Rechtbank Midden-Nederland 06-02-2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:276

Essentie (gemaakt door AI)

Informele rechtsingang waarin een verzoek van minderjarige om wijziging van hoofdverblijfplaats naar moeder en aanpassing zorgregeling is voorgelegd. Rechtbank maakt geen gebruik van ambtshalve bevoegdheid: hoofdverblijfplaats kan niet bij moeder worden bepaald wegens ontbreken gezag art. 1:251a lid 4 BW. Ook los daarvan acht rechtbank wijziging niet in belang van minderjarige wegens risico op verlies van contact met vaders en gebrek aan overleg tussen ouders. Huidige zorgregeling blijft in stand.

Datum publicatie02-03-2026
ZaaknummerC/16/601944 / FO RK 25-1362
ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
ZittingsplaatsUtrecht
RechtsgebiedenCiviel recht; Personen- en familierecht
TrefwoordenKinderen
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

Informele rechtsingang, geen ambtshalve beslissing over zorgregeling en hoofdverblijfplaats.

Volledige uitspraak


RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht

Locatie Utrecht

Zaaknummer: C/16/601944 / FO RK 25-1362


Informele rechtsingang

Beschikking van 6 februari 2026 naar aanleiding van de op 21 oktober 2025 ingekomen aanvraag via de informele rechtsingang als bedoeld in artikel 1:251a lid 4 van het Burgerlijk Wetboek (BW) van:

in de zaak van:

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] .

Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[moeder] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen: de moeder,

en

[vader A] ,

hierna te noemen: [vader A] , en

[vader B] ,

hierna te noemen: [vader B] ,

beiden wonende te [woonplaats] ,

advocaat: mr. A.C. Bouma.

1De procedure

1.1.

De rechtbank heeft op 21 oktober 2025 de brief ontvangen die [minderjarige] heeft gestuurd.

1.2.

Op 25 november 2025 heeft [minderjarige] in een gesprek met de kinderrechter van deze rechtbank gesproken over deze brief.

1.3.

Bij brief van 1 december 2025 heeft de rechtbank de ouders ingelicht over het gesprek met [minderjarige] en hen uitgenodigd voor een zitting om hun mening over de wensen van [minderjarige] aan de rechtbank kenbaar te maken. Ook de Raad voor de Kinderbescherming is voor de zitting uitgenodigd.

1.4.

De rechtbank heeft daarna de brief met bijlagen van 18 december 2025 ontvangen van de vaders. De rechtbank heeft deze stukken bij de beoordeling van de wens van [minderjarige] echter buiten beschouwing gelaten, omdat de moeder ten tijde van de zitting niet over de stukken beschikte.

1.5.

Op 9 januari 2026 heeft de rechtbank de zaak met gesloten deuren mondeling behandeld. Hierbij zijn verschenen:

  • de vaders met hun advocaat;

  • de moeder.

De Raad voor de Kinderbescherming is niet verschenen.

2Waar de procedure over gaat

2.1.

[vader A] heeft alleen het gezag over [minderjarige] . Dat betekent dat hij alleen de belangrijke beslissingen over [minderjarige] kan nemen.

2.2.

[minderjarige] heeft zijn hoofdverblijfplaats bij de vaders. Op maandag en dinsdag verblijft [minderjarige] bij de moeder en op woensdag en donderdag bij de vaders. In de ene week is [minderjarige] van vrijdag tot en met zondag bij de vaders, en in de andere week bij de moeder.

2.3.

[minderjarige] heeft de kinderrechter gevraagd om te bepalen dat hij voortaan bij de moeder woont, en dat hij om de week in het weekend bij de vaders verblijft.

3De beoordeling

Geen ambtshalve beslissing

3.1.

De rechtbank zal geen gebruik maken van haar ambtshalve bevoegdheid om een beslissing te nemen over de wens van [minderjarige] . Dat betekent dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] en de zorgregeling hetzelfde blijven. De rechtbank zal dit hierna uitleggen.

3.2.

Een kind kan alleen zijn hoofdverblijfplaats hebben bij een ouder met gezag. Om die reden kan de rechtbank de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] niet bij de moeder bepalen: zij heeft geen gezag meer over [minderjarige] .

3.3.

Maar ook als de moeder wel het gezag over [minderjarige] zou hebben, zou de rechtbank het niet in het belang van [minderjarige] vinden om zijn hoofdverblijfplaats en de zorgregeling op deze ingrijpende manier te wijzigen. De reden daarvoor is dat de rechtbank er geen vertrouwen in heeft dat de moeder de vaders voldoende ruimte geeft in het leven van [minderjarige] . De moeder staat zeer afwijzend tegenover de vaders. Dat is in eerdere procedures gebleken, en ook tijdens de zitting van 9 januari 2026. Onder die omstandigheden vrezen de vaders dat bij een dermate ingrijpende wijziging van de zorgregeling het contact met [minderjarige] zo onder druk komt te staan, dat het helemaal zal verdwijnen. De rechtbank acht die kans reëel, en vindt dat niet in het belang van [minderjarige] . Temeer omdat [minderjarige] zelf in het gesprek aan de kinderrechter aangeeft het contact met zijn vaders niet kwijt te willen. Aan de kant van de vaders daarentegen bestaat geen belemmering om de moeder ruimte in het leven van [minderjarige] te geven. In tegendeel: zij vinden het zelfs goed dat [minderjarige] ook op dagen waarop hij volgens de regeling bij de vaders is, tijd doorbrengt bij de moeder. Het belang van [minderjarige] om met alle drie de ouders onbelast contact te hebben, is dus het meest gewaarborgd bij de huidige zorgregeling.

