Essentie (gemaakt door AI)
Vervangende toestemming aan moeder om namens kinderen bij Justis een verzoek in te dienen tot geslachtsnaamswijziging in naam overleden bonusvader; keuze/aanvraag geen gezagsbeslissing en inhoudelijke toets bij Justis. Onderdeel vervangende toestemming niet uitvoerbaar bij voorraad. Verzoek beëindiging gezag vader voor half jaar aangehouden met concrete tips voor soepeler samenwerking; ook zouden kinderen gerustgesteld kunnen worden over woonperspectief bij wegvallen moeder. Geen kindbrief. Kinderen kunnen uitspraak lezen.
| Datum publicatie | 10-03-2026 |
| Zaaknummer | C/08/341317 / FA RK 25-2965 |
| Procedure | Eerste aanleg - enkelvoudig |
| Zittingsplaats | Almelo |
| Rechtsgebieden | Civiel recht; Personen- en familierecht |
| Trefwoorden | Kinderen; Gezagsgeschil 1:253a BW; Overig; Geslachtsnaam (art. 1:5 t/m 1:9 BW); Familieprocesrecht; Uitvoerbaar bij voorraad |
| Wetsverwijzingen |
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
Vervangende toestemming rechter voor moeder die ten behoeve van kinderen uit eerste huwelijk verzoek tot geslachtsnaamwijziging bij de Koning (= Justis) wil indienen omdat kinderen de geslachtsnaam van overleden bonusvader en niet meer die van hun biologische vader met medegezag willen dragen. Beslissing vervangende toestemming op verzoek van vader niet uitvoerbaar bij voorraad. Beslissing op verzoek beëindiging gezag van vader voor een half jaar aangehouden met concrete overwegingen over de wijze waarop vader met hulp van moeder komende tijd kan werken aan afspraken over de uitvoering van het gezamenlijk gezag, waarmee bezwaren van de kinderen tegen zijn gezag weggenomen kunnen worden. Kinderen ontvangen een afschrift van de beschikking.Volledige uitspraak
locatie Almelo
team familie- en jeugdrecht
zaaknummer: C/08/341317 / FA RK 25-2965
beschikking van 2 februari 2026
inzake
[de moeder] ,
verder te noemen: de moeder,
wonende te [woonplaats 1] ,
verzoekster,
advocaat: mr. N.P. van Mook,
en
[de vader] ,
verder te noemen: de vader,
wonende te [woonplaats 2] ,
belanghebbende,
advocaat: mr. A.G. Baan.
1Het procesverloop
De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen op 20 november 2025;
- een F9-formulier met bijlagen van mr. Van Mook, binnengekomen op
3 december 2025;
- het uitstelverzoek van mr. Baan, binnengekomen op 14 januari 2026;
- een bericht van mr. Van Mook binnengekomen op 16 januari 2026;
- de kindbrieven van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] , binnengekomen op 27 januari 2026;
- het verweerschrift, tevens houdende zelfstandig verzoek, binnengekomen op
28 januari 2026.
Op 26 januari 2026 heeft de kinderrechter gesproken met de [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] . Van het gesprek zijn door de griffier aantekeningen gemaakt. Deze zijn in het dossier gevoegd. Ter hierna te noemen zitting heeft de kinderrechter met toestemming van de kinderen aan de verschenen personen verteld wat de kinderen vinden van het verzoekschrift.
Het verzoek is besproken tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren op
2 februari 2026. Verschenen en gehoord zijn:
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat,
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat,
- M. [naam 3] namens de Raad voor de Kinderbescherming, verder te noemen: de raad.
2. De feiten
De vader en de moeder zijn met elkaar gehuwd geweest. Uit dit huwelijk zijn geboren de minderjarige kinderen:
[minderjarige 3] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] 2011,
[minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedatum 2] 2013,
[minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats 3] op [geboortedatum 3] 2014.
De vader en de moeder oefenen gezamenlijk het gezag uit over de kinderen. Dit betekent dat zij samen de belangrijke beslissingen over hen nemen. [minderjarige 3] , [minderjarige 2] en [minderjarige 1] hebben hun hoofdverblijfplaats bij de moeder.
