Rechtbank Gelderland 30-01-2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:842

Essentie (gemaakt door AI)

Vaststaat dat partijen in 2012 in Liberia huwen terwijl de man nog gehuwd is. Het huwelijk is naar Liberiaans recht nietig en dit wordt voor recht verklaard. Verzoek van vader tot verwijdering van de huwelijkse BRP-registratie van moeder wordt toegewezen met vervangende machtiging art. 3:300 BW. Moeder is te goeder trouw bij het aangaan van het huwelijk. Kind is naar Liberiaans recht en van rechtswege in NL het wettig/juridisch kind van vader. Kinderalimentatie wordt vastgesteld op € 155 p/m vanaf 1-3-2025 en geïndexeerd per 1-1-2026.

Datum publicatie04-03-2026
ZaaknummerC/05/445192 / FZ RK 24-3020
ProcedureEerste aanleg - meervoudig
ZittingsplaatsArnhem
RechtsgebiedenCiviel recht; Personen- en familierecht
TrefwoordenOverig; Nietigverklaring huwelijk/GP;
IPR familierecht; IPR huwelijk
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

Nederlandse man en Liberiaanse vrouw zijn in 2012 in Liberia gehuwd, terwijl de man op dat moment nog gehuwd was. Nietig huwelijk naar Liberiaans recht. Verwijdering huwelijk uit BRP-registratie. De man is volgens Liberiaans en Nederlands recht de juridische vader van gezamenlijk kind. Kinderalimentatie.

Volledige uitspraak


beschikking

RECHTBANK GELDERLAND

Familie- en jeugdrecht

Zittingsplaats Arnhem

Zaakgegevens: C/05/445192 / FZ RK 24-3020

Datum uitspraak: 30 januari 2026

beschikking

in de zaak van

[naam man] (hierna: de man),

wonende te [woonplaats] ,

advocaat mr. S.M. Oor te Zeewolde,

tegen

[naam vrouw 1] (hierna: de vrouw),

wonende te [woonplaats] ,

advocaat mr. R.G. Groen te Den Haag.

1Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:

  • het verzoekschrift, met productie 1 tot en met 7, ingekomen op 13 december 2024;

  • het verweerschrift, tevens houdende zelfstandige verzoeken, met producties 1 tot en met 3, ingekomen op 1 maart 2025;

  • het F9-formulier namens de vrouw, met productie 4, ingekomen op 27 maart 2025;

  • het verweerschrift op het zelfstandig verzoek, met producties 8 en 9, ingekomen op 31 maart 2025;

  • het F9-formulier namens de vrouw, met producties 5 tot en met 7, ingekomen op 31 maart 2025;

  • het aanvullend zelfstandig verzoek van de vrouw, ingekomen op 26 mei 2025;

  • het F9-formulier namens de vrouw, met producties 9 tot en met 11, ingekomen op 31 oktober 2025;

  • de brief namens de vrouw betreffende rechtsmacht en toepasselijk recht, ingekomen op 31 oktober 2025;

  • de brief namens de man betreffende rechtsmacht en toepasselijk recht, met bijlagen 1 en 2, ingekomen op 4 november 2025.

1.2.

De zaak is besproken op de mondelinge behandeling van de meervoudige kamer van 11 november 2025 met gesloten deuren. Daarbij waren aanwezig:

  • de man, bijgestaan door mr. Oor;

  • de vrouw, bijgestaan door mr. Groen en een tolk;

  • een vertegenwoordigster van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).

2De feiten

2.1.

Partijen zijn op [datum] juli 2012 te [plaatsnaam] (Republic of Liberia) met elkaar gehuwd.

2.2.

Er is uit de vrouw een kind geboren, te weten:

- [naam kind] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , Liberia (hierna: [het kind] ).

2.3.

De man heeft de Nederlandse nationaliteit, de vrouw heeft de Liberiaanse nationaliteit en [het kind] heeft de Nederlandse nationaliteit.

2.4.

De man is op [datum] 2004 te [plaatsnaam] gehuwd met mevrouw [vrouw 2] . Uit dit huwelijk zijn twee kinderen geboren, te weten:

  • [naam kind 2] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ;

  • [naam kind 3] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] .

2.5.

Het huwelijk van de man met [vrouw 2] is ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van de rechtbank Utrecht van [datum] oktober 2012 in de registers van de burgerlijke stand van de [gemeente] op [datum] november 2012 .

2.6.

De man is op [datum] 2020 te [plaatsnaam] gehuwd met mevrouw [vrouw 3] .

2.7.

De vrouw is met [het kind] in 2023 vanuit Liberia naar Nederland gekomen. Zij staan met ingang van 25 oktober 2023 ingeschreven in Den Haag.

2.8.

