Rechtbank Limburg 11-03-2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:2149

Essentie (gemaakt door AI)

Erflater legateert vruchtgebruik van zijn 1/2 aandeel in een beleggingspand aan partner. Partner verkoopt het pand en laat de koopsom op haar privérekening storten. Rechtbank oordeelt dat hierdoor de keten van zaaksvervanging wordt doorbroken, zodat de rechten van erfgenaam op koopsom tenietgaan. Dit handelen is onrechtmatig art. 6:162 BW. Toewijzing schadevergoeding van € 375.000 met wettelijke rente vanaf 29 december 2022. Veroordeelt gedaagde in de proceskosten. Uitvoerbaar bij voorraad.

Datum publicatie26-03-2026
ZaaknummerC/03/330324 / HA ZA 24/220
ProcedureBodemzaak
ZittingsplaatsMaastricht
RechtsgebiedenCiviel recht; Verbintenissenrecht
TrefwoordenErfrecht; Testamentair vruchtgebruik
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

Heeft gedaagde jegens eiseres onrechtmatig gehandeld, nu volgens eiseres, de keten van zaaksvervanging met betrekking tot het aan het recht van vruchtgebruik onderworpen goed is doorbroken?

Volledige uitspraak


RECHTBANK Limburg

Civiel recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: C/03/330324 / HA ZA 24-220

Vonnis van 11 maart 2026

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [plaats 1] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiseres] ,

advocaat: mr. M.C.G. Stut,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [plaats 2] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

advocaat: mr. A.L. van den Bergh.

1De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met de producties 1 tot en met 11,
- de conclusie van antwoord met de producties 1 en 2,

- de akte wijziging eis en overlegging producties 12 en 13,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 28 januari 2025,
- de akte uitlaten, tevens houdende overlegging producties en wijziging eis van [eiseres] , met de daarbij overgelegde producties 14 tot en met 17,

- de antwoordakte van [gedaagde] , waarbij [gedaagde] bezwaar heeft gemaakt tegen die verandering van eis,

- de akte overlegging producties 18 tot en met 23 van [eiseres] ,

- de brief van 4 december 2025 van de advocaat van [gedaagde] , waarbij een (ongenummerde) productie is overgelegd (waarbij de rechtbank opmerkt dat de advocaat van [eiseres] hetzelfde stuk als productie 20 in het geding heeft gebracht),

- het proces-verbaal van de (voortgezette) mondelinge behandeling van 16 december 2025.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

1.3.

Bij brief van 22 december 2025 heeft de advocaat van [gedaagde] gereageerd op de inhoud van het proces-verbaal met vijf opmerkingen. De rechtbank zal op die opmerkingen slechts ingaan, voor zover dit voor de beoordeling van het geschil relevant is.

2De feiten

2.1.

Op [datum 1] 2021 is de heer [erflater] , geboren op [datum 2] 1961 (verder ook te noemen: de erflater) overleden met achterlating van zijn partner, [gedaagde] (gedaagde), en zijn enige dochter, [eiseres] (eiseres).

2.2.

Bij testament van 14 januari 2015 heeft de erflater over zijn nalatenschap beschikt. Hij heeft, voor zover hier van belang, de volgende beschikkingen gemaakt:

‘(…). IV. ERFSTELLING I

Ik benoem mijn dochter, mevrouw [eiseres] , (…), tot mijn enige en algeheel erfgenaam.

(…).

IX. EXECUTELE

1. Benoeming executeur

Ik benoem tot executeur de tot mijn nalatenschap geroepen meerderjarige erfgenaam of erfgenamen tezamen danwel de wettelijk vertegenwoordiger(s) van mijn minderjarige erfgenamen (tezamen). (…).’

2.3.