3Het verzoek
De moeder verzoekt de rechtbank bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
te bepalen dat het gezag van de vader over de minderjarigen wordt beëindigd en te bepalen dat de moeder alleen het ouderlijk gezag zal uitoefenen over de minderjarige kinderen;
te bepalen dat vervangende toestemming wordt verleend van vader aan moeder, zodat moeder namens [minderjarige 3] , [minderjarige 2] en [minderjarige 1] zelfstandig het verzoek tot wijzigen van de geslachtsnaam van “ [naam 1] ” naar “ [naam 2] ” van [minderjarige 3] , [minderjarige 2] en [minderjarige 1] bij Justis kan indienen.
4Het verweer van de vader, tevens houdende zelfstandig verzoek
De vader verzoekt de rechtbank de verzoeken van de moeder af te wijzen en voor zover mogelijk bij beschikking:
te bepalen dat de kinderen één keer in de twee weken op donderdagmiddag van 15:00 uur tot 17:00 uur op een neutrale plek omgang zullen hebben met vader, waarbij vader de kinderen ophaalt en weer terugbrengt bij moeder;
kosten rechtens.
5De beoordeling
Het gezag
Het standpunt van de moeder
De moeder verzoekt – mede bij monde van haar advocaat - het zelfstandig verzoek van de vader af te wijzen. Zij is van mening dat beëindigen van het gezamenlijke gezag het contact tussen de vader en de kinderen niet in de weg staat en familiaire banden hiermee niet worden doorgesneden. Het beëindigen van het gezag zal vooral zorgen voor rust en minder spanningen. De moeder ziet dat de kinderen er last van hebben dat zij niet weten waar zij aan toe zijn wanneer er door hun ouders een gezagsbeslissing moet worden genomen. Het gaat er dan vooral om dat zij moeten wachten op een antwoord van de vader en hij hier lang de tijd voor neemt. Volgens de moeder is het enkele keren voorgekomen dat de kinderen op een antwoord van de vader moesten wachten en zij hem daaraan moesten herinneren door middel van een appje. Dit brengt vervelende situaties met zich mee waarbij de kinderen in onzekerheid blijven of ze bijvoorbeeld mee kunnen op schoolkamp of de vraag bij hen opkomt of er wel een handtekening wordt gezet voor een vakantie met moeder naar het buitenland. De moeder is van mening dat het de kinderen rust geeft en daarmee ook de kans bestaat dat bij de kinderen een opening ontstaat om het contact op laagdrempelige wijze met de vader te herstellen wanneer het gezag enkel bij haar berust.
Het standpunt van de vader
De vader reageert – mede bij monde van zijn advocaat – op wat moeder zegt. Hij begrijpt het verzoek van de moeder niet, omdat er geen enkele aanleiding is om te veronderstellen dat hij ten aanzien van gezagsbeslissingen niet in het belang van de kinderen zou handelen. Het is niet voorgekomen dat hij beslissingen heeft tegen- of opgehouden of zijn toestemming niet heeft verleend. Volgens hem is er sprake van een situatie waarin hij nog maar een kleine rol speelt in het leven van de kinderen. De vader is bang dat hij geheel buitenspel raakt wanneer hij geen gezag meer heeft. Hij bevestigt wel dat hij soms om enige bedenktijd vraagt wanneer er beslissingen genomen moeten worden omdat hij er wel eens eerst rustig over na wil denken en daarnaast weinig informatie verkrijgt over de kinderen.
Voor hem is het dan ook moeilijk om beslissingen direct te kunnen nemen zonder enige verdere informatie. De vader is op dit moment vooral radeloos. Hij wil graag een rol spelen in het leven van zijn kinderen, maar hen ook niet dwingen om het contact geforceerd te herstellen. De vader verzoekt om het verzoek van de moeder af te wijzen en voor zover mogelijk bij tussenbeschikking de rechtbank te laten bepalen dat de kinderen één keer in de twee weken op de donderdagmiddag omgang zullen hebben met hem, zo nodig op een neutrale plek. Hij vindt een raadsonderzoek noodzakelijk om advies te krijgen over de meest wenselijke situatie wat betreft het gezag.
