Rechtbank Den Haag 08-01-2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:2196

Essentie (gemaakt door AI)

Echtscheiding waarin Nederlands recht van toepassing is verklaard op basis van art. 10:56 BW. Huurrecht echtelijke woning aan vrouw toegewezen. Huwelijksgoederenregime: algehele gemeenschap (huwelijk 2015); appartement in Egypte wordt aan man toegedeeld. Omdat man dit appartement verzweeg, past de rechtbank 'afwijkende draagplicht' toe; in de onderlinge verhouding moet man alle huwelijkse schulden (DUO, Directa, Belastingdienst) voor zijn rekening nemen.

Datum publicatie17-02-2026
ZaaknummerC/09/674531 / FA RK 24-7595 & C/09/682329 / FA RK 25-2179
ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
ZittingsplaatsDen Haag
RechtsgebiedenCiviel recht; Personen- en familierecht
TrefwoordenFamilievermogensrecht; Gemeenschapsschulden art. 1:96; Opzettelijk verzwijgen 3:194 BW
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

Echtscheiding met nevenvoorzieningen. De rechtbank deelt het appartement in Egypte toe aan de man en stelt een afwijkende draagplicht vast, in die zin dat de man alle huwelijkse schulden voor zijn rekening dient te nemen.

Volledige uitspraak


Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummers: FA RK 24-7595 (scheiding) en FA RK 25-2179 (verdeling)

Zaaknummers: C/09/674531 (scheiding) en C/09/682329 (verdeling)

Datum beschikking: 8 januari 2026

Echtscheiding met nevenvoorzieningen

Beschikking op het op 23 oktober 2024 ingekomen verzoek van:

[de vrouw] ,

de vrouw,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. C.M. Suurmeijer te Utrecht.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man] ,

de man,

volgens de Basisregistratie Personen vanaf 26 september 2025 zonder bekende woon- en/of verblijfplaats binnen of buiten Nederland,

advocaat: voorheen mr. S. el Yaakoubi te Amsterdam en mr. D.E. van Oeveren te Amsterdam, nu mr. W.D. van Doorn te Amsterdam.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift;

- het F9-formulier van 15 november 2024 van de advocaat van de vrouw, met bijlage;

- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek;

- het verweer tegen het zelfstandig verzoek;

- het F9-formulier van 25 november 2025 van de advocaat van de vrouw, met bijlagen.

Op 27 november 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat en tolk H. Abdulla;

- de advocaat van de man.

De man is niet persoonlijk op de zitting verschenen, maar heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn advocaat.

Feiten

- Partijen zijn met elkaar gehuwd op [dag] 2015 te [plaats] , Filipijnen.

- In de huwelijksakte is opgenomen dat de man de Egyptische nationaliteit had en de vrouw de Filipijnse nationaliteit.

- In de Basisregistratie Personen (BRP) is opgenomen dat de man en de vrouw de Nederlandse nationaliteit hebben.

Verzoek en verweer

Het verzoek van de vrouw strekt tot echtscheiding met nevenvoorzieningen tot:

- bepaling dat de vrouw het huurrecht van de echtelijke woning aan de [adres] zal voortzetten;

- veroordeling van partijen om met elkaar over te gaan tot verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap;

een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.

De man heeft verweer gevoerd, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Bovendien heeft de man zelfstandig verzocht om de echtscheiding uit te spreken met nevenvoorzieningen tot:

- toekenning van het huurrecht van de (voormalige) echtelijke woning aan de [adres] , aan de man;

- vaststelling van de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap van partijen zoals door de man is beschreven en verzocht;

- kosten rechtens;

een en ander uitvoerbaar bij voorraad.

De vrouw heeft zich ten aanzien van verzoeken van de man in de punten 21 tot en met 24 van het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De vrouw heeft voor het overige verweer gevoerd, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Bovendien heeft de vrouw zelfstandig verzocht:

- de man te bevelen volledige inzage te verschaffen in de bestemming van de geleende gelden;

- primair te bepalen dat de man volledig draagplichtig is voor de schulden genoemd in de punten 7, 8 en 9 van het verweerschrift op zelfstandig verzoek;

- subsidiair te bepalen dat de aangekochte appartementen verkocht worden en de opbrengst wordt aangewend voor de aflossing van de door de man ontstane schulden genoemd in de punten 7, 8 en 9 van het verweerschrift op zelfstandig verzoek;

- meer subsidiair te bepalen dat de aangekochte appartementen in de gemeenschap vallen en bij helfte moeten worden verdeeld;

- kosten rechtens.

