Essentie (gemaakt door AI)
Beschikking waarin < art. 822 Rv voorlopige zorgregeling in birdnesting‑setting wordt vastgesteld: Verzoeken om uitsluitend gebruik echtelijke woning daarom over en weer afgewezen. Raadsonderzoek gelast voor de bodemprocedure. Ook vervangende toestemming verleend voor inschrijving op reguliere basisschool en voor wendagen. Dit op basis van 1:253a BW.| Datum publicatie | 23-02-2026 |
| Zaaknummer | C/05/449825 / FA RK 25/1 179 en C/05/450055 / FA RK 25/1244 |
| Procedure | Eerste aanleg - enkelvoudig |
| Zittingsplaats | Zutphen |
| Rechtsgebieden | Civiel recht; Personen- en familierecht |
| Trefwoorden | Familieprocesrecht; Vovo art. 822 Rv; Kinderen; Gezagsgeschil 1:253a BW |
| Wetsverwijzingen |
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening ex artikel 882 Rv en 1:253a BW procedure. Voorlopige zorgregeling met birdnesting zoals partijen voorstaan. Uitsluitend gebruik van de woning is daarom niet aan de orde. Vervangende toestemming voor inschrijving regulier onderwijs- en wendagen vs vervangende toestemming voor vrijstelling van leerplicht (voor beoogd thuisonderwijs). De rechtbank verleent vervangende toestemming voor regulier onderwijs en verklaart die beslissing uitvoerbaar bij voorraad, ondanks verzet daartegen.Volledige uitspraak
Familie- en jeugdrecht
Zittingsplaats Zutphen
Zaakgegevens: C/05/449825 / FA RK 25/1179 (822 Rv) (I)
C/05/450055 / FA RK 25/1244 (1:253a BW) (II)
Datum uitspraak: 17 juni 2025
beschikking voorlopige voorzieningen ex artikel 822 Rv en vervangende toestemming inschrijving thuisonderwijs/basisschool
in de zaken van:
[naam man] ,
wonende in [woonplaats] ,
verzoeker, verder te noemen de man,
advocaat: mr. K.M. Lans in Bilthoven,
t e g e n
[naam vrouw] ,
wonende in [woonplaats] ,
verweerder, verder te noemen de vrouw,
advocaat: mr. J. Voorberg in Barneveld.
1Het procesverloop
De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen
-
het verzoekschrift, met bijlagen, ingekomen op 7 april 2025 (I);
-
het verzoekschrift, met bijlagen, ingekomen op 9 april 2025 (II);
-
het journaalbericht van mr. Lans van 6 mei 2025 met bijlagen (I en II);
-
het verweerschrift met zelfstandige verzoeken en bijlagen, ingekomen op 7 mei 2025 (I en II);
-
het journaalbericht van mr. Lans van 8 mei 2025 , met bijlagen (I);
Op 12 mei 2025 zijn de zaken gezamenlijk op de zitting van de rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: beide partijen, bijgestaan door hun advocaten en een vertegenwoordigster van de Raad voor de Kinderbescherming.
2Waar gaat het over?
De man en de vrouw zijn met elkaar gehuwd op [huwelijksdatum] in [huwelijksplaats] .
Zij zijn de ouders van de minderjarige:
- [het kind], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] .
Partijen oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag over [het kind] uit.
3Wat ligt voor?