De man heeft advies ingewonnen bij het Internationaal Juridisch Instituut (IJI) over de rechtsgeldigheid van zijn huwelijk met de vrouw en heeft het door het IJI opgestelde rapport van 19 april 2024 als bijlage bij het verzoekschrift in het geding gebracht.

3De verzoeken

3.1.

De man heeft de rechtbank verzocht, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. primair om voor recht te verklaren dat het tussen partijen in Liberia op [datum] gesloten huwelijk nietig is op grond van artikel 3:302 Burgerlijk Wetboek (BW);

II. subsidiair om te bepalen dat het tussen partijen in Liberia op [datum] gesloten huwelijk nietig is op grond van artikel 1:69 BW;

III. meer subsidiair om de echtscheiding uit te spreken van het in Liberia op [datum] gesloten huwelijk;

IV. te bepalen dat de vrouw gehouden is om binnen veertien dagen na de datum van deze beschikking haar huwelijkse BRP registratie te laten verwijderen, bij gebreke waarvan de beschikking in de plaats treedt van de medewerking van de vrouw op grond van artikel 3:300 BW;

V. de vrouw te gelasten de (originele) huwelijksakte van partijen en de (originele) geboorteakte van [het kind] aan de rechtbank te verstrekken, onder verbeurte van een dwangsom,

kosten rechtens.

3.2.

De vrouw heeft zich gerefereerd ten aanzien van het door de man onder I en (voor zover nodig) onder III verzochte. De vrouw heeft verzocht de verzoeken van de man onder II en IV af te wijzen en de man niet-ontvankelijk te verklaren in het door de man onder V verzochte, althans dit verzoek af te wijzen.

3.3.

De vrouw heeft de rechtbank zelfstandig verzocht, na aanvulling van haar verzoek, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. om voor recht te verklaren dat de vrouw bij het aangaan van het Liberiaanse huwelijk te goeder trouw heeft gehandeld en met de volle overtuiging dat het eerdere huwelijk van de man was ontbonden danwel dat dat huwelijk was aangegaan zonder dat de vrouw daar enige weet van had (als bedoeld in art 6.4 van Liberiaanse Domestic Relations Law);

II. om voor recht te verklaren dat de man naar Liberiaans recht de juridische vader is van [het kind] ;

III. om voor recht te verklaren dat het juridische vaderschap van de man in Nederland wordt erkend en de man derhalve ook naar Nederlands recht de juridische vader van [het kind] is;

IV. indien de rechtbank niet voor recht kan verklaren dat de man de juridische vader van [het kind] is, verzoekt de vrouw subsidiair om te gelasten, althans te bepalen dat de man binnen vier weken na de datum van de beschikking [het kind] dient te erkennen ten overstaan van een ambtenaar van de burgerlijke stand van een gemeente in Nederland, alsmede dat de man binnen vier weken na die erkenning een rechtsgeldig DNA-onderzoek laat verrichten ten aanzien van het biologisch ouderschap van de man ten aanzien van [het kind] , welk DNA-onderzoek dient plaats te vinden in een laboratorium dat voldoet aan de vereisten genoemd in het besluit DNA-onderzoek vaderschap, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250 per dag of een dagdeel daarvan dat de man daarmee in gebreke blijft, althans meer subsidiair om het ouderschap van de man over [het kind] gerechtelijk vast te stellen;

V. te bepalen dat [het kind] zijn hoofdverblijfplaats bij de vrouw zal hebben;

VI. te bepalen dat de man aan de vrouw met ingang van 19 maart 2024 een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [het kind] zal betalen van € 146 per maand (en met ingang van 1 januari 2025 € 155 per maand), althans een bijdrage in goede justitie met ingang van een datum in goede justitie, bij vooruitbetaling;

VII. te bepalen dat [het kind] in het kader van de regeling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken althans in het kader van een omgangsregeling bij de man zal zijn als volgt:

- een weekend per twee weken van vrijdagmiddag 18.00 uur tot zondagmiddag 18.00 uur, alsmede de helft van de vakanties en feestdagen, althans een zodanige regeling vast te stellen door de rechtbank in goede justitie te bepalen.

3.4.

De man heeft verzocht de vrouw niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoeken, althans haar verzoeken af te wijzen.

4De beoordeling

4.1.

Deze zaak heeft internationale aspecten. De rechtbank zal hieronder, afzonderlijk bij ieder te beoordelen verzoek, op grond van het Internationaal Privaatrecht (IPR) beoordelen of de rechtbank rechtsmacht heeft en welk recht van toepassing is.

4.2.

In het geval de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft, is deze rechtbank relatief bevoegd omdat de man in het rechtsgebied van de rechtbank Gelderland woont.

4.3.