Het standpunt van de kinderen
[minderjarige 3] , [minderjarige 2] en [minderjarige 1] zouden graag zien dat het gezag van de vader wordt beëindigd. De kinderen wonen samen met hun halfzusje bij de moeder. Met hun biologische vader hebben zij momenteel geen contact. De kinderen hebben het gevoel dat hij hen niet altijd serieus neemt. Daarbij vinden de ze het geen fijn idee dat vader over hen kan en mag bepalen. Ze zijn vooral bang dat hij zal gaan bepalen waar zij moeten gaan wonen als moeder iets ernstigs overkomt. De kinderen ervaren hierdoor veel stress en spanning, waarvan zij last ervaren in het dagelijks leven. Wanneer het gezag wordt beëindigd zal dit zorgen voor meer rust en duidelijkheid.
Het mondelinge advies van de raad
De vertegenwoordiger van de raad adviseert het verzoek van de moeder af te wijzen. Hij vindt het een ingewikkelde kwestie en heeft tijdens de zitting aanvullende vragen gesteld. Vaststaat dat [minderjarige 3] , [minderjarige 2] en [minderjarige 1] een moeder en vader hebben en ook hun bonusvader als vader hebben gezien. Het is door zijn tragische ongeval een hele vervelende situatie geworden. Voor de raad is het tijdens de zitting duidelijk geworden dat de vader de afgelopen tijd geen gezagsbeslissingen heeft gedwarsboomd. Van een klem- of verloren situatie is eigenlijk geen sprake, waardoor het ontnemen van het gezag aan vader een te vergaande beslissing zou zijn. De raad ziet een vader die graag een rol wil spelen in het leven van zijn kinderen. Die hebben meerdere keren aangegeven dat zij liever zien dat hun vader geen gezag meer heeft, maar de raad is met vader wel van mening dat kinderen niet altijd in staat zijn om te overzien wat bepaalde beslissingen voor nu en de toekomst inhouden en de gevolgen daarvan kunnen overzien. Volgens de raad is het belangrijker dat er wordt gekeken wat de kinderen nodig hebben om hiermee om te gaan, in plaats van een vergaande beslissing als gezagsbeëindiging te nemen.
De overwegingen van de rechtbank
De rechtbank kan het gezamenlijk gezag beëindigen op de grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.
1
Het uitgangspunt van de wet is dat de ouders samen beslissingen moeten nemen over hun kinderen, ook als zij uit elkaar zijn. In sommige situaties kan de rechtbank van dit uitgangspunt afwijken.
In de wet staat dat de rechtbank het gezag van een ouder kan beëindigen als het risico bestaat dat het kind klem of verloren raakt tussen de ouders en de rechtbank niet verwacht dat dat binnenkort beter wordt.
2 Dit betekent dat er een risico is dat de kinderen de dupe worden van strijd tussen de ouders. Daarnaast kunnen er ook nog andere redenen zijn waarom het beter is om het gezag van een ouder te beëindigen.
De rechtbank is het op dit moment nog wel eens met de raad dat er eigenlijk onvoldoende gronden aanwezig zijn om moeder alleen met het gezag te belasten. Ter zitting is gebleken dat beslissingen die over de kinderen genomen moeten worden altijd wel genomen kunnen worden. Ouders kunnen vaak nog wel met elkaar overleggen. Vader bevestigt wel dat hij er af en toe wat langer over doet om met zijn toe- of instemming te komen of een handtekening te plaatsen dan moeder en vooral de kinderen wenselijk vinden. Het argument van vader om zo goed mogelijk geïnformeerd te worden of te zijn als er iets beslist moet worden, terwijl dat in de praktijk niet altijd het geval is, waardoor het soms wat langer duurt voordat hij reageert, is begrijpelijk. Maar ….. voor de kinderen voelt dat voortdurende enige tijd uitstellen van een reactie, antwoord of handtekening zonder dat zij daar enige uitleg over krijgen als heel erg vervelend.
De kinderen hebben een fijne tijd gehad met moeders overleden partner en bonusvader [naam 2] . Zij weten dat vader niet kan instemmen met het indienen van een verzoek tot achternaamswijziging bij de bevoegde instantie en dat moeder daarom deze procedure is begonnen. Zij hebben al lange tijd de wens dat er een wijziging van hun achternaam Morssinkhof in die van bonusvader komt. Hun halfzusje heet [naam 2] , in hun woonomgeving en op school worden zij zo genoemd en bij herhaling hebben zij de wens geuit om ook die achternaam te gaan dragen. Zij weten dat daarvoor een formele beslissing van de Koning nodig is en dat er eerst een daartoe strekkend verzoek bij de dienst Justis ingediend moet worden. De weigering van vader om aan zo’n procedure bij Justis mee te werken valt niet goed bij de kinderen en zij brengen dat in verband met het gezag dat hij nog over hen heeft.