De man verzoekt de rechtbank, bij beschikking en voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
in de 822 Rv-procedure (I):
I. een voorlopige zorgregeling vast te stellen tussen de man en [het kind] :
- met ingang van de datum van de beschikking tot [datum] (althans tot aan een door de
rechtbank te bepalen datum): wordt [het kind] verzorgd door de man wekelijks vanaf woensdag 19:00 uur tot donderdag 19:00 uur en wekelijks vanaf zaterdag 09:00 uur tot zondag 19:00 uur;
- met ingang van [datum] (althans met ingang van een door de rechtbank te bepalen
datum) tot een week voorafgaand aan de start van schooljaar 2025-2026: wordt [het kind] verzorgd door de man wekelijks vanaf woensdag 19:00 uur tot donderdag 19:00 uur en wekelijks vanaf vrijdag 17:00 uur tot zondag 19:00 uur;
- met ingang van een week voorafgaand aan de start van schooljaar 2025-2026: zal ten
aanzien van [het kind] een co-ouderschapsregeling gelden, ingevolge waarin [het kind] wordt verzorgd door de man wekelijks vanaf woensdag uit school tot vrijdagochtend schooltijd en gedurende een weekend per twee weken vanaf vrijdag uit school tot maandagochtend schooltijd;
- de vakanties en feestdagen worden in onderling overleg bij helfte tussen partijen
verdeeld;
II. te bepalen dat de man - bij uitsluiting van de vrouw - gerechtigd is tot het gebruik van de echtelijke woning te [woonplaats] , alsmede tot het gebruik van de bij die woning behorende inboedel, op de dagen en nachten dat [het kind] ingevolge de verzochte regeling onder de zorg van de man valt en de vrouw - voor zover nodig — te bevelen de woning op die momenten te verlaten, en voorts te bepalen dat de man - samen mét de vrouw - gerechtigd is tot het gebruik van de echtelijke woning wekelijks vanaf dinsdag 21:00 uur tot woensdag 07:30 uur,
kosten rechtens,
in de 1:253a BW-procedure (II):
I. toestemming te verlenen, ter vervanging van de toestemming van de vrouw, om [het kind] in te schrijven op de basisschool [school] te [plaatsnaam] , aan het adres [adres] te [plaatsnaam] (of desnoods op een andere reguliere basisschool in de buurt), teneinde [het kind] met ingang van de start van het nieuwe schooljaar 2025-2026 te kunnen laten instromen in het basisonderwijs én teneinde [het kind] in de periode tussen de meivakantie 2025 en de zomervakantie 2025 op deze basisschool (of desnoods op een andere reguliere basisschool in de buurt) de wendagen/wendagdelen te kunnen laten bijwonen,
kosten rechtens.
De vrouw is het niet eens met de verzoeken van de man en vraagt om afwijzing daarvan, althans de beslissing in de 1:253a procedure aan te houden in afwachting van de uitkomsten van het onderzoek van Karakter tot uiterlijk twee maanden voor de datum van leerplichtigheid van [het kind] . In het geval het verzoek van de man in procedure II wordt toegewezen, verzet de vrouw zich tegen een uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vrouw verzoekt zelfstandig bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
in de 822 Rv-procedure (I):
I. de volgende voorlopige zorgregeling vast te stellen: de man heeft de zorg voor [het kind] in week 1 van woensdagmiddag tot donderdag 17.00 uur en in week 2 van zaterdag 9.00 uur tot zondag 13.00 uur;
II. te bepalen dat de vrouw, met uitsluiting van de man, gerechtigd is tot het gebruik van de echtelijke woning te [woonplaats] , en tot het gebruik van de tot de woning behorende inboedel, op de dagen en nachten dat [het kind] ingevolge de door haar verzochte voorlopige zorgregeling onder de zorg van de vrouw valt en de man te bevelen de woning op die momenten te verlaten;
in de 1:253a BW-procedure (II):
primair:
I. vervangende toestemming om vrijstelling van leerplicht aan te vragen bij de leerplichtambtenaar;
II. om vervangende toestemming voor het toezenden van het onderwijsplan aan de [onderwijs-instelling] ;
subsidiair:
III. vervangende toestemming tot deelneming aan het onderwijs op de B3-school [school] te [plaatsnaam] , althans vervangende toestemming tot inschrijving op de B3-school [school] te [plaatsnaam] , of een andere geschikt B3-school.
Op de stellingen van partijen wordt, voor zover voor de beoordeling van belang, hierna nader ingegaan.
