Gerechtshof 's-Hertogenbosch 12-02-2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:307

Essentie (gemaakt door AI)

Hoger beroep waarin het vonnis is vernietigd en verdachte wordt vrijgesproken van feit 1 (medeplegen/uitlokking/medeplichtigheid valselijk opmaken notariële akten) wegens ontbreken van voldoende nauwe en bewuste samenwerking met de notaris. Feit 2 primair is bewezen: verdachte gebruikt opzettelijk een vals testament van haar wilsonbekwame moeder bij de afwikkeling van de nalatenschap en voor een verklaring van erfrecht. Deskundigenrapport over wils(on)bekwaamheid wordt betrouwbaar geacht; verzoek om contra‑expertise wordt af

Datum publicatie12-02-2026
Zaaknummer20-001860-22
ProcedureHoger beroep
Zittingsplaats's-Hertogenbosch
RechtsgebiedenStrafrecht
TrefwoordenTuchtrecht / aansprakelijkheid; Tuchtrecht/aansprakelijkheid notaris;
Erfrecht; Wilsonbekwaamheid erflater
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

Opzettelijk gebruik maken van een akte als bedoeld in artikel 227, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht als ware de inhoud in overeenstemming met de waarheid. Veroordeling tot 6 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf.

Volledige uitspraak


Parketnummer : 20-001860-22

Uitspraak : 12 februari 2026

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 29 juli 2022, in de strafzaak met parketnummer 03-702630-18 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1965,

wonende te [adres 1] .

Hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en voorts, ten aanzien van het beslag, de drie authentieke akten ex artikel 356 van het Wetboek van Strafvordering geheel vals zal verklaren dan wel dat het hof op die akten de delen zal aangeven die vals zijn.

Namens de verdachte is integrale vrijspraak bepleit. Subsidiair is bepleit dat ten aanzien van de verdachte artikel 9a Sr wordt toegepast dan wel dat geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd, omdat in hoger beroep de tenlastelegging – en aldus de grondslag van het onderzoek – is gewijzigd.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep – tenlastegelegd dat:

1.
zij in of omstreeks de periode van 15 december 2015 tot en met 13 juni 2016 in de gemeente Maastricht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, een of meer authentieke akte(n), te weten:

- een testament op naam van mevrouw [betrokkene 1] , gedateerd 13 juni 2016 en/of

- een algehele volmacht op naam van mevrouw [betrokkene 1] , gedateerd 13 juni 2016 en/of

- een levenstestament op naam ven mevrouw [betrokkene 1] , gedateerd 13 juni 2016,

zijnde telkens (een) authentieke akte(n) die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen,

valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of doen opmaken en/of laten opmaken, zulks met het oogmerk om die akte(n) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken, als ware haar/hun opgave(s) in overeenstemming met de waarheid,

en bestaande die valsheid hierin dat zij, verdachte, en/of haar mededader(s) in het testament en de algehele volmacht voornoemd, heeft/hebben opgenomen dan wel laten opnemen dat:

(onder het kopje “Herroeping” in het testament) [betrokkene 1] verklaart alle vroeger door haar gemaakte uiterste wilsbeschikkingen te herroepen, terwijl op geen enkel moment de (laatste) wilsbepaling van mevrouw [betrokkene 1] onafhankelijk en deugdelijk is vastgesteld en/of

[betrokkene 1] wenste dat [verdachte] als (enig) erfgenaam en/of gevolmachtigde werd aangewezen, terwijl op geen enkel moment de (laatste) wilsbepaling van mevrouw [betrokkene 1] onafhankelijk en deugdelijk is vastgesteld en/of

(in de aanhef van genoemde akte(n)), dat mevrouw [betrokkene 1] woonachtig was op [adres 2] , terwijl zij blijkens de gegevens uit de Gemeentelijke Basisadministratie sinds 23 mei 2016 was ingeschreven op het adres [adres 3] ( [verpleeghuis] ) en/of

