Essentie (gemaakt door AI)
Kort geding waarin aan eiseres het uitsluitend voorlopig gebruik van de met medische urgentie verkregen huurwoning is toegewezen en gedaagde per direct na betekening tot ontruiming en afgifte van alle sleutels is veroordeeld. Machtiging tot ontruiming met sterke arm wordt afgewezen met verwijzing naar art. 556 Rv en art. 555 Rv. Vervangende toestemming tot uitschrijving uit de BRP en de veroordeling tot uitschrijving (met dwangsom) worden afgewezen wegens ontbreken wettelijke grondslag, resp. belang. | Datum publicatie | 03-03-2026 |
| Zaaknummer | 12058043 |
| Procedure | Kort geding |
| Zittingsplaats | Eindhoven |
| Rechtsgebieden | Civiel recht |
| Trefwoorden | Familievermogensrecht; Huurwoning; Gebruik woning |
| Wetsverwijzingen |
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
Kort geding - uitsluitend gebruik van woning - ontruiming - uitschrijving BRPVolledige uitspraak
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Eindhoven
Zaaknummer: 12058043 \ CV EXPL 26-485
Vonnis in kort geding van 17 februari 2026
in de zaak van
[eiseres] ,
wonende in [woonplaats] ,
eisende partij in kort geding,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. M.H. Kroon,
tegen
[gedaagde] ,
wonende in [woonplaats] ,
gedaagde partij in kort geding,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.
1De procedure
De mondelinge behandeling heeft op 11 februari 2026 plaatsgevonden. [eiseres] en haar gemachtigde zijn ter zitting verschenen. Voorafgaand aan de zitting is bekend geworden dat [gedaagde] vanaf een voor de kantonrechter onbekende datum op de High Intensive Care (HIC) van de GGzE verblijft. De griffier heeft (op verzoek van de kantonrechter) op 10 februari 2026 contact opgenomen met de gemachtigde van [eiseres] om te controleren of [gedaagde] op de hoogte is van de dagvaarding en de geplande mondelinge behandeling. Aan de griffier is meegedeeld dat [gedaagde] van zowel de dagvaarding als de zittingsdatum op de hoogte is. De gemachtigde van [eiseres] heeft ter zitting verklaard dat zij de aanvullende producties naar het adres van de HIC van de GGzE heeft gestuurd. Verder heeft [gedaagde] via Whatsapp aan [eiseres] een foto gestuurd van een handgeschreven brief, gedateerd 10 februari 2026, waaruit volgt dat hij geen inhoudelijk verweer tegen de ingestelde vorderingen wenst te voeren en dat hij niet naar de zitting zal komen. Deze brief heeft de gemachtigde van [eiseres] overgelegd als productie 11. De kantonrechter heeft een betekende dagvaarding (van 27 januari 2026) ontvangen en heeft (zoals uit het voorgaande blijkt) vastgesteld dat [gedaagde] op de hoogte van de zitting is geweest. Omdat [gedaagde] niet is verschenen op de zitting, wordt aan hem verstek verleend.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De beoordeling
Waar gaat de zaak over?
[eiseres] en [gedaagde] hebben een affectieve relatie gehad. Partijen zijn samen huurders van de woning aan de [adres] in [plaats] . Deze woning is op 11 juni 2021 met een (medische) urgentiebeschikking aan [eiseres] toegekend. [gedaagde] is vervolgens ook in deze woning ingetrokken en medehuurder geworden. Sinds 18 oktober 2025 is de relatie tussen partijen ten einde gekomen. [eiseres] heeft zich in de periode daarna door het gedrag van [gedaagde] onveilig gevoeld. Vanwege het gevoel van onveiligheid heeft [eiseres] zich genoodzaakt gezien de woning in januari 2026 te verlaten. Zij verblijft op dit moment op een tijdelijk adres. Sinds 23 januari 2026 verblijft [gedaagde] op de HIC van de GGzE.
Wat wordt gevorderd?
[eiseres] vordert kortgezegd in kort geding te bepalen dat zij gerechtigd is om voorlopig, met uitsluiting van [gedaagde] , de woning aan de [adres] in [plaats] te gebruiken. Verder vordert ze dat [gedaagde] zal worden verplicht de woning terstond na betekening van het vonnis te ontruimen met medeneming van al diegenen die en hetgeen dat zich in de woning bevindt, met afgifte van de sleutels aan [eiseres] . [eiseres] wenst een machtiging om eventueel met behulp van de sterke arm van justitie en politie de tenuitvoerlegging van de ontruiming te bewerkstelligen. Verder wordt een vervangende toestemming gevorderd om [gedaagde] uit te schrijven bij de Basisregistratie Personen van de gemeente [gemeente] , dan wel [gedaagde] te veroordelen om zich uit te laten schrijven op straffe van een dwangsom. Een en ander in een uitvoerbaar bij vonnis te verklaren vonnis en onder veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure.