4De beoordeling in de 822 Rv-procedure
Voorlopige zorgregeling
De feitelijke situatie is op dit moment zo dat sprake is van birdnesting in de echtelijke woning in [woonplaats] . De vrouw verblijft met [het kind] in de woning van maandag tot en met donderdagochtend, van donderdag 17.00 uur tot zaterdagochtend 09.00 uur en weer vanaf zondagmiddag 13.00 uur. De man verblijft met [het kind] in de woning van donderdag 09.00 uur tot 17.00 uur en in het weekend van zaterdagochtend 09.00 uur tot zondagmiddag 13.00 uur. Op de momenten dat de man niet in de echtelijke woning kan verblijven, verblijft hij bij zijn ouders in [plaatsnaam] . Vanwege de reisafstand tussen [plaatsnaam] en [woonplaats] verblijft de man vaak van dinsdagavond tot woensdagochtend in de logeerkamer in de echtelijke woning.
Uit de stukken en naar aanleiding van hetgeen op de zitting is besproken, is de rechtbank duidelijk geworden dat de man en de vrouw uiteenlopende visies hebben op het leven, het geloof, de opvoeding en het onderwijs van [het kind] . Zo heeft de vrouw een geloofsovertuiging en heeft zij een sterke voorkeur voor thuisonderwijs voor [het kind] . De man heeft dit beide niet. Hoewel partijen het erover eens zijn dat [het kind] een kwetsbare, gevoelige jongen is, die moeite heeft met prikkelverwerking, hebben zij ook beiden uiteenlopende visies over de belastbaarheid van [het kind] en op welke wijze dat van invloed is op het dagelijkse leven van [het kind] en op het contact met de andere ouder. De specifieke zorgbehoeften die bij de belastbaarheid van [het kind] horen, maken dan ook volgens de vrouw dat de zorgregeling beperkt moet worden omdat de man daarbij onvoldoende kan aansluiten. Ook maken die specifieke zorgbehoeften dat een andere vorm van onderwijs voor [het kind] passend(er) is. De man (h)erkent weliswaar dat [het kind] moeite heeft met prikkelverwerking, maar heeft een andere overtuiging over hoe en op welke wijze dat van invloed is op de belastbaarheid van [het kind] en in hoeverre het dagelijkse leven van [het kind] daarop moet worden aangepast. Het evenwichtig opgroeien van [het kind] met voldoende balans voor het contact met zijn moeder en de vader, maken dan ook dat de man een grote(re) rol in de verzorging en opvoeding van [het kind] wil vervullen.
Bij de beoordeling voor een voorlopige zorgregeling stelt de rechtbank voorop dat beide partijen achter vastlegging van een voorlopige zorgregeling staan, waarbij de uitvoering van die regeling plaatsvindt in de voormalig echtelijke woning. Dit wordt ook wel “birdnesting” genoemd (de ouders ‘vliegen’ de woning in- en uit). Daarom stelt de rechtbank een voorlopige zorgregeling vast, waarbij [het kind] iedere woensdag van 19.00 uur tot donderdag 19.00 uur met de man in de echtelijke woning verblijft, alsmede een weekend per veertien dagen van zaterdag van 09.00 uur tot zondag 19.00 uur. De weekenden worden met ingang van de start van de (school)zomervakantie uitgebreid met de vrijdagen, zodat de man in dat geval met [het kind] in de echtelijke woning verblijft eens per veertien dagen van vrijdag 17.00 uur tot zondag 19.00 uur.
