Essentie (gemaakt door AI)
Hoger beroep over beschermingsbewind voor vader met Alzheimer, waarin het levenstestament met algemene volmacht aan verzoeker niet volstaat om bewind te vermijden. Hof acht bewind noodzakelijk wegens kwetsbaarheid en reële belangenverstrengeling door verstoorde familieverhoudingen en lopende afwikkeling huwelijksgemeenschap. Bewind wordt in tijd gelimiteerd tot 1 januari 2027. Onafhankelijke bewindvoerder blijft benoemd; verzoek om verzoeker te benoemen afgewezen. Inschrijving in CCBR wordt gelast. Kosten gecompenseerd.| Datum publicatie | 18-02-2026 |
| Zaaknummer | 200.356.001 |
| Procedure | Hoger beroep |
| Zittingsplaats | Arnhem |
| Rechtsgebieden | Civiel recht |
| Trefwoorden | Meerderjarigenbescherming; Bewind; Levenstestament |
| Wetsverwijzingen |
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
1:431 lid 1BW. Bewind als er een levenstestament is? In dit geval wel. Bewind wordt uitgesproken voor de duur van één jaar.Volledige uitspraak
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.356.001
(zaaknummer rechtbank Gelderland 11249228)
beschikking van 10 februari 2026
inzake
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats1] , gemeente [gemeentenaam1] ,
verzoeker in het principaal hoger beroep,
verweerder in het incidenteel hoger beroep,
verder te noemen: [verzoeker] ,
advocaat: mr. N.C. Bouman-de Vos,
en
[verweerder] ,
wonende te [woonplaats2] ,
verweerder in het principaal hoger beroep,
verzoeker in het incidenteel hoger beroep,
verder te noemen: [verweerder] ,
advocaat: mr. H.J.R.M. Boersma.
Als overige belanghebbenden zijn aangemerkt:
[belanghebbende1] ,
wonende te [woonplaats2] ,
verder te noemen: [belanghebbende1] ,
en
[belanghebbende2] ,
zonder bekende woon- of verblijfplaats,
verder te noemen: [belanghebbende2] ,
en
Budgetbeheer en Bewindvoering Gelderland B.V.,
gevestigd te Tiel,
verder te noemen: de bewindvoerder.
1Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter (rechtbank Gelderland, team bewind, zittingsplaats Zutphen) van 3 april 2025, uitgesproken onder zaaknummer 11249228, hierna ook te noemen: de bestreden beschikking.
2Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
het beroepschrift met producties, ingekomen op 20 juni 2025;
-
het verweerschrift, tevens incidenteel hoger beroep, met producties;
-
het verweerschrift in het incidenteel hoger beroep;
-
een journaalbericht namens [verzoeker] van 27 november 2025, met producties;
-
een journaalbericht namens [verweerder] van 5 december 2025, met producties.
De mondelinge behandeling heeft op 11 december 2025 plaatsgevonden. Aanwezig waren:
-
[verzoeker] , bijgestaan door zijn advocaat,
-
[verweerder] , bijgestaan door zijn advocaat,
-
[belanghebbende1] ,
-
een vertegenwoordiger van de bewindvoerder.
3De feiten
[belanghebbende1] is geboren [in] 1952. [belanghebbende1] is de vader van [verzoeker] , [verweerder] en [belanghebbende2] .
Bij notariële akte van 8 april 2024 heeft [belanghebbende1] een levenstestament laten opmaken. In dit levenstestament is, voor zover hier van belang, het volgende te lezen:
“
Met dit levenstestament wil ik mede voorzien in de situatie dat ik om wat voor reden dan ook niet meer zelf kan of wil handelen en ervoor kies dat na te noemen gevolmachtigden mijn belangen behartigen. (…)
Aanwijzing gevolmachtigde
Ik wijs aan tot mijn algemeen gevolmachtigde:
mijn zoon, de heer [verzoeker] , geboren te [gemeentenaam1] [in] negentienhonderdtweeënnegentig,
hierna te noemen: "gevolmachtigde".
Zelfstandige bevoegdheid
De gevolmachtigde kan zijn taken als algemeen gevolmachtigde zelfstandig uitoefenen.
