Essentie (gemaakt door AI)
Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad over benoeming Nidos tot voogd van alleenstaande minderjarige vreemdeling. Vragen zien op: vereiste onderbouwing en documentatie van het verzoek; mogelijkheid onmiddellijke toewijzing zonder zitting; relevantie van bekende oudercontactgegevens buiten EU; wijze van oproeping/ betekening aan ouders; en of minderjarigen steeds moeten worden gehoord. Verdere beslissing aangehouden.| Datum publicatie | 17-03-2026 |
| Zaaknummer | C/16/602078 / FO RK 25-1373 |
| Procedure | Beschikking |
| Zittingsplaats | Utrecht |
| Rechtsgebieden | Civiel recht; Personen- en familierecht |
| Trefwoorden | Kinderen; Familieprocesrecht; Prejudiciële vragen |
| Wetsverwijzingen |
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad over benoeming voogd alleenstaande minderjarige vreemdelingen.Volledige uitspraak
Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/602078 / FO RK 25-1373
Beschikking van 12 maart 2026
over:
[minderjarige] ,
geboren op [2012] in [geboorteplaats] (Syrië),
verder te noemen: [minderjarige] ,
kind van:
[de moeder] ,
de moeder,
zonder bekende woon- of verblijfplaats,
en
[de vader] ,
de vader,
zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland,
volgens het verzoekschrift verblijvende in [woonplaats] (Turkije).
De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:
de gecertificeerde instelling Stichting Nidos, gevestigd in Utrecht,
hierna: Nidos,
mr. I.J. Pieters, advocaat te Leiden,
hierna: de bijzondere curator.
1De procedure
In haar beschikking van 23 december 2025 (ECLI:NL:RBMNE:2025:6814) heeft de rechtbank Nidos en de bijzondere curator in de gelegenheid gesteld om zich schriftelijk uit te laten over het voornemen van de rechtbank om de volgende prejudiciële vragen aan de Hoge Raad te stellen:
-
Welke onderbouwing van het verzoekschrift, al dan niet gestaafd met (officiële) documenten, mag de rechter in deze fase van het (recente) verblijf van de minderjarige in Nederland van Nidos verwachten afgezet tegen het belang om snel te beslissen? En welke moeite moet Nidos zich hebben getroost om aan de documenten te komen?
-
Is een verzoek van Nidos om met voogdij op grond van artikel 253q en r over een alleenstaande minderjarige asielzoeker van buiten de Europese Unie benoemd te worden een verzoek als bedoeld in artikel 800 lid 1 Rv dat voor onmiddellijke toewijzing, dus zonder zitting, gereed is?
-
Maakt het bij de beantwoording van vraag 2) uit of van ouders verblijfs- of contactgegevens bekend zijn buiten Europa? Wanneer brengt de beschikbaarheid van contactgegevens met zich mee dat ouders in de mogelijkheid zijn om hun gezag uit te oefenen?
-
Indien het antwoord op vraag 2 ontkennend is, wat kan dan precies van de rechtspraak worden verwacht waar het de oproep van de ouders voor een mondelinge behandeling betreft als er:
a. (nog) geen contactgegevens bekend zijn, moet er dan toch een oproeping via de Staatscourant plaatsvinden (met een oproeptermijn van drie maanden)?
b. contactgegevens van (de) ouder(s) bekend zijn in een land buiten de Europese Unie, moet er dan op reguliere wijze betekening plaatsvinden in het buitenland (hetgeen een tijdrovende aangelegenheid kan zijn)?
5. Moeten de minderjarigen in bedoelde zaken (in alle gevallen) in de gelegenheid worden gesteld hun mening kenbaar te maken door middel van een oproep voor een kindgesprek?
6. Luidt het antwoord op vraag 5 anders indien de minderjarige – bijgestaan door een tolk – een verklaring heeft getekend waaruit blijkt dat hij/zij geïnformeerd is over de mogelijkheid op een kindgesprek te komen en van dat kindgesprek afziet?
De rechtbank heeft kennisgenomen van:
-
de brief van de bijzondere curator van 23 januari 2026;
-
de brief van Nidos van 29 januari 2026.