Beoordeling

Echtscheiding

Rechtsmacht en toepasselijk recht

De vrouw stelt dat de vrouw de Filipijnse en Nederlandse nationaliteit heeft en dat de man de Egyptische en Nederlandse nationaliteit heeft. Dat beide echtgenoten de Nederlandse nationaliteit hebben is ook uit de BRP af te leiden. De rechtbank gaat daar daarom van uit. Nu beide echtgenoten de Nederlandse nationaliteit hebben, komt de Nederlandse rechter met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding rechtsmacht toe. Op grond van artikel 10:56 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding van toepassing.

Inhoudelijke beoordeling

De vrouw heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De man heeft dit erkend, zodat het verzoek tot echtscheiding als op de wet gegrond kan worden toegewezen.

Huurrecht echtelijke woning

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Nu de echtelijke woning in Nederland is gelegen, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe met betrekking tot de verzoeken tot toekenning van het huurrecht van de echtelijke woning en worden deze verzoeken volgens Nederlands internationaal privaatrecht door Nederlands recht beheerst.

Standpunt vrouw

De vrouw heeft verzocht om toekenning van het huurrecht van de echtelijke woning. Zij heeft aangegeven dat zij financieel in staat is om de huurlasten van de woning te dragen. Ook is het werk van de vrouw in de buurt van de woning. Verder heeft de vrouw aangevoerd dat de man naar Egypte is vertrokken en hij daarom geen belang meer heeft bij het huurrecht van de echtelijke woning.

Standpunt man

De man heeft eveneens verzocht om het huurrecht van de echtelijke woning. Hij heeft gesteld dat hij in Nederland woont en fulltime werkt. Bovendien heeft de man geen familieleden in Nederland waar hij kan verblijven. De vrouw heeft wel vrienden die in Nederland wonen, waar zij zou kunnen verblijven. Gelet hierop heeft de man een groter belang bij het huurrecht van de woning.

Overwegingen rechtbank

De rechtbank overweegt als volgt. De vrouw verblijft op dit moment in de echtelijke woning. Zij heeft onderbouwd gesteld dat de man naar Egypte is vertrokken en daar nu leeft. De rechtbank is daarom van oordeel dat de vrouw een groter belang heeft dan de man bij het huurrecht van de echtelijke woning. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw dan ook toewijzen en het verzoek van de man afwijzen.

Verdeling huwelijksgemeenschap

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Nu de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding, heeft hij tevens rechtsmacht ten aanzien van het verzochte met betrekking tot het huwelijksvermogensstelsel van partijen (artikel 5, eerste lid, Verordening huwelijksvermogensstelsels).

Niet gebleken is dat de echtgenoten vóór het huwelijk het op hun huwelijksvermogensregime toepasselijke recht hebben aangewezen. Nu de echtgenoten ten tijde van de huwelijkssluiting geen gemeenschappelijke nationaliteit hadden in de zin van artikel 15 van het Haags Huwelijksvermogensverdrag van 14 maart 1978, Trb. 1988, 130, en zij hun eerste gewone verblijfplaats na het huwelijk niet op het grondgebied van dezelfde staat vestigden, wordt krachtens artikel 4, derde lid, van genoemd verdrag hun huwelijksvermogensregime beheerst door het recht van de staat waarmee het, alle omstandigheden in aanmerking genomen, het nauwst verbonden is.

Beide partijen zijn van mening dat op grond van artikel 4, derde lid, van genoemd verdrag het huwelijksgoederenregime beheerst wordt door Nederlands recht. De rechtbank volgt partijen hierin. Uit de BRP blijkt dat de man van september 2015 tot september 2025 in Nederland heeft verbleven en dat de vrouw sinds augustus 2016 in Nederland verblijft. Partijen hebben daarnaast inmiddels de Nederlandse nationaliteit. De conclusie is dan ook dat het huwelijksvermogensregime van partijen het nauwst verbonden is met Nederland. Dit brengt mee dat Nederlands recht van toepassing is op het huwelijksvermogensregime van partijen.

Inhoudelijke beoordeling

Partijen zijn op [dag] 2015 met elkaar gehuwd. Niet gesteld of gebleken is dat partijen huwelijkse voorwaarden hebben gemaakt. Gelet op het bepaalde in de artikelen 1:93 en 1:94 BW – zoals deze artikelen golden tot 1 januari 2018 – moet worden aangenomen dat tussen de echtgenoten een algehele gemeenschap van goederen bestaat. Het uitgangspunt is dan dat de (door indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding) ontbonden huwelijksgemeenschap (op grond van artikel 1:100 BW) bij helfte tussen de echtgenoten moet worden verdeeld.

