met [minderjarige 2] op vakantie te gaan naar Suriname. De rechtbank zal wel vervangende toestemming verlenen aan de moeder om met [minderjarige 1] op vakantie te gaan naar Suriname, in de periode van 13 juli 2026 tot en met 2 augustus 2026. De rechtbank legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

3.7.

Tijdens de zitting heeft de moeder verteld dat de vader inmiddels zijn toestemming heeft gegeven voor de vakantie naar Suriname, maar dat in het verleden vaker is voorgekomen dat hij zijn toestemming op een later moment intrekt. De moeder wil graag zekerheid en handhaaft daarom haar verzoek. De vader heeft geen verweer gevoerd tegen het verzoek over de vakantie naar Suriname en was ook niet aanwezig tijdens zitting om te vertellen wat hij hiervan vindt.

3.8.

De rechtbank vindt het in het belang van [minderjarige 1] dat zij samen met haar moeder en [minderjarige 2] op vakantie kan. De rechtbank zal daarom (voorwaardelijk) vervangende toestemming verlenen voor de vakantie naar Suriname. Dit betekent dat als de vader zijn toestemming toch intrekt, de moeder alsnog met [minderjarige 1] (en [minderjarige 2] ) naar Suriname mag gaan.

Hoofdverblijfplaats

3.9.

De rechtbank zal de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] vaststellen bij de moeder. Dit betekent dat [minderjarige 1] voortaan bij de moeder woont. De rechtbank neemt deze beslissing, omdat de vader geen verweer heeft gevoerd tegen dit verzoek en de rechtbank de toewijzing ervan in het belang van [minderjarige 1] vindt. [minderjarige 1] woont momenteel volledig bij haar moeder, omdat haar vader haar in januari 2026 de deur uit heeft gezet vanwege deze procedure. Onder regie van de GI is besloten dat [minderjarige 1] niet meer, zoals eerder, volledig bij haar vader kon wonen, omdat dit voor contactverlies met de moeder dreigde te zorgen. De rechtbank vindt het belangrijk dat [minderjarige 1] staat ingeschreven op haar werkelijke verblijfadres. De juridische situatie is dan in lijn met de feitelijke situatie.

Kinderalimentatie

3.10.

De rechtbank wijst het verzoek van de moeder toe en beslist dat de vader vanaf 7 januari 2026 een bedrag van € 350,- per kind per maand aan kinderalimentatie aan de moeder moet betalen.

3.11.

De vader heeft geen verweer gevoerd tegen het verzoek van de moeder over de alimentatie. Daarom moet de rechtbank uitgaan van wat de moeder heeft gevraagd, en alleen bekijken of wat zij verzoekt, op grond van de wet ook kan. Dat is hier het geval. De verzoeken van de moeder worden daarom toegewezen.

In beide procedures

De kindbrief

3.11.

De kinderrechter heeft met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] afgesproken dat zij in een brief aan hen zou uitleggen welke beslissingen er genomen zijn en waarom. Hieronder is de brief opgenomen die aan de kinderen is verstuurd.

Beste [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ,

Het is alweer een tijdje geleden dat wij elkaar spraken op de rechtbank. Ik had jullie uitgenodigd voor een gesprek, vanwege de rechtszaak tussen jullie ouders. Jullie hebben aan mij verteld dat jullie het erg moeilijk vinden dat jullie ouders niet op een normale manier met elkaar omgaan. Ook vinden jullie het jammer dat jullie sinds januari 2026 niet meer naar jullie vader gaan, door deze rechtszaak. Het liefst wonen jullie twee weken bij jullie moeder en daarna twee weken bij jullie vader. Dit hebben jullie ook al met [C] (de gezinsvoogd) besproken. Zoals ik jullie tijdens ons gesprek op de rechtbank ook heb uitgelegd, mag ik daarover geen beslissing nemen. Jullie ouders hebben dit namelijk niet aan mij gevraagd.

Waar ik wel beslissingen over moet nemen in deze rechtszaak, is het gezag over [minderjarige 2] . Jullie moeder heeft aan mij gevraagd of zij voortaan alleen (dus zonder overleg met jullie vader) de beslissingen over [minderjarige 2] mag nemen. En of ik aan haar vervangende toestemming wil geven zodat zij met jullie allebei op vakantie kan naar Suriname. Ook wil jullie moeder graag vervangende toestemming voor de behandeling van [minderjarige 2] door praktijk [naam] en is er gevraagd om de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] (de plaats waar je staat ingeschreven) te wijzigen.

Op 19 februari 2026 was de zitting om de verzoeken van jullie moeder te bespreken. Tijdens deze zitting heb ik met jullie moeder en haar advocaat gesproken. Daarnaast heb ik ook gepraat met [C] en een mevrouw van de Raad voor de Kinderbescherming. De rechtbank vraagt altijd of er iemand van de Raad voor de Kinderbescherming aanwezig wil zijn bij de zitting als het gaat over kinderen. De mensen van de Raad voor de Kinderbescherming weten namelijk veel van kinderen en kunnen de rechtbank advies geven over wat belangrijk is voor een kind. Ik heb jullie vader ook uitgenodigd voor de zitting, maar hij was hierbij niet aanwezig.

