Rechtbank Noord-Nederland 18-02-2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:601

Essentie (gemaakt door AI)

Ambtshalve benoeming bijzondere curator ex art. 1:250 BW over vier minderjarigen van moeder, waarin wordt aangesloten bij eerdere benoeming voor de twee andere kinderen bij beschikking van 30 januari 2026 (ECLI:NL:RBNNE:2026:427). Aanleiding is belangenstrijd over onvoldoende regie door de GI en de draagkracht van moeder bij opvoeding van zes kinderen. Bijzondere curator krijgt regietaak en onderzoekt hulpverlening, mogelijk verblijf en (weekend)pleegzorg, met opdracht tot beknopt verslag. Regiezitting.

Datum publicatie04-03-2026
Zaaknummer253042 en 251513
ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
ZittingsplaatsLeeuwarden
RechtsgebiedenCiviel recht; Personen- en familierecht
TrefwoordenKinderen; Bijz. curator bij belangenstrijd (art. 1:250 BW);
Jeugdbescherming / Jeugdwet; Uithuisplaatsing 1:265a e.v. BW
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

Ambtshalve benoeming bijzondere curator (1:250 BW) over de andere vier kinderen van de moeder. Voor twee kinderen van de moeder was de bijzondere curator al benoemd bij beschikking van 30 januari 2026 (ECLI:NL:RBNNE:2026:427).

Volledige uitspraak


RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Leeuwarden

Zaaknummer: C/18/253042 / JE RK 26-288 en C/18/251513 / JE RK 26-37

Beschikking van de kinderrechter over de benoeming van een bijzondere curator

in de zaak van de minderjarigen:

[Naam] , geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige 1] ,

[Naam] , geboren op [geboortedatum] 2017 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige 2] ,

[Naam] , geboren op [geboortedatum] 2020 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige 3] ,

[Naam] , geboren op [geboortedatum] 2024 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige 4] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

het Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, gevestigd te Leeuwarden,

hierna te noemen de GI (Gecertificeerde Instelling),

[Naam] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat mr. S.M. Carabain-Klomp uit IJhorst.

1De feiten

1.1.

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] .

1.2.

De kinderen wonen bij hun moeder.

1.3.

[minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] hebben nog twee zusjes, [naam] en [naam] .

1.4.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 22 augustus 2025 alle zes kinderen van de moeder onder toezicht gesteld van de GI tot 22 augustus 2026. Tegelijkertijd heeft de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam] en [naam] in een voorziening voor pleegzorg verleend met ingang van 22 augustus 2025 tot 22 februari 2026.

1.5.

Bij beschikking van 30 januari 2026 (C/18/251513 / JE RK 26-37) heeft de kinderrechter het verzoek van de GI tot het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam] en [naam] in een gezinsgerichte accommodatie afgewezen. Bij diezelfde beschikking heeft de kinderrechter ambtshalve mr. M.R. Rauwerda, kantoorhoudende te Leeuwarden, tot bijzondere curator benoemd over [naam] en [naam]

1.6.

Op 18 februari 2026 heeft er een zitting plaatsgevonden waarbij de huidige stand van zaken met betrekking tot [naam] en [naam] is besproken. Bij die zitting waren de moeder met haar advocaat, de bijzondere curator, de betrokken jeugdbeschermers vanuit de GI en een begeleider van de moeder vanuit [naam hulpverleningsinstantie] aanwezig.

2Ambtshalve benoeming bijzondere curator

2.1.

Op grond van artikel 1:250 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter een bijzondere curator benoemen om een minderjarige, zowel in als buiten rechte, te vertegenwoordigen. De kinderrechter kan dit doen als, in aangelegenheden betreffende de verzorging en opvoeding of het vermogen van een minderjarige, de belangen van (één van) de met het gezag belaste ouders of voogd(en) in strijd zijn met die van de minderjarige. De kinderrechter moet beoordelen of zij die benoeming noodzakelijk acht en daarbij in het bijzonder de aard van de belangenstrijd in aanmerking nemen.

2.2.

In de beschikking van 30 januari 2026 is mr. M.R. Rauwerda als bijzondere curator benoemd over [naam] en [naam] . De kinderrechter heeft in die beschikking overwogen dat de belangenstrijd is gelegen in de zorgen over of de GI de belangen van de kinderen voldoende behartigt. Deze zorg geldt ook voor [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] . Ook voor hen geldt dat de GI tot op heden nauwelijks regie heeft gevoerd. Daarnaast is het de vraag in hoeverre de moeder de zorg voor haar zes kinderen kan dragen, te meer nu [naam] en [naam] door het afwijzen van de machtiging tot uithuisplaatsing weer thuis zijn komen wonen. De moeder is eerlijk geweest over haar beperkte draagkracht voor de opvoeding van zes kinderen, helemaal nu zij binnenkort gaat starten met traumabehandeling. Duidelijk is dat er veel ondersteuning, opvang en (deeltijd)pleezorg nodig is. De bijzondere curator kan hierover adviseren en het belang van de kinderen in het oog houden.