Voor de vastlegging van deze voorlopige zorgregeling acht de rechtbank doorslaggevend dat door de raadsvertegenwoordiger op de zitting is geadviseerd dat in de toekomst zal moeten worden toegewerkt naar een co-ouderschapsregeling en dat een zorgregeling waarbij de man doordeweeks de opvoeding en verzorging op zich kan nemen en de weekenden worden afgewisseld tussen partijen passend is. Tegelijkertijd heeft de raadsvertegenwoordiger een raadsonderzoek aangeboden, omdat de Raad zich zorgen maakt over [het kind] , vanwege de uiteenlopende visies over het leven, de belastbaarheid van [het kind] en ook de pedagogische visies van partijen verschillen. De hiervoor uiteengezette zorgregeling geeft de man en [het kind] de ruimte om langere contactmomenten met elkaar door te brengen, zowel doordeweeks als in het weekend. Ook kan de vrouw hierdoor weekenden met [het kind] doorbrengen, wat nu niet het geval is. De rechtbank ziet in de door de vrouw geuite zorgen over de specifieke zorgbehoeften geen contra-indicaties om de contactmomenten tussen de man en [het kind] te beperken. Hoewel de rechtbank op basis van de processtukken op dit moment evenmin contra-indicaties ziet voor een verdere uitbreiding naar een co-ouderschapsregeling, vindt de rechtbank het te voorbarig om daar nu al op vooruit te lopen, terwijl het (eind)verslag van Karakter nog niet gereed is en de rechtbank bovendien gebruik zal maken van het aanbod voor een raadsonderzoek ten behoeve van de bodemprocedure. Tot slot hebben partijen op de zitting de bereidheid uitgesproken om zich via het wijkteam aan te melden voor een traject ouderschapsbemiddeling. Het verloop en de uitkomst van dit traject kan uiteindelijk ook worden meegewogen bij de (definitieve) zorgregeling.
Ten aanzien van de (school)vakanties beslist de rechtbank dat de voorlopige zorgregeling doorloopt, tenzij partijen in onderling overleg anders overeenkomen. De feestdagen moeten partijen in onderling overleg verdelen. Hierover kunnen zij, al dan niet met behulp van hun advocaten, nadere afspraken maken of met behulp van de professionele hulpverlener van het traject ouderschapsbemiddeling.
Het over en weer meer of anders verzochte ten aanzien van de voorlopige zorgregeling en de verdeling van de vakanties en feestdagen wijst de rechtbank dus af. Omdat de toevertrouwing van [het kind] niet is verzocht en partijen een birdnesting-regeling voorstaan, zal de rechtbank voor de volledigheid ook de contactmomenten tussen de vrouw en [het kind] in het dictum van deze beschikking vastleggen.
Uitsluitend gebruik echtelijke woning
Beide partijen verzoeken het gebruik van de echtelijke woning met uitsluiting van de ander, voor de uitvoering van de zorgregeling. De rechtbank zal de over en weer gedane verzoeken afwijzen. Omdat beide partijen een birdnesting-regeling voorstaan, die wordt vastgesteld en aldus beiden gebruiken zullen maken van de echtelijke woning, kan niet worden geconcludeerd dat één partij het uitsluitend gebruik heeft van de woning.
In het geval de man gebruik wil maken van (de logeerkamer in) de echtelijke woning van dinsdagavond tot woensdagochtend zoals hij dat tot nu toe heeft gedaan, zullen partijen hierover in onderling overleg afspraken moeten maken.
Raadsonderzoek
Vanwege het aanbod van de raadsvertegenwoordiger en het feit dat de rechtbank zich ook zorgen maakt over de uiteenlopende visies van partijen en de invloed daarop op (de belastbaarheid van) [het kind] , zal de rechtbank met oog op de bodemprocedure een raadsonderzoek gelasten. Het onderzoek moet in ieder geval de vraag beantwoorden welke zorgregeling en verdeling van de vakanties het meest in het belang van [het kind] wordt geacht en in hoeverre (een van) de ouders en/of [het kind] hulpverlening nodig heeft (hebben).
Proceskosten
De rechtbank neemt in de echtscheidingsprocedure pas een beslissing over de proceskosten. De rechtbank verklaart de man daarom niet-ontvankelijk in zijn verzoek.
5De beoordeling in de 1:253a-procedure
Op grond van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank, in geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag, een regeling vaststellen over de uitoefening van het ouderlijk gezag.
