Essentie (gemaakt door AI)
Vrouw verzoekt €290 p/m PAL. Man voert aan dat vrouw hem structureel psychisch en fysiek mishandelde, waardoor lotsverbondenheid ontbreekt. En onderbouwt dit met verklaringen van dochters, stukken van wijkverpleging en zorgplan waarin van ondervoeding sprake is en van voor man onveilige thuissituatie; door vrouw overgelegde stukken overtuigen niet. Afwijzing verzoek voorlopige PAL vanwege grievend gedrag. Huurrecht/gebruiksrecht woning aan vrouw toegekend. Verzoek mbt inboedel valt niet onder bereik van art. 822 Rv.| Datum publicatie | 02-03-2026 |
| Zaaknummer | C/09/694731 / FA RK 25-8672 |
| Procedure | Eerste aanleg - enkelvoudig |
| Zittingsplaats | Den Haag |
| Rechtsgebieden | Civiel recht; Personen- en familierecht |
| Trefwoorden | Alimentatie; Grievend gedrag ex-echtgenoot; Familievermogensrecht; Familieprocesrecht; Vovo art. 822 Rv |
| Wetsverwijzingen |
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
Afwijzen verzoek voorlopige partneralimentatie vanwege grievend gedragVolledige uitspraak
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-8672
Zaaknummer: C/09/694731
Datum beschikking: 20 januari 2026
Voorlopige voorzieningen
Beschikking op het op 17 november 2025 ingekomen verzoek van:
[de vrouw],
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. G.O. Perquin te Zoetermeer.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man],
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. H. Devkinandan te Zoetermeer.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
-
het verzoekschrift;
-
het verweerschrift.
Op 6 januari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
-
de vrouw met haar advocaat;
-
de man (via teams);
-
de advocaat van de man.
Verzoek en verweer
De vrouw verzoekt:
- een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige partneralimentatie van € 290,- per maand vast te stellen, met ingang van datum indiening verzoekschrift, telkens bij vooruitbetaling te voldoen.
De man voert verweer dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarbij verzoekt hij zelfstandig:
-
te bepalen dat het huurrecht van de huurwoning toekomt aan de vrouw;
-
te bepalen dat de man de inboedel genoemd onder randnummer 16 ontvangt van de
vrouw binnen 2 weken na dagtekening van deze beschikking;
- te bepalen dat de bijdrage van de man aan de vrouw in de kosten voor haar
levensonderhoud op nihil wordt gesteld;
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
Beoordeling
Huurrecht
De man heeft verzocht het huurrecht van de echtelijke woning toe te kennen aan de vrouw. De rechtbank begrijpt dit verzoek als dat hij verzoekt dat het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning toekomt aan de vrouw.
De rechtbank zal het verzoek als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen.
Inboedel
Door de man is een verzoek gedaan met betrekking tot de inboedel. De rechtbank wijst dit verzoek af, nu het niet valt onder de limitatieve opsomming van artikel 822 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Partneralimentatie
De vrouw heeft verzocht om een voorlopige partneralimentatie van € 290,- per maand, omdat het haar op dit moment niet lukt om financieel rond te komen.
De man voert verweer tegen dit verzoek, hij vindt dat de vrouw zich door hem te mishandelen zodanig grievend heeft gedragen gedurende het huwelijk van partijen, dat van lotsverbondenheid, de grondslag van de onderhoudsverplichting, geen sprake is. De bijdrage moet volgens de man daarom op nihil gesteld worden.
De rechter kan bij beschikking, voor de duur van het geding, bepalen dat de ene echtgenoot een bedrag moet betalen voor het levensonderhoud van de andere echtgenoot. Hoewel echtgenoten verplicht zijn om elkaar het nodige te verschaffen, is de rechter niet verplicht om een alimentatieverplichting op te leggen, ook niet als de ene echtgenoot behoefte heeft aan een bijdrage en de andere echtgenoot voldoende draagkracht heeft om een bijdrage te betalen. Bij de bepaling van de alimentatie moet de rechter namelijk rekening houden met alle omstandigheden van het geval, waaronder niet-financiële omstandigheden zoals grievend gedrag. In uitzonderlijke gevallen kan het grievende gedrag ertoe leiden dat de lotsverbondenheid, die de grondslag vormt van een onderhoudsverplichting, verbroken is. In een dergelijk geval kan geoordeeld worden dat de betaling van partneralimentatie in redelijkheid niet kan worden gevergd.
De man stelt dat er sprake is van structurele psychische en fysieke mishandeling door de vrouw. Dat varieerde van schreeuwen en schelden (vernedering, intimidatie van de man) tot fysiek geweld (duwen, vastpakken, vastbinden van de man).
