Rechtbank Rotterdam 12-03-2026, ECLI:NL:RBROT:2026:2522

Essentie (gemaakt door AI)

Verzet tegen verstekvonnis in incasso energielevering. Vader voert aan dat (aanstaande) ex-vrouw online het contract sloot en dat door ontbinding van de gemeenschap hij niet aansprakelijk is. De kantonrechter oordeelt dat levering van gas vaste lasten voor de huishouding zijn en dat op grond van art. 1:85 BW hoofdelijke aansprakelijkheid geldt. Beroep leverancier op art. 1:99 lid 2 BW slaagt bij ontbreken inschrijving in het huwelijksgoederenregister. Ambtshalve toets: beding buitengerechtelijke kosten oneerlijk; schending art. 6:230m lid 1 o en p BW e

Datum publicatie08-04-2026
Zaaknummer11800228 CV EXPL 25-2835
ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
ZittingsplaatsRotterdam
RechtsgebiedenCiviel recht
TrefwoordenFamilievermogensrecht; Aansprakelijkheid voor huishoudkosten 1:85-86
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

Levering energie, overeenkomst gesloten door aanstaande ex-vrouw, artikel 1:85 BW: de ene echtgenoot is naast de andere voor het geheel aansprakelijk voor de door deze ten behoeve van de gewone gang van de huishouding aangegane verbintenissen. Uitgaven die zijn gemoeid met de afname van elektriciteit en gas zijn aan te merken als uitgaven ten behoeve van de normale gang van de huishouding, het gaat immers om uitgaven die in ieder huishouden noodzakelijk zijn en tot de vaste lasten behoren. Artikel 1:99 lid 1 sub b BW bepaalt dat de huwelijkse gemeenschap wordt ontbonden op het moment dat het verzoek tot echtscheiding bij de rechtbank is ingediend (in deze zaak al in juli 2017). Beroep op uitzondering van artikel 1:99 lid 2 BW slaagt: de ontbinding van de gemeenschap door indiening van een verzoek als bedoeld in het eerste lid sub b BW kan aan derden die daarvan onkundig waren slechts worden tegengeworpen als het desbetreffende verzoek dan wel de overeenkomst ingeschreven is in het huwelijksgoederenregister. Gedaagde erkent dat de echtscheidingsbeschikking tot op heden niet is ingeschreven in het huwelijksgoederenregister. Nu het gaat om een uitgave ten behoeve van de normale gang van huishouden is gedaagde naast zijn (aanstaande) ex-vrouw tegenover energieleverancier gehouden deze schuld te voldoen. Het maakt dus niet uit of hij of zijn (aanstaande) ex-vrouw de overeenkomst is aangegaan. Ambtshalve toetsing, oneerlijke bedingen, schending informatieplichten, sanctie.

Volledige uitspraak


RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Dordrecht

zaaknummer: 11800228 CV EXPL 25-2835

datum uitspraak: 12 maart 2026

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

e-Energy Europe B.V.,

vestigingsplaats: Maastricht,

eiseres,

gemachtigde: Slagman & Partners gerechtsdeurwaarders,

tegen

[gedaagde] ,

woonplaats: [woonplaats]

gedaagde,

gemachtigde: mr. C.M. van Noort.

De partijen worden hierna ‘e-Energy’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1De procedure

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

  • de dagvaarding van 9 januari 2025, met bijlagen;

  • het verstekvonnis van deze rechtbank van 6 maart 2025 met zaaknummer 11497604 CV EXPL 25-294;

  • de verzetdagvaarding van 7 juli 2025, met bijlagen;

  • het antwoord in oppositie, met bijlagen;

  • de e-mail van mr. Van Noort van 2 januari 2026, met bijlage;

  • de akte namens e-Energy.

2De beoordeling

De kern van het geschil

2.1.

Er is op 16 september 2022 online met e-Energy een overeenkomst tot levering van gas op het woonadres van [gedaagde] gesloten. e-Energy heeft op 4 april 2023 een eindafrekening over de leveringsperiode van 27 september 2022 tot en met 27 februari 2023 gestuurd naar [gedaagde] voor een bedrag van € 979,68.

2.2.

e-Energy eist betaling van dit factuurbedrag door [gedaagde] , vermeerderd met rente vanaf 9 januari 2025. Daarnaast eist zij ook betaling van een bedrag van € 107,42 aan rente (berekend tot en met 8 januari 2025), € 146,95 aan incassokosten en proceskosten. Volgens e-Energy schiet [gedaagde] tekort in de nakoming van zijn betalingsverplichting uit de tussen hen geldende energieleveringsovereenkomst.

2.3.

In genoemd verstekvonnis is een bedrag van € 587,81 aan hoofdsom, € 64,45 aan rente en € 663,28 aan proceskosten toegewezen.

2.4.