(onder het kopje "Geen tolk/vertaling") van genoemde akte(n) dat mevrouw [betrokkene 1] de Nederlandse taal voldoende verstaat, terwijl zij, verdachte en/of haar mededader(s) wist/wisten dat mevrouw [betrokkene 1] de Nederlandse taal niet (voldoende) beheerste en/of

(bij de afsluiting in de algehele volmacht) comparante [betrokkene 1] tijdig voor het verlijden van de algehele volmacht een ontwerpakte heeft ontvangen en van de inhoud daarvan heeft kennisgenomen, terwijl van toezending van zodanige ontwerpakte van de algehele volmacht in het geheel geen sprake is geweest en terwijl deze passage dus in strijd met de waarheid en werkelijkheid was en/of

bestaande die valsheid hierin dat zij, verdachte, en/of haar mededader(s) in het levenstestament voornoemd, heeft/hebben opgenomen dan wel laten opnemen dat:

[betrokkene 1] wenste dat [verdachte] als algemeen gevolmachtigde (inclusief medische aangelegenheden) werd aangewezen en voor het geval [verdachte] geen gebruik kan of wil maken van haar volmacht, de heer [betrokkene 2] werd aangewezen tot algemeen gevolmachtigde (inclusief medische aangelegenheden), terwijl op geen enkel moment de (laatste) wilsbepaling van mevrouw [betrokkene 1] onafhankelijk en deugdelijk is vastgesteld en/of

(onder het kopje "doel van dit levenstestament") dat mevrouw [betrokkene 1] de maatregelen genoemd in het levenstestament treft om te voorkomen dat over haar goederen beschermingsbewind of ten behoeve van haar persoon mentorschap wordt ingesteld, terwijl zij op 13 juni 2016 reeds onder bewindvoering en mentorschap was geplaatst en/of

(onder het kopje "Woning") dat mevrouw [betrokkene 1] zo lang mogelijk thuis wilde blijven wonen, zulks terwijl zij op 13 juni 2016 reeds woonachtig was in het verpleeghuis [verpleeghuis] , en/of

(onder het kopje "medische aangelegenheden) dat de volmacht ook geldt voor "beslissingen over plaatsing in. Medische en/of verzorginstellingen", zulks terwijl zij op 13 juni 2016 reeds woonachtig was in het verpleeghuis [verpleeghuis] en/of

(in de aanhef van genoemde akte(n)), dat mevrouw [betrokkene 1] woonachtig was op [adres 2] , terwijl zij blijkens de gegevens uit de Gemeentelijke Basisadministratie sinds 23 mei 2016 was ingeschreven op het adres [adres 3] ( [verpleeghuis] ) en/of

(onder het kopje "Geen tolk/vertaling") van genoemde akte(n) dat mevrouw [betrokkene 1] de Nederlandse taal voldoende verstaat, terwijl zij, verdachte en/of haar mededader(s) wist(en) dat mevrouw [betrokkene 1] de Nederlandse taal niet voldoende beheerste;

subsidiair, althans indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[notaris 1] in of omstreeks de periode van 15 december 2015 tot en met 13 juni 2016 in de gemeente Maastricht, althans in Nederland, een of meer authentieke akte(n), te weten:

- een testament op naam van mevrouw [betrokkene 1] , gedateerd 13 juni 2016 en/of

- een algehele volmacht op naam van mevrouw [betrokkene 1] , gedateerd 13juni 2016 en/of

- een levenstestament op naam van mevrouw [betrokkene 1] , gedateerd 13 juni 2016,

zijnde telkens (een) authentieke akte(n) die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen,

valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken en/of laten opmaken, zulks met het oogmerk om die akte(n) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken, als ware zijn/hun opgave(s) in overeenstemming met de waarheid, en bestaande die valsheid hierin dat hij, [notaris 1] . in het testament en de algehele volmacht voornoemd,

heeft opgenomen dan wel laten opnemen dat:

(onder het kopje “Herroeping” in het testament) [betrokkene 1] verklaart alle vroeger door haar gemaakte uiterste wilsbeschikkingen te herroepen, terwijl op geen enkel moment de (laatste) wilsbepaling van mevrouw [betrokkene 1] onafhankelijk en deugdelijk is vastgesteld en/of

[betrokkene 1] wenste dat [verdachte] als (enig) erfgenaam en/of gevolmachtigde werd aangewezen, terwijl op geen enkel moment de (laatste) wilsbepaling van mevrouw [betrokkene 1] onafhankelijk en deugdelijk is vastgesteld en/of

(in de aanhef van genoemde akte(n)) dat mevrouw [betrokkene 1] woonachtig was op [adres 2] , terwijl zij blijkens de gegevens uit de Gemeentelijke Basisadministratie sinds 23 mei 2016 was ingeschreven op het adres [adres 3] ( [verpleeghuis] ) en/of

(onder het kopje “Geen tolk/vertaling”) van genoemde akte(n) dat mevrouw [betrokkene 1] de Nederlandse taal voldoende verstaat, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist/wisten dat mevrouw [betrokkene 1] de Nederlandse taal niet (voldoende) beheerste en/of

(bij de afsluiting in de algehele volmacht) comparante [betrokkene 1] tijdig voor het verlijden van de algehele volmacht een ontwerpakte heeft ontvangen en van de inhoud daarvan heeft kennisgenomen, terwijl van toezending van zodanige ontwerpakte van de algehele volmacht in het geheel geen sprake is geweest en terwijl deze passage dus in strijd met de waarheid en werkelijkheid was en/of

bestaande die valsheid hierin dat hij, [notaris 1] , in het levenstestament voornoemd, heeft opgenomen dan wel laten opnemen dat:

[betrokkene 1] wenste dat [verdachte] als algemeen gevolmachtigde (inclusief medische aangelegenheden) werd aangewezen en voor het geval [verdachte] geen gebruik kan of wil maken van haar volmacht, de heer [betrokkene 2] werd aangewezen tot algemeen gevolmachtigde (inclusief medische aangelegenheden), terwijl op geen enkel moment de (laatste) wilsbepaling van mevrouw [betrokkene 1] onafhankelijk en deugdelijk is vastgesteld en/of

(onder het kopje ‘doel van dit levenstestament’) dat mevrouw [betrokkene 1] de maatregelen genoemd in het levenstestament treft om te voorkomen dat over haar goederen beschermingsbewind of ten behoeve van haar persoon mentorschap wordt ingesteld. terwijl zij op 13 juni 2016 reeds onder bewindvoering en mentorschap was geplaatst, en/of

(onder het kopje “Woning”) dat mevrouw [betrokkene 1] zo lang mogelijk thuis wilde blijven wonen, zulks terwijl zij op 13juni 2016 reeds woonachtig was in het verpleeghuis [verpleeghuis] en/of

(onder het kopje “medische aangelegenheden”) dat de volmacht ook geldt voor “beslissingen over plaatsing in en overplaatsing van en naar medische en/of verzorginstellingen”, zulks terwijl zij op 13 juni 2016 reeds woonachtig was in het verpleeghuis [verpleeghuis] en/of

(in de aanhef van genoemde akte(n)). dat mevrouw [betrokkene 1] woonachtig was op [adres 2] , terwijl zij blijkens de gegevens uit de Gemeentelijke Basisadministratie sinds 23 mei 2016 was ingeschreven op het adres [adres 3] ( [verpleeghuis] ) en/of