In deze beschikking zal door de rechtbank aan moeder die van vader vervangende toestemming worden verleend om bij Justis de procedure tot wijziging van de achternaam te beginnen. Hieronder zal daaromtrent nader worden overwogen. Daarmee wordt over dit onderwerp een rechterlijke beslissing gegeven en hoeft dit punt niet meer aan het in stand laten van vaders gezag in de weg te staan.
Het zal vader ter zitting wel duidelijk zijn geworden dat en hoezeer de kinderen last hebben van het in hun beleving vaak te lang uitblijven van zijn standpunt over iets wat moeder aan hem ter medebeslissing voorlegt. Of wat de kinderen zelf van hem vragen. De rechtbank hoopt dat er na deze beslissing een verandering kan komen in de snelheid en accuraatheid waarmee vader gaat reageren op verzoeken om over iets een mening te hebben en daarover mee te beslissen. Als dat lukt dan zullen de kinderen dat merken en valt een ander argument weg om toch zijn gezag te beëindigen.
Overigens zullen de kinderen moeten accepteren dat vader af en toe iets meer tijd nodig heeft dan zij wenselijk vinden om de informatie die hij nodig heeft van moeder of derden, zoals school, voor het innemen van een standpunt te verwerken. Meer snelheid dan tot nu toe af en toe het geval is geweest is wenselijk, maar enige tijd mag vader wel nemen. De kinderen en moeder mogen ook niet in alle gevallen er direct van uitgaan dat vader overal klakkeloos ‘ja’ op antwoordt. Zijn mening, ook als die niet altijd in lijn zou zijn met die van moeder en of de kinderen, zal ook serieus mee moeten wegen. Dat hoort bij het uitoefenen van gezamenlijk gezag.
Ter zitting heeft vader hopelijk een paar klem- of pijnpunten bij de kinderen (en moeder) weg kunnen nemen. De kinderen hebben het vader kwalijk genomen dat hij het niet goed vond dat zij zelfstandig contact zouden hebben met familie van vader waar zij graag op bezoek zouden willen. Zoals opa en oma vaderszijde en een tante en of oom vaderszijde. Hij zou daaraan de voorwaarde hebben verbonden dat de kinderen dan ook (eerst) weer op de wijze zoals in een verder verleden contact met hem en zijn gezin zouden hebben. De kinderen ervaren dat als een soort misbruik van gezag door vader en nemen hem dat kwalijk. Die voorwaarde, als die er al geweest is, heeft vader ter zitting desgevraagd echter uitdrukkelijk laten vallen. Hij vindt dat de kinderen vrij zijn om contact met andere leden van de familie te hebben. Volgens hem gebeurt dat in de praktijk inmiddels ook al zo.
Vader heeft tijdens de zitting uitgelegd dat het beeld dat de kinderen in gesprek met de kinderrechter en in hun brieven voor de kinderrechter hebben geschetst van zijn huidige partner niet klopt. Volgens vader hebben de kinderen het tijdens logeermomenten juist altijd op [naam 3] gesteld als die partner zich bemoeide met de rituelen die pasten bij het naar bed gaan. Er is wel eens een onaardig moment geweest in een vakantieweekend, maar vader vindt dat de kinderen dat wel onnodig als vervelend en zwaar hebben ervaren.