[gedaagde] is het niet eens met de eis en het verstekvonnis en voert het volgende aan. Niet [gedaagde] maar zijn (toekomstige) ex-vrouw heeft de overeenkomst gesloten met

e-Energy. Doordat er geen sprake meer is van een huwelijksgemeenschap van goederen, het verzoek tot echtscheiding is op 28 juli 2017 ingediend bij de rechtbank, kan [gedaagde] niet aangesproken worden voor haar schulden.

2.5.

De kantonrechter wijst, net als in het verstekvonnis, een deel van de eis toe en een deel af. Hierna wordt uitgelegd waarom dat is.

[gedaagde] heeft tijdig verzet ingesteld

2.6.

Artikel 143 Rv bepaalt dat een gedaagde die bij verstek is veroordeeld daar tegen verzet kan doen. Het verzet moet worden gedaan bij exploot van dagvaarding binnen vier weken 1) na de betekening van het vonnis of van enige uit kracht daarvan opgemaakte of ter uitvoering daarvan strekkende akte aan de veroordeelde in persoon, of 2) na het plegen door gedaagde van enige daad waaruit noodzakelijk voortvloeit dat het vonnis of de aangevangen tenuitvoerlegging aan hem bekend is.

2.7.

[gedaagde] stelt dat hij tijdig in verzet is gekomen, namelijk binnen vier weken nadat er beslag is gelegd op zijn uitkering. e-Energy heeft dit niet weersproken zodat [gedaagde] ontvankelijk is in zijn verzet. Anders dan e-Energy aanvoert doet het er immers niet toe dat de inleidende dagvaarding in persoon is betekend.

[gedaagde] moet betalen voor het geleverde gas

2.8.

Artikel 1:85 BW bepaalt dat de ene echtgenoot naast de andere voor het geheel aansprakelijk is voor de door deze ten behoeve van de gewone gang van de huishouding aangegane verbintenissen. Uitgaven die zijn gemoeid met de afname van elektriciteit en gas zijn aan te merken als uitgaven ten behoeve van de normale gang van de huishouding, het gaat immers om uitgaven die in ieder huishouden noodzakelijk zijn en tot de vaste lasten behoren.

2.9.

Artikel 1:99 lid 1 sub b BW bepaalt dat de huwelijkse gemeenschap wordt ontbonden op het moment dat het verzoek tot echtscheiding bij de rechtbank is ingediend.

Artikel 1:99 lid 2 BW bepaalt dat de ontbinding van de gemeenschap door indiening van een verzoek als bedoeld in het eerste lid sub b BW aan derden die daarvan onkundig waren slechts kan worden tegengeworpen als het desbetreffende verzoek dan wel de overeenkomst ingeschreven is in het huwelijksgoederenregister. e-Energy doet een beroep op lid 2 van dit artikel en [gedaagde] erkent dat de echtscheidingsbeschikking tot op heden niet is ingeschreven in het huwelijksgoederenregister. Het beroep van e-Energy dat de ontbonden huwelijksgemeenschap haar als derde niet kan worden tegengeworpen slaagt dus.

Nu het gaat om een uitgave ten behoeve van de normale gang van huishouden is [gedaagde] naast zijn (aanstaande) ex-vrouw tegenover e-Energy gehouden deze schuld te voldoen. Het maakt dus niet uit of hij of zijn (aanstaande) ex-vrouw de overeenkomst met e-Energy is aangegaan.

Oneerlijke bepalingen

2.10.

De kantonrechter beslist dat één of meer bepalingen uit de overeenkomst oneerlijk

zijn zoals bedoeld in Richtlijn 93/13/EEG. De kantonrechter moet die bepaling vernietigen

behalve als de consument verklaart dat hij dit niet wil. De handelaar mag die bepaling dan

niet gebruiken. Hij kan dan ook geen beroep meer doen op een wetsbepaling die zonder de

oneerlijke bepaling van toepassing zou zijn, ook als e-Energy haar vordering niet baseert op

de oneerlijke bepaling.

2.11.

De bepaling over de buitengerechtelijke kosten is oneerlijk. De bepaling wijkt in het

nadeel van de consument af van de wettelijke regeling (artikel 6:96 BW) of wekt die indruk.

Een bepaling die de handelaar recht kan geven op een hoger bedrag dan is toegestaan op

grond van de wet, of die indruk wekt, is dus oneerlijk. Ook een bepaling die de handelaar op

een eerder moment recht geeft op de vergoeding dan na het verstrijken van de termijn van

de veertiendagenbrief is oneerlijk. Dat is ook zo als de bepaling bij de consument de indruk

kan wekken dat hij de vergoeding op een eerder moment verschuldigd wordt. De vergoeding

voor buitengerechtelijke kosten wordt daarom afgewezen.

Informatieverplichtingen

2.12.