De man heeft zijn verzoek onder V. om de vrouw te gelasten de (originele) huwelijksakte en de (originele) geboorteakte van [het kind] aan de rechtbank te verstrekken, onder verbeurte van een dwangsom, ingetrokken. De vrouw heeft op haar beurt zowel haar verzoek onder V. om te bepalen dat [het kind] zijn hoofdverblijfplaats bij haar zal hebben, als haar verzoek onder VII. om een zorg-/omgangsregeling vast te stellen ingetrokken. Verder heeft de vrouw het verzoek onder IV. ingetrokken voor wat betreft het gedeelte waarin zij de rechtbank verzoekt om de man te verplichten om [het kind] te erkennen. Op die verzoeken hoeft daarom niet meer te worden beslist.

Het verzoek van de man onder I. (nietigheid van het huwelijk van partijen)

4.4.

Dit betreft het primaire verzoek om voor recht te verklaren dat het tussen partijen in Liberia op [datum] gesloten huwelijk nietig is op grond van artikel 3:302 BW, kort gezegd omdat de man ten tijde van het huwelijk met de vrouw in Liberia zelf in Nederland nog was gehuwd met [vrouw 2] .

4.5.

Op grond van artikel 1, lid 1 sub a van de Verordening Brussel II-ter (nr. 2019/1111) (hierna: Brussel II-ter) is Brussel II-ter van toepassing op dit verzoek. De Nederlandse rechter heeft rechtsmacht op grond van artikel 3 van Brussel II-ter, nu partijen hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben.

4.6.

Op grond van artikel 10:31 lid 1 BW is het Liberiaanse recht van toepassing op dit verzoek.

4.7.

Uit het door de man overgelegde rapport van het IJI volgt dat naar het recht van Liberia het huwelijk is geregeld in hoofdstuk 2 van de Domestic Relations Law van 1973. Een huwelijk in Liberia kan naar gewoonterecht of burgerlijk recht worden gesloten. Tussen partijen is een burgerlijk huwelijk gesloten. Krachtens burgerlijk recht is polygamie niet toegestaan. In artikel 2.3 van de Domestic Relations Law staat opgenomen dat geen huwelijk kan worden gesloten tussen personen, die reeds gehuwd zijn en van wie de echtgenoot nog in leven is. Een bestaand huwelijk is dus een huwelijksbeletsel voor het sluiten van een burgerlijk huwelijk en leidt tot nietigheid van het huwelijk. De nietigheid van huwelijken is geregeld in hoofdstuk 6 van de Domestic Relations Law. Op grond van artikel 6.1 onder a van de Domestic Relations Law is een huwelijk tussen twee personen, van wie een of beiden ten tijde van de huwelijkssluiting reeds een levende echtgenoot heeft, nietig. Nietige huwelijken zijn ongeldig en hebben geen enkele rechtswerking, ook als er geen gerechtelijke uitspraak van nietigheid is uitgesproken. Dit neemt niet weg dat op grond van artikel 6.3 van de Domestic Relations Law ook nog aan de rechter kan worden gevraagd om het huwelijk nietig te verklaren.

4.8.

De rechtbank stelt vast dat de man op het moment van de huwelijksvoltrekking op [datum] in Liberia nog gehuwd was met [vrouw 2] , welk huwelijk immers pas op [datum] door een echtscheiding is ontbonden. Dit leidt tot de conclusie dat het huwelijk van partijen op grond van het Liberiaanse recht dus nietig is. De rechtbank volgt hiermee het advies van het IJI en partijen zijn het hierover ook eens. De rechtbank zal het verzoek van de man onder I. dan ook toewijzen.

4.9.

Omdat het primaire verzoek wordt toegewezen, komt de rechtbank niet toe aan een beoordeling van het subsidiaire verzoek onder II. danwel het meer subsidiaire verzoek onder III.

Het verzoek van de man onder IV. (verwijderen huwelijkse BRP registratie)
4.10. Dit betreft het verzoek om te bepalen dat de vrouw gehouden is om binnen veertien dagen na de datum van deze beschikking haar huwelijkse BRP registratie te laten verwijderen, bij gebreke waarvan de beschikking in de plaats treedt van de medewerking van de vrouw op grond van artikel 3:300 BW.

4.11.

De Nederlandse rechter heeft rechtsmacht op grond van artikel 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv), nu partijen hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben. Omdat het verzoek strekt tot aanpassing van de Nederlandse Basisregistratie Personen (hierna: BRP), is Nederlands recht van toepassing op het verzoek.

4.12.