2De verdere beoordeling
Reactie bijzondere curator
De bijzondere curator heeft contact opgenomen met de oom van [minderjarige] , bij wie [minderjarige] op dit moment verblijft. De bijzondere curator heeft geprobeerd om deze procedure uit te leggen, maar dit was voor de oom en [minderjarige] lastig te begrijpen. De bijzondere curator geeft de rechtbank in overweging om in het geval dat de Hoge Raad de prejudiciële vragen aldus beantwoordt dat de ouders moeten worden opgeroepen en/of de minderjarige moet worden uitgenodigd voor een kindgesprek voordat een voogd kan worden benoemd, aan de Hoge Raad te vragen of standaard een bijzondere curator moet worden benoemd ter overbrugging van het gezagsvacuüm en als ondersteuning bij het kindgesprek.
Reactie Nidos
Nidos benadrukt op basis van de geldende wet- en regelgeving dat de rol van de voogd voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s) een middel is om juist materieel de rechten van amv’s, waaronder het participatierecht, te waarborgen, te bevorderen en te beschermen. Snelle toewijzing van een voogd is volgens Nidos noodzakelijk omdat de procedures direct bij aankomst in Nederland aanvangen.
Nidos onderschrijft het belang van participatie voor amv’s. Nidos is echter van mening dat het recht op participatie, in die zin dat kinderen worden uitgenodigd voor een kindgesprek om de gelegenheid te hebben om te worden gehoord door de rechter over het verzoek tot benoeming van Nidos als voogd, op dat moment niet het belang van het kind dient. Kort na aankomst in Nederland hebben kinderen namelijk nog geen veiligheid kunnen ervaren. In de aanmeldfase worden al diverse gesprekken met amv’s gevoerd die noodzakelijk maar belastend voor hen zijn. Het horen over de benoeming van Nidos als voogd heeft in deze fase weinig betekenis voor amv’s omdat zij de context nog niet begrijpen. Nidos heeft daarnaast grote zorgen over de praktische uitvoerbaarheid vanwege het grote aantal verzoeken waar het om gaat (de afgelopen jaren ruim 4.000 per jaar).
In reactie op de eerste prejudiciële vraag en de in de beschikking van 23 december 2025 in rechtsoverweging 3.6. genoemde documenten wijst Nidos erop dat zij kinderen van 98 verschillende nationaliteiten onder voogdij heeft. In die praktijk varieert de beschikbaarheid van documenten en de mate van (on)zekerheid over iemands identiteit. Nidos beschikt niet over de deskundigheid om te weten welk land welke documenten gebruikt, wanneer een kind daar aanspraak op kan maken en om te beoordelen of documenten echt zijn. Om te kunnen voldoen aan de mogelijke opdracht om meer informatie aan de rechtbank te verstrekken verwacht Nidos minimaal zes maanden nodig te hebben.
In reactie op de tweede prejudiciële vraag verklaart Nidos dat een voogdijverzoek met betrekking tot een amv van buiten de Europese Unie zich in haar ogen leent voor onmiddellijke toewijzing als bedoeld in artikel 800 lid 1 Rv. Een mondelinge behandeling is volgens Nidos in beginsel niet vereist en ook het bieden van gelegenheid voor het indienen van een verweerschrift is volgens Nidos een overbodige formaliteit. Nidos verwacht niet dat een verweerschrift zal worden ingediend.
In reactie op de derde prejudiciële vraag verklaart Nidos dat de beschikbaarheid van contactgegevens van de ouders niet maakt dat ouders op afstand hun gezag kunnen uitoefenen. De ervaring van Nidos leert dat ouders slecht kunnen overzien wat hun kind in Nederland aantreft, hoe het zich ontwikkelt, welke behoefte het heeft, hoe daarin voorzien moet worden en of de hulp die geregeld kan worden passend is voor hun kind. Het lukt Nidos overigens vaak niet direct en soms ook helemaal niet om contact met ouders in het buitenland te krijgen.