2.3.

Op de zitting van 18 februari 2026 is besproken wat de bijzondere curator - in de (relatief korte) tijd dat zij betrokken is bij [naam] en [naam] - heeft gedaan. De bijzondere curator heeft aangegeven dat zij de komende periode regie houdt op de situatie. Daarnaast zal zij betrokken blijven bij de moeder en de kinderen om te horen welke stappen er worden gezet en om te onderzoeken wat er verder nodig is. De bijzondere curator heeft aangegeven graag meer voor de moeder te willen betekenen, ook bijvoorbeeld bij het regelen van financiële zaken. De moeder staat hier ook voor open. Om regie te kunnen houden op de gehele (gezin)situatie, is het voor de bijzondere curator van belang dat zij ook als bijzondere curator over de andere kinderen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] wordt benoemd.

2.4.

De kinderrechter ziet daarom aanleiding om ambtshalve ook voor [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] mr. Rauwerda als bijzondere curator te benoemen. Dit is op de zitting van 18 februari 2026 besproken. De GI en de moeder stemmen hier mee in.

2.5.

De bijzondere curator krijgt de opdracht om de belangen van de minderjarigen te behartigen, onder meer ten aanzien van de inzet van hulpverlening, een mogelijk verblijf bij [naam hulpverleningsinstantie] en weekendpleegzorg. De bijzondere curator wordt verzocht gesprekken te voeren met de moeder, de hulpverlening, de GI, de school/opvang voor zover dit nodig is om haar taak te vervullen. Het staat de bijzondere curator vrij het onderzoek in te richten zoals haar dat in het belang van de minderjarigen wenselijk lijkt. Voor het uitvoeren van de opdracht is het noodzakelijk dat de moeder/GI meewerken aan het onderzoek van de bijzondere curator. Als zij niet meewerken, kan het gebeuren dat de rechter daaruit conclusies trekt die ongunstiger zijn dan wanneer zij wel hadden meegewerkt. Voorts verzoekt de rechtbank de bijzondere curator de leidraad werkwijze en verslag bijzondere curatoren ex artikel 1:250 BW in acht te nemen.

2.6.

De bijzondere curator wordt benoemd over meerdere minderjarigen. Het is zeer waarschijnlijk dat ten aanzien van ieder kind verschillende rechtsbelangen spelen, waarmee de bijzondere curator rekening dient te houden. Zo is onder meer de problematiek van de minderjarigen verschillend.

2.7.

De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Dit betekent dat de beslissing direct geldt. Dit is belangrijk omdat de bijzondere curator snel aan het werk moet. Tegen de beslissing tot benoeming van een bijzondere curator kan hoger beroep worden ingesteld.

2.8.

Zoals op de zitting is besproken, zal de kinderrechter de zaak verwijzen naar de zitting op 11 maart 2026 om 11.30 uur. De kinderrechter verzoekt de bijzondere curator uiterlijk 9 maart 2026 een beknopt verslag van haar bevindingen ten aanzien van alle kinderen over te leggen. Ook de GI wordt opgedragen een actuele stand van zaken in te dienen. De GI heeft op de zitting aangegeven dat zodra er weekendpleegzorg beschikbaar is voor de kinderen, zij een verzoek tot verlening van een machtiging tot uithuisplaatsing voor één of meerdere minderjarigen in zal indienen. De kinderrechter draagt de GI op dit zo spoedig mogelijk te doen, zodat dit verzoek ook op de hiervoor genoemde zitting kan worden besproken.

3De beslissing

De kinderrechter:

3.1.

benoemt ambtshalve met ingang van heden tot bijzondere curator over [minderjarige 1] geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats] , [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2017 in [geboorteplaats] , [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum] 2020 in [geboorteplaats] , en [minderjarige 4] , geboren op [geboortedatum] 2024 in [geboorteplaats] :

mr. M.R. Rauwerda, kantoorhoudende te Leeuwarden, aan de Balthasar Bekkerwei 104, (8914 BE), telefoonnummer: 058-2991131;

3.2.

verklaart de beslissing uitvoer bij voorraad;

3.3.

bepaalt dat de griffier van deze rechtbank een afschrift van deze beschikking

aan de bijzondere curator zal toezenden;

3.4.

verzoekt de bijzondere curator onderzoek te doen en beknopt schriftelijk verslag uit te brengen van haar bevindingen aan de kinderrechter, waarbij de in de rechtsoverweging 2.6 omschreven vragen worden beantwoord, uiterlijk op 9 maart 2026;

3.5.

draagt de GI op uiterlijk 9 maart 2026 een actuele stand van zaken in te dienen;

3.6.

verwijst de zaak naar de zitting op 11 maart 2026 om 11.30 uur, waarvoor de belanghebbenden geen nadere oproep zullen ontvangen.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026 door

mr. J. Teertstra, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. B. Kuik als griffier, en op schrift gesteld op 25 februari 2026.

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733