Er is sprake van een spoedeisend belang
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat [eiseres] daarbij een spoedeisend belang heeft. De spoedeisendheid van de zaak blijkt voldoende uit de aard van de vorderingen.
[eiseres] is gerechtigd tot het uitsluitend gebruik van de woning
Op 5 februari 2026 heeft [gedaagde] een schriftelijke akkoordverklaring ingediend bij de verhuurder, ‘Thuis’, waarin hij kenbaar heeft gemaakt de huur voor de woning gelegen aan de [adres] op te zeggen (productie 9). Op 6 februari 2026 heeft ‘Thuis’ deze opzegging bevestigd. Het staat dus vast tussen partijen dat [gedaagde] met ingang van 6 maart 2026 geen huurder meer is van de woning en dat [eiseres] vanaf dat moment alleen de huurder is van deze woning. Dit betekent dat zij met ingang van 6 maart 2026 alleen verantwoordelijk en/of aansprakelijk is voor de woning en ook alleen gerechtigd is om hier te verblijven.
Voor de tijd tot 6 maart 2026 heeft [eiseres] er belang bij dat zij het uitsluitende gebruik van de woning toegewezen krijgt. Tijdens de zitting heeft [eiseres] uitgelegd dat zij zich nog altijd onveilig voelt door het eerder ervaren heftige en onvoorspelbare gedrag van [gedaagde] en dat zij op dit moment niet in de woning durft te verblijven. [gedaagde] is namelijk tot 6 maart 2026 huurder en dus tot die tijd gerechtigd daar te verblijven. Hij heeft ook nog toegang tot de woning omdat hij in het bezit is van de sleutels. Weliswaar verblijft [gedaagde] momenteel op de HIC van de GGzE, maar dit verblijf is op vrijwillige basis en zou op elk moment door [gedaagde] beëindigd kunnen worden. [eiseres] heeft uitgelegd dat zij met medische urgentie deze woning heeft gekregen en dat de woning is aangepast aan haar medische situatie. Op haar tijdelijke adres beschikt zij niet over de noodzakelijke medische faciliteiten. De kantonrechter is van oordeel dat [eiseres] onder de geschetste omstandigheden nog voldoende belang heeft bij een beslissing op de vordering tot toekenning aan haar van voorlopig verblijf in de woning met uitsluiting van [gedaagde] . Die vordering komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor. Voor toewijzing van voorlopige voorzieningen moet het in hoge mate waarschijnlijk zijn dat gelijkluidende vorderingen in een te voeren bodemprocedure zullen worden toegewezen. Dat is het geval. De vordering tot uitsluitend voorlopig verblijf zal dus worden toegewezen.
De ontruiming wordt per direct na betekening van het vonnis toegewezen
[eiseres] vordert verder ontruiming van de woning. Ook deze vordering komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en is toewijsbaar, zij het met de volgende opmerkingen. [eiseres] heeft gevorderd dat ontruiming terstond na de betekening van dit vonnis dient plaats te vinden. Tijdens de zitting heeft [eiseres] toegelicht dat in de woning nog spullen staan van [gedaagde] en dat hij haar heeft verteld dat hij zijn spullen wil ophalen. [eiseres] heeft tijdens de zitting bereidheid getoond om met [gedaagde] over het ophalen van de spullen afspraken te maken zodra hij in staat is om deze spullen op te (laten) halen. [eiseres] heeft toegezegd dat de spullen van [gedaagde] tot dat moment opgeslagen mogen blijven in de woning. Ervan uitgaande dat [eiseres] haar toezegging zal nakomen en in aanmerking genomen dat er tegen de gevorderde ontruimingstermijn geen verweer is gevoerd en bovendien op dit moment niet is te voorzien wanneer [gedaagde] in staat in om de ontruiming te (laten) organiseren, zal de ontruiming op de door [eiseres] gevorderde termijn worden uitgesproken.