Op 7 mei 2020 hebben erflater en [gedaagde] een samenlevingscontract gesloten. Hierin staat, voor zover thans van belang, het volgende vermeld:

‘(…). HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN

(…). 3. En/of-rekening

Partners zijn vanaf vier februari tweeduizend twintig, ieder voor de onverdeelde helft gerechtigd tot het pand met bedrijfsruimte, met vier bovenliggende zelfstandige woningen en een bijbehorend achterhuis met drie zelfstandige woningen vergund een en ander met ondergrond, tuin en verder toe-en aanbehoren, gelegen te [postcode] [plaats 2] , [straat] [huisnummers] , kadastraal bekend

[kadastrale aanduiding] , ter grootte van een are en negentig centiare (1 a 90 ca).

Beide partners hebben voor de exploitatie van het voormelde beleggingspand een bankrekening op naam van beiden geopend en ieder van hen is voor de onverdeelde helft tot het saldo op deze rekening gerechtigd.

Voor zover van deze gemeenschappelijke bankrekening bedragen zijn opgenomen voor uitgaven die voor rekening van een van de partners behoren te komen, is die partner verplicht dit bedrag zo spoedig mogelijk over te maken op de gemeenschappelijke rekening.

Zolang het bedrag nog niet is overgemaakt, heeft de andere partner een vordering ter grootte van de helft van het opgenomen bedrag. Op deze vordering is het bepaalde in hoofdstuk 2 onder ‘Vergoedingen’ van overeenkomstige toepassing.

Mochten er in de toekomt meer bankrekeningen op naam van beide partners staan, geldt hiervoor mutatis mutandis hetzelfde als hiervoor vermeld.

(…).’

2.4.

Eveneens op 7 mei 2020 heeft erflater een aanvullend testament opgesteld. Hierin is, voor zover thans van belang, het volgende beschikt:

‘(…). AANVULLEND TESTAMENT

Ik herroep alle eerder door mij gemaakte uiterste wilsbeschikkingen, alsmede eventuele beschikkingen die ik bij codicil heb getroffen, met dien verstande dat ik de beschikkingen de dato veertien januari tweeduizend vijftien verleden voor mij, notaris in stand laat.

Het pand met bedrijfsruimte met vier (4) bovenliggende zelfstandige woningen en een bijbehorend achterhuis met drie (3) zelfstandige woningen vergund, een en ander met ondergrond, tuin en verdere toe- en aanbehoren aan de [straat] [huisnummers] behoort aan mij en mevrouw [gedaagde] tezamen en voor gelijke delen in eigendom toe.

In dit kader wens ik ten aanzien van dit registergoed een aanvulling te maken op mijn voormelde laatste uiterste wilsbeschikking.

LEGAAT VAN VRUCHTGEBRUIK

Ik legateer aan mevrouw [gedaagde] geboren te [plaats 2] op [geboortedag] negentienhonderd tweeënzestig het vruchtgebruik van het aan mij toebehorende een/tweede (1/2) onverdeeld aandeel in het recht van eigendom met betrekking tot het pand met bedrijfsruimte, met vier (4) bovenliggende zelfstandige woningen en een bijbehorend achterhuis met drie (3) zelfstandige woningen vergund, een en ander met ondergrond, tuin en verdere toe- en aanbehoren, gelegen te [postcode] [plaats 2] , [straat] [huisnummers]

, kadastraal bekend [kadastrale aanduiding] , ter grootte van een are en negentig centiare (1 a 90 ca), onder de verplichting voor haar om indien van toepassing- de rente verschuldigd uit hoofde van de op dit pand rustende hypothecaire geldlening(en) voor haar rekening te nemen en als eigen schuld te voldoen onder vrijwaring hiervan van mijn erfgename(n).