De wens van vader om op enigerlei wijze het contact met de kinderen weer te herstellen is begrijpelijk en de rechtbank is van mening dat van kinderen, met steun van moeder, gevraagd mag worden om het voorstel van vader om af en toe eens met de kinderen op neutraal terrein weer contact te hebben een kans van slagen te geven. Moeder heeft gezegd dat zij daar achter staat. Ouders weten dat de kinderen naast het naar school gaan een druk sociaal en sportief programma hebben doordeweeks. Daardoor zal het niet altijd mogelijk zijn om met z’n drieën tegelijk bij of met vader te zijn. Het zou wel mogelijk moeten zijn om afzonderlijke contacten van een of twee kinderen per ontmoeting met vader te regelen. Dan kan ook zeker sprake zijn van quality time. Op dit moment speel vader al enige tijd een minimale rol in het leven van [minderjarige 3] , [minderjarige 2] en [minderjarige 1] ; feitelijk is er al enige tijd helemaal geen contact meer. De kinderen zeggen wel open te staan voor herstel van contact. Dat willen ze stapsgewijs opbouwen met de vader. Dat biedt perspectief.
Met name [minderjarige 2] heeft in het gesprek met de rechter gezegd en in haar brief geschreven dat zij het niet fijn (meer) vindt als vader rechtstreeks informatie aan haar mentor over haar vraagt en krijgt over hoe het met haar op school gaat. Bij uitoefening van gezag komt het recht daartoe formeel wel aan vader toe, maar in dit geval kan de rechtbank zich voorstellen dat vader vooralsnog, totdat [minderjarige 2] ’s mening misschien verandert, gevolg geeft aan de wens van [minderjarige 2] dat hij dat niet meer doet en dat hij schoolinformatie over haar aan moeder vraagt en van moeder krijgt. Ouders kunnen nog wel redelijk met elkaar en de rechtbank schat in dat zij samen op deze wijze dit bezwaar van [minderjarige 2] tegen vaders gezag kunnen wegnemen.
Naast het punt van de naamswijziging is voor de kinderen een heikel punt de plek waar zij zouden gaan wonen als moeder zou overlijden. Door en na het overlijden van bonusvader zijn zij daar alle drie over gaan nadenken. Zij willen in elk geval niet dat zij dan automatisch in het gezin van vader gaan wonen. Dat voelt voor hen niet goed. Zij weten ook dat vader in geval van overlijden van moeder de enige ouder met gezag is als hij zijn gezag zou behouden en dat hij het dan kan bepalen. Dat willen ze beslist niet. Formeel is het inderdaad zo dat in geval van het overlijden van een ouder met gezag de andere ouder met gezag de eerste is aan wie wordt gedacht bij het bepalen van een andere woonplek. Maar … of dat daadwerkelijk gebeurt hangt van veel factoren af. Zoals de mate van contact en de kwaliteit van het contact tussen de overgebleven ouder en kinderen. In sommige gevallen is het welhaast vanzelfsprekend dat dan de overblijvende ouder de opvoeder en verzorger wordt. In andere gevallen, zoals in dit geval, echter beslist niet gelet op de leeftijd en de wensen van de kinderen. Onder de huidige omstandigheden zou wonen bij vader niet in het belang van de kinderen zijn.
Ter zitting heeft moeder gezegd dat zij wel heeft nagedacht over wat er dan zou moeten gebeuren met de kinderen. Zij denkt daarbij aan wonen bij haar zus, die niet ver van haar woonplek woont. De kinderen willen dat volgens haar ook. Vader, daarmee onverwacht geconfronteerd ter zitting, vindt het nog moeilijk om daar nu al een mening over te hebben en deze te verwoorden. Dat is begrijpelijk. De kinderrechter in de rechtbank heeft in het gesprek met de kinderen wel gemerkt hoe belangrijk het voor de kinderen is om zeker te weten dat zij niet zo maar naar vader gaan als moeder iets zou overkomen. Dit punt is naast de naamswijziging misschien wel het zwaarstwegend voor hun mening dat vader geen gezag meer zou moeten hebben.
Het is -anders dan de naamswijziging, waarover in deze beschikking een procedurele beslissing wordt genomen,- wel een onderwerp dat door de rechtbank zwaar moet worden gewogen als over een aantal maanden nader zal worden gekeken naar het verzoek van moeder tot gezagswijziging. Niet alleen het klem- en of verloren criterium kan een factor zijn, maar ook overige omstandigheden kunnen maken dat wijziging van gezag toch in het belang van de kinderen is. De angst van de kinderen voor wat er gaat gebeuren indien moeder zou overlijden is een reële angst, gelet op wat zij hebben ervaren met en na het overlijden van bonusvader.