Partijen zijn het niet eens over de vraag welke soort vorm van onderwijs [het kind] zou moeten volgen – thuisonderwijs of (regulier) schoolonderwijs. In het geval [het kind] onderwijs gaat volgen in een schoolse setting, zijn partijen het ook niet eens over welke basisschool dit dan moet zijn. Omdat partijen het hierover niet eens kunnen worden en [het kind] in oktober van dit jaar vijf jaar oud wordt, moet de rechtbank hierover een beslissing nemen. Het belang van [het kind] is hierbij doorslaggevend.
De man heeft zorgen over de wijze waarop [het kind] door de vrouw wordt beschermd tegen prikkels in verband met zijn prikkelverwerking. In de beleving van de man wordt [het kind] vanuit een vergaande vorm van overbescherming opgevoed door de vrouw. [het kind] krijgt bijvoorbeeld nog borstvoeding, slaapt niet op een eigen kamer en doet nog middagdutjes. Ook is [het kind] bijvoorbeeld nog nooit naar een peuterspeelzaal of kinderopvang geweest. De man wil [het kind] graag de kans geven zich los van zijn moeder te ontwikkelen en meer contact te hebben met andere kinderen en ‘de buitenwereld’. Thuisonderwijs door de vrouw is volgens de man niet haalbaar, omdat de vrouw volledig arbeidsongeschikt is en zelf een zeer lage belastbaarheid heeft. Ook vindt de man het in het licht van de in zijn ogen ongezonde symbiose ongewenst als [het kind] ook nog eens voor onderwijs afhankelijk wordt van zijn moeder.
De vrouw wil daarentegen dat [het kind] thuisonderwijs gaat volgen, waarbij zij hem dat als voormalig leerkracht kan bieden. De vrouw is arbeidsongeschikt en heeft daardoor voldoende tijd. Ook heeft zij inmiddels een netwerk van mede thuisonderwijzers. Vanwege de specifieke zorgbehoeften van [het kind] is regulier onderwijs in de visie van de vrouw niet passend. De vrouw kan bij het geven van thuisonderwijs tegemoetkomen aan de specifieke zorgbehoeften van [het kind] . Dat er tot nu toe door Karakter geen duidelijk autismebeeld wordt gezien, betekent nog niet dat [het kind] gebaat is bij regulier basisonderwijs. In het geval thuisonderwijs geen optie is, wil de vrouw dat [het kind] de kans krijgt om op een zogenaamde B3-school, de [school] in [plaatsnaam] te starten. De vrouw vindt dat een geschikt alternatief/compromis ondanks dat de school niet naast de deur is. [het kind] kan daar starten zonder zich officieel in te schrijven. Thuisonderwijs blijft dan eventueel nog een optie. [school] biedt op dit moment drie dagen onderwijs aan en dat is passend voor [het kind] . Zo kan hij ook weer tot rust komen. In de toekomst wil [school] naar vier dagen onderwijs. [het kind] heeft dan genoeg tijd zich daar naartoe te ontwikkelen. Bovendien geeft het tussentijdse verslag van Karakter nog onvoldoende duidelijkheid over de (on)mogelijkheden van [het kind] , zodat het de vrouw redelijk voorkomt als de beslissing over de schoolkeuze/vorm van onderwijs wordt aangehouden.
De rechtbank stelt voorop dat zij zich realiseert dat zij een ingrijpende beslissing moet nemen. De uiteenlopende visies van partijen hebben tenslotte (mede) geleid tot een grote verwijdering tussen partijen en uiteindelijk ook (bijgedragen aan) de relatiebreuk. Vanwege de leeftijd van [het kind] , die in [geboortedatum] 5 jaar wordt en daarmee leerplichtig, vindt de rechtbank dat er nu duidelijkheid moet komen voor zowel partijen als voor [het kind] . De rechtbank vindt het dan ook niet noodzakelijk dat het eindverslag van Karakter wordt afgewacht voordat zij een beslissing kan nemen. Bovendien volgt uit het tussentijdse verslag van Karakter dat er wordt geadviseerd [het kind] te laten wennen in een onderwijssetting, daarbij in het midden gelaten of Karakter daarmee een reguliere onderwijssetting heeft bedoeld (zoals de man betoogd) of een onderwijssetting op zich (zoals de vrouw betoogd). Voorop staat dus dat [het kind] moet gaan wennen aan een onderwijssetting, zodat de rechtbank aanhouding van de beslissing niet in het belang van [het kind] vindt. Dit maakt ook dat de rechtbank de beslissing die zij (uiteindelijk) neemt uitvoerbaar bij voorraad zal verklaren.