Het vruchtgebruik van het voormelde registergoed en - voor zover van toepassing - de rente uit hoofde van de daaraan verbonden schulden vormen samen het vruchtgebruikvermogen. Voor dit vruchtgebruik gelden de wettelijke bepalingen, waaronder:

- het vruchtgebruik moet worden gevestigd bij notariële akte;

- de vruchtgebruiker moet een boedelbeschrijving maken van het vruchtgebruikvermogen;

- de vruchtgebruiker is verplicht jaarlijks aan de hoofdgerechtigden een ondertekende, nauwkeurige opgave te

sturen van de goederen die niet meer aanwezig zijn, van de goederen die daarvoor in de plaats zijn gekomen en

van de voordelen die de goederen hebben opgeleverd en die geen vruchten zijn;

- de vruchtgebruiker heeft het recht om de goederen, waarop het vruchtgebruik rust, te gebruiken en daarvan de

vruchten te genieten;

- de vruchtgebruiker is vrijgesteld van de verplichting tot zekerheidstelling;

- gewone lasten en herstellingen worden door de vruchtgebruiker gedragen en verricht.

- de vruchtgebruiker dient zorg te dragen dat het vruchtgebruikvermogen is verzekerd overeenkomstig het

bepaalde in artikel 3:214 van het Burgerlijk Wetboek.

In aanvulling op of in afwijking van de in de wet opgenomen bepalingen bepaal ik het

volgende:

a. Het vruchtgebruik gaat in bij mijn overlijden.

Het recht van vruchtgebruik eindigt bij het overlijden van de vruchtgebruiker.

Als de vruchtgebruiker na door een schuldeiser in gebreke te zijn gesteld de opeisbaar

gestelde rente van een schuld verbonden aan het goed dat tot het vruchtgebruikvermogen behoort niet kan betalen, eindigt het recht van vruchtgebruik met betrekking tot dat goed. Dit geldt niet als de schuldeiser de rente kwijtscheldt of er een betalingsovereenkomst wordt gesloten die de vruchtgebruiker nakomt.

Als de vruchtgebruiker de kosten van de gewone lasten en herstellingen niet betaalt binnen één jaar na de ingebrekestelling door de erfgenamen, eindigt het recht van vruchtgebruik met betrekking tot de goederen waarvan de vruchtgebruiker de gewone lasten en herstellingen niet betaalt.

b. De vruchtgebruiker is verplicht zoveel goederen van het vruchtgebruikvermogen te gelde te maken voor zover dat nodig is voor de betaling van de opeisbare schulden van artikel 4:7 Burgerlijk Wetboek, tenzij:

- de schulden uit de niet in vruchtgebruik gekozen goederen van de nalatenschap kunnen worden betaald;

- de vruchtgebruiker de betaling van de schulden uit haar eigen vermogen voorschiet.

De rente van eventuele schulden die door mij zijn aangegaan voor de aanschaf, verbetering of onderhoud van een goed dat tot het vruchtgebruikvermogen hoort, komt voor rekening van de vruchtgebruiker, terwijl aflossingen voor rekening van de hoofdgerechtigden blijven.

c. De vruchtgebruiker heeft uitdrukkelijk het recht, zonder toestemming van de hoofdgerechtigden, de goederen van het vruchtgebruikvermogen te vervreemden of met pand of hypotheek te bezwaren.

d. De vruchtgebruiker heeft uitdrukkelijk het recht, zonder toestemming van de hoofdgerechtigden, de goederen van het vruchtgebruikvermogen te vervreemden en te verteren, met dien verstande dat verteren/interen alleen dan toegestaan wordt indien vruchtgebruiker aan de hoofdgerechtigden ondubbelzinnig aantoont dat zij met haar

eigen vermogen niet in staat wordt geacht haar gewone levensstandaard in stand te houden.

e. Tot het vruchtgebruikvermogen behoren ook de goederen die door vervreemding van de oorspronkelijke goederen en/of door herbelegging daarvoor in de plaats zijn gekomen. Zaaksvervanging ten behoeve van het vruchtgebruikvermogen vindt niet plaats als de hiervoor bedoelde goederen voor de helft of meer met eigen middelen van de vruchtgebruiker zijn gefinancierd. Als de verkregen goederen voor minder dan

de helft uit het vruchtgebruikvermogen zijn gefinancierd, moet de vruchtgebruiker het nominaal geïnvesteerde bedrag vergoeden aan het vruchtgebruikvermogen. Is het goed ook met middelen uit een lening verkregen, dan blijven deze middelen voor de vaststelling van deze zaaksvervangingsregeling buiten beschouwing.