De rechtbank realiseert zich dat het voor vader heel moeilijk zal zijn en dat hij het mogelijk als oneerlijk zal ervaren als van hem min of meer wordt verlangd dat hij ter geruststelling tegen de kinderen moet zeggen dat hij niet zal aandringen op wonen bij hem als moeder weg zou vallen en dat hij in dat geval instemt met wonen bij bijvoorbeeld tante. Maar als hem dat toch zou lukken dan zou dat voor een groot deel de angel uit deze zaak halen. De kinderen zullen zich dan gerustgesteld voelen en vader hopelijk niet langer meer zien als de man die niet goed genoeg aan hen denkt en toch mede over hen beslist.
De rechtbank is – enigszins samengevat – van mening dat er op dit moment geen sprake is van het klem- en of verloren criterium dat tot einde van het gezag voor vader zou moeten leiden. Als het vader, met steun van moeder, lukt om op wat soepeler en voor de kinderen merkbaar betere wijze invulling te geven aan zijn gezag en als hij hen gerust zou kunnen stellen op het onder 5.18 en 5.19 genoemde punt dan zou het mogelijk moeten zijn om zijn gezag in stand te laten. Of dat lukt moet in de komende maanden blijken. De rechtbank zal de beslissing over het gezag aanhouden tot na te melden voortgezette mondelinge behandeling.
Moeder heeft ter zitting verzucht dat zij af en toe niet weet hoe zij het zo goed mogelijk moet doen. Toen Kind en Gezin nog betrokken was kreeg zij het advies om zo min mogelijk zelf met vader te overleggen en zo veel mogelijk over te laten aan het overleg tussen de kinderen en vader als het om beslismomenten ging. Ter zitting hoort zij van de vertegenwoordiger van de raad dat het juist andersom zou moeten. Het is begrijpelijk dat een en ander voor beide ouders en zeker voor moeder tot verwarring leidt. Kind en Gezin is niet meer betrokken. Het lijkt de rechtbank het beste dat moeder conform het advies van de heer [naam 3] van de raad ter zitting de touwtjes wat meer in handen neemt en de belangrijke dingen zoveel mogelijk zelf met vader afkaart. De kinderen, die wijs en mondig zijn en zeker ook hun stem zullen claimen, zouden moeten ervaren dat vader en moeder het samen prima afkunnen en de belangrijke dingen over hun kunnen beslissen.
De komende maanden moet maar blijken of het gezag van vader behouden kan blijven. Beide ouders moeten daar hun best voor doen. Het afnemen van het gezag van een ouder zorgt hoe het ook wordt gewend of gekeerd toch voor een beeld bij kinderen dat de ene ouder (met gezag) anders en belangrijker voor hen is dan de andere ouder (zonder gezag).
Vervangende toestemming geslachtsnaamwijziging
Het standpunt van de moeder
Zij en haar partner vormden heel lang een hecht gezin. De kinderen hebben daardoor al langere tijd de wens om dezelfde achternaam te hebben. De wens is altijd consistent aanwezig gebleven. De partner van de moeder, de bonusvader van de kinderen, is in augustus 2025 overleden, waardoor de achternaam [naam 2] nog meer een emotionele betekenis heeft gekregen en de wens van de kinderen om dezelfde achternaam te dragen is versterkt. Alle drie de kinderen identificeren zich met het gezin van de moeder, waarin zij al jaren opgroeien. Op school en tijdens sport gebruiken zij ook de naam [naam 2] . De moeder heeft aan de kinderen uitgelegd dat voor het beginnen van een procedure over een eventuele geslachtsnaamwijziging de handtekening van de vader vereist is en dat Justis beoordeelt of een geslachtsnaamwijziging in het belang van hen is. Het eventueel wijzigen van de geslachtsnaam hoeft volgens moeder het contactherstel tussen de vader en de kinderen niet in de weg te staan. De moeder hoopt dat de kinderen op den duur rust ervaren wanneer ze het verzoek kan indienen bij Justis.
