Rechtbank Den Haag 06-02-2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:4682

Essentie (gemaakt door AI)

Afwijzing verzoek PAL van 6000 euro pm: vrouw heeft slechts gesteld dat man naar zij inschat inkomen heeft van zeker € 100.000 pj met een gezinsinkomen van € 10.000 pm. Hoewel van man verlangd wordt inzage te geven in zijn inkomen ten tijde van het huwelijk en daarna, ligt het daarnaast ook op weg vrouw om welstand ten tijde van het huwelijk feitelijk te onderbouwen. Dat kan ook zonder inkomensgegeven man. Niet gedaan. Ook afwijzing verzoeken man mbt schulden en huis: Nigeriaans recht vt (in principe scheiding goederen).

Datum publicatie18-03-2026
ZaaknummerC/09/678412 / FA RK 25-205 & C/09/683244 / FA RK 25-2644
ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
ZittingsplaatsDen Haag
RechtsgebiedenCiviel recht
TrefwoordenAlimentatie;
Familievermogensrecht
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

Echtscheiding met nevenvoorzieningen. Huurrecht echtelijke woning. Partneralimentatie; huwelijksgerelateerde behoefte onvoldoende onderbouwd. Verdeling huwelijksgemeenschap; Nigeriaans recht.

Volledige uitspraak


Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummers: FA RK 25-205 (scheiding) en FA RK 25-2644 (verdeling)

Zaaknummers: C/09/678412 (scheiding) en C/09/683244 (verdeling)

Datum beschikking: 6 februari 2026

Echtscheiding met nevenvoorzieningen

Beschikking op het op 10 januari 2025 ingekomen verzoek van:

[de vrouw] ,

de vrouw,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. A. Alam-Khan te Delft.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man] ,

de man,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. L. Leenders te Den Haag.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift;

- het F9-formulier van 23 januari 2025 van de advocaat van de vrouw, met bijlage;

- het verweerschrift;

- het e-mailbericht van 4 april 2025 van de advocaat van de vrouw, met bijlage;

- het F9-formulier van 22 december 2025 van de advocaat van de man, met bijlagen;

- het F9-formulier van 24 december 2025 van de advocaat van de vrouw, met

bijlagen.

Op 9 januari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

- de advocaat van de vrouw.

- de advocaat van de man.

De vrouw en de man zijn niet persoonlijk op de zitting verschenen, maar hebben zich laten vertegenwoordigen door hun advocaat.

Feiten

- Partijen zijn gehuwd op [datum] 2020 te [plaats] , [land] .

- Uit de Basisregistratie Personen blijkt dat de vrouw de [nationaliteit] heeft en de nationaliteit van de man onbekend is.

Verzoek en verweer

De vrouw heeft verzocht om de echtscheiding uit te spreken met nevenvoorzieningen tot:

- bepaling dat de man zal bijdragen in de kosten van levensonderhoud van de vrouw met een bedrag van € 6.000,- met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift, althans met ingang van zodanige datum als de rechtbank in goede justitie juist acht;

- bepaling van de gemeenschap van goederen conform een nader daartoe in te brengen voorstel;

een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.

De man heeft verweer gevoerd, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Bovendien heeft de man – na aanvulling – zelfstandig verzocht om de echtscheiding uit te spreken met nevenvoorzieningen tot:

- bepaling dat het huurrecht van de woning te [adres]

aan de man toekomt;

- bepaling dat de schulden bij de Belastingdienst bij helfte worden verdeeld;

- bepaling dat de man de helft van de waarde van het huis op naam van de vrouw

toekomt;

een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.

De vrouw heeft verweer gevoerd, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Echtscheiding

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Nu beide echtgenoten hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben, komt de Nederlandse rechter met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding rechtsmacht toe. De rechtbank zal krachtens artikel 10:56, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding toepassen.

Inhoudelijke beoordeling

De vrouw heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De man heeft dit erkend en heeft eveneens verzocht om de echtscheiding uit te spreken, zodat de verzoeken tot echtscheiding als op de wet gegrond kunnen worden toegewezen.

Huurrecht echtelijke woning

Op de zitting heeft de vrouw aangegeven dat zij de echtelijke woning heeft verlaten. De vrouw heeft ingestemd met het verzoek van de man tot bepaling dat het huurrecht van de echtelijke woning aan de man toekomt. De rechtbank zal het verzoek daarom toewijzen.

Partneralimentatie

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Nu de vrouw in Nederland woont, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe ten aanzien van het alimentatieverzoek. Op het verzoek tot alimentatie voor de vrouw zal de rechtbank op grond van artikel 3 van het Protocol van 23 november 2007 inzake het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen, Nederlands recht toepassen.

Overwegingen rechtbank

De vrouw heeft verzocht te bepalen dat de man zal bijdragen in de kosten van haar levensonderhoud met een bedrag van € 6.000,- met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift. De man heeft verweer gevoerd en gesteld dat hij geen draagkracht heeft, waardoor hij geen bijdrage kan leveren in de kosten van levensonderhoud van de vrouw. Daarbij heeft de man aangevoerd dat zijn inkomen niet ver boven bijstandsniveau is.