Als het vervangende goed niet geleverd is (of kon worden) ten behoeve van het vruchtgebruikvermogen, terwijl op grond van het hiervoor bepaalde sprake is van zaaksvervanging, wordt het vervangende goed geacht tot het vruchtgebruikvermogen te behoren. De hoofdgerechtigden verkrijgen voor zover nodig een recht op levering

van het vervangende goed. (…).’

2.5.

[eiseres] heeft de nalatenschap van erflater zuiver aanvaard.

2.6.

Het legaat is bij notariële akte gevestigd.

2.7.

[gedaagde] heeft op 21 november 2022 een koopovereenkomst gesloten waarbij het aan het vruchtgebruik onderworpen goed werd verkocht voor een bedrag van € 747.029,84. Op 29 december 2022 is het pand aan derden geleverd.

2.8.

[gedaagde] heeft op 19 december 2024 een koopovereenkomst gesloten met betrekking tot het appartement aan het [adres] (hierna: het appartement) tegen een koopprijs van € 405.000,00.

2.9.

Op 24 februari 2025 is het appartement aan [gedaagde] geleverd.

3Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert, na wijziging van eis, dat de rechtbank, uitvoerbaar bij voorraad:

primair

i voor recht verklaart dat:

a. de aaneengesloten keten van zaaksvervanging ter zake van het recht van vruchtgebruik is doorbroken van de op het onverdeelde aandeel ter grootte

van de helft in de eigendom van de onroerende zaak: woningen en bedrijvigheid te ( [postcode] ) [plaats 2] aan het adres [straat] [huisnummers] ;

[gedaagde] krachtens artikel 6:162 BW onrechtmatig jegens [eiseres] heeft

gehandeld als gevolg waarvoor zij aansprakelijk is voor de door [eiseres]

geleden schade;

en [gedaagde] veroordeelt tot betaling aan [eiseres] van het bedrag van € 375.000,00, althans van € 373.514,92 althans een bedrag zoals de rechtbank in goede justitie juist acht, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 december 2022, althans vanaf de rolzitting van 23 april 2025, althans vanaf een datum zoals de rechtbank in goede justitie juist acht tot de dag van algehele betaling,

subsidiair

voor recht verklaart dat [eiseres] hoofdgerechtigde is geworden van het appartementsrecht, gelegen te [adres] , en dat [gedaagde] daarvan het vruchtgebruik heeft verkregen, één en ander krachtens de overdracht aan haar en de van rechtswege werkende zaaksvervanging als bedoeld in artikel 3:213 BW, althans op grond van de vruchtgebruikbepalingen in het aanvullende testament van erflater,

meer subsidiair

    [gedaagde] veroordeelt om binnen zes (6) weken na betekening van het vonnis van de rechtbank, althans binnen een door de rechtbank in goede justitie te bepalen termijn, haar medewerking verleent aan de levering, in die zin dat [gedaagde] alle medewerking verleent aan het verlijden van een daartoe strekkende akte van levering van het appartementsrecht, staande en gelegen een appartementsrecht gelegen te [adres] , aan [eiseres] , ten overstaan van een door [eiseres] aan te wijzen notaris, hierna genoemd: de notaris, waarbij de kosten van de notariële akte voor rekening van [gedaagde] zijn althans voor diegenen zoals uw rechtbank in goede justitie juist acht,

