Essentie (gemaakt door AI)
Vereffenaar vult verzoek aan met benoeming tot onzijdig persoon art. 3:181 BW om onbekende erfgenamen te vertegenwoordigen bij de verdeling. Kantonrechter motiveert dat strikte toepassing van art. 3:181 BW (eerst verdelingsbevel) onnodige kosten veroorzaakt en niet in belang van onbekende erfgenamen is. Kantonrechter benoemt de vereffenaar tot onzijdig persoon en verleent op grond van art. 3:183 lid 2 BW goedkeuring aan de conceptakte van verdeling.| Datum publicatie | 26-03-2026 |
| Zaaknummer | 12112242 \ EZ VERZ 26-59 |
| Procedure | Beschikking |
| Zittingsplaats | Roermond |
| Rechtsgebieden | Civiel recht; Personen- en familierecht |
| Trefwoorden | Erfrecht; Vereffening nalatenschap; Verdeling |
| Wetsverwijzingen |
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
Goedkeuring verdeling en benoeming onzijdig persoon door de kantonrechter.Volledige uitspraak
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer / rekestnummer: 12112242 \ EZ VERZ 26-59
Beschikking van 23 maart 2026
op het verzoek van
MR. [de vereffenaar],
verbonden aan [notariskantoor] te [plaats 1] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: de vereffenaar,
procederend in persoon.
1De verdere procedure
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- de beschikking van 9 maart 2026,
- het bericht van de vereffenaar, ontvangen ter griffie op 16 maart 2026, tevens aanvulling/verbetering van het oorspronkelijke verzoek.
Vervolgens is beschikking bepaald op vandaag.
2De beoordeling
Bij beschikking van 9 maart 2026 is de vereffenaar in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de vraag of hij zijn verzoek handhaaft, waarbij hij dient toe te lichten waarom een machtiging volgens hem wél kan worden verleend, of dat hij het verzoek intrekt. Daarbij heeft de kantonrechter erop gewezen dat een (concept) akte van verdeling alleen kan worden goedgekeurd op grond van artikel 3:182 lid 2 BW als er een wettelijk vertegenwoordiger is namens de onbekende erfgenamen en dat die er (nog) niet blijkt te zijn in dit geval.
Op 16 maart 2026 heeft de vereffenaar zijn oorspronkelijke verzoek aangevuld met een verzoek op grond van artikel 3:181 BW, inhoudende de benoeming van hemzelf tot onzijdig persoon die is gemachtigd om de onbekende erfgenamen te vertegenwoordigen terzake de verdeling. Daarbij heeft de vereffenaar ook een aangepaste concept akte van verdeling gevoegd.
De kantonrechter overweegt het volgende.
Aan een verdeling moeten alle erfgenamen/deelgenoten deelnemen. De onbekende erfgenamen kunnen niet zelfstandig deelnemen aan de verdeling en daarom moeten zij worden vertegenwoordigd. Dat kan gebeuren door een onzijdig persoon te benoemen die de onbekende erfgenamen vertegenwoordigt.
Omdat de vertegenwoordigde erfgenamen niet in staat zijn om zelfstandig hun belangen te behartigen bij de verdeling, bepaalt artikel 3:183 lid 2 dat de kantonrechter de akte van verdeling eerst moet goedkeuren. Daarmee zijn de belangen van de vertegenwoordigde erfgenamen (in dit geval de onbekende erfgenamen) voldoende gewaarborgd.
Het probleem dat zich (ook) in deze zaak voordoet, is dat een verzoek tot benoeming van een onzijdig persoon op grond van artikel 3:181 BW strikt genomen alleen kan plaatsvinden bij of na een door de rechter bevolen verdeling. De rechter die daartoe bevoegd is, is niet de kamer voor andere dan kantonzaken (de handelsrechter).
