Rechtbank Noord-Holland 30-01-2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:756

Essentie (gemaakt door AI)

Beëindiging gezag en benoeming voogdij. De rechtbank verklaart tante ontvankelijk in haar verzoek, ondanks het ontbreken van een voorafgaand verzoek aan de Raad, nu minderjarige sinds 2016 bij tante woont en de Raad geen onderzoek nodig acht en het verzoek ondersteunt. Moeder met eenhoofdig gezag in het buitenland is lastig bereikbaar en onvoldoende betrokken; praktisch gezagsvacuüm schaadt belangen minderjarige (paspoort, medische beslissingen). Verzoek tot gezagsbeëindiging wordt toegewezen en tante wordt tot voogd benoemd.

Datum publicatie27-03-2026
ZaaknummerC/15/365512 / FA RK 25-2571
ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
ZittingsplaatsHaarlem
RechtsgebiedenCiviel recht; Personen- en familierecht
TrefwoordenJeugdbescherming / Jeugdwet; Gezagsbeëindigende maatregel 1:266 BW/schorsing gezag
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

Beëindiging gezag en benoeming voogdij. De tante is ontvankelijk in haar verzoek, ondanks dat zij niet eerst de Raad heeft verzocht tot het doen van een verzoek tot gezagsbeëindiging. De Raad ziet nu geen aanleiding voor een raadsonderzoek en ondersteunt het verzoek van de tante. De minderjarige woont sinds 2016 bij de tante in Nederland. Sinds vierjarige leeftijd heeft de minderjarige bijna geen contact met de moeder met eenhoofdig gezag in Suriname. De moeder is lastig bereikbaar voor het nemen van gezagsbeslissingen en kan onvoldoende beoordelen wat in het belang is, en wat de behoeftes zijn, van de minderjarige. De moeder voert geen verweer. De tante wordt tot voogd benoemd over de minderjarige.

Volledige uitspraak


RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd

Locatie Haarlem

gezag, voogdij

zaak-/rekestnr.: C/15/365512 / FA RK 25-2571

Beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 30 januari 2026

in de zaak van:

[de tante] ,

wonende in [plaats] ,

hierna te noemen: de tante,

advocaat mr. D.V. Garib uit Rotterdam,

tegen

[de moeder] ,

wonende in [plaats] ( [land] ),

hierna te noemen: de moeder.

1De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

­ het verzoek, met producties, van de tante, ontvangen op 20 mei 2025;

­ het F9-formulier, met productie, van de tante, ontvangen op 7 juli 2025.

1.2.

De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 8 januari 2026 in aanwezigheid van de tante (per videobelverbinding aanwezig), bijgestaan door haar advocaat, en de moeder (per telefonische verbinding aanwezig). Ook was tijdens de zitting als informant aanwezig [vertegenwoordiger van de raad] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad).

1.3.

De minderjarige [de minderjarige] is in de gelegenheid gesteld om op 7 januari 2026 haar mening kenbaar te maken, maar hiervan heeft zij geen gebruik gemaakt.

2De feiten

2.1.

De moeder had van 2004 tot 2015 een affectieve relatie met [de biologische vader] (hierna te noemen: de biologische vader van [de minderjarige] ).

2.2.

Uit deze relatie is geboren de minderjarige [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ( [land] ). De biologische vader van [de minderjarige] heeft haar niet erkend.

2.3.

De moeder heeft sinds de geboorte van [de minderjarige] van rechtswege het eenhoofdig gezag over [de minderjarige] . Latere verhuizingen en erkenning hebben daarin geen verandering gebracht.

2.4.

[de minderjarige] is op [datum] in [land] erkend door [de erkenner] (hierna te noemen: de erkenner).

2.5.

[de minderjarige] woont sinds 2016 bij de tante in Nederland.

3Het verzoek

3.1.

De tante verzoekt het gezag van de moeder te beëindigen 1 en de tante als voogd te benoemen 2. Zij verzoekt de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

3.2.

De tante heeft het verzoek als volgt onderbouwd. De moeder woont in [land] en de eerste jaren van [de minderjarige] was de moeder niet in staat de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] te dragen. Daarom woont [de minderjarige] sinds vierjarige leeftijd bij de tante in Nederland. [de minderjarige] en de moeder hebben elkaar sinds 2016 niet meer fysiek gezien. Vanuit [land] kan de moeder ook onvoldoende betrokken zijn in het leven van [de minderjarige] . Het perspectief van [de minderjarige] ligt bij de tante. De moeder heeft dan ook schriftelijk verklaard dat zij [de minderjarige] aan de tante toevertrouwt en zij heeft de tante een volmacht gegeven om het gezag over [de minderjarige] uit te oefenen. De belangen van [de minderjarige] worden nu geschaad, doordat de tante geen gezagsbeslissingen over haar kan nemen en de moeder lastig bereikbaar is voor het nemen van die beslissingen. In de huidige situatie kan er voor [de minderjarige] bijvoorbeeld geen paspoort worden aangevraagd. In Nederland is er in feite sprake van een gezagsvacuüm.