Het standpunt van de vader
De vader verzoekt het verzoek van de moeder af te wijzen. Hij is van mening dat hij door het wijzigen van de geslachtsnaam volledig en definitief buitenspel wordt gezet. De vader vindt de gehele situatie ontzettend verdrietig. Hij heeft een minimale rol in het leven van zijn kinderen en heeft ook niet het idee dat zijn rol als vader altijd voldoende wordt erkend. Hij weet heel goed dat de kinderen zich sterk verbonden voelen met het gezin van de moeder en hun bonusvader. Hij begrijpt echter niet dat de kinderen van de moeder de vrijheid krijgen om hierover de keuze te maken hun achternaam te willen wijzigen, terwijl zij gezien hun leeftijd de gevolgen van zo’n ingrijpende beslissing niet kunnen overzien. Volgens de vader dient het wijzigen van de geslachtsnaam geen keuze te zijn van jonge kinderen en dienen de ouders hierover met de kinderen in gesprek te gaan.
Het standpunt van de kinderen
[minderjarige 3] , [minderjarige 2] en [minderjarige 1] wonen samen met hun jongere halfzusje bij hun moeder. Samen met hun bonusvader vormden zij een hecht gezin. Vader [naam 2] is onlangs overleden, wat een hele grote impact heeft op het gehele gezin. De kinderen identificeren zich met de geslachtsnaam van hun bonusvader. Zowel op school als bij medische afspraken gebruiken ze zijn achternaam. De kinderen zouden graag wijziging van hun achternaam willen zodat zij dezelfde achternaam hebben als hun halfzusje, zodat zij als gezin allemaal [naam 2] heten.
Het (mondelinge) advies van de raad
De raad adviseert het verzoek van de moeder af te wijzen. Het is niet aan de kinderen hierover zelf te beslissen. [minderjarige 3] , [minderjarige 2] en [minderjarige 1] zijn drie jonge kinderen die nog niet de gevolgen kunnen overzien van bepaalde beslissingen. Er moet worden gekeken naar wat de kinderen nodig hebben om hiermee om te gaan.
De overweging van de rechtbank
Indien een kind door geboorte in familierechtelijke betrekking tot beide ouders komt te staan, kunnen de ouders gezamenlijk een keuze maken voor de geslachtsnaam van hun kind.
3 Een keuze voor een geslachtsnaam gebeurt bij de ambtenaar van de burgerlijke stand en moet door beide ouders worden ondertekend. Dit kan voorafgaand aan de geboorte of uiterlijk bij de geboorteaangifte. De geslachtsnaam van een persoon kan enkel door de Koning worden gewijzigd op diens verzoek, of op verzoek van zijn wettelijke vertegenwoordiger.
4 De uitvoering vindt plaats door Justis, een screeningsautoriteit die namens de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verzoeken tot wijziging van de geslachtsnaam behandelt.
Uit artikel 1:5 lid 4 BW blijkt dat het gaat om een kind dat door geboorte in familierechtelijke betrekking staat tot beide ouders, wat impliceert dat de wetgever de keuze voor de geslachtsnaam van een kind heeft gegeven aan alle juridische ouders en niet enkel aan ouders die met het gezag zijn belast. Het kiezen van een geslachtsnaam of het vragen om wijziging van een geslachtsnaam is dan ook geen gezagsbeslissing.
5 Dat de ouders geen overeenstemming hebben over de vraag of aan de Koning moet worden verzocht om de geslachtsnaam van [minderjarige 3] , [minderjarige 2] en [minderjarige 1] te wijzigen is geen geschil omtrent het ouderlijk gezag en valt buiten de reikwijdte van artikel 1:253a BW.
De rechtbank stelt vast dat een concrete bepaling op grond waarvan het door Justis voorgeschreven verzoek – vervangende toestemming voor het doen van een aanvraag – kan worden ingediend bij de rechter ontbreekt. In jurisprudentie van een of meer Gerechtshoven is hierover geoordeeld dat tot het verlenen aan – in dit geval moeder - van vervangende toestemming om een aanvraag te doen bij Justis om de geslachtsnaam te wijzigen als de andere ouder niet mee wil werken aan het indienen van een verzoek bij Justis, door de rechtbank kan worden beslist.