De rechtbank zal de verzoeken van de man toewijzen en de verzoeken van de vrouw afwijzen. Dit betekent dat de rechtbank dus vervangende toestemming verleent om [het kind] op de [school] in [plaatsnaam] in te schrijven en dat zij vervangende toestemming zal verlenen om [het kind] in de periode tussen de meivakantie 2025 en de zomervakantie 2025 op deze basisschool de wendagen/wendagdelen te kunnen laten bijwonen.
De rechtbank acht voor haar beslissing doorslaggevend dat de raadsvertegenwoordiger op de zitting heeft geadviseerd thuisonderwijs niet passend te vinden voor [het kind] . [het kind] moet voor zijn ontwikkeling relaties aangaan met externen en zich losser maken van zijn moeder. Ook betrekt de rechtbank de tussentijdse bevindingen van Karakter bij haar beslissing. Het wennen in een onderwijssetting is volgens Karakter belangrijk, zodat er ook meer zicht komt op zijn ontwikkelingsmogelijkheden. Binnen het reguliere onderwijs zal [het kind] zich bevinden in een meer kenbaar genormeerde en voor de maatschappij zichtbare schoolse en sociale omgeving, waardoor er (meer) zicht op hem kan komen, op zijn huidige leercurve, en wat hij daarin nodig heeft. Ook zal [het kind] binnen het reguliere onderwijs worden blootgesteld aan meerdere invloeden en levensbeschouwingen, hetgeen over het algemeen bevorderlijk werkt voor de ontwikkeling van een kind. Gelet hierop vindt de rechtbank thuisonderwijs niet in het belang van [het kind] . Ook acht de rechtbank de [school] -school in [plaatsnaam] niet de juiste school voor [het kind] . Niet weersproken is dat deze school (mede) afhankelijk is van crowdfunding. De bestaanszekerheid van de school is daarmee niet gegarandeerd. Daarnaast bevindt deze school zich niet in de nabije omgeving van [woonplaats] . Weliswaar is nu niet duidelijk of beide partijen in de omgeving van [woonplaats] zullen blijven wonen, maar in ieder geval staat vast dat partijen vooralsnog de zorgregeling voor [het kind] in de voormalige echtelijke woning uitvoeren door middel van birdnesting. Een school in de nabije omgeving van [woonplaats] vindt de rechtbank daarom op dit moment passend en het meest in het belang van [het kind] . Nu er geen andere scholen in de nabije omgeving van [woonplaats] zijn aangedragen en de rechtbank het in het belang van [het kind] vindt dat er nu een beslissing wordt genomen, verleent de rechtbank dus vervangende toestemming voor de inschrijving van [het kind] op de [school] in [plaatsnaam] alsmede de verzochte vervangende toestemming voor de wendagen/wendagdelen op die school. De enkele stelling van de vrouw dat [het kind] zich niet prettig voelde bij deze school doordat hij zich tijdens een bezoek aan die school aan haar vastklampte, vindt de rechtbank niet doorslaggevend genoeg om anders te beslissen. Bovendien rechtvaardigt voornoemde constatering van de vrouw op basis van één bezoek, terwijl vaststaat dat [het kind] moeite heeft met prikkelverwerking, niet zonder meer de conclusie dat de [school] niet de juiste school voor [het kind] zou zijn. Daarnaast acht de rechtbank voornoemde constatering van de vrouw in het licht van het eenmalige bezoek en de moeite met prikkelverwerking van [het kind] ook niet maatgevend genoeg.