Na de zitting heb ik goed nagedacht over mijn beslissing. Ik zal hierna aan jullie allebei apart uitleggen wat ik heb besloten. Ik doe dit apart, omdat een deel van de verzoeken alleen gaat over [minderjarige 2] en het andere deel alleen over [minderjarige 1] .

[minderjarige 2]

- allereerst heb ik besloten dat jouw moeder voortaan alleen het gezag over jou heeft. Dit betekent dat zij zelfstandig de belangrijke beslissingen over jou mag nemen en hiervoor geen toestemming meer hoeft te vragen aan jouw vader. Ik heb deze beslissing genomen, omdat het jouw ouders niet goed lukt om op een normale manier met elkaar te overleggen en samen beslissingen over jou te nemen. Ik vind dit niet in jouw belang. Daarom heb ik besloten dat het beter is als jouw moeder voortaan zelfstandig de beslissingen over kan nemen. Dit betekent ook dat je moeder (zonder je vader) kan regelen dat jij naar Praktijk [naam] kan, en ook dat jij op vakantie kunt naar Suriname.

[minderjarige 1]

  • ik heb besloten dat ik jouw hoofdverblijfplaats ga wijzigen en deze vanaf nu bij jouw moeder bepaal. Je hoofdverblijfplaats is een juridisch begrip, het betekent (kort gezegd) vooral: waar sta je ingeschreven. Ik heb deze beslissing genomen, omdat jij op dit moment volledig bij je moeder woont en ik het belangrijk vind dat dit goed op papier staat vermeld. Het zegt niks over wanneer je bij je vader en bij je moeder bent, daar gaat mijn beslissing niet over;

  • verder heb ik aan jouw moeder vervangende toestemming gegeven, zodat jij met jouw moeder en [minderjarige 2] op vakantie kan naar Suriname, ook als je vader daar geen toestemming voor zou geven;

  • bij jou heb ik geen beslissing genomen over het gezag, omdat jouw moeder dit niet aan mij heeft gevraagd. Jouw ouders moeten dus nog steeds samen de belangrijke beslissingen over jou nemen. Jij wordt dit jaar natuurlijk achttien en dit betekent dat jij vanaf dat moment zelf de belangrijke beslissingen mag nemen.

Ik hoop dat het voor jullie zo duidelijk is wat ik heb beslist en waarom ik deze beslissing heb genomen. Ik vind het voor jullie ontzettend verdrietig dat het jullie ouders niet lukt om op een normale manier met elkaar om te gaan. Ik hoop in ieder geval dat mijn beslissing ervoor zal zorgen dat er duidelijkheid is over een aantal zaken.

Bedankt dat jullie zo open en eerlijk zijn geweest tijdens ons gesprek op de rechtbank. Het is best spannend om dit allemaal zo te vertellen, kan ik me voorstellen. Stoer dat jullie dat gedaan hebben. Ik wens jullie al het geluk voor de toekomst en alvast een hele fijne vakantie in Suriname!

De kinderrechter

De uitvoerbaarheid bij voorraad

3.12.

De rechtbank zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht.

Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van de ouders hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de rechtbank geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.

4De beslissing

De rechtbank:

In de procedure met zaaknummer C/16/605494 / FL RK 26-64

4.1.

bepaalt dat het gezag over [minderjarige 2] vanaf nu alleen toekomt aan de moeder;

In de procedure met zaaknummer C/16/605290 / FL RK 26-39

4.2.

verleend (voorwaardelijk) aan de moeder vervangende toestemming om met [minderjarige 1] op vakantie te gaan naar Suriname, in de periode van 13 juli 2026 tot en met 2 augustus 2026;

4.3.

bepaalt dat [minderjarige 1] voortaan haar hoofdverblijfplaats heeft bij de moeder;

4.4.

wijzigt de door de vader aan de moeder te betalen kinderalimentatie, zoals die was vastgelegd in de beschikking van 23 december 2022 en bepaalt deze kinderalimentatie vanaf 7 januari 2026 op € 350,- per kind per maand;

4.5.

verklaart de moeder voor het overige niet-ontvankelijk in haar verzoeken.

In beide procedures

4.6.

verklaart de beslissing, behalve voor wat betreft de beslissing onder 4.5,uitvoerbaar bij voorraad;

Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. J.M. Atema, (kinder)rechter, in samenwerking met mr. J.A. Beverwijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2026.

Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

1

De ondertoezichtstelling is behandeld in de zaak met zaaknummer C/16/597767 / JL RK 25-577).



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733