3.4.

Daar komt bij dat een wijziging van de zorgregeling (ook een minder ingrijpende) die inspeelt op de logistieke problemen die [minderjarige] ervaart, van de ouders vergt dat zij met elkaar kunnen overleggen. Ook hiervan blijkt uit eerdere procedures en uit de zitting dat dit niet mogelijk is. Het gezag van de moeder is om die reden zelfs beëindigd. Dat neemt niet weg dat het in het belang van [minderjarige] zou zijn als de ouders ernaar streven dat de logistieke problemen van [minderjarige] worden opgelost. Het is namelijk duidelijk dat [minderjarige] daar wel last van heeft. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het verplaatsen van de tromboneles naar een andere dag, het kopen van een extra set schoolboeken, een extra Nintendo of een kluisje op school daarvoor.

Brief aan [minderjarige]

3.5.

Tot slot vindt de rechtbank het belangrijk de ouders te laten weten dat zij gelijktijdig met deze beschikking een brief heeft gestuurd aan [minderjarige] waarin de beslissing is uitgelegd. [minderjarige] heeft gevraagd om die brief te versturen naar het adres van de moeder. In die brief is het volgende opgenomen:

“Beste [minderjarige] ,

Op 25 november 2025 hebben wij elkaar gesproken op de rechtbank. Jij hebt mij toen verteld dat je graag bij je moeder wil wonen en dat je om de week een weekend naar je vaders wil. De reden dat je dat wil is vooral omdat je bij de huidige regeling tegen allerlei praktische problemen aanloopt, en dat vind je vermoeiend. Aan het eind van ons gesprek heb ik verteld dat ik met je ouders zal gaan praten, en dat ik jou daarna in een brief zal uitleggen wat mijn beslissing wordt. Daarom stuur ik je nu deze brief.

Op 9 januari 2026 heb ik met je ouders gesproken op de rechtbank. Ook zij vinden het vervelend dat je last hebt van al die praktische problemen. Zij willen dat graag voor jou oplossen, maar ze worden het niet eens over op welke manier dat het beste kan.

Vaak als ouders het niet eens worden, neemt de rechter in plaats van hen een beslissing. Maar in dit geval doe ik dat niet. Dat betekent dat de situatie hetzelfde blijft zoals die nu is. Dat ik geen beslissing neem, heeft eigenlijk twee verschillende redenen. De eerste reden heeft te maken met de wet. Jij staat nu ingeschreven op het adres van je vaders. Je hebt dus officieel je “hoofdverblijfplaats” bij je vaders, ondanks dat je eigenlijk net zo veel tijd bij je moeder bent. Als ik zou beslissen wat jij vraagt, namelijk dat je het grootste deel van de tijd bij je moeder bent, betekent dat dat je hoofdverblijfplaats bij je moeder gaat zijn. Maar in de wet staat dat een kind alleen zijn hoofdverblijfplaats kan hebben bij een ouder die ook het gezag heeft. Gezag betekent dat die ouder officieel de belangrijke beslissingen mag nemen over het kind. Een andere rechter heeft een tijd geleden bepaald dat jouw moeder geen gezag meer heeft over jou. Alleen je [vader A] heeft dat. Ik kan volgens de wet dus niet bepalen dat jij het grootste gedeelte van de tijd bij je moeder bent.

Los van dat ik volgens de wet dus niet mag beslissen wat jij vraagt, vind ik het ook beter voor jou als de zorgregeling blijft zoals die nu is. Dat is de tweede reden dat ik geen beslissing neem. Zoals je weet is er de afgelopen jaren veel gedoe geweest tussen je ouders. Net als de eerdere rechters die betrokken zijn geweest bij jullie, denk ik dat het niet goed is voor jou om veel meer tijd bij de ene ouder door te brengen dan bij de andere. Het risico dat het contact met de ouder die je het minst ziet dan slechter wordt of misschien zelfs stopt, vind ik te groot.

Ik begrijp dat het niet leuk is dat ik niets voor je kan doen. Wat ik wel heb gedaan is je ouders meegeven dat ze moeten nadenken over een oplossing van de praktische problemen waar je last van hebt. Ik hoop dat ze daar naar luisteren, en dat ze iets goeds kunnen verzinnen.

Ik wens je veel succes op school en met je tromboneles.”

Hierna volgt de beslissing. De rechtbank gebruikt daar de begrippen uit de wet.

4De beslissing

De rechtbank:

4.1.

maakt geen gebruik van haar ambtshalve bevoegdheid om een beslissing te nemen over de wens van [minderjarige] .

Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. F.C. Burgers, (kinder)rechter in samenwerking met de griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 februari 2026.

Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

LAN



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733