    indien en voor zover [gedaagde] geheel of gedeeltelijk in gebreke blijft te voldoen aan de veroordeling onder a) en de levering dus niet binnen de genoemde termijn van zes weken, althans binnen een door de rechtbank in goede justitie te bepalen termijn, plaatsvindt, [eiseres] te machtigen om alles te doen wat noodzakelijk is voor de levering van de woning aan haar en daarbij te bepalen dat:

    het te wijzen vonnis in de plaats treedt van de vereiste toestemming en/of wilsverklaring en/of alle door [gedaagde] te verrichten noodzakelijke (rechts)handelingen met betrekking tot de notariële akte van levering in de zin van artikel 3:300 lid 2 BW;

    e termijn als bedoeld in artikel 3:301 lid sub b BW te bepalen op vijf werkdagen dan op wel een termijn zoals uw rechtbank in goede Justitie juist acht;

en zowel in het subsidiaire als in het meer subsidiaire geval

[gedaagde] veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 8.469,50, te

vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de rolzitting van 23 april 2025 op een nader aan te wijzen vruchtgebruikrekening, die onder het beheer van [eiseres] wordt gesteld dan wel direct aan [eiseres] dan wel een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag en/of datum en/of wijze;

voor recht verklaart dat [gedaagde] in ernstige mate tekort is geschoten in de

nakoming van de verplichtingen als vruchtgebruiker,

bepaalt dat het beheer van het vruchtgebruikvermogen aan [eiseres] wordt

toegekend,

[gedaagde] veroordeelt om binnen vier weken na dagtekening van het vonnis

aan [eiseres] een notariële boedelbeschrijving met verificatoire bescheiden,

informatie en gegevens te verstrekken, althans binnen een termijn en/of die

bescheiden, informatie en/of gegevens zoals de rechtbank in goede justitie juist acht;

[gedaagde] veroordeelt om alle bescheiden, informatie en gegevens van erflater,

waarover zij beschikt en de notaris nodig heeft voor het opstellen van een boedelbeschrijving aan de notaris ter beschikking dient te stellen binnen twee weken na dagtekening van het vonnis, althans binnen een termijn zoals de rechtbank in goede justitie juist acht,

[gedaagde] veroordeelt tot betaling van de kosten, waaronder die van de notaris,

voor het opstellen van de notariële boedelbeschrijving en de daarmee gepaard gaande werkzaamheden, zoals gevorderd onder v. en vi.,

[gedaagde] veroordeelt om aan [eiseres] binnen vier weken na dagtekening

van het vonnis, althans binnen een termijn zoals de rechtbank in goede justitie juist acht, over de periode vanaf [datum 1] 2021 tot en met 31 december 2024, althans over een periode zoals de rechtbank in goede justitie juist acht, een nauwkeurige, ondertekende opgave te verstrekken van de goederen die niet meer aanwezig zijn, van de goederen die daarvoor in de plaats zijn gekomen en van de voordelen die de goederen hebben opgeleverd en die geen vruchten zijn,

[gedaagde] veroordeelt om aan [eiseres] vanaf 1 januari 2025 jaarlijks, binnen twee maanden na afloop van het betreffende kalenderjaar, althans binnen een termijn zoals de rechtbank in goede justitie juist acht, een nauwkeurige, ondertekende opgave te verstrekken van de goederen die niet meer aanwezig zijn, van de goederen die daarvoor in de plaats zijn gekomen en van de voordelen die de goederen hebben opgeleverd en die geen vruchten zijn,

bepaalt dat [gedaagde] de kosten van de onder iv. en v. gevorderde opgaven

dient te voldoen en [gedaagde] veroordeelt tot betaling van de kosten van de onder viii. en ix. gevorderde opgaven,

[gedaagde] veroordeelt om aan [eiseres] , voor zover zij in de periode tot en met

31 december 2024 heeft ingeteerd op het vruchtgebruikvermogen, binnen vier weken na dagtekening van het vonnis, althans binnen een termijn zoals de rechtbank in goede justitie juist acht een nauwkeurige, ondertekende opgave te verstrekken van haar eigen vermogen althans een opgave en/of die gegevens zoals de rechtbank in goede justitie juist acht;