In het algemeen is de rechtbank terughoudend met het aannemen van dermate grievend gedrag dat de verplichting tot het betalen van partneralimentatie in redelijkheid niet kan worden gevergd. Het is op zichzelf immers niet ongebruikelijk dat een echtscheiding gepaard gaat met de nodige emoties. De rechtbank merkt ook op, dat zij in deze familierechtelijke procedure niet vaststelt wat er tussen partijen is gebeurd en of de vrouw zich in strafrechtelijke zin heeft schuldig gemaakt aan huiselijk geweld. Dat is niet de taak van de rechtbank in deze procedure. De rechtbank zal beoordelen of de man moet worden verplicht om alimentatie aan de vrouw te betalen, of dat de man voldoende heeft onderbouwd dat dit vanwege gedragingen van de vrouw niet kan hem kan worden verlangd. Bij die beoordeling baseert de rechtbank zich op de stellingen van partijen in de processtukken, de bewijsstukken die in het geding zijn gebracht en het gesprek met partijen tijdens de mondelinge behandeling
De rechtbank oordeelt dat de man voldoende heeft onderbouwd dat de vrouw zich tijdens de relatie van partijen grensoverschrijdend heeft gedragen en dat er sprake is van grievend gedrag.
De man heeft ter onderbouwing van zijn standpunt meerdere stukken overgelegd. Om te beginnen is er correspondentie van de man naar zijn dochter, waarin hij aangeeft dat hij niet meer naar de echtelijke woning wil in verband met zijn veiligheid.
Daarnaast is er een brief van de dochters van de man waarin zij hun zorgen uiten en gedetailleerd weergeven hoe de situatie bij hun vader thuis was. Zij beschrijven hoe hun vader in voortdurende angst voor zijn echtgenote leefde. Uit schaamte en om hen te beschermen heeft hij dit jarenlang gebagatelliseerd en vergoelijkt. In de laatste jaren is de situatie aanzienlijk verslechterd. Hun vader moest op zolder slapen, terwijl hij nauwelijks de trap op kon lopen. Er was volgens hen ook sprake van structureel grensoverschrijdend gedrag. De vrouw sprak soms dagenlang niet tegen hem. Daarnaast waren er regelmatig escalaties, waarbij de vrouw hun vader aanviel. In april 2025 is hun vader ernstig gevallen. Bij deze val brak hij een ruggenwervel. Hij zegt zich niet te kunnen herinneren hoe dit is gebeurd. Volgens hen gaf de huisarts aan dat niet uitgesloten kon worden dat hij was geduwd. Daarna is hij door de vrouw verwaarloosd. Dankzij ingrijpen van de huisarts en de thuiszorg kon hun vader worden opgenomen in een zorgpension. Toen hij daarna thuis kwam ging het weer mis. De dochters hebben daarom een spoedaanvraag voor de Wet langdurige zorg (Wlz) gedaan. Hun vader kreeg indicatie 6 en kon worden opgenomen in een verpleeghuis. Zijn echtgenote heeft nog geprobeerd dit traject te saboteren door zijn handtekening te vervalsen en contact op te nemen met de zorgindicatie-instantie.
Verder is er een intakeformulier van [instantie], waaruit ook zorgen van de wijkverpleging blijken over de thuissituatie van de man. De man geeft aan dat zich niet veilig voelt thuis. Verder wordt vermeld dat in het intakegesprek de vrouw veelal antwoord gaf. De man gaf zelf andere antwoorden op het moment dat zij weg ging.
In het intake formulier is ook te lezen dat er striemen op de rechter enkel van de man zijn gezien. De man durft niet uit te leggen waardoor dit komt. Hiervan heeft de man ook foto’s overgelegd.
Ook leest de rechtbank het volgende: ‘Wijkverpleegkundige heeft gevraagd aan meneer of meneer zich veilig voelt als meneer alleen is met echtgenote. Meneer geeft aan zich niet veilig te voelen en is bang voor echtgenote.’
Ook staat er: ‘Er is sprake van een, zoals meneer dit aangeeft, een onveilige situatie thuis. Meneer is angstig dat zijn echtgenote naast het verbaal agressief zijn ook fysiek agressief zal zijn naar hem toe. Dit zorgt ervoor dat meneer bij aanwezigheid van echtgenote andere antwoorden/meningen deelt dan hij zou willen. Meneer geeft aan dat zijn echtgenote hem vaak pest, in de vorm van telefoon afpakken en verstoppen.’
Het viel de wijkverpleegkundige op dat de man zeer gespannen oogde op het moment dat de vrouw in de kamer aanwezig was, zijn gezicht strak hield en alert was. Hij ontspande pas ruim een kwartier nadat zij de kamer verliet. De wijkverpleging heeft een melding gedaan bij Veilig Thuis in verband met de meldplicht.