Op grond van artikel 2.58 Wet basisregistratie personen kan de vrouw het college van burgemeester en wethouders verzoeken de haar betreffende gegevens in de basisregistratie te verbeteren, aan te vullen of te verwijderen, indien deze feitelijk onjuist dan wel onvolledig zijn of in strijd met een wettelijk voorschrift worden verwerkt. Vaststaat dat het huwelijk van partijen nietig is. De man is inmiddels gehuwd met [vrouw 3] en in de BRP staat thans (nog) verwerkt dat de man zowel met de vrouw als met [vrouw 3] gehuwd is. De man heeft er daarom belang bij dat het nietige huwelijk met de vrouw uit de BRP wordt verwijderd. Gelet daarop zal het verzoek van de man worden toegewezen in die zin dat de vrouw wordt veroordeeld om binnen veertien dagen na de datum van deze beschikking bij de [gemeente] haar huwelijkse BRP registratie te laten verwijderen. Indien de vrouw niet binnen de genoemde termijn aan deze veroordeling voldoet zal deze beschikking in de plaats treden van de medewerking van de vrouw, zodat de man op grond van deze beschikking de opdracht tot verwijdering van de huwelijkse BRP registratie van de vrouw kan verstrekken aan de [gemeente] .

Het verzoek van de vrouw onder I. (vrouw te goeder trouw bij aangaan huwelijk) en

het verzoek van de vrouw onder II. (juridisch vaderschap naar Liberiaans recht)

4.13.

Dit betreffen de navolgende met elkaar samenhangende verzoeken:

  • het verzoek om voor recht te verklaren dat de vrouw bij het aangaan van het Liberiaanse huwelijk te goeder trouw heeft gehandeld en met de volle overtuiging dat het eerdere huwelijk van de man was ontbonden danwel dat dat huwelijk was aangegaan zonder dat de vrouw daar enige weet van had (als bedoeld in art 6.4 Liberiaanse Domestic Relations Law);

  • het verzoek om voor recht te verklaren dat de man naar Liberiaans recht de juridische vader is van het kind.

4.14.

De Nederlandse rechter heeft rechtsmacht op grond van artikel 3 van Brussel II-ter, respectievelijk artikel 3 Rv, nu partijen hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben.

4.15.

De verzoeken hebben betrekking op afstamming. Op grond van artikel 10:92 lid 3 BW is het tijdstip van de geboorte van het kind bepalend voor de vraag of er sprake is van een gemeenschappelijke nationaliteit danwel een gemeenschappelijke gewone verblijfplaats. Ten tijde van de geboorte van [het kind] hadden partijen geen gemeenschappelijke nationaliteit en geen gemeenschappelijke gewone verblijfplaats. Dan is de gewone verblijfplaats van het kind ten tijde van de geboorte bepalend. Dat is Liberia. Aldus is het Liberiaanse recht van toepassing.

4.16.

Artikel 6.4 van de Domestic Relations Law bepaalt:

Sub. § 6.4. Legitimacy of children.

The following provisions govern the effect of declaring a marriage void upon the legitimacy of children of the parties:

(a) If a marriage is declared a nullity upon the ground that the former husband or wife of one of the parties was living, the former marriage being in force, if it appears and the judgment determines, that the subsequent marriage was contracted by at least one of the parties thereto in good faith and with the full belief that the former husband or wife was dead or that the former marriage had been annulled or dissolved, or was contracted without any knowledge on the part of the innocent party of such former marriage, a child of such subsequent marriage is the legitimate child of both parties.

(b) If a marriage is declared a nullity as incestuous, a child of the parties is the legitimate child of both parties.

(c) If a marriage is declared a nullity on the ground that either of the parties was under the age of 16 years at the time of the marriage, the court by its judgment may decide that a child of the parties is the legitimate child of either or both of its parents.

4.17.

Kort gezegd bepaalt het Liberiaanse recht dus dat een kind als een wettig (“legitimate”) kind van partijen wordt gezien, indien:

  • het huwelijk nietig wordt verklaard op grond van het feit dat de voormalige echtgenoot van een van de partijen nog in leven was, en het eerdere huwelijk nog van kracht was, en

  • het latere huwelijk te goeder trouw is gesloten door ten minste een van de partijen in de volle overtuiging dat de voormalige echtgenoot overleden was of dat het eerdere huwelijk nietig of ontbonden was, of is gesloten zonder dat de onschuldige partij kennis had van dat eerdere huwelijk.

4.18.

Niet in geschil is dat de vrouw wist dat de man eerder gehuwd is geweest met [vrouw 2] . De vraag die aan de rechtbank voorligt is of de vrouw bij het aangaan van het huwelijk met de man te goeder trouw heeft gehandeld (met de volle overtuiging dat het eerdere huwelijk van de man op dat moment (al) was ontbonden).

4.19.

De rechtbank concludeert op basis van de stukken en wat is besproken tijdens de mondelinge behandeling dat de vrouw het huwelijk met de man te goeder trouw heeft gesloten. De rechtbank komt tot deze conclusie op basis van het volgende.

4.20.