[gedaagde] veroordeelt om aan [eiseres] , als zij vanaf 1 januari 2025 in een

kalenderjaar inteert op het vruchtgebruikvermogen, binnen twee maanden na

afloop van het betreffende kalenderjaar, althans binnen een termijn zoals de

rechtbank in goede justitie juist acht, een nauwkeurige, ondertekende opgave

te verstrekken van haar eigen vermogen althans een opgave en/of die bescheiden, informatie en/of gegevens zoals de rechtbank in goede justitie juist acht,

[gedaagde] veroordeelt tot betaling van een dwangsom van €1.000,- per dag

en per veroordeling/onderdeel dat [gedaagde] niet voldoet aan een veroordeling

zoals onder v., vi, vii. viii., ix., x., en xii. gevorderd, aan [eiseres] te voldoen,

althans een dwangsom zoals de rechtbank in goede justitie juist acht,

en in het primaire, subsidiaire en meer subsidiaire geval:

[gedaagde] veroordeelt in de proceskosten en de nakosten, met bepaling dat

zij daarover de wettelijke rente verschuldigd is indien zij deze proceskosten niet

binnen tien dagen na betekening van het vonnis aan [eiseres] betaalt.

3.2.

[eiseres] stelt zich primair op het standpunt dat [gedaagde] zich onrechtmatig jegens haar heeft gedragen door de volledige verkoopopbrengst van de woning eerst in haar eigen vermogen te laten vloeien nu het op een privérekening van [gedaagde] is gestort. Hierdoor is de keten van de zaaksvervanging verbroken en zijn haar rechten en/of het aandeel in de verkoopopbrengst teniet gegaan. Gelet op het vorenstaande heeft [eiseres] recht op schadevergoeding. Voor zover de rechtbank van oordeel is dat wel sprake is van zaaksvervanging stelt [eiseres] , in subsidiaire en meer subsidiaire zin, dat zij hoofdgerechtigde is geworden van het appartementsrecht en dat [gedaagde] ten onrechte een bedrag van € 8.469,50 in mindering heeft gebracht aan kosten. In dat kader voert [eiseres] aan dat [gedaagde] zich niet aan de aan het vruchtgebruik verbonden voorwaarden heeft gehouden.

3.3.

[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiseres] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiseres] in de kosten van deze procedure.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4De beoordeling

Wijziging van eis

4.1.

De rechtbank overweegt omtrent de wijziging van eis het volgende. Ingevolge artikel 130 lid 1 Rv geldt als uitgangspunt dat [eiseres] bevoegd is de gronden van haar eis te veranderen zolang nog geen eindvonnis is gewezen. [gedaagde] kan, ingevolge datzelfde artikellid, tegen die verandering bezwaar maken wegens strijd met de eisen van een goede procesorde.

4.2.

De rechtbank overweegt dat de eisvermeerdering gebaseerd is op nagenoeg hetzelfde feitencomplex als de oorspronkelijke eis, doch dat zij is aangevuld met feiten en stellingen die tijdens en na de mondelinge behandeling op 28 januari 2025 aan [eiseres] zijn gebleken. Het enkele gegeven dat een eiswijziging in een laat stadium van de procedure, dat wil zeggen in dit geval na de mondelinge behandeling, geschiedt, is onvoldoende om deze wijziging als in strijd met een goede procesorde te beschouwen. Dit geldt te meer nu deze wijziging van de zijde van [eiseres] is ingegeven door het feit dat [gedaagde] tijdens die mondelinge behandeling bepaalde voor de procedure relevante informatie met betrekking tot het sluiten van een koopovereenkomst, niet heeft gedeeld. Bovendien heeft [gedaagde] voor, namelijk bij antwoordakte van 4 juni 2025, en tijdens de mondelinge behandeling van 16 december 2025 de mogelijkheid gehad en benut om zich tegen de gewijzigde eis te verweren. De rechtbank acht het bezwaar tegen de wijziging van eis dan ook ongegrond en zal beslissen op die gewijzigde eis.