De rechtbank overweegt dat de vrouw haar huwelijksgerelateerde behoefte onvoldoende heeft onderbouwd. Zij heeft slechts gesteld dat de man naar zij inschat een inkomen heeft van zeker € 100.000,- per jaar en dat er een gezinsinkomen was van € 10.000,- per maand. Hoewel van de man wordt verlangd dat hij inzage geeft in zijn inkomen ten tijde van het huwelijk en daarna, ligt het daarnaast ook op de weg van de vrouw om de welstand ten tijde van het huwelijk feitelijk te onderbouwen. Dat kan ook zonder de inkomensgegevens van de man. De vrouw heeft op dit punt niets naar voren gebracht. De rechtbank wijst het verzoek tot alimentatie daarom af.

Verdeling huwelijksgemeenschap

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Nu de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding, heeft hij tevens rechtsmacht ten aanzien van het verzochte met betrekking tot het huwelijksvermogensstelsel van partijen (artikel 5, eerste lid, Verordening huwelijksvermogensstelsels).

Op het huwelijksvermogensstelsel van partijen is de Verordening huwelijksvermogensstelsels van toepassing. Niet is gesteld of gebleken dat partijen ten aanzien van het huwelijksvermogensstelsel een geldige rechtskeuze hebben uitgebracht.

Partijen hebben na de huwelijkssluiting niet hun eerste gemeenschappelijke gewone verblijfplaats op het grondgebied van dezelfde staat gevestigd. Op de zitting heeft de vrouw gesteld dat de man de Nederlandse en de [nationaliteit] bezit. De man heeft dit niet weersproken. De rechtbank zal hier daarom van uitgaan. Nu vaststaat dat de vrouw de [nationaliteit] heeft, wordt krachtens artikel 26, eerste lid, onder b van de Verordening het huwelijksvermogensstelsel beheerst door het [land] recht, als het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van partijen op het tijdstip van de huwelijkssluiting.

Nigeriaans recht

Het [land] recht kent een op het Engelse recht geïnspireerde regeling inzake het huwelijksvermogensrecht. Deze wet kent als uitgangspunt een scheiding van goederen. Hetgeen de echtgenoten inbrengen vóór het huwelijk blijft ieders eigendom en hetgeen tijdens het huwelijk wordt ingebracht, blijft eigendom van degene die het goed inbrengt.

Omvang

Partijen hebben de volgende vermogensbestanddelen ter beoordeling aangedragen:

    een busje en een auto;

    een en/of-rekening op naam van partijen;

    schulden bij de Belastingdienst;

    een huis in het buitenland.

Ad a. het busje en de auto

De vrouw heeft haar verzoek ten aanzien van het busje en de auto ingetrokken. De rechtbank hoeft op dat verzoek daarom niet meer te beslissen.

Ad b. de en/of-rekening op naam van partijen

De vrouw heeft haar verzoek ten aanzien van de en/of-rekening ingetrokken. De rechtbank hoeft op dat verzoek daarom niet meer te beslissen.

Ad c. de schulden bij de Belastingdienst

De man heeft gesteld dat zijn schulden bij de Belastingdienst op 1 december 2025 € 93.729,- bedroegen. De man heeft verzocht te bepalen dat deze schulden bij helfte worden verdeeld. Nu niet is gebleken dat de schulden aan partijen gezamenlijk toebehoren, zal de rechtbank het verzoek afwijzen.

Ad d. het huis in het buitenland

De man heeft aangegeven dat de vrouw in 2022 een huis in het buitenland heeft laten bouwen en de man hier € 11.000,- aan heeft meebetaald. Hij heeft zich op het standpunt gesteld dat de woning moet worden getaxeerd. De man heeft verzocht te bepalen dat de man de helft van de waarde van dit huis op naam van de vrouw toekomt.

De vrouw heeft betwist dat de man € 11.000,- aan de woning heeft meebetaald. Zij heeft gesteld dat uit het door de man overgelegde bankafschrift juist blijkt dat de vrouw € 11.000,- heeft overgemaakt naar de rekening van de man en niet omgekeerd. De vrouw heeft aangegeven dat de woning in Nigeria aan partijen gezamenlijk toebehoort.

De rechtbank overweegt dat partijen geen stukken hebben overgelegd, waaruit blijkt dat de woning in Nigeria aan beide partijen voor de helft in eigendom toebehoort. Door de vrouw is weliswaar een foto van een voorblad van een ‘deed of conveyance’ overgelegd waarop is vermeld “mr Patrick Azuka Dibosa and mrs. Blessing Sufficient Dibosa (purchasers)”. Of en wat zij daadwerkelijk hebben aangekocht blijft onbekend. Bij deze stand van zaken zal de rechtbank het verzoek van de man afwijzen.

Beslissing

De rechtbank:

spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum] 2020 te [plaats] , [land] ;

bepaalt dat de man met ingang van de dag van inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand de huurder zal zijn van de woonruimte aan de [adres] ;

verklaart deze beschikking – met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding –

uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, rechter, in tegenwoordigheid van mr. E.X.R. Yi als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 6 februari 2026.



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733