(onder het kopje “Geen tolk/vertaling’) van genoemde akte(n) dat mevrouw [betrokkene 1] de Nederlandse taal voldoende verstaat, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) dat mevrouw [betrokkene 1] de Nederlandse taal niet voldoende beheerste;

welk bovenomschreven strafbaar feit zij, verdachte, in of omstreeks de periode van 15 december 2015 tot en met 13 juni 2016 in de gemeente Maastricht. althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, opzettelijk heeft uitgelokt door misleiding en/of door het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen, door tezamen en in vereniging met haar mededader(s), althans alleen, die [notaris 1] te benaderen met het oog op het (valselijk) opmaken van die bedoelde authentieke akte(n) en/of die [notaris 1] daarbij/daartoe bovenbedoelde valse inlichtingen te verschaffen/verstrekken en/of die [betrokkene 1] te vergezellen bij het bezoek aan [notaris 1] op 13 juni 2016 terwijl op geen enkel moment de (laatste) wilsbepaling van mevrouw [betrokkene 1] onafhankelijk en deugdelijk is vastgesteld en/of terwijl mevrouw [betrokkene 1] de Nederlandse taal niet (voldoende) beheerste;

meer subsidiair, althans indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[notaris 1] in of omstreeks de periode van 15 december 2015 tot en met 13 juni 2016 in de gemeente Maastricht, althans in Nederland een of meer authentieke akte(n), te weten:

- een testament op naam van mevrouw [betrokkene 1] , gedateerd 13juni 2016 en/of

- een algehele volmacht op naam van mevrouw [betrokkene 1] gedateerd 13 juni 2016 en/of

- een levenstestament op naam van mevrouw [betrokkene 1] , gedateerd 13 juni 2016,

zijnde telkens (een) authentieke akte(n) die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen,

valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken en/of laten opmaken, zulks met het oogmerk om die akte(n) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken, als ware zijn/hun opgave(s) in overeenstemming met de waarheid,

en bestaande die valsheid hierin dat hij, [notaris 1] , in het testament en de algehele volmacht voornoemd, heeft opgenomen dan wel laten opnemen dat:

(onder het kopje “Herroeping” in het testament) [betrokkene 1] verklaart alle vroeger door haar gemaakte uiterste wilsbeschikkingen te herroepen, terwijl op geen enkel moment de (laatste) wilsbepaling van mevrouw [betrokkene 1] onafhankelijk en deugdelijk is vastgesteld en/of

[betrokkene 1] wenste dat [verdachte] als (enig) erfgenaam en/of gevolmachtigde werd aangewezen, terwijl op geen enkel moment de (laatste) wilsbepaling van mevrouw [betrokkene 1] onafhankelijk en deugdelijk is vastgesteld en/of

(in de aanhef van genoemde akte(n)) dat mevrouw [betrokkene 1] woonachtig was op [adres 2] . terwijl zij blijkens de gegevens uit de Gemeentelijke Basisadministratie sinds 23 mei 2016 was ingeschreven op het adres [adres 3] ( [verpleeghuis] ) en/of

(onder het kopje ‘Geen tolk/vertaling’) van genoemde akte(n) dat mevrouw [betrokkene 1] de Nederlandse taal voldoende verstaat, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist/wisten dat mevrouw [betrokkene 1] de Nederlandse taal niet (voldoende) beheerste en/of

(bij de afsluiting in de algehele volmacht) comparante [betrokkene 1] tijdig voor het verlijden van de algehele volmacht een ontwerpakte heeft ontvangen en van de inhoud daarvan heeft kennisgenomen, terwijl van toezending van zodanige ontwerpakte van de algehele volmacht in het geheel geen sprake is geweest en terwijl deze passage dus in strijd met de waarheid en werkelijkheid was en/of

bestaande die valsheid hierin dat hij, [notaris 1] , in het levenstestament voornoemd, heeft opgenomen dan wel laten opnemen dat:

[betrokkene 1] wenste dat [verdachte] als algemeen gevolmachtigde (inclusief medische aangelegenheden) werd aangewezen en voor het geval [verdachte] geen gebruik kan of wil maken van haar volmacht, de heer [betrokkene 2] werd aangewezen tot algemeen gevolmachtigde (inclusief medische aangelegenheden), terwijl op geen enkel moment de (laatste) wilsbepaling van mevrouw [betrokkene 1] onafhankelijk en

deugdelijk is vastgesteld en/of

(onder het kopje “doel van dit levenstestament”) dat mevrouw [betrokkene 1] de maatregelen genoemd in het levenstestament treft om te voorkomen dat over haar goederen beschermingsbewind of ten behoeve van haar persoon mentorschap wordt ingesteld, terwijl zij op 13 juni 2016 reeds onder bewindvoering en mentorschap was geplaatst, en/of