Onrechtmatige daad

4.3.

[eiseres] stelt zich primair op het standpunt dat zij recht op schadevergoeding heeft nu [gedaagde] zich onrechtmatig jegens haar heeft gedragen. [eiseres] stelt dat de aaneengesloten keten van zaaksvervanging met betrekking tot het aan het recht van vruchtgebruik onderworpen goed is doorbroken. [gedaagde] betwist zulks.

4.4.

Tussen partijen is niet in geschil dat [gedaagde] bevoegdelijk het aan het vruchtgebruik onderworpen goed mocht vervreemden. De rechtbank overweegt dat in het geval de vruchtgebruiker bevoegdelijk beschikt over een aan het vruchtgebruik onderworpen goed, er zich een keten van zaaksvervanging voor kan doen. De eerste schakel in die keten is de koopsom(vordering) die in de plaats treedt van het aan vruchtgebruik onderworpen goed. De koopsom(vordering) komt toe aan de hoofdgerechtigde en is met het vruchtgebruik belast. Zaaksvervanging vindt echter niet plaats, indien betaling van een aan vruchtgebruik onderworpen vordering plaatsvindt door middel van bijschrijving op een gewone bankrekening van de vruchtgebruiker. Zaaksvervanging vindt wel plaats, wanneer betaling van een dergelijke aan vruchtgebruik onderworpen vordering plaatsvindt op een kwaliteitsrekening, die zowel op naam de hoofdgerechtigde als op naam van de vruchtgebruiker kan staan. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het voor zaaksvervanging ook voldoende is dat het om een afzonderlijke bankrekening gaat. Daarbij is niet van belang of deze op naam staat van de vruchtgebruiker dan wel de hoofdgerechtigde. 1

4.5.

Ter mondelinge behandeling van 16 december 2025 is gebleken dat de notaris de koopsom van de aan het vruchtgebruik onderworpen goed op een privérekening van [gedaagde] heeft voldaan. De koopsom is aldus vermengd met het aldaar op dat moment aanwezige saldo. Uit de eigen verklaringen van [gedaagde] blijkt dat zij de koopsom ongeveer een half jaar op deze bankrekening heeft laten staan, alvorens zij het bedrag heeft overgemaakt naar een depositorekening. [gedaagde] heeft ter zitting immers verklaard dat die overboeking in juni of juli 2023 plaatsvond. In zoverre is de opmerking op het proces-verbaal van de advocaat van [gedaagde] (pagina 2, eerste alinea van de brief van 22 december 2025) terecht gemaakt.

4.6.

De rechtbank is van oordeel dat, nu de koopsom door overboeking op de bankrekening van [gedaagde] , vermengd is met het op die bankrekening aanwezige saldo en pas ongeveer een half jaar later naar een aparte depositorekening is doorgestort, de keten van zaaksvervanging doorbroken is. De koopsom is immers niet door de notaris op een afzonderlijke bankrekening overgemaakt en, anders dan [gedaagde] stelt, dus ook niet direct afgezonderd van de vermogens van de hoofdgerechtigde en de vruchtgebruiker. Dat betekent dat de rechten van [eiseres] op zowel het aan het vruchtgebruik onderworpen goed als op de koopsom teniet zijn gegaan. Dit tenietgaan kan ook niet meer worden geheeld door de latere overboeking van gelden naar de depositorekening. Naar het oordeel van de rechtbank is dit handelen van [gedaagde] , aan wie het feitelijk handelen van de notaris kan worden toegerekend en die jegens [eiseres] daarvoor verantwoordelijk is, onrechtmatig.

4.7.