Volmacht gaat direct in
De volmacht kan uitgeoefend worden vanaf het moment direct na het ondertekenen van de akte, tot aan het moment dat de volmacht eindigt. (…)
Deze volmacht is erop gericht geen bewind, mentorschap of curatele te hoeven aanvragen.
Stelt de rechter desondanks een bewind en/of mentorschap in, of stelt hij een curatele in, dan geldt het volgende.
Inzake bewind
Ik spreek de uitdrukkelijke voorkeur uit dat de rechter een door mij in I. aangewezen gevolmachtigde als bewindvoerder benoemt.
Indien daar gegronde redenen voor zijn, kan de rechter van mijn eerste voorkeur afwijken.
Onder gegronde redenen versta ik in ieder geval dat de gevolmachtigde is tekortgeschoten in de behartiging van mijn belangen.
Als mijn vermogen onder bewind wordt gesteld eindigt de onder I. verleende volmacht niet, ook niet ten aanzien van het gedeelte van het vermogen dat onder bewind is gesteld.”
Bij verzoekschrift, ingekomen bij de kantonrechter op 1 augustus 2024, heeft [verweerder] verzocht om de goederen die (zullen) toebehoren aan [belanghebbende1] , onder bewind te stellen en Van Bosse Bewindvoeringen B.V. tot bewindvoerder te benoemen.
4De omvang van het geschil
Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter:
-
de goederen die (zullen) toebehoren aan [belanghebbende1] onder bewind gesteld wegens zijn geestelijke of lichamelijke toestand; en
-
Budgetbeheer en Bewindvoering Gelderland B.V. als bewindvoerder benoemd.
[verzoeker] is met twee grieven in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. [verzoeker] verzoekt het hof om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de bestreden beschikking te vernietigen en:
-
het verzoek van [verweerder] om de goederen die aan [belanghebbende1] (zullen) toebehoren onder bewind te stellen, alsnog af te wijzen;
-
in het geval dat het bewind in stand blijft, [verzoeker] tot bewindvoerder te benoemen; en
-
[verweerder] te veroordelen in de proceskosten in beide instanties.
[verweerder] is met één grief in incidenteel hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. [verweerder] vraagt het hof in het principaal hoger beroep om [verzoeker] niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoek of dit verzoek af te wijzen. In het incidenteel hoger beroep verzoekt [verweerder] het hof te bepalen dat de bestreden beschikking door de griffier wordt ingeschreven in het Centraal curatele- en bewindregister. Hij verzoekt het hof een beslissing te nemen over de proceskosten (‘kosten rechtens’).
[verzoeker] voert verweer in het incidenteel hoger beroep. [verzoeker] vraagt het hof om [verweerder] niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoek in het incidenteel hoger beroep dan wel dit verzoek af te wijzen.
5De motivering van de beslissing
Is bewind noodzakelijk?
Op grond van artikel 1:431 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kantonrechter voor een bepaalde of onbepaalde tijdsduur een bewind instellen over één of meer van de goederen die een meerderjarige als rechthebbende toebehoren of zullen toebehoren, indien de meerderjarige tijdelijk of duurzaam niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand.
[verzoeker] kan zich met de bestreden beschikking niet verenigen en voert daartoe het volgende aan. [belanghebbende1] heeft zelf met het opstellen van een levenstestament voorzien in de behartiging van zijn financiële belangen. De geldigheid van dit levenstestament staat niet ter discussie. In het levenstestament heeft [belanghebbende1] aan [verzoeker] een algemene volmacht verleend. Daarmee is volgens [verzoeker] de rechtspositie van [belanghebbende1] voldoende gewaarborgd. Volgens vaste rechtspraak dienen de wensen in een levenstestament te worden geëerbiedigd, dus er is geen noodzaak om een bewind uit te spreken. De kantonrechter heeft dit in de bestreden beschikking ook erkend. Het bewind is volgens [verzoeker] alleen uitgesproken, omdat het levenstestament de kantonrechter niet heeft bereikt. [verzoeker] benadrukt dat ook bij het uitspreken van het bewind de volmacht blijft bestaan. De bewindvoerder heeft de woning van [belanghebbende1] verkocht zonder [verzoeker] hierin te betrekken. De rechtspositie van [verzoeker] wordt daarmee door de bewindvoerder genegeerd. Tot slot, zo voert [verzoeker] aan, vormen de (slechte) onderlinge verhoudingen binnen het gezin onvoldoende reden om af te wijken van het levenstestament.