Vast staat dat de man in 2011/2012 drie maal voor een aantal weken in Liberia is geweest voor zijn werk, dat de vrouw en de man elkaar daar hebben ontmoet en een liefdesrelatie met elkaar zijn aangegaan. Ook acht de rechtbank voldoende aannemelijk dat de relatie van de man met [vrouw 2] ten tijde dat partijen elkaar ontmoetten voorbij was. Immers, de beschikking waarin de echtscheiding tussen de man en [vrouw 2] is uitgesproken dateert van [latere datum] en het is een feit van algemene bekendheid dat het enige, dan wel geruime tijd vergt voordat een echtscheidingsbeschikking, nadat een echtscheidingsverzoek is ingediend, wordt afgegeven. Verder staat vast dat op de Liberiaanse huwelijksakte de foto en de handtekening van de man staan.

4.21.

Over het contact met de vrouw en de aanloop naar het huwelijk heeft de man tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat hij van meet af aan eerlijk is geweest tegen de vrouw over het feit hij nog gehuwd was met [vrouw 2] . Het was de vrouw die heel graag wilde trouwen, maar voor de man hoefde het niet. Je trouwt maar één keer volgens de man. Hij heeft haar niet ten huwelijk gevraagd en hij weet niet hoe zijn handtekening op de Liberiaanse huwelijksakte is beland. Hij sluit niet uit dat hij de handtekening zelf heeft gezet, maar hij kan zich dit niet meer herinneren omdat het al zo lang geleden is. Volgens de man heeft de vrouw alle voorbereidingen voor het huwelijk getroffen. De man vermoedt, achteraf bezien, dat de vrouw zo graag wilde trouwen omdat zij op dat moment al wist dat zij zwanger was.

4.22.

De vrouw heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat zij ervan op de hoogte was dat de man getrouwd was geweest met [vrouw 2] , maar zij verkeerde in de veronderstelling dat dit huwelijk allang beëindigd was. De man had haar namelijk verteld dat hij een jaar voordat hij naar Liberia kwam gescheiden was. De man had haar ook verteld dat hij twee kinderen had. De vrouw heeft vervolgens zeer gedetailleerd verteld over haar (eerste) ontmoeting, het verdere contact en de aanloop naar het huwelijk met de man. Zij heeft verteld dat zij destijds een restaurant in Liberia had en de man daar elke avond een biertje kwam drinken. Partijen raakten met elkaar in gesprek en de man vertelde haar dat hij haar leuk vond. Dat was in oktober 2011. In december 2011 zou de man terug gaan naar Nederland. De man heeft, vlak voor zijn vertrek, tijdens een taxirit tegen haar gezegd dat hij de rest van zijn leven met haar wilde doorbrengen en dat hij haar een ring zou geven. De vrouw vond hem een zorgzame en aardige man, maar volgens de regels in haar land moet bij een huwelijksaanzoek eerst de familie van de vrouw geconsulteerd worden. Dat is wat de vrouw tegen de man heeft gezegd en dat is later ook gebeurd en de familie zei “ja”. In januari 2012, vlak voor zijn terugkomst naar Liberia, vroeg de man de vrouw om dingen te gaan regelen. Ook vertelde hij dat zijn bedrijf een huis zou gaan huren waar partijen konden gaan wonen. Nadat de man terug was in Liberia, zijn partijen gaan samenwonen in een appartement. De man had een ring uit Nederland meegenomen. De planning van de bruiloft nam vervolgens enige tijd in beslag. De vrouw is gelovig en volgens de pastoor moest een periode van twee weken counseling in acht worden genomen. Dat is ook gebeurd. Daarna is, in [datum] , het huwelijk voltrokken in aanwezigheid van de familie van de vrouw. De man wilde van zijn kant, op zijn chauffeur na, geen bezoekers op de trouwerij aanwezig hebben. Pas na het huwelijk kwam de vrouw er achter dat zij zwanger was. Beide partijen waren daar blij mee. Kort daarna moest de man terug naar Nederland. Op een dag belde hij dat hij zijn baan in Liberia was kwijt geraakt en dat de vrouw weg moest uit het appartement. De man heeft toen nog wat geld gestuurd maar na twee maanden stopte hij met bellen. De man heeft daarna niets meer van zich laten horen.

4.23.

De rechtbank stelt vast dat de verklaringen van partijen over hoe het tot een huwelijk in Liberia is gekomen aanzienlijk van elkaar verschillen. De rechtbank constateert dat de vrouw op de zitting een zeer concreet en gedetailleerd verhaal naar voren heeft gebracht over de (eerste) ontmoeting van partijen, het verdere contact en de aanloop naar het huwelijk, terwijl de man zich vooral in algemene termen heeft uitgelaten en daarbij meermaals heeft benadrukt dat het allemaal al zo lang geleden is. Volgens de man heeft de vrouw de voorbereidingen voor en het huwelijk zelf eenzijdig geregeld zonder de man daarin te kennen, maar dat acht de rechtbank niet aannemelijk. De man heeft (desgevraagd) erkend dat hij zijn identiteitsgegevens aan de vrouw ter beschikking heeft gesteld en hij heeft ook verklaard dat hij de vrouw daarover geen vragen heeft gesteld. Ook heeft hij nog verklaard dat hij “zich niet heeft verzet en het heeft laten gebeuren” en later dat hij “is bezweken” door de wens van de vrouw. De man heeft (desgevraagd) erkend dat de handtekening die op de Liberiaanse huwelijksakte staat zijn handtekening is, maar dat hij zich niet kan herinneren of hij die handtekening zelf heeft gezet maar dat dat best zou kunnen. Dat de vrouw het huwelijk eenzijdig zou hebben geregeld, komt de rechtbank dan ook niet aannemelijk voor.