3.3.

De tante en haar advocaat hebben hier tijdens de zitting aan toegevoegd dat de tante zich niet realiseerde dat zij eerst de Raad had moeten verzoeken een verzoek tot gezagsbeëindiging te doen. [de minderjarige] kent de erkenner niet en hij heeft ook geen gezag over haar. Sinds 2016 is [de minderjarige] niet meer in [land] geweest. De tante ervaart problemen met het inschrijven van [de minderjarige] op scholen, voor sportactiviteiten en bij het aanvragen van uittreksels van [de minderjarige] . [de minderjarige] kan helaas ook nooit mee met vakantie naar het buitenland. Verder vreest de tante voor een situatie waarin er snel medische beslissingen over [de minderjarige] genomen moeten worden, omdat dat nu niet kan.

4Het verweer

4.1.

De moeder heeft geen verweer gevoerd. Tijdens de zitting heeft de moeder aangegeven dat zij het eens is met het verzoek. De erkenner is een neef van de moeder. Hij heeft [de minderjarige] alleen erkend, zodat [de minderjarige] de Franse nationaliteit kreeg en naar Nederland kon verhuizen. De moeder spreekt [de minderjarige] ongeveer één of twee keer per jaar.

5De visie van de Raad

5.1.

De Raad heeft tijdens de zitting aangegeven dat zij het eens is met het verzoek, omdat het in het (pedagogisch) belang is van [de minderjarige] dat de tante alle gezagsbeslissingen over haar kan nemen. De tante heeft de dagelijkse zorg over [de minderjarige] . De Raad ziet geen aanleiding voor het doen van onderzoek naar het gezag.

6De beoordeling

Bevoegdheid en toepasselijk recht

6.1.

Aangezien [de minderjarige] in het buitenland (te weten: [land] ) is geboren, zij de Franse nationaliteit heeft en de moeder de Surinaamse nationaliteit heeft, draagt deze zaak een internationaal karakter. Daarom moet de rechtbank eerst vaststellen of de rechtbank internationaal bevoegd is om kennis te nemen van het verzoek.

6.2.

Op grond van de Brussel II-ter verordening 3 is de Nederlandse rechter bevoegd van het verzoek van de tante kennis te nemen, aangezien het verzoek van de tante gaat over de ouderlijke verantwoordelijkheid (te weten: het gezag) en [de minderjarige] op het moment van indiening van het verzoek haar gewone verblijfplaats had in Nederland. Op grond van de Nederlandse wet is deze rechtbank bevoegd, aangezien [de minderjarige] haar woonplaats heeft in het arrondissement van deze rechtbank. 4

6.3.

Vervolgens moet de rechtbank vaststellen welk recht van toepassing is op het verzoek van de tante. De vraag naar het toepasselijk recht moet worden beantwoord aan de hand van het bepaalde in het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 5 (hierna: HKV 1996). [de minderjarige] is namelijk geboren na 1 mei 2011, op welke datum het HKV 1996 voor Nederland in werking is getreden. Op grond van het HKV 1996 wordt het Nederlands recht toegepast op het verzoek. 6

Ontvankelijkheid

6.4.

Op grond van de wet kan beëindiging van het gezag worden uitgesproken op verzoek van de Raad of het openbaar ministerie. 7 Ook is degene die niet de ouder is en het kind gedurende ten minste één jaar als behorende tot zijn gezin verzorgt en opvoedt bevoegd tot het doen van het verzoek als de Raad niet tot een verzoek overgaat. Volgens de wettelijke regeling moet de pleegouder eerst de Raad verzoeken tot het indienen van een verzoek tot gezagsbeëindiging. Als de Raad niet tot een verzoek overgaat, is de pleegouder ontvankelijk in haar verzoek.

6.5.

De rechtbank is van oordeel dat de tante ontvankelijk is in haar verzoek, ondanks dat zij niet eerst de Raad verzocht heeft tot het doen van een verzoek tot gezagsbeëindiging. [de minderjarige] woont al sinds 2016 in Nederland bij de tante, die haar verzorgt en opvoedt. Daarbij heeft de Raad tijdens de zitting aangegeven geen aanleiding te zien voor een raadsonderzoek en het verzoek van de tante volledig te ondersteunen. Onder deze uitzonderlijke omstandigheden brengt een redelijke wetsuitleg mee dat de tante ontvankelijk is in haar verzoek.

Gezag

6.6.

Op grond van de wet kan de rechtbank het gezag van een ouder beëindigen, als een kind zodanig opgroeit dat hij/zij ernstig in zijn/haar ontwikkeling wordt bedreigd, en de ouder niet in staat is de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, zoals bedoeld in de wet, te dragen binnen een voor de persoon en de ontwikkeling van het kind aanvaardbaar te achten termijn. 8

6.7.