[verweerder] vraagt het hof om de bestreden beschikking te bekrachtigen. [verzoeker] was in eerste aanleg (bij de kantonrechter) niet in staat om het levenstestament over te leggen. Bovendien heeft [verweerder] gegronde twijfel of [belanghebbende1] , toen hij het levenstestament ondertekende, bij machte was om zijn wil te bepalen en de gevolgen van het levenstestament te overzien. [belanghebbende1] woonde op dat moment bij [verzoeker] en was van [verzoeker] afhankelijk. [verweerder] wijst op de omstandigheid dat [verzoeker] volgens het levenstestament de bevoegdheid heeft om aan zichzelf en zijn dochter giften te doen. [verweerder] kan zich niet voorstellen dat het de bedoeling van [belanghebbende1] is geweest om anderen uit te sluiten. [verzoeker] miskent volgens [verweerder] ook de risico’s als hij ongeclausuleerd en ongecontroleerd over het vermogen van [belanghebbende1] kan beschikken. Tot slot verzoekt [verweerder] om het bewind in te schrijven in het openbare Centraal curatele- en bewindregister.
Het hof stelt voorop dat in deze procedure niet de geldigheid van het levenstestament ter beoordeling voor ligt. Het hof moet en zal er in deze procedure daarom vanuit gaan dat het levenstestament op de juiste wijze tot stand is gekomen en daarmee rechtsgeldig is.
In de stukken is te lezen dat [belanghebbende1] leidt aan de ziekte van Alzheimer en inmiddels in een zorginstelling woont. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [belanghebbende1] bevestigd dat hij lijdt aan de ziekte van Alzheimer. Het lukte [belanghebbende1] vervolgens niet om adequaat te antwoorden op door het hof gestelde vragen. Daarmee is naar het oordeel van het hof voldoende gebleken dat wordt voldaan aan de gronden voor het instellen van een bewind over de goederen die aan [belanghebbende1] (zullen) toebehoren.
Het hof dient vervolgens te beoordelen of met het levenstestament de belangen van [belanghebbende1] voldoende worden gewaarborgd en beschermd. Het hof beantwoordt deze vraag ontkennend en legt deze beslissing hierna uit.
Het verzoek in eerste aanleg tot het instellen van het bewind is gedaan door [verweerder] en mevrouw en [naam] , de moeder van [verzoeker] en [verweerder] (en [belanghebbende2] ). [belanghebbende1] en [naam] zijn verwikkeld in een (complexe) echtscheidingsprocedure waarin [verzoeker] en [verweerder] worden meegetrokken. Hierdoor zijn er binnen de voormalige gezinssituatie twee kampen met tegengestelde belangen ontstaan met enerzijds [belanghebbende1] en [verzoeker] en anderzijds [verweerder] en [naam] . Binnen de afwikkeling van de huwelijksgoederengemeenschap bestaat in ieder geval nog onduidelijkheid over een schuld van [verzoeker] aan [belanghebbende1] , de afwikkeling van de verkoop van de voormalige echtelijke woning en de toedeling van een lijfrentepolis. Daardoor ligt belangenverstrengeling in het beheer van de financiën van [belanghebbende1] op de loer. Het hof is van oordeel dat onder deze omstandigheden voldoende gronden aanwezig zijn om een bewind uit te spreken over de goederen die aan [belanghebbende1] (zullen) toebehoren.
Het hof ziet wel aanleiding om het bewind in tijd te limiteren. [belanghebbende1] woont inmiddels in een zorginstelling, waardoor hij op financieel gebied minder risico loopt. De zorgen van het hof zien op de afwikkeling van de huwelijksgoederengemeenschap van [belanghebbende1] en [naam] . Deze afwikkeling is inmiddels vergevorderd en het hof verwacht dat de beëindiging van het huwelijk van [belanghebbende1] en [naam] het komende jaar moet kunnen zijn afgerond. Het hof zal het bewind daarop uitspreken tot 1 januari 2027.