4.24.

De rechtbank merkt verder op dat de man klaarblijkelijk de vrouw er destijds niet op heeft gewezen dat hij simpelweg niet met haar kón trouwen omdat hij op dat moment nog gehuwd was met [vrouw 2] . Anders dan de man heeft gesteld, is – tegenover de gemotiveerde betwisting door de vrouw – in ieder geval niet komen vast te staan dat de man de vrouw van het (nog steeds) bestaan van dit huwelijk op de hoogte heeft gesteld, voorafgaande of ten tijde van de huwelijkssluiting. Op de zitting heeft de man (desgevraagd) ook niet concreet kunnen maken wanneer hij dat dan aan de vrouw zou hebben laten weten, wat hij dan aan haar verteld heeft en wat maakte dat hij de vrouw niet heeft tegengehouden. En dat hij vindt dat je maar één keer in je leven trouwt, zoals de man tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard, acht de rechtbank niet overtuigend, gelet op het feit dat de man inmiddels – als het huwelijk met de vrouw wordt meegerekend – al drie maal in het huwelijk is getreden (met [vrouw 2] , de vrouw en met [vrouw 3] ).

4.25.

De man heeft het vermoeden uitgesproken dat het de vrouw te doen was om voor [het kind] de Nederlandse nationaliteit te verkrijgen en om die reden het huwelijk met de man heeft geregeld. Dat acht de rechtbank niet aannemelijk, gelet op het feit dat het ruim twaalf jaar heeft geduurd voordat de vrouw met [het kind] naar Nederland kwam. Toen [het kind] een jaar of 5 was, heeft de vrouw volgens haar eigen verklaring geprobeerd om naar de Verenigde Staten te emigreren, omdat zij daar familie had wonen, hetgeen zij uiteindelijk niet heeft doorgezet. Zij is ook nog vanuit Liberia naar Ghana gegaan, maar is weer teruggegaan naar Liberia. Pas na twaalf jaar is zij naar Nederland gekomen.

4.26.

Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de vrouw onder de door haar geschetste omstandigheden geen reden had om te twijfelen aan de huwelijkse staat van de man ten tijde van hun huwelijkssluiting en er vanuit mocht gaan dat het eerdere huwelijk van de man met [vrouw 2] reeds door een echtscheiding was ontbonden. De rechtbank acht de vrouw te goeder trouw, gelet op de gedetailleerde verklaring die door haar op de zitting is afgelegd. Dat de vrouw dit allemaal ‘uit haar duim heeft gezogen’, zoals de man op de zitting heeft aangevoerd, acht de rechtbank niet aannemelijk, zeker niet in het licht van de algemene termen waarin de man zich heeft uitgelaten. Gelet daarop zal de verzochte verklaring voor recht dat de vrouw bij het aangaan van het Liberiaanse huwelijk te goeder trouw heeft gehandeld en met de volle overtuiging dat het eerdere huwelijk van de man was ontbonden toegewezen worden.

4.27.

Zoals hiervoor is overwogen, is naar Liberiaans recht het huwelijk van partijen nietig (zie hiervoor bij de bespreking van het verzoek van de man onder I.) en was de vrouw bij het aangaan van het huwelijk te goeder trouw naar Liberiaans recht. Dit leidt tot de conclusie dat [het kind] naar Liberiaans recht een wettig kind van de man is. De man is dus de juridische vader van [het kind] . De rechtbank zal het verzoek om voor recht te verklaren dat de man naar Liberiaans recht de juridische vader is van [het kind] eveneens toewijzen.

Het verzoek van de vrouw onder III. (erkenning juridisch vaderschap in Nederland)

4.28.

Dit betreft het verzoek om voor recht te verklaren dat het juridische vaderschap van de man in Nederland wordt erkend en de man derhalve ook naar Nederlands recht de juridische vader van [het kind] is.

4.29.

De Nederlandse rechter heeft rechtsmacht op grond van artikel 3 Rv, nu partijen hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben.

4.30.