Peildatum

Voor de omvang en samenstelling van de ontbonden gemeenschap geldt als peildatum 23 oktober 2024, zijnde de datum van indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding. Voor de bepaling van de waarde van de te verdelen goederen geldt – voor zover de man en de vrouw niet anders overeenkomen dan wel de eisen van redelijkheid en billijkheid met zich meebrengen – de datum van feitelijke verdeling. De rechtbank zal, zoals te doen gebruikelijk bij bankrekeningen en nu partijen niet anders zijn overeengekomen, als peildatum hanteren de datum van indiening van het verzoekschrift, te weten 23 oktober 2024.

Omvang

De man en de vrouw hebben de volgende vermogensbestanddelen ter beoordeling aangedragen:

    vier appartementen in Egypte;

    lening bij DUO;

    lening bij Mijnkredietregistratie.nl/Directa;

    schuld bij de Belastingdienst;

    persoonlijke eigendommen;

    de inboedel van de huurwoning;

    de bankrekeningen;

1. bankrekening eindigend op [nummer] op naam van de man;

2. bankrekening(en) op naam van de vrouw;

de auto van het merk Toyota Corolla met kenteken [kenteken] .

Ad a, b, c, en d. de appartementen in Egypte, lening bij DUO, lening bij Mijnkredietregistratie.nl/Directa, schuld bij de Belastingdienst

De vrouw heeft gesteld dat de man in Egypte vier appartementen heeft gekocht. Op de zitting heeft de vrouw naar voren gebracht dat zij zich wil beperken tot het bestaan van één appartement. Volgens de vrouw verhuurt de man dit appartement en geniet hij daar inkomsten uit. Ook heeft de vrouw aangegeven dat de gelden van de leningen die tot de gemeenschap behoren niet besteed zijn in het huishouden en de vrouw de gelden niet ter beschikking heeft gehad. Verder heeft de vrouw aangevoerd dat de draagplicht voor de leningen en de schuld niet op haar dient te rusten, omdat de man deze gelden heeft gebruikt voor de aanschaf van het appartement in Egypte, terwijl hij dat appartement heeft verzwegen met de bedoeling deze buiten de verdeling te houden. De vrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de man zijn aandeel in het appartement daarom heeft verbeurd op grond van artikel 3:194, tweede lid, BW.

De man heeft betwist dat hij in Egypte een appartement heeft gekocht en hij hier huurinkomsten uit ontvangt. Ook heeft de man betwist dat de gelden van de leningen niet zijn besteed in het huishouden en de vrouw deze gelden niet (indirect) ter beschikking heeft gehad. De man heeft verzocht te bepalen dat partijen ieder voor de helft draagplichtig zijn voor de leningen en de schuld.

De rechtbank overweegt als volgt. De vrouw heeft ter onderbouwing van haar stelling dat partijen eigenaar zijn van een appartement in Egypte foto’s en WhatsApp-berichten overgelegd. Uit die WhatsApp-wisseling tussen de man en de vrouw blijkt dat er recent nog inkomen is gegenereerd vanuit een appartement in Egypte. Uit die omstandigheid kan worden afgeleid dat partijen inderdaad eigenaar zijn van een appartement in Egypte. De man heeft geen andere geloofwaardige verklaring gegeven voor de inhoud van de WhatsApp berichten. De rechtbank is van oordeel dat de man de eigendom van het appartement aldus onvoldoende gemotiveerd heeft weersproken, waarmee in deze procedure van het eigenaarschap moet worden uitgegaan.

De vrouw heeft voorts een advertentie overgelegd van een appartement dat vergelijkbaar is met het door de man aangekochte appartement. Hieruit blijkt volgens de vrouw dat de waarde van het appartement tussen de tien en elf miljoen Egyptische ponden bedraagt, wat gelijk staat aan € 198.733,-. De gestelde waarde is door de man niet weersproken. De rechtbank gaat daarom uit van die waarde.

Omdat de man het appartement in deze procedure verzwegen, verbeurt hij in beginsel zijn aandeel in het appartement aan de vrouw op grond van artikel 3:194, tweede lid, BW. Op de zitting heeft de vrouw toegelicht dat zij de aan haar toekomende waarde van het appartement wenst te verrekenen, door toedeling van dat appartement aan de man onder de verplichting van de man om alle schulden die tot de gemeenschap behoren voor zijn rekening te nemen.