Het hof zal tot slot bepalen dat het bewind zal worden ingeschreven in het openbare Centraal curatele- en bewindregister. Daartoe oordeelt het hof redengevend dat voor derden duidelijk moet zijn dat de goederen die aan [belanghebbende1] (zullen) toebehoren, onder bewind staan. Deze duidelijkheid is nodig, omdat [belanghebbende1] in zijn levenstestament aan [verzoeker] een algehele volmacht heeft verleend en deze twee voorzieningen naast elkaar zullen bestaan.
Wie moet tot bewindvoerder worden benoemd?
Op grond van 1:435 lid 3 BW volgt de rechter bij de benoeming van de bewindvoerder de uitdrukkelijke voorkeur van de rechthebbende, tenzij gegronde redenen zich tegen zodanige benoeming verzetten. Op grond van het vierde lid van voornoemd artikel wordt, tenzij lid 3 is toegepast, indien de rechthebbende is gehuwd, een geregistreerd partnerschap is aangegaan of anderszins een levenspartner heeft, bij voorkeur de echtgenoot, geregistreerd partner, dan wel een andere levensgezel tot bewindvoerder benoemd. Is het voorgaande niet van toepassing, dan wordt bij voorkeur een van zijn ouders, kinderen, broers of zusters tot bewindvoerder benoemd.
[belanghebbende1] heeft in het levenstestament nadrukkelijk opgenomen dat, indien er een bewind wordt ingesteld, [verzoeker] tot bewindvoerder moet worden benoemd. Het hof dient deze voorkeur te volgen, tenzij gegronde redenen zich tegen deze benoeming verzetten. Het hof is van oordeel dat - gedurende de periode van het bewind van een jaar - sprake is van dergelijke gegronde redenen. Deze zijn, zoals hiervoor ook is overwogen bij de instelling van het bewind, gelegen in de verstoorde verhoudingen tussen enerzijds [belanghebbende1] en [verzoeker] en anderzijds [verweerder] en [naam] . Daardoor is er een gerede kans op belangenverstrengeling. Het hof zal daarom de beslissing van de kantonrechter om een onafhankelijke bewindvoerder te benoemen, bekrachtigen.
Uitvoerbaar bij voorraad?
Volgens artikel 1:434 lid 2 BW gaat het bewind in de dag na verzending van de beschikking. Bovendien wordt de bestreden beschikking bekrachtigd. Het hof hoeft deze beschikking daarom niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, zoals was verzocht.
Proceskostenveroordeling
Beide partijen worden voor een deel in het gelijk en voor een deel in het ongelijk gesteld. Daarom zal het hof de proceskosten in beide instanties compenseren. Dat betekent dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
6De slotsom
Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, zal het hof de bestreden beschikking bekrachtigen. Het hof zal aanvullend bepalen dat het bewind wordt uitgesproken voor een bepaalde tijdsduur, namelijk tot 1 januari 2027. Daarnaast zal deze uitspraak worden ingeschreven in het openbare Centraal curatele- en bewindregister.
7De beslissing
Het hof, beschikkende in hoger beroep:
bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter (rechtbank Gelderland, team bewind, zittingsplaats Zutphen) van 3 april 2025;
bepaalt aanvullend dat het bewind over de goederen die aan [belanghebbende1] , geboren [in] 1952, (zullen) toebehoren onder bewind zullen staan tot 1 januari 2027;
draagt de griffier op om op de voet van artikel 1:391 BW een afschrift van deze uitspraak toe te zenden aan de rechtbank Den Haag, in verband met aantekening in het Centraal Curatele- en bewindregister;
compenseert de kosten van het geding in beide instanties;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. E. de Boer, P.B. Kamminga en E.H. Schijven-Bours, bijgestaan door mr. M. van Esveld als griffier, en is op 10 februari 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.
© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733