Zoals hiervoor in punt 2.5. is vermeld, voelt [eiseres] zich op dit moment niet veilig om in de woning te verblijven. Omdat [eiseres] door de beslissing in dit vonnis vanaf vonnisdatum tot 6 maart 2026 het recht krijgt om met uitsluiting van [gedaagde] gebruik te maken van de woning, zal [gedaagde] al zijn sleutels direct na betekening van het vonnis aan [eiseres] moeten overhandigen. Op die manier kan [eiseres] ervan verzekerd zijn dat zij niet wordt geconfronteerd met de aanwezigheid van [gedaagde] in de woning.
De verzochte machtiging om de ontruiming zo nodig zelf uit te (laten) voeren met behulp van de sterke arm van politie en justitie is niet toewijsbaar. Op grond van artikel 556 Rv moet een ontruiming altijd door de deurwaarder gebeuren als degene die tot ontruiming is veroordeeld daar niet zelf toe overgaat. De deurwaarder heeft geen machtiging nodig om de veroordeling tot ontruiming ten uitvoer te leggen en hij kan, als hij dit nodig vindt, de hulp van de politie inroepen. De deurwaarder moet zich bij een gedwongen ontruiming houden aan de daarvoor geldende regels uit onder andere artikel 555 Rv. Gelet daarop bestaat geen grond om de verzochte machtiging te verlenen.
Het uitschrijven bij de Basisregistratie Personen van de gemeente [gemeente]
[eiseres] vordert om aan haar vervangende toestemming te verlenen om [gedaagde] uit te schrijven bij de Basisregistratie Personen van de gemeente [gemeente] . Tijdens de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter aan de gemachtigde van [eiseres] gevraagd naar de wettelijke grondslag van deze vervangende toestemming. De gemachtigde heeft deze grondslag niet kunnen benoemen. De kantonrechter heeft ook (ambtshalve) geen wettelijke grondslag voor een dergelijke vordering kunnen vinden. Gelet daarop zal de vordering om een vervangende toestemming te verlenen, worden afgewezen.
[eiseres] heeft subsidiair gevorderd dat [gedaagde] bij vonnis wordt verplicht om zich uit te schrijven bij de gemeente [gemeente] op straffe van een dwangsom. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiseres] uitgelegd dat de uitschrijving van [gedaagde] voor haar van belang is, omdat zij vanaf het moment van uitschrijving huurtoeslag kan aanvragen. Ook is toegelicht dat [gedaagde] het proces van uitschrijving al in gang heeft gezet en het adres van zijn vader in [plaats] wil laten aanmerken als zijn briefadres. De gemeente [gemeente] had over de uitschrijving, op het moment van de mondelinge behandeling, nog geen beslissing genomen.
De kantonrechter merkt op dat – zoals ook blijkt uit de toelichting van [eiseres] - het indienen van een verzoek niet direct en zonder meer leidt tot inwilliging door de gemeente. [gedaagde] heeft op dit moment zijn uitschrijving al in gang gezet door een online verzoek hiertoe in te dienen. De kantonrechter ziet niet in dat een aan [gedaagde] op te leggen verplichting tot uitschrijving iets toevoegt of zal leiden tot een beter resultaat van het al ingediende online verzoek. De kantonrechter kan de gemeente namelijk niet dwingen tot een positieve beslissing op dat al ingediende verzoek. Bovendien is in de Wet BRP een ambtshalve bevoegdheid aan het College van Burgemeester en Wethouders van een gemeente toegekend tot uitschrijving. De kantonrechter is van oordeel dat er aldus voldoende waarborg voor [eiseres] is dat [gedaagde] zal worden uitgeschreven. De vordering die ziet op een veroordeling om [gedaagde] zich te laten uitschrijven zal daarom worden afgewezen wegens een gebrek aan belang. Gelet hierop hoeft niet te worden ingegaan op de gevorderde dwangsom.
De proceskosten worden gecompenseerd
Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Namens [eiseres] is ter zitting verklaard dat zij daarmee kan instemmen.
3De beslissing
De kantonrechter
verleent verstek aan [gedaagde] ,
bepaalt dat [eiseres] gerechtigd is tot het voorlopig gebruik van de woning aan het adres [adres] in [plaats] en [gedaagde] deze woning dient te verlaten en niet verder mag betreden,
veroordeelt [gedaagde] om terstond na betekening van dit vonnis de woning staande en gelegen te [plaats] aan het adres [adres] te ontruimen met medeneming van al diegenen en hetgeen zich in deze woonruimte vanwege hem bevindt / bevinden en om alle hem ter beschikking staande sleutels van de woning aan [eiseres] af te geven,
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.C.W. Geurtsen-van Eeden en in het openbaar uitgesproken door mr. J.A. van Voorthuizen op 17 februari 2026.
© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733