De rechtbank overweegt dat schulden niet voor verdeling in aanmerking komen, omdat een schuld geen goed is zoals bedoeld in artikel 3:182 BW. Gelet op artikel 1:100, tweede lid, BW geldt in de onderlinge verhouding tussen partijen dat, voor zover bij de ontbinding van de gemeenschap de goederen van de gemeenschap niet toereikend zijn om de schulden van de gemeenschap te voldoen, deze schulden door beide partijen voor een gelijk deel worden gedragen. Dit kan anders zijn als dat schriftelijk is overeengekomen of als uit de eisen van de redelijkheid en billijkheid – mede in verband met de aard van de schulden – een andere draagplicht voortvloeit. Verder is het niet mogelijk om wijzigingen aan te brengen in de aansprakelijkheid van beide (ex-)echtgenoten tegenover schuldeisers zoals dat is geregeld in artikel 1:102 BW.

In het voorgaande, de hoogte van de schulden en de waarde van het appartement in Egypte, ziet de rechtbank aanleiding om te beslissen zoals door de vrouw verzocht en het appartement dus aan de man toe te delen en op grond van de redelijkheid en billijkheid een afwijkende draagplicht tussen partijen vast te stellen voor de huwelijkse schulden in die zin dat de man alle huwelijkse schulden (bij DUO, Mijnkredietregistratie.nl/Directa en de Belastingdienst) voor zijn rekening dient te nemen. De rechtbank gaat ervan uit dat geen van partijen aldus wordt over- of onderbedeeld.

De rechtbank merkt nog het volgende op. Partijen blijven beiden hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden. Als de vrouw wordt aangesproken door een schuldeiser heeft de vrouw op grond van artikel 6:10 BW een regresrecht op de man.

Ad e. de persoonlijke eigendommen

Partijen zijn het erover eens dat er geen persoonlijke eigendommen meer te verdelen zijn, zodat daarover niet hoeft te worden beslist.

Ad f. de inboedel

Partijen zijn het erover eens dat de inboedel, althans de waarde daarvan, tussen partijen bij helfte wordt gedeeld. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen.

Ad g. de bankrekeningen

Partijen zijn het erover eens dat de saldi van de bankrekeningen op de peildatum bij helfte moeten worden gedeeld. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen.

Ad h. de auto

Partijen zijn het erover eens dat de auto aan de man wordt toegedeeld. Nu de waarde van de auto nagenoeg nihil is, zal de rechtbank bepalen dat de auto zonder nadere verrekening aan de man wordt toegedeeld.

Proceskosten

Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, ziet de rechtbank aanleiding om te bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

Beslissing

De rechtbank:

spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [dag] 2015 te [plaats] , Filipijnen;

bepaalt dat de vrouw met ingang van de dag van inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand de huurster zal zijn van de woonruimte aan de [adres] ;

stelt de verdeling van de algehele gemeenschap van goederen als volgt vast, onder de voorwaarde van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand:

aan de man wordt toegedeeld:

1. het appartement in Egypte, onder de verplichting van de man om alle huwelijkse schulden voor zijn rekening te nemen;

2. de helft van de inboedel, althans de waarde daarvan, van de echtelijke woning;

3. de helft van het saldo op de peildatum (23 oktober 2024) van de bankrekening eindigend op [nummer] op naam van de man;

4. de helft van de saldi op de peildatum (23 oktober 2024) van de bankrekeningen op naam van de vrouw;

5. de auto van het merk Toyota Corolla met kenteken [kenteken] , zonder nadere verrekening;

aan de vrouw wordt toegedeeld:

1. de helft van de inboedel, althans de waarde daarvan, van de echtelijke woning;

2. de helft van het saldo op de peildatum (23 oktober 2024) van de bankrekening eindigend op [nummer] op naam van de man;

3. de helft van de saldi op de peildatum (23 oktober 2024) van de bankrekeningen op naam van de vrouw;

bepaalt dat, in afwijking van de wettelijke uitgangspunten, de man de volgende schulden als eigen schuld voor zijn rekening dient te nemen:

1. de schuld bij DUO;

2. de schuld bij Mijnkredietregistratie.nl/Directa;

3. de schuld bij de Belastingdienst;

verklaart deze beschikking – met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding – uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, rechter, in tegenwoordigheid van mr. E.X.R. Yi als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 8 januari 2026.



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733