De rechtbank is van oordeel dat het gezag van de moeder moet worden beëindigd en legt uit waarom. Uit de stukken en de zitting blijkt dat toen [de minderjarige] bij de moeder in [land] woonde, de moeder niet in staat was om de opvoeding en verzorging van [de minderjarige] op zich te nemen. Vooral de thuissituatie van de moeder maakte dat niet mogelijk, zoals de moeder ook heeft aangegeven. Op initiatief van de moeder woont [de minderjarige] daarom sinds 2016 bij de tante in Nederland. Sindsdien is [de minderjarige] niet meer in [land] geweest. In de afgelopen negen jaar hebben [de minderjarige] en de tante een gehechtheidsrelatie opgebouwd en het is gebleken dat [de minderjarige] graag bij de tante wil blijven wonen. Haar hele leven speelt zich af in Nederland en zij ontwikkelt zich goed. Daarbij komt dat [de minderjarige] sinds vierjarige leeftijd bijna geen contact met de moeder heeft gehad. Het contact dat er is, vindt alleen plaats per telefonische-/videobelverbinding. De moeder houdt zich niet bezig met de opvoeding en verzorging van [de minderjarige] en zij heeft er geen moeite mee dat de tante dat doet.

6.8.

Nu [de minderjarige] het grootste deel van haar leven bij de tante in Nederland woont, terwijl de moeder met het eenhoofdig gezag over [de minderjarige] in [land] woont, verschilt de feitelijke situatie van de juridische situatie. Dat is niet in het belang van [de minderjarige] . Het is gebleken dat de moeder lastig bereikbaar is voor het nemen van gezagsbeslissingen, zodat deze niet of met (te) veel vertraging genomen kunnen worden. Zo is het nog steeds niet gelukt om een nieuw paspoort voor [de minderjarige] aan te vragen, kan zij niet mee met de tante op vakantie naar het buitenland en is het lastig om haar in te schrijven op scholen en sportclubs. Ook bestaat het risico dat (acute) medische beslissingen over [de minderjarige] nu niet genomen kunnen worden. Daarbij komt dat de moeder nauwelijks betrokken is bij [de minderjarige] , zodat zij onvoldoende kan beoordelen wat in het belang is van [de minderjarige] en wat haar behoeftes zijn. Het is niet te verwachten dat hierin binnen afzienbare tijd verandering komt. Verder komt duidelijkheid over de gezagssituatie iedereen ten goede. De rechtbank wijst het verzoek van de tante daarom toe.

6.9.

De rechtbank overweegt dat door de gezagsbeëindiging sprake is van een inmenging in het familie- en gezinsleven van [de minderjarige] en de moeder. 9 Deze inmenging is bij de wet voorzien. Volgens de tante is deze inmenging proportioneel en gerechtvaardigd, omdat de tante en de moeder allebei menen dat [de minderjarige] bij de tante moet blijven wonen. Ook de Raad heeft tijdens de zitting geadviseerd dat gezagsbeëindiging in het belang is van [de minderjarige] . De rechtbank is vanwege het voorgaande van oordeel dat de inmenging in het familie- en gezinsleven noodzakelijk is in het belang van [de minderjarige] , waarbij is voldaan aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit. De inmenging is gerechtvaardigd door de bescherming van de belangen van [de minderjarige] .

Voogdij

6.10.

De beëindiging van het gezag van de moeder leidt ertoe dat een gezagsvoorziening over [de minderjarige] komt te ontbreken, zodat de rechtbank op grond van de wet een voogd over haar moet benoemen. 10 De tante heeft verzocht om haar als voogd over [de minderjarige] te benoemen. De rechtbank wijst dit verzoek toe en legt uit waarom. Zoals onder 6.8. overwogen, is gebleken dat er nog veel dingen niet goed geregeld zijn voor [de minderjarige] . Het is vooral belangrijk dat er een nieuw paspoort voor [de minderjarige] wordt aangevraagd, omdat zij nu geen geldig paspoort heeft. Ook moeten mogelijke medische beslissingen snel genoeg genomen kunnen worden. Met de Raad, de moeder en de tante is de rechtbank van oordeel dat het belangrijk is dat de belangen van [de minderjarige] door de tante worden behartigd, aangezien de tante haar al negen jaar volledig verzorgt en opvoedt. De tante is hiertoe bereid en in staat.

6.11.

De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. 11

6.12.

De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

7De beslissing

De rechtbank:

7.1.

beëindigt het ouderlijk gezag van [de moeder], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ( [land] ), over [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ( [land] );

7.2.

benoemt tot voogdes over genoemde minderjarige, [de tante] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ( [land] );

7.3.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad

Deze beschikking is gegeven door mr. B.M.A. Bataille, rechter, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. F.G. van der Erve als griffier en in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2026.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en/of de zich verwerende partij dient het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen.

2

Op grond van artikel 1:275 BW.

3

Artikel 7, eerste lid, Verordening (EU) 2019/1111 betreffende de bevoegdheid, de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en betreffende internationale kinderontvoering.

5

Verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen, Trb. 1997, 299.

9

Zoals bedoeld in artikel 8 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

11

Artikel 2 Besluit gezagsregisters.



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733