Dit verzoek heeft (ook) betrekking op afstamming. Op grond van artikel 10:101 lid 1 in samenhang met artikel 10:100 lid 1 BW wordt een buitenslands tot stand gekomen rechtsfeit waarbij familierechtelijke betrekkingen zijn vastgesteld, welke zijn neergelegd in een door een bevoegde instantie overeenkomstig de plaatselijke voorschriften opgemaakte akte, in beginsel in Nederland van rechtswege erkend.

4.31.

Dit betekent dat, nu de man naar Liberiaans recht de juridische vader van [het kind] is, hij dat naar Nederlands recht ook is. De rechtbank zal gelet hierop het verzoek toewijzen.

4.32.

De rechtbank merkt ten overvloede nog op dat tijdens de mondelinge behandeling duidelijk is geworden dat het biologisch vaderschap van de man niet in geschil is. De man heeft verklaard dat [het kind] op hem lijkt.

Het voorwaardelijke verzoek van de vrouw onder IV. (DNA-onderzoek; gerechtelijke vaststelling ouderschap)

4.33.

Dit betreft het verzoek om, indien de rechtbank niet voor recht kan verklaren dat de man de juridische vader van het kind is, kort gezegd het biologisch vaderschap te onderzoeken door middel van een DNA-onderzoek, danwel om het ouderschap van de man over het kind gerechtelijk vast te stellen.

4.34.

Omdat de rechtbank voor recht verklaart dat de man de juridische vader van [het kind] is, komt de rechtbank niet toe aan de beoordeling van het verzoek van de vrouw onder IV., met inbegrip van het door de vrouw aanvullend (subsidiair en meer subsidiair) geformuleerde verzoek.

Het verzoek van de vrouw onder VI. (kinderalimentatie)

4.35.

Dit betreft het verzoek om te bepalen dat de man aan de vrouw met ingang van 19 maart 2024 een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [het kind] zal betalen van € 146 per maand (en met ingang van 1 januari 2025 € 155 per maand), althans een bijdrage in goede justitie met ingang van een datum in goede justitie, bij vooruitbetaling.

4.36.

Op grond van artikel 3 sub a van de Alimentatieverordening (Verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad van 18 december 2008) komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe ten aanzien van het verzoek om kinderalimentatie, nu de man als onderhoudsplichtige zijn gewone verblijfplaats in Nederland heeft.

4.37.

Artikel 10:116 BW verwijst voor het recht dat toepasselijk is op verplichtingen tot levensonderhoud naar het bestaande Haagse Protocol van 2007 inzake het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen. Het Nederlandse recht van de gewone verblijfplaats van de onderhoudsgerechtigde, dus [het kind] , is van toepassing.

4.38.

De wet bepaalt dat een ouder gehouden is tot het verstrekken van levensonderhoud ten behoeve van een kind 1. De man heeft tegen de hoogte van de door de vrouw verzochte kinderalimentatie geen verweer gevoerd, maar wel tegen de verzochte ingangsdatum. Hij vindt dat terugwerkende kracht behoedzaam moet worden toegepast. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw toewijzen met ingang van de datum waarop de vrouw haar alimentatieverzoek heeft ingediend, te weten 1 maart 2025. Vanaf deze datum heeft de man er rekening mee kunnen en moeten houden dat er een door hem te betalen onderhoudsbijdrage zou worden vastgesteld. Omdat de ingangsdatum in het jaar 2025 valt, zal de rechtbank uitgaan van de voor het jaar 2025 verzochte bijdrage van € 155 per maand. De kinderalimentatie wordt per 1 januari 2026 van rechtswege verhoogd met de wettelijke indexering. De kinderalimentatie bedraagt dan per 1 januari 2026 € 162,13 per maand.

Het advies van de Raad

4.39.

Tot slot wenst de rechtbank nog nader in te gaan op de opstelling van de man tijdens de mondelinge behandeling en het advies van de Raad. Het is de rechtbank gebleken dat de man zich hard en zakelijk uitsprak over [het kind] . De rechtbank is daarvan geschrokken en betreurt het dat de man zijn verantwoordelijkheid als ouder niet pakt.

4.40.

De Raad is tijdens mondelinge behandelingen van familiezaken als deze aanwezig en heeft tot taak de rechtbank met het oog op de belangen van minderjarige kinderen te adviseren over de verzoeken van de ouders.