(onder het kopje “Woning’) dat mevrouw [betrokkene 1] zo lang mogelijk thuis wilde blijven wonen, zulks terwijl zij op 13 juni 2016 reeds woonachtig was in het verpleeghuis [verpleeghuis] , en/of

(onder het kopje ‘medische aangelegenheden”) dat de volmacht ook geldt voor “beslissingen over plaatsing in en overplaatsing van en naar medische en/of verzorginstellingen”, zulks terwijl zij op 13 juni 2016 reeds woonachtig was in het verpleeghuis [verpleeghuis] en/of

(in de aanhef van genoemde akte(n)), dat mevrouw [betrokkene 1] woonachtig was op [adres 2] , terwijl zij blijkens de gegevens uit de Gemeentelijke Basisadministratie sinds 23 mei 2016 was ingeschreven op het adres [adres 3] ( [verpleeghuis] ) en/of

(onder het kopje ‘Geen tolk/vertaling”) van genoemde akte(n) dat mevrouw [betrokkene 1] de Nederlandse taal voldoende verstaat, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) dat mevrouw [betrokkene 1] de Nederlandse taal niet voldoende beheerste

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf zij, verdachte, in of omstreeks de periode van 15 december 2015 tot en met 13 juni 2016 in de gemeente Maastricht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen. opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door tezamen en in vereniging met haar mededader(s). althans alleen, die [notaris 1] te benaderen met het oog op het (valselijk) opmaken van die bedoelde authentieke akte(n) en/of die [notaris 1] daarbij/daartoe bovenbedoelde valse inlichtingen te verschaffen/verstrekken en/of die [betrokkene 1] te vergezellen bij het bezoek aan [notaris 1] op 13 juni 2016 terwijl op geen enkel moment de (laatste) wilsbepaling van mevrouw [betrokkene 1] onafhankelijk en deugdelijk is vastgesteld en/of terwijl mevrouw [betrokkene 1] de Nederlandse taal niet (voldoende) beheerste;

2.

zij in of omstreeks de periode van 13 juni 2016 tot en met heden, althans 29 juni 2017, in de gemeente Maastricht, althans in Nederland en/of Frankrijk, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een of meer authentieke akte(n), waarin valse opgave is gedaan aangaande een feit van welks waarheid de akte(n) moet(en) doen blijken, te weten

  • een testament op naam van mevrouw [betrokkene 1] , gedateerd 13 juni 2016 en gepasseerd door mr. [notaris 1] , notaris te Maastricht en/of

  • een levenstestament op naam van mevrouw [betrokkene 1] , gedateerd 13 juni 2016 en gepasseerd door mr. [notaris 1] , notaris te Maastricht en/of

  • een algehele volmacht op naam van mevrouw [betrokkene 1] , gedateerd 13 juni 2016 en gepasseerd door mr. [notaris 1] , notaris te Maastricht

als ware de inhoud in overeenstemming met de waarheid, bestaande dat gebruik maken hierin dat zij voornoemde akte(n) heeft ingebracht als bewijsstuk(ken) voor het handelen bij algemene volmacht (inclusief medische aangelegenheden) en/of in de afhandeling van de nalatenschap van mevrouw [betrokkene 1] , en/of in de afhandeling van de nalatenschap van mevrouw [betrokkene 1] en/of op basis van het testament een verklaring van erfrecht heeft laten opstellen

en bestaande die valse opgave hierin dat

I.H. wenste dat [verdachte] als (enig) erfgenaam en/of gevolmachtigde werd aangewezen,

terwijl op geen enkel moment de (laatste) wilsbepaling van mevrouw [betrokkene 1]

onafhankelijk en deugdelijk is vastgesteld en/of

(in de aanhef van genoemde akte(n)), dat mevrouw [betrokkene 1] woonachtig was op [adres 2]