[gedaagde] heeft nog betoogd dat het aannemen dat de keten van zaaksvervanging doorbroken is, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, omdat erflater dit nooit zo bedoeld zou hebben. Het is de rechtbank niet geheel duidelijk of [gedaagde] deze stelling plaatst in het kader van bijvoorbeeld artikel 6:2 BW of dat zij bedoeld te stellen dat daardoor het onrechtmatig karakter van het handelen zou ontbreken. Wat daar ook verder van zij, de rechtbank volgt [gedaagde] in dat betoog niet. Aan [gedaagde] kan weliswaar worden toegegeven dat niet valt uit te sluiten dat erflater dit gevolg (doorbreking van de keten van zaaksvervanging) nooit zo bedoeld zou hebben, maar dat legt voor de rechtbank weinig gewicht in de schaal. Immers, vanuit het oogpunt van [eiseres] , kan met de spiegelbeeldige redenering betoogd worden dat erflater ook niet bedoeld zal hebben dat haar rechten op het aan het vruchtgebruik onderworpen goed, althans de koopsom, teniet zijn gegaan. De rechtbank gaat daaraan dus voorbij.

4.8.

Als gevolg van het onrechtmatig handelen van [gedaagde] , waardoor de rechten [eiseres] op de koopsom teniet zijn gegaan, heeft [eiseres] schade geleden. [eiseres] vordert in dat kader dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling aan haar van het bedrag van € 375.000,00 (zijnde de helft van de koopsom van de aan het vruchtgebruik onderworpen goed). Aangezien dit bedrag als zodanig niet door [gedaagde] is weersproken, zal het worden toegewezen. De rechtbank neemt aan dat de betaling door de notaris op hetzelfde moment als de levering van het aan het vruchtgebruik onderworpen goed heeft plaatsgevonden, zijnde 29 december 2022, zodat moet worden aangenomen dat op die datum onrechtmatig is gehandeld. De gevorderde wettelijke rente over dat het bedrag van
€ 375.000,00 zal daarom worden toegewezen vanaf die datum.

4.9.

Nu (de advocaat) [eiseres] ter mondelinge behandeling heeft laten weten dat in het geval haar primaire vordering slaagt, zoals thans het geval is, de rechtbank verder enkel op de vordering die op de proceskosten ziet, dient te beslissen, komt de rechtbank niet meer toe aan de beoordeling van het (dus) subsidiair en meer subsidiair gevorderde onder ii tot en met xiii.

Uitvoerbaar bij voorraad

4.10.

De vordering om het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren zal worden toegewezen, nu [gedaagde] geen, althans onvoldoende, concrete feiten en omstandigheden heeft gesteld waaruit volgt dat tenuitvoerlegging hangende een eventueel rechtsmiddel onaanvaardbare of onherstelbare gevolgen voor haar zal hebben.

Proceskosten

4.11.

[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

136,72

- griffierecht

2.723,00

- salaris advocaat

8.655,00

(3 punten × € 2.885,00)

- nakosten

189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

11.703,72

4.12.

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5De beslissing

De rechtbank

5.1.

verklaart voor recht dat de aaneengesloten keten van zaaksvervanging ter zake van het recht van vruchtgebruik is doorbroken van de op het onverdeelde aandeel ter grootte

van de helft in de eigendom van de onroerende zaak: woningen en bedrijvigheid te ( [postcode] ) [plaats 2] aan het adres [straat] [huisnummers] ,

5.2.

verklaart voor recht dat [gedaagde] krachtens artikel 6:162 BW onrechtmatig jegens [eiseres] heeft gehandeld als gevolg waarvoor zij aansprakelijk is voor de door [eiseres]

geleden schade,

5.3.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 375.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over het toegewezen bedrag, met ingang van

29 december 2022, tot de dag van volledige betaling,

5.4.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 11.703,72, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

5.5.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

5.6.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

5.7.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Noelmans en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026.

1

HR 9 januari 1998, ECLI:NL:1998:ZC2536



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733