6
Anders dan vader kennelijk of mogelijk veronderstelt is het in een procedure als de onderhavige niet aan de rechtbank om inhoudelijk te oordelen over de vraag of een verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van kinderen toegewezen of afgewezen moet worden. De door vader genoemde argumenten voor afwijzing van het verzoek tot naamswijziging dienen door de Koning (= Justis) te worden gewogen en niet door de rechtbank. In de onderhavige procedure gaat het enkel om de vraag of moeder met vervangende toestemming van de rechter, omdat vader daarvoor geen toestemming kan of wil geven, aan Justis kan vragen inhoudelijk naar het verzoek tot achternaamswijziging te kijken.
De rechtbank is van oordeel dat moeder de mogelijkheid moet hebben om de inhoudelijke vraag aan de Koning/Justis voor te leggen. De bezwaren van de vader zien op de achternaamswijziging zelf. Die komen bij Justis aan de orde. Daar zullen de beweegredenen van moeder, de mening van de kinderen en het standpunt van vader worden aangehoord en meegewogen in de beslissing. Moeder moet niet belemmerd worden in haar recht om die vraag aan de bevoegde instantie te stellen.
Vader heeft bij monde van zijn advocaat aan het eind van de mondelinge behandeling verzocht om de beslissing met betrekking tot de vervangende toestemming niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren en om hem uitdrukkelijk toestemming te verlenen tegen die beslissing hoger beroep te mogen instellen. Dat verzoek zal de rechtbank honoreren. Aan vader komt het recht toe om die door hem als meer dan pijnlijk ervaren beslissing aan het Gerechtshof in hoger beroep voor te leggen. Het is zijn beslissing om dat beroep al of niet in te stellen. De rechtbank vertrouwt erop dat moeder samen met de kinderen, die mogelijk moeite zullen hebben met nog langer wachten op een eindbeslissing, op verstandige wijze zal bespreken dat vader dit recht toekomt en dat de uiteindelijke beslissing zorgvuldig genomen moet worden. Ook als dat betekent dat de beslissing van de rechtbank niet de eindbeslissing is en dat het Gerechtshof over enige tijd daar nog eens naar zal kijken. In dat laatste geval zullen de kinderen naar verwachting door het Gerechtshof in de gelegenheid worden gesteld om hun mening over dit punt aan hem uit te leggen.
Ter hierna te noemen voortgezette mondelinge behandeling is er hopelijk duidelijkheid over de geslachtsnaam van de kinderen.
De kinderen zijn mondig gebleken. Ze zijn verbaal en op schrift sterk. Ze zijn op de hoogte van de ins en outs van de vragen die aan de rechtbank zijn voorgelegd en waarop in de onderhavige beslissing een aantal antwoorden komt. Wat de rechtbank betreft kunnen zij samen met moeder kennisnemen van de inhoud van deze beschikking. De rechtbank stuurt geen afzonderlijke brief aan de kinderen.
6De beslissing
De rechtbank:
verleent de moeder – die van de vader - vervangende toestemming tot het doen van een aanvraag bij Justis om de geslachtsnaam van [minderjarige 3], geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] 2011, [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedatum 2] 2013, en [minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats 3] op [geboortedatum 3] 2014, te wijzigen in de geslachtsnaam [naam 2] ;
verklaart onderdeel 6.1. van het dictum uitdrukkelijk niet uitvoerbaar bij voorraad en verleent vader verlof om tegen dat onderdeel desgewenst hoger beroep in te stellen;
houdt de beslissing over het gezag aan en bepaalt dat de mondelinge behandeling zal worden voortgezet op maandag 27 juli 2026 om 10:30 uur in het gerechtsgebouw te Almelo aan de Egbert Gorterstraat 5, tot het bijwonen waarvan alle belanghebbenden die een afschrift van deze beschikking ontvangen hierbij worden opgeroepen;
verzoekt de griffier om aan voornoemde kinderen een afschrift van deze beschikking te sturen;
verzoekt de advocaten van partijen zich zo mogelijk uiterlijk maandag 20 juli 2026 schriftelijk uit te laten over het verdere verloop van de procedure.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. J.H. Olthof, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2026 in tegenwoordigheid van J.L.A. Kleine Wiecherink, griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 23 februari 2026. |
||
Een afschrift van deze beschikking wordt gezonden aan de raad voor de kinderbescherming en de in deze beschikking vermelde gegevens worden door de raad opgenomen in zijn registratie.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:
door verzoeker en door degene(n) aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 16 september 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:5677.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 16 september 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:5677.
© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733