De achtergrond van artikel 3:181 BW is dat een verdeling tot stand moet kunnen komen, ook als een deelgenoot niet meewerkt. Niemand kan immers verplicht worden in onverdeeldheid te blijven. Als een verdeling is overeengekomen, maar een deelgenoot weigert mee te werken aan de uitvoering van de verdeling, dan kan nakoming worden gevorderd. Artikel 3:181 BW is dan niet nodig. Als de verdeling niet is overeengekomen, dan biedt een nakomingsvordering geen soelaas. Aangezien de oorzaak van het ontbreken van overeenstemming in de regel in een verschil van inzicht tussen de deelgenoten is gelegen, ligt het voor de hand dat de rechter in die gevallen eerst de verdeling beveelt. Voor die gevallen biedt artikel 3:181 BW een oplossing.
In dit geval is echter geen sprake van een overeengekomen verdeling (de onbekende erfgenamen hebben immers niet ingestemd). Evenmin is sprake van een weigerachtige deelgenoot. De verdeling kan alleen niet tot stand komen, omdat sprake is van onbekende erfgenamen. Het strikt vasthouden aan de letter van de wet, inhoudende dat eerst een verdeling bevolen moet worden, zou voorbijschieten aan het doel van diezelfde wet. Het vorderen van een verdelingsbevel, waarbij de handelsrechter een onzijdig persoon kan benoemen, zou gelet op de verplichte procesvertegenwoordiging, het verschuldigde griffierecht, de deurwaarderskosten en de verplichte openbare betekening, in dit geval meer proceskosten met zich meebrengen dan het bedrag dat de onbekende erfgenamen toekomt. Ervan uitgaande dat de onbekende erfgenamen niet in de procedure verschijnen en in de proceskosten worden veroordeeld, zou er niets overblijven om te consigneren. Het strikt volgen van de route die artikel 3:181 BW voorschrijft, zou dus uiteindelijk ook niet in het belang van de onbekende erfgenamen zijn.
De kantonrechter heeft hierbij ook oog voor het pleidooi bij de Minister van Justitie en Veiligheid vanuit de rechterlijke macht, de advocatuur en het notariaat om te komen tot vereenvoudiging en verbetering van het procesrecht in erfrechtzaken. Een laagdrempelige toegang tot de kantonrechter heeft de voorkeur. Ook in zaken zoals de onderhavige, waarin de vereffenaar eerst de verdeling van de nalatenschap door de rechter moet laten vaststellen, voordat hij het erfdeel van erfgenamen die de erfenis verwerpen of onvindbare erfgenamen in de consignatiekas stort. In dit soort zaken gaat het immers slechts om het (relatief eenvoudige) vaststellen van het bedrag dat ieder van de erfgenamen na de voltooide vereffening toekomt.
De kantonrechter zal daarom zelf een onzijdig persoon benoemen die de onbekende erfgenamen bij de verdeling dient te vertegenwoordigen. De belangen van de onbekende erfgenamen zijn gewaarborgd door de toets van de kantonrechter in het kader van de goedkeuring van de akte van verdeling als bedoeld in artikel 3:183 lid 2 BW.
De kantonrechter zal conform verzoek tot onzijdig persoon benoemen mr. [de vereffenaar] voornoemd.
De kantonrechter heeft kennis genomen van de conceptakte van verdeling, versie 12 maart 2026, die de vereffenaar op 16 maart 2026 ter griffie heeft ingediend.
Naar het oordeel van de kantonrechter zijn er geen feiten of omstandigheden die zich tegen goedkeuring verzetten. De gevraagde goedkeuring zal daarom worden verleend.
3De beslissing
De kantonrechter
verleent goedkeuring voor de verdeling van de nalatenschap van de heer [erflater], geboren te [plaats 2] op [datum 1] 1934 en overleden te [plaats 3] op [datum 2] 2023, conform de conceptakte van verdeling, versie 12 maart 2026, door de vereffenaar ter griffie ingediend op 16 maart 2026,
benoemt mr. [de vereffenaar] , verbonden aan [notariskantoor] te [plaats 1] , tot onzijdig persoon als bedoeld in artikel 3:181 BW die de onbekende erfgenamen bij genoemde verdeling vertegenwoordigt.
Deze beschikking is gegeven door mr. Dohmen en in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2026.
© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733
