Essentie (gemaakt door AI)
CBM; De kantonrechter veroordeelt de voormalige bewindvoerder tot vergoeding van schade aan betrokkene wegens tekortschieten in de zorg van een goed bewindvoerder. De vorige bewindvoerder is namens betrokkene een betalingsregeling aangegaan voor een nalatenschapsschuld uit een negatieve nalatenschap, waarmee feitelijk zuiver is aanvaard terwijl dit onder bewind niet is toegestaan. De schuld had niet uit het vermogen van betrokkene voldaan mogen worden. Schade wordt vastgesteld en toegewezen.| Datum publicatie | 13-03-2026 |
| Zaaknummer | NL:TZ:0000171383:B001 |
| Procedure | Beschikking |
| Zittingsplaats | Utrecht |
| Rechtsgebieden | Civiel recht; Personen- en familierecht |
| Trefwoorden | Meerderjarigenbescherming; Bewind; Erfrecht; Zuivere aanvaarding nalatenschap |
| Wetsverwijzingen |
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
CBM; De kantonrechter veroordeelt de voormalige bewindvoerder tot betaling van de door betrokkene geleden schade. De bewindvoerder is een betalingsregeling aangegaan van een nalatenschapsschuld uit een negatieve nalatenschap. Deze schuld had niet uit het vermogen van betrokkene voldaan hoeven/mogen worden.Volledige uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Toezicht
Locatie Utrecht
|
CBM-nummer |
: |
[nummer] |
|
datum |
: |
9 februari 2026 |
Beschikking van de kantonrechter
op verzoek van:
[bewindvoerder] ,
vennoot van [vennoot] ,
[adres 1] , [postcode 1] [plaats] ,
hierna te noemen: de huidige bewindvoerder,
tegen:
[Bewindvoeringskantoor] B.V.,
[adres 2] , [postcode 2] [vestigingsplaats] ,
hierna te noemen: de vorige bewindvoerder.
met betrekking tot:
[betrokkene]
,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,
wonend in [plaats] ,
hierna te noemen: betrokkene.
1Procedure
De kantonrechter heeft vanaf 2 september 2025 van de huidige bewindvoerder via het toezichtsysteem berichten ontvangen met betrekking tot door betrokkene geleden schade door de bewindvoering door de vorige bewindvoerder. De huidige bewindvoerder heeft aan de kantonrechter gemeld dat haar berichten als verzoek tot aansprakelijkstelling van de vorige bewindvoerder mogen worden aangemerkt.
Namens de kantonrechter is aan de vorige bewindvoerder op 6 januari 2026 een brief gezonden waarin het voornemen staat vermeld om de vorige bewindvoerder aansprakelijk te stellen voor de door betrokkene gelegen schade. In deze brief is de vorige bewindvoerder in de gelegenheid gesteld om voor 27 januari 2026 op het voornemen tot aansprakelijkstelling te reageren en het voornemen op een zitting te laten behandelen. De vorige bewindvoerder heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.
Nu er geen verweer is gevoerd tegen het voornemen om de vorige bewindvoerder aansprakelijk te stellen, zal de kantonrechter een beschikking geven zonder mondelinge behandeling.
2Beoordeling
Het vermogen van betrokkene is bij beschikking van 22 december 2020 onder bewind gesteld. Blijkens deze beschikking heeft de kantonrechter geconstateerd dat betrokkene niet in staat is om toestemming te geven voor handelingen als bedoeld in artikel 1:441 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De vorige bewindvoerder is bij deze beschikking tot bewindvoerder benoemd.
Bij beschikking van 16 juli 2025 is de vorige bewindvoerder per 1 augustus 2025 op verzoek van betrokkene als beschermingsbewindvoerder ontslagen en is de huidige bewindvoerder benoemd.
Na de benoeming van de huidige bewindvoerder, heeft de huidige bewindvoerder geconstateerd dat de vorige bewindvoerder namens betrokkene een betalingsregeling is aangegaan inzake een huurschuld van de op 4 januari 2021 overleden moeder van betrokkene. Dit betreft een negatieve nalatenschap.
Op basis van artikel 4:193 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan een wettelijke vertegenwoordiger van een erfgenaam voor deze niet zuiver aanvaarden en behoeft voor verwerping een machtiging van de kantonrechter. Hij is verplicht een verklaring van beneficiaire aanvaarding of van verwerping af te leggen binnen drie maanden vanaf het tijdstip waarop de nalatenschap, of een aandeel daarin, de erfgenaam toekomt.
Het aangaan van een betalingsregeling waarbij de nalatenschapsschuld uit het eigen vermogen van betrokkene wordt voldaan, is een daad van zuivere aanvaarding en dat kan niet bij een onderbewindstelling. Zij wordt op basis van de wet geacht de nalatenschap beneficiair te hebben aanvaard. Dit betekent dat de schuld ten onrechte is voldaan uit het vermogen van betrokkene.
De huidige bewindvoerder heeft aan de kantonrechter via het toezicht-systeem berichten gezonden waaruit volgt dat de door betrokkene geleden schade
€ 1.768,64 bedraagt. Dit bedrag bestaat uit:
- € 1.520,00 aan ten onrechte betaalde huurschuld van de moeder van betrokkene;
- € 248,64 aan ten onrechte in rekening gebrachte beloning (verschil tarief problematische schulden en regulier tarief).
Op grond van artikel 1:444 BW is een bewindvoerder jegens een rechthebbende aansprakelijk, indien hij in de zorg van een goed bewindvoerder tekort is geschoten, tenzij de tekortkoming hem niet kan worden aangerekend. De kantonrechter is van oordeel dat de vorige bewindvoerder tekort is geschoten door een betalingsregeling aan te gaan met betrekking tot een schuld die niet uit het vermogen van betrokkene had hoeven/mogen worden betaald.
Op grond van artikel 1:362 BW (dat ingevolge artikel 1:445 lid 5 BW van overeenkomstige toepassing is bij bewind) kan de kantonrechter de schade vaststellen, die de betrokkene door slecht bewind van de voormalige bewindvoerder heeft geleden en de voormalige bewindvoerder tot vergoeding daarvan veroordelen.
Gelet op het vorenstaande zal de kantonrechter de vorige bewindvoerder veroordelen de schade van € 1.768,64 aan betrokkene te vergoeden.
3Beslissing
De kantonrechter:
- stelt vast dat [Bewindvoeringskantoor] B.V., in haar taak als bewindvoerder toerekenbaar is tekortgeschoten;
- stelt de schade die [betrokkene] hierdoor heeft geleden vast op een bedrag van
€ 1.768,64;
- veroordeelt [Bewindvoeringskantoor] B.V., tot betaling van een bedrag van € 1.768,64 aan [betrokkene], via [bewindvoerder] , vennoot van [vennoot] ;
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.
© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733