Uitvoerbaar bij voorraad
Zoals al in rechtsoverweging 5.5 overwogen, verklaart de rechtbank de beslissingen die zij neemt uitvoerbaar bij voorraad.
Proceskosten
Omdat partijen (ex-)partners zijn, compenseert de rechtbank de proceskosten. In die zin dat iedere partij de eigen proceskosten moet dragen.
6De beslissing
De rechtbank:
in de 822 Rv-procedure met zaak- en rekestnummer C/05/449825/FA RK 25/1179:
stelt als voorlopige verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast dat de minderjarige
[het kind] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] bij de desbetreffende ouder in de (voormalig)
echtelijke woning aan de [adres] in [woonplaats] verblijft:
in week 1:
-
iedere maandag tot woensdag 19.00 uur bij de vrouw;
-
iedere woensdag vanaf 19.00 uur tot donderdag 19.00 uur bij de man;
-
iedere donderdag vanaf 19.00 uur tot en met zondag bij de vrouw;
in week 2:
-
iedere maandag tot woensdag 19.00 uur bij de vrouw;
-
iedere woensdag vanaf 19.00 uur tot donderdag 19.00 uur bij de man;
-
iedere donderdag vanaf 19.00 uur tot en met zaterdag 09.00 uur bij de vrouw;
-
iedere zaterdag vanaf 09.00 uur tot zondag 19.00 uur bij de man;
-
vanaf zondag 19.00 uur bij de vrouw;
en met ingang van de (school)zomervakantie de verdeling in week 2 als volgt geldt:
in week 2:
-
iedere maandag tot woensdag 19.00 uur bij de vrouw;
-
iedere woensdag vanaf 19.00 uur tot donderdag 19.00 uur bij de man;
-
iedere donderdag vanaf 19.00 uur tot en met vrijdag 17.00 uur bij de vrouw;
-
iedere vrijdag vanaf 09.00 uur tot zondag 19.00 uur bij de man;
-
vanaf zondag 19.00 uur bij de vrouw;
stelt als voorlopige verdeling van de vakanties en feestdagen vast dat de in 6.1 vastgestelde zorgregeling doorloopt tijdens de vakanties en dat de feestdagen in onderling overleg bij helfte moeten worden verdeeld;
verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming, vestiging [plaatsnaam] , een onderzoek in te stellen, te rapporteren en de rechtbank te adviseren over de zorgregeling en de hulpverlening zoals hiervoor in rechtsoverweging 4.9 is overwogen, welk rapport moet worden ingediend in de bodemprocedure met zaak- en rekestnummer C/05/449364 ES RK 25/117;
verstaat dat deze voorzieningen gelden voor de duur van het geding;
verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot een beslissing over de proceskosten;
wijst het meer of anders verzochte af in deze procedure af;
in de 1:253a BW-procedure met zaak- en rekestnummer C/05/450055/ FA RK 25/1244:
verleent toestemming aan de man, welke de toestemming van de vrouw vervangt, om de minderjarige [het kind], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] in te schrijven op de basisschool [school] , aan het adres [adres] in [plaatsnaam] , om [het kind] met ingang van de start van het nieuwe schooljaar 2025-2026 te kunnen laten instromen in het basisonderwijs;
verleent toestemming aan de man, welke de toestemming van de vrouw vervangt, om [het kind] in de periode tussen de meivakantie 2025 en de zomervakantie 2025 op de in 6.7 genoemde basisschool de wendagen/wendagdelen te kunnen laten bijwonen;
verklaart de beslissingen onder 6.7 en 6.8 uitvoerbaar bij voorraad;
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
wijst het meer of anders verzochte af.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. E.J. Swiers, (kinder)rechter, in tegenwoordigheid van mr. S. Verhoef, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2025. |
||
© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733