In reactie op de vierde prejudiciële vraag wijst Nidos erop dat het gaat om minderjarigen die om bescherming van de overheid vragen omdat zij gevlucht zijn wegens (gesteld) gevaar van vaak onder andere de autoriteiten van hun land van herkomst. Het kan daarom risico’s voor achtergebleven familieleden of het kind zelf met zich meebrengen om stukken te betekenen in het land van herkomst. Nidos verwacht van oproeping via de Staatscourant of betekening van stukken in het buitenland slechts langdurige vertraging van de procedure en een kostenverhogend effect.
Voor wat betreft de suggestie van de bijzondere curator vraagt Nidos zich af welke opdracht de bijzondere curator krijgt en hoe die zich verhoudt tot die van Nidos. Indien het een opdracht van wettelijke vertegenwoordiging betreft, dan betekent dit dat de bijzondere curator zich moet verstaan met alle ketenpartners in de aanmeldprocedure, passende opvang en zorg voor de minderjarige moet regelen en hem/haar regelmatig moet opzoeken. Nidos wijst op de eigen deskundigheid en ervaring met de specifieke doelgroep.
Conclusie
De rechtbank concludeert dat zowel de bijzondere curator als Nidos zich niet verzetten tegen het voornemen van de rechtbank om prejudiciële vragen aan de Hoge Raad te stellen. Ook verzetten zij zich niet tegen de inhoud van die vragen. De rechtbank ziet geen aanleiding deze vragen te stellen omdat de discussie binnen de rechtspraak over de benoeming van een voogd voor amv’s zich niet toespitst op de vraag of benoeming van een bijzondere curator (standaard) noodzakelijk is.
De rechtbank zal de na te melden prejudiciële vragen aan de Hoge Raad stellen onder gelijktijdige toezending van het verzoekschrift, de eerdere beschikking van 23 december 2025 en de reacties van de bijzondere curator en Nidos. Na beantwoording van de vragen door de Hoge Raad zullen de bijzondere curator en Nidos in de gelegenheid worden gesteld hierop te reageren. In afwachting daarvan wordt iedere beslissing aangehouden.
3De beslissing
De rechtbank
stelt de volgende vragen aan de Hoge Raad:
-
Welke onderbouwing van het verzoekschrift, al dan niet gestaafd met (officiële) documenten, mag de rechter in deze fase van het (recente) verblijf van de minderjarige in Nederland van Nidos verwachten afgezet tegen het belang om snel te beslissen? En welke moeite moet Nidos zich hebben getroost om aan de documenten te komen?
-
Is een verzoek van Nidos om met voogdij op grond van artikel 1:253q en r BW over een alleenstaande minderjarige asielzoeker van buiten de Europese Unie benoemd te worden een verzoek als bedoeld in artikel 800 lid 1 Rv dat voor onmiddellijke toewijzing, dus zonder zitting, gereed is?
-
Maakt het bij de beantwoording van vraag 2) uit of van ouders verblijfs- of contactgegevens bekend zijn buiten Europa? Wanneer brengt de beschikbaarheid van contactgegevens met zich mee dat ouders in de mogelijkheid zijn om hun gezag uit te oefenen?
-
Indien het antwoord op vraag 2 ontkennend is, wat kan dan precies van de rechtspraak worden verwacht waar het de oproep van de ouders voor een mondelinge behandeling betreft als er:
a. (nog) geen contactgegevens bekend zijn, moet er dan toch een oproeping via de Staatscourant plaatsvinden (met een oproeptermijn van drie maanden)?
b. contactgegevens van (de) ouder(s) bekend zijn in een land buiten de Europese Unie, moet er dan op reguliere wijze betekening plaatsvinden in het buitenland (hetgeen een tijdrovende aangelegenheid kan zijn)?
5. Moeten de minderjarigen in bedoelde zaken (in alle gevallen) in de gelegenheid worden gesteld hun mening kenbaar te maken door middel van een oproep voor een kindgesprek?
6. Luidt het antwoord op vraag 5 anders indien de minderjarige – bijgestaan door een tolk – een verklaring heeft getekend waaruit blijkt dat hij/zij geïnformeerd is over de mogelijkheid op een kindgesprek te komen en van dat kindgesprek afziet?
houdt iedere verdere beslissing aan in afwachting van het antwoord van de Hoge Raad.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. E.A.A. van Kalveen, (kinder)rechter, in samenwerking met mr. F. de Kleijn, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2026.
© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733