, terwijl zij blijkend de gegevens uit de

Gemeentelijke Basisadministratie sinds 23 mei 2016 was ingeschreven op het adres [adres 3] ( [verpleeghuis] ) en/of

(onder het kopje "Geen tolk/vertaling") van genoemde akte(n) dat mevrouw [betrokkene 1]

de Nederlandse taal voldoende verstaat, terwijl zij, verdachte wist dat mevrouw

[betrokkene 1] de Nederlandse taal niet (voldoende) beheerste en/of

bestaande die valsheid hierin dat zij, verdachte het levenstestament voornoemd, heeft opgenomen dan wel laten opnemen dat:

[betrokkene 1] wenste dat [verdachte] als algemeen gevolmachtigde (inclusief medische

aangelegenheden) werd aangewezen en voor het geval [verdachte] geen gebruik kan

of wil maken van haar volmacht, de heer [betrokkene 2] werd aangewezen tot

algemeen gevolmachtigde (inclusief medische aangelegenheden), terwijl op geen

enkel moment de (laatste) wilsbepaling van mevrouw [betrokkene 1] onafhankelijk en

deugdelijk is vastgesteld en/of

(onder het kopje "doel van dit levenstestament'') dat mevrouw [betrokkene 1] de

maatregelen genoemd in het levenstestament treft om te voorkomen dat over haar

goederen beschermingsbewind of ten behoeve van haar persoon mentorschap

wordt ingesteld, terwijl zij op 13 juni 2016 reeds onder bewindvoering en

mentorschap was geplaatst

subsidiair, voor zover het onder feit 2 primair ten laste gelegde niet leidt tot een bewezenverklaring:

zij in of omstreeks de periode van 13 juni 2016 tot en met heden in de gemeente Maastricht,

althans in Nederland en/of Frankrijk, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een of meer

valse geschriften, te weten

  • een testament op naam van mevrouw [betrokkene 1] , gedateerd 13 juni 2016 en gepasseerd door mr. [notaris 1] , notaris te Maastricht en/of

  • een levenstestament op naam van mevrouw [betrokkene 1] , gedateerd 13 juni 2016 en gepasseerd door mr. [notaris 1] , notaris te Maastricht en/of

  • een algehele volmacht op naam van mevrouw [betrokkene 1] , gedateerd 13 juni 2016 en

gepasseerd door mr. [notaris 1] , notaris te Maastricht,

als ware de inhoud in overeenstemming met de waarheid, bestaande dat gebruik maken

hierin dat zij voornoemde akte(n) heeft ingebracht als bewijsstuk(ken) voor het handelen bij

algemene volmacht (inclusief medische aangelegenheden) en/of in de afhandeling van de

nalatenschap van mevrouw [betrokkene 1] en/of op basis van het testament een verklaring van

erfrecht heeft laten opstellen,

en bestaande die valsheid hierin dat

[betrokkene 1] wenste dat [verdachte] als (enig) erfgenaam en/of gevolmachtigde werd

aangewezen, terwijl op geen enkel moment de (laatste) wilsbepaling van mevrouw

[betrokkene 1] onafhankelijk en deugdelijk is vastgesteld en/of

(in de aanhef van genoemde akte(n)), dat mevrouw [betrokkene 1] woonachtig was op

[adres 2] , terwijl zij blijkens de gegevens uit

de Gemeentelijke Basisadministratie sinds 23 mei 2016 was ingeschreven op het

adres [adres 3] ( [verpleeghuis] ) en/of

(onder het kopje "Geen tolk/vertaling") van genoemde akte(n) dat mevrouw [betrokkene 1]

de Nederlandse taal voldoende verstaat, terwijl zij, verdachte wist dat mevrouw [betrokkene 1] de Nederlandse taal niet (voldoende) beheerste en/of

bestaande die valsheid hierin dat zij, verdachte in het levenstestament voornoemd, heeft opgenomen dan wel laten opnemen dat:

[betrokkene 1] wenste dat [verdachte] als algemeen gevolmachtigde (inclusief medische

aangelegenheden) werd aangewezen en voor het geval [verdachte] geen gebruik kan

of wil maken van haar volmacht, de heer [betrokkene 2] werd aangewezen tot

algemeen gevolmachtigde (inclusief medische aangelegenheden), terwijl op geen

enkel moment de (laatste) wilsbepaling van mevrouw [betrokkene 1] onafhankelijk en

deugdelijk is vastgesteld en/of

(onder het kopje "doel van dit levenstestament") dat mevrouw [betrokkene 1] de

maatregelen genoemd in het levenstestament treft om te voorkomen dat over haar

goederen beschermingsbewind of ten behoeve van haar persoon mentorschap

wordt ingesteld, terwijl zij op 13 juni 2016 reeds onder bewindvoering en

mentorschap was geplaatst

althans (telkens) opzettelijk die geschriften heeft afgeleverd en/of voorhanden

gehad en/of heeft doen afleveren, terwijl zij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest

vermoeden dat die akte(n) bestemd was/waren voor zodanig gebruik.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 1 primair, 1 subsidiair en 1 meer subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, zodat zij daarvan zal worden vrijgesproken.

Het hof, met de rechtbank, overweegt ten aanzien van het onder 1 primair tenlastegelegde als volgt.

Aan de verdachte wordt onder dit feit verweten zich al dan niet samen met notaris [notaris 1] schuldig te hebben gemaakt aan het valselijk opmaken van een drietal authentieke akten, te weten een testament, een levenstestament en een algehele volmacht op naam van [betrokkene 1] . Een akte is pas een authentieke akte als die door een daartoe bevoegd ambtenaar is opgemaakt, in casu een notaris. Dit brengt met zich dat het in deze zaak voor de verdachte, niet zijnde notaris, niet mogelijk is zelfstandig een drietal authentieke akten valselijk op te maken, maar slechts in samenwerking met notaris [notaris 1] . Er dient aldus sprake te zijn geweest van een samenwerking tussen de verdachte en notaris [notaris 1] die juridisch gezien kan worden gekwalificeerd als medeplegen.

Het hof, met de rechtbank, stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit eerst als medeplegen kan worden bewezenverklaard, indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Ook indien het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering tijdens het begaan van het strafbare feit, maar uit gedragingen die doorgaans met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht (zoals het verstrekken van inlichtingen), kan sprake zijn van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. De materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit zal dan van voldoende gewicht moeten zijn.

Het hof, met de rechtbank, stelt op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting vast dat het initiatief tot het laten opmaken van de drietal akten bij de verdachte heeft gelegen. De input die geleid heeft tot de opgestelde concepten werd geleverd door de verdachte. Op basis van deze informatie heeft notaris [notaris 1] de conceptakten en daarna de definitieve akten opgesteld, zonder dat mevrouw [betrokkene 1] voorafgaand aan het verlijden van de akten de mogelijkheid is geboden om van die inhoud (die haar wil diende te weerspiegelen) kennis te nemen. Op 13 juni 20l6 zijn de akten in het bijzijn van de verdachte en haar echtgenoot met [betrokkene 1] besproken en gepasseerd. De verdachte heeft naar het oordeel van het hof dan ook een initiërende en sturende rol gehad bij de totstandkoming van de notariële akten.

Het hof stelt vast dat met het onherroepelijke veroordelende vonnis van de rechtbank Limburg, d.d. [datum vonnis] in de zaak tegen [notaris 1] , is komen vast te staan dat notaris [notaris 1] de in de tenlastelegging van de onderhavige strafzaak genoemde notariële akten valselijk heeft opgemaakt.