Ook wordt in de intake melding gemaakt van het feit dat de vrouw de thuiszorg buiten de deur hield: ‘Echtgenote geeft herhaaldelijk door aan zorgverleners van de thuiszorg dat thuiszorg niet nodig is want meneer zou persoonlijke verzorging volgens mw. zelfstandig kunnen uitvoeren.’
In het door de man overgelegde zorgplan staat te lezen dat bij opname is geconstateerd dat er sprake was van ondervoeding. Dit werd veroorzaakt door onvoldoende voedselinname als gevolg van de weigering van zijn echtgenote om maaltijden aan te bieden. Ook in dit zorgplan wordt melding gemaakt van de onveilige thuissituatie bij de man.
Op de zitting heeft de man zelf ook nog aangegeven dat hij gedurende het hele huwelijk werd mishandeld. Hij heeft het huwelijk niet als fijn ervaren en hij was altijd bang. De man wil niets meer met de vrouw te maken hebben en wil niet terug naar de echtelijke woning. Hij is noodgedwongen opgenomen in een verzorgingshuis, mede door de onveilige thuissituatie.
De vrouw ontkent dat zij de man zou hebben mishandeld. Volgens haar was er sprake van een liefdevol huwelijk. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft zij foto’s overgelegd waarop te zien is dat partijen samen uit eten gingen. Deze foto’s zijn naar het oordeel van de rechtbank niet voldoende om aan te nemen dat de fysieke en mentale mishandeling niet heeft plaatsgevonden. Dit zijn slechts momentopnamen die verder niets zeggen over de gang van zaken bij partijen thuis.
Verder heeft de vrouw een brief overgelegd naar het CIZ, met daaronder een handtekening van de man, waarin staat schrijft dat hij 22 jaar gelukkig getrouwd is geweest met de vrouw en dat zij altijd goed voor hem heeft gezorgd. Ook staat er in de brief dat de man nooit slachtoffer is geweest van fysiek of psychisch geweld. Deze brief toont volgens de vrouw aan dat de kinderen van de man de vrouw uit zijn leven willen weren en dat het niet de man is die de vrouw uit zijn leven wil. De man stelt echter deze brief niet te hebben geschreven. Volgens hem heeft de vrouw die brief zelf geschreven en door hem laten ondertekenen terwijl hij niet wist wat hij tekende. De man verwijst ter onderbouwing van zijn stelling naar de vele taalfouten in de brief. Dat past bij de vrouw die gebrekkig Nederlands spreekt, maar niet bij hem. De rechtbank acht het aannemelijk, gelet op het taalgebruik in de brief, dat deze brief niet door de man zelf is opgesteld, met name door de zinnen als:
‘Ter afsluiting van het bovenstaande, Verzoek ik u mijn handtekening onder het verzoek als ongeldig te beschouwen’
‘Hoe kon mijn vrouw mij beledigen, die dit bedacht heeft?’.
Dit komt ook overeen met de verklaring van de dochters van de man dat de vrouw heeft geprobeerd het traject om te man op laten nemen in een verpleeghuis te saboteren. De rechtbank acht het zeer kwalijk dat de vrouw op deze manier probeert goede zorg voor de man te verhinderen.
De rechtbank overweegt verder dat het gedrag van de vrouw nog steeds impact heeft op het welzijn van de man. Volgens zijn advocaat leidt de man psychisch en emotioneel onder de gedragingen van de vrouw, die ook tijdens zijn verblijf in het zorgpension bij hem langs bleef komen. De man is bang voor de vrouw. De rechtbank heeft niet het idee dat de vrouw inziet welke impact haar gedragingen op de man hebben gehad en nog steeds hebben.
Alles overwegende acht de rechtbank het aannemelijk dat de gedragingen van de vrouw een einde hebben gemaakt aan de lotsverbondenheid van de man jegens de vrouw. Dit terwijl juist die verbondenheid, ontstaan door het huwelijk, één van de voornaamste gronden is voor de alimentatieplicht. Alle omstandigheden in aanmerking nemend, is de rechtbank dan ook van oordeel dat van de man in redelijkheid niet gevergd kan worden dat hij een bijdrage levert aan de kosten van levensonderhoud van de vrouw omdat door haar kwetsende en grievende gedrag naar hem toe van lotsverbondenheid geen sprake meer is. De rechtbank zal dan ook het verzoek van de vrouw om partneralimentatie te ontvangen afwijzen.
Beslissing
De rechtbank:
bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] ([postcode]) te [plaats] en beveelt mitsdien dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;
wijst af het verzoek van de vrouw tot vaststelling van een voorlopige partneralimentatie;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. C. de Jong-Kwestro, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. E.M. van Middelkoop als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 20 januari 2026. |
© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733