De verklaringen van de man heeft de Raad als zeer pijnlijk jegens [het kind] ervaren. Voor elk kind geldt dat er goed voor hem of haar moet worden gezorgd. Elk kind heeft het recht om het gevoel te hebben dat hij er mag zijn. Dat hij wordt erkend. Dat is van cruciaal belang voor zijn identiteitsontwikkeling. [het kind] heeft om deze situatie niet gevraagd, hij heeft er part nog deel aan. De woorden van de man over dat hij [het kind] , in tegenstelling tot zijn twee eerdere kinderen, niet echt als zijn eigen kind kan zien, zijn zeer beschadigend voor [het kind] . Beide ouders waren erbij toen hij werd verwekt. En als je geen kind wil, moet je geen kind verwekken. De man heeft verklaard dat hij geen band met [het kind] wil opbouwen. De Raad denkt niet dat het te laat is om alsnog een band op te bouwen. De man neemt klaarblijkelijk de vrouw een aantal dingen kwalijk, maar daar heeft [het kind] niets mee te maken. [het kind] is nu, na 12 jaar, in Nederland. Dat is een mooi begin voor de man en [het kind] om elkaar te gaan leren kennen en een band op te bouwen. Hoe dan ook is het heel belangrijk dat [het kind] zich gewenst gaat voelen. De Raad mist een stukje inlevingsvermogen bij de man. Over wat dit allemaal voor [het kind] betekent. De Raad hoopt dat de man zich ertoe kan gaan bewegen om zich open te stellen voor contact met [het kind] en zijn vaderrol ook voor hem te gaan vervullen, iets waar [het kind] volgens de vrouw veel behoefte aan heeft.

4.41.

De rechtbank sluit zich volledig aan bij de woorden en het advies van de Raad. Tussen partijen is veel gebeurd en hun verhouding is verhard in een juridische strijd. Maar [het kind] heeft daar geen deel aan. Ondanks dat [het kind] inmiddels 12 jaar oud is, is het voor de man nooit te laat om een band met [het kind] op te bouwen. De rechtbank gunt het [het kind] en ook de man dat zij in elkaars leven kunnen zijn. Er zijn talloze hulpverleningsinstanties die een bemiddelende rol zouden kunnen spelen, of misschien is mediation mogelijk. Ook kan worden gedacht aan een ouderschapstraject om ervoor te zorgen dat partijen met elkaar gaan spreken om te kijken of, en zo ja, hoe de man een rol kan spelen in het leven van [het kind] . [het kind] is net zo goed een kind van de man als zijn andere twee kinderen en hij verdient het om dezelfde liefde, aandacht en ondersteuning van de man te krijgen als de andere kinderen ook hebben gekregen en nog krijgen. De rechtbank spreekt de hoop uit dat de man dit ook gaat inzien en dat hij [het kind] verwelkomt in zijn leven en zijn gezin.

Uitvoerbaar bij voorraad

4.42.

De rechtbank zal de beslissing over de alimentatie en de beslissing dat de vrouw gehouden is om haar huwelijkse BRP registratie te laten verwijderen uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de rechtbank geldt totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.

4.43.

Een verklaring voor recht is naar haar aard niet vatbaar voor tenuitvoerlegging en kan daarom niet uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard 2, zodat de overige beslissingen niet uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

De proceskosten

4.44.

De rechtbank zal beslissen dat ieder de eigen proceskosten betaalt, omdat zij geen reden ziet om één van partijen in de proceskosten te veroordelen.

Hierna volgt de beslissing. De rechtbank gebruikt daar de begrippen uit de wet.

5De beslissing

De rechtbank:

5.1.

verklaart voor recht dat het tussen partijen op [datum] te [plaatsnaam] , Liberia gesloten huwelijk nietig is;

5.2.

veroordeelt de vrouw om binnen veertien dagen na de datum van deze beschikking bij de [gemeente] haar huwelijkse BRP registratie te laten verwijderen, en bepaalt dat indien de vrouw niet binnen de genoemde termijn aan deze veroordeling voldoet deze beschikking in de plaats treedt van de medewerking van de vrouw, zodat de man op grond van deze beschikking de opdracht tot verwijdering van de huwelijkse BRP registratie van de vrouw kan verstrekken;

5.3.

verklaart voor recht dat vrouw bij het aangaan van het Liberiaanse huwelijk te goeder trouw heeft gehandeld (met de volle overtuiging dat het eerdere huwelijk van de man was ontbonden);

5.4.

verklaart voor recht dat de man naar Liberiaans recht de juridische vader is van:

- [naam kind] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , Liberia;

5.5.

verklaart voor recht dat het juridische vaderschap van de man in Nederland wordt erkend en de man derhalve ook naar Nederlands recht de juridische vader is van [het kind] ;

5.6.

bepaalt dat de man met ingang van 1 maart 2025 als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van genoemde minderjarige aan de vrouw zal betalen € 155 per maand, en met ingang van 1 januari 2026 € 162,13 per maand, vanaf nu telkens bij vooruitbetaling te voldoen;

5.7.

bepaalt dat de onder 5.2 en 5.6 genoemde beslissingen uitvoerbaar zijn bij voorraad;

5.8.

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten van deze procedure draagt;

5.9.

wijst af wat meer of anders is verzocht.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.P. Mesman, voorzitter, mr. C.M. Koopman en mr. E.J. Swiers, rechters, en in tegenwoordigheid van mr. C. van Schelven als griffier en in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2026.

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

2

Hoge Raad 17 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:B01815.



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733