De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] en/of zijn (aanstaande) ex-vrouw) te weinig of onjuiste informatie heeft gekregen en dat de betalingsverplichting daarom moet worden verminderd. Het gaat in deze zaak om een overeenkomst die is aangegaan op afstand. Bij zulke overeenkomsten moet de handelaar uiterlijk bij het sluiten van de overeenkomst en op een voldoende duidelijke en begrijpelijke wijze aan de consument bepaalde informatie geven (de precontractuele informatieplicht). Bij overeenkomsten die online worden aangegaan moet bepaalde informatie op een in het oog springende wijze moet worden getoond.

2.13.

De kantonrechter oordeelt dat artikel 6:230m lid 1 onder o BW is geschonden.

e-Energy heeft namelijk niet aangetoond dat bij het aangaan van de overeenkomst voldoende informatie is verstrekt over de duur van de overeenkomst en de wijze van opzegging. Op grond van dit artikel moet voor de consument duidelijk worden hoe lang de overeenkomst duurt als deze niet tussentijds wordt opgezegd. Daarnaast moet duidelijk zijn of de overeenkomst na die periode vanzelf afloopt of juist doorloopt. Als de overeenkomst

doorloopt dan moet ook worden vermeld op welke termijn de consument de overeenkomst

daarna kan opzeggen. Deze informatie moet tijdens het bestelproces aan de consument

worden gegeven zonder dat de consument de informatie zelf moet opzoeken. Niet

voldoende is dus dat deze informatie ergens op de website staat. Als de overeenkomst

digitaal is aangegaan, dan moet deze informatie tijdens het bestelproces op een in het oog

springende wijze aan de consument worden getoond. In beginsel is daarom niet voldoende

dat deze informatie alleen in de algemene voorwaarden staat. e-Energy heeft niet aangetoond dat aan deze informatieplicht is voldaan. De kantonrechter is daarom van oordeel dat artikel 6:230m lid 1 onder o BW is geschonden.

2.14.

De kantonrechter oordeelt ook dat artikel 6:230m lid 1 onder p BW is geschonden.

e-Energy heeft namelijk niet aangetoond dat de consument voldoende is geïnformeerd over de periode die hij ten minste aan de overeenkomst gebonden is. In dit geval diende te worden vermeld dat de consument de overeenkomst op elk moment mag opzeggen met een termijn van dertig dagen maar dat de consument - als dat is overeengekomen - dan wel een

opzegvergoeding moet betalen. Dit volgt namelijk uit de wet. De consument moet tijdens

het bestelproces duidelijk op deze informatie worden gewezen. Niet voldoende is dat de

informatie ergens op de website staat of alleen in de algemene voorwaarden. Alleen de

hoogte van een eventuele opzegvergoeding mag wel in de algemene voorwaarden worden

opgenomen. e-Energy heeft niet aangetoond dat aan deze informatieplicht is voldaan.

2.15.

De kantonrechter oordeelt tenslotte dat sprake is van een schending van artikel 6:230v lid 3 BW. e-Energy heeft namelijk niet aangetoond dat de bestelknop waarmee de overeenkomst is aangegaan destijds een voldoende duidelijke tekst bevat. Uit de tekst op de knop zelf moet namelijk blijken dat de consument uitdrukkelijk erkent dat hij een betalingsverplichting aangaat. Een knop met alleen de tekst “bestelling plaatsen”, “bestellen” of “bestelling afronden” voldoet niet.

Bij een onjuiste bestelknop geeft de wet aan de consument het recht om de overeenkomst te vernietigen. [gedaagde] heeft van deze mogelijkheid uitdrukkelijk geen gebruik gemaakt, hij heeft gekozen voor een gedeeltelijke vermindering van de betalingsverplichting.

2.16.

Op basis van de toegepaste landelijke sanctierichtlijn komt de kantonrechter tot een sanctie van een vermindering van de hoofdsom met 40%.

Veroordelingen

2.17.

[gedaagde] zal worden veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 587,81 aan hoofdsom en € 64,45 aan verschenen rente tot en met 8 januari 2025.

2.18.

De rente wordt toegewezen omdat e-Energy genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist.

2.19.

De proceskosten in verstek en in verzet komen voor rekening van [gedaagde] omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv) . De kantonrechter begroot de kosten die hij in de verzetzaak aan e-Energy moet betalen op € 216,- aan salaris voor de gemachtigde (1½ punt x € 144,-) en € 72,- aan nakosten. Dit is in totaal € 288,-. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.

2.20.

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard omdat e-Energy dat eist en

[gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv) . Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

bekrachtigt het op 6 maart 2025 tussen de partijen gewezen verstekvonnis met zaaknummer 11497604 CV EXPL 25-294;

3.2.

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de verzetprocedure, die aan de kant van

e-Energy worden begroot op € 288,-;

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst al het andere af.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. W.P.M. Jurgens en in het openbaar uitgesproken.

745



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733