Rechtbank Amsterdam 31-03-2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:3240

Essentie (gemaakt door AI)

Tussenbeschikking inzake beperking inzagerecht vader [[art. 811 lid 2 Rv]. Toewijzing verzoek Raad om vader (gediagnosticeerd met antisociale persoonlijkheidsstoornis en trekken van narcistische persoonlijkheidsstoornis) geen volledige versie van het raadsrapport te geven. Belang kinderen en moeder bij eerbiediging van hun persoonlijke levenssfeer en veiligheid weegt zwaarder dan het belang van vader bij volledige inzage, mede gelet op ernstige veiligheidszorgen en strafrechtelijke context. Vader krijgt aangepaste versie.

Datum publicatie07-04-2026
ZaaknummerC/13/764335 / FA RK 25-1102
ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
ZittingsplaatsAmsterdam
RechtsgebiedenCiviel recht; Personen- en familierecht
TrefwoordenKinderen;
Familieprocesrecht; Hoor en wederhoor;
Jeugdbescherming / Jeugdwet
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

Tussenbeschikking. Beperking van het recht op inzage en/of afschrift van stukken; artikel 811 Rv. Het belang van de vader bij het verkrijgen van het volledige raadsrapport weegt niet op tegen het belang van de kinderen en de moeder tot eerbiediging van hun persoonlijke levenssfeer en veiligheid. Daarbij komt dat de versie van het raadsrapport van de vader in samenvattende en overstijgende zin een weergave geeft van hetgeen de kinderen hebben verteld, zodat de schending van het belang van de vader slechts beperkt is.

Volledige uitspraak


beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd

zaaknummer / rekestnummer: C/13/764335 / FA RK 25-1102

Beschikking van 31 maart 2026 betreffende de beperking van het recht op inzage en/of afschrift van stukken

in de zaak van:

de Raad voor de Kinderbescherming,
regio Amsterdam,
[locatie] ,
hierna te noemen: de Raad,

tegen

[de vader] ,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

hierna te noemen de vader,

advocaat mr. M. Amrani.

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

hierna te noemen de moeder,

advocaat mr. A.J. van Ommeren te Amsterdam,

Jeugdbescherming Regio Amsterdam,

gevestigd te Amsterdam,

hierna te noemen JBRA.

De zaak heeft betrekking op de minderjarigen:

[minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2012;

[minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2017;

[minderjarige 3] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 3] 2020;

[minderjarige 4] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 4] 2023.

1Het procesverloop

1.1.

Bij brief van 5 februari 2026, ontvangen door de rechtbank op 10 februari 2026, heeft de Raad in de onderhavige procedure twee versies van het rapport betreffende het raadsonderzoek ingediend. Eén versie voor de moeder en één versie voor de vader. De Raad heeft toegelicht dat de vader een eigen versie van het raadsrapport heeft gekregen waar geen informatie van en over de kinderen in staat vermeld. Dit rapport is ook met de advocaat van de vader gedeeld. De moeder heeft eveneens een eigen versie van het raadsrapport, zijnde het volledige raadsrapport, gekregen.

1.2.

De rechtbank heeft vervolgens kennisgenomen van het op 11 maart 2026 ingekomen verzoek van de Raad waarin wordt verzocht om te bepalen dat de vader geen afschrift krijgt van het volledige raadsrapport en alleen een aangepast rapport van 4 februari 2026 ontvangt. De Raad stelt dat het niet delen van bepaalde passages van het raadsrapport met de vader noodzakelijk is om de persoonlijke levenssfeer van de kinderen en de moeder te eerbiedigen en hun veiligheid te waarborgen. Volgens de Raad weegt het belang van de kinderen tot geheimhouding van de informatie zwaarder dan het belang van de vader bij inzage in het volledige raadsrapport van 4 februari 2026.

2De beoordeling

2.1.

De rechtbank stelt voorop dat de informatie waar de rechter kennis van neemt in beginsel kenbaar moet zijn voor alle belanghebbenden in de procedure. De rechter kan inzage en afschrift van processtukken in uitzonderlijke gevallen weigeren (artikel 811, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering) voor zover het verstrekken daarvan niet opweegt tegen het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (artikel 5.1, tweede lid, onder e, van de Wet open overheid) en/of indien het verstrekken onevenredige benadeling toebrengt aan een ander belang (artikel 5.1, vijfde lid, van de Wet open overheid).

2.2.

De rechtbank is van oordeel dat het verstrekken van de volledige inhoud van het raadsrapport van 4 februari 2026 (de versie van het raadsrapport van de moeder) aan de vader achterwege moet blijven, nu het belang van de vader bij het verkrijgen daarvan niet opweegt tegen het belang van de kinderen en de moeder tot eerbiediging van hun persoonlijke levenssfeer en veiligheid. Hiertoe overweegt de rechtbank dat zij uit de stukken afleidt dat de vader op 23 december 2025 is aangehouden nadat de moeder tegen hem aangifte heeft gedaan wegens bedreiging. Door de politie wordt thans nader onderzoek verricht naar de mogelijk door de vader gepleegde mishandelingen, stalking en belaging. De vader verblijft daardoor sinds 6 januari 2026 weer in de tbs-kliniek. In het verleden is de vader reeds veroordeeld wegens onder andere huiselijk geweld. Verder leidt de rechtbank uit de stukken af dat de Raad serieuze en grote zorgen heeft over de veiligheid van de kinderen en de moeder, welke zorgen door de politie worden ondersteund. Ook hebben de kinderen aan de Raad kenbaar gemaakt dat zij angst hebben voor de vader, dat zij te maken hebben gehad met mishandeling vanuit de vader jegens hen en dat zij getuige zijn geweest van mishandeling van de vader naar de moeder toe. Daarbij komt voorts dat de vader is gediagnosticeerd met een antisociale persoonlijkheidsstoornis en trekken van een narcistische persoonlijkheidsstoornis, waarbij er aanwijzingen zijn voor psychopathie. De rechtbank betrekt verder bij haar belangenafweging dat de Raad heeft toegelicht geen inschatting te kunnen maken hoe de vader zal/kan reageren op hetgeen de kinderen hebben verteld. Dit alles maakt dat het verstrekken van het volledige raadsrapport aan de vader naar het oordeel van de rechtbank veiligheidsrisico’s voor de kinderen en de moeder met zich brengt. De rechtbank neemt daarbij voorts in aanmerking dat de Raad in de versie van het rapport van de vader wel in samenvattende en overstijgende zin een weergave heeft gegeven van hetgeen de kinderen hebben verteld, waardoor de schending van het belang van de vader beperkt is ten opzichte van het zwaarder wegend belang van de kinderen en de moeder.

2.3.

Aldus zal de rechtbank het verzoek van de Raad toewijzen in die zin dat de vader inzage in en afschrift van het volledige raadsrapport (de versie van het raadsrapport van de moeder) van 4 februari 2026 zal worden onthouden. Dat betekent dat de vader geen afschrift krijgt van het volledige raadsrapport en alleen een (voor hem) aangepast rapport van 4 februari 2026 ontvangt.

3De beslissing

De kinderrechter:

3.1.

onthoudt de vader inzage in en afschrift van de versie van het raadsrapport van de moeder van 4 februari 2026.

Deze beschikking is gegeven door de rechter mr. E. Dinjens, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. I.L. Mulder, griffier, op 31 maart 2026. 1

1

Tegen deze beschikking staat geen andere voorziening open dan cassatie in het belang der wet (artikel 811, lid 3, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering)



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733