Is er nu sprake van het medeplegen van dit valselijk opmaken? Voor medeplegen is weliswaar niet vereist dat sprake was van een gezamenlijke uitvoering of van het vervullen van eenzelfde rol (die er hier ook niet is, omdat het opmaken van een authentieke akte is voorbehouden aan een notaris), maar de verdachte moet wel opzet hebben gehad op de samenwerking met zijn medepleger. Met andere woorden: medeplegers werken willens en wetens samen bij het verrichten van de delicieuze gedraging. Naar het oordeel van het hof biedt het dossier onvoldoende feiten en omstandigheden waaruit die bewuste samenwerking in dit geval is af te leiden, voorafgaand aan noch na afloop van het opmaken van de akten. Niet kan worden vastgesteld dat sprake was van een gezamenlijk vooropgezet plan, zodat naar het oordeel van het hof het voor medeplegen vereiste bewijs van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking in dit geval ontbreekt.

De verdachte zal dan ook worden vrijgesproken voor het onder 1 primair tenlastegelegde.

Het hof zal de verdachte eveneens vrijspreken van het onder 1 subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde, nu uit het dossier onvoldoende feiten en omstandigheden naar voren komen waaruit zou kunnen volgen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan uitlokking van dan wel medeplichtigheid aan het door de notaris valselijk opmaken van de in de tenlastelegging genoemde akten.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat zij:

in de periode van 13 juni 2016 tot en met heden in Nederland opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een authentieke akte, waarin valse opgave is gedaan aangaande een feit van welks waarheid de akte moet doen blijken, te weten

een testament op naam van mevrouw [betrokkene 1] , gedateerd 13 juni 2016 en gepasseerd door mr. [notaris 1] , notaris te Maastricht, en als ware de inhoud in overeenstemming met de waarheid, bestaande dat gebruik maken hierin dat zij voornoemde akte heeft ingebracht als bewijsstuk voor de afhandeling van de nalatenschap van mevrouw [betrokkene 1] en op basis van het testament een verklaring van erfrecht heeft laten opstellen en bestaande die valse opgave hierin dat [betrokkene 1] wenste dat [verdachte] als (enig) erfgenaam werd aangewezen, terwijl de (laatste) wilsbepaling van mevrouw [betrokkene 1] niet is vastgesteld en (onder het kopje "Geen tolk/vertaling") van genoemde akte dat mevrouw [betrokkene 1] de Nederlandse taal voldoende verstaat, terwijl zij, verdachte, wist dat mevrouw [betrokkene 1] de Nederlandse taal niet (voldoende) beheerste.

Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat zij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

De door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring zijn opgenomen in een bijlage die aan dit arrest is gehecht.

Bewijsoverweging

De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de

feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.

Het hof overweegt, grotendeels conform de door de rechtbank in haar vonnis opgenomen bewijsoverweging, als volgt.

Wetenschap aan de zijde van de verdachte

De eerste vraag die het hof dient te beantwoorden is of de verdachte wist of op zijn minst genomen bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het om valse opgaven in

authentieke akten ging.

Op basis van bovenstaande bewijsmiddelen stelt het hof vast dat de verdachte het

initiatief tot het laten opmaken van de drie akten heeft genomen en dat zij in dat kader

informatie aan notaris [notaris 1] heeft verstrekt. De conceptakten zijn vervolgens niet naar

[betrokkene 1] zelf, maar naar de verdachte gestuurd en het was de verdachte die samen met haar

echtgenoot op 13 juni 2016 aanwezig was bij het bespreken en het passeren van de akten. Uit het dossier blijkt niet dat [betrokkene 1] op enigerlei wijze betrokken is geweest bij het

inschakelen van een notaris en de totstandkoming van de akten. Wat wel blijkt, is dat de

verdachte op de hoogte was van de verslechterende gezondheidstoestand van haar moeder.

De moeder van de verdachte verbleef vanaf 10 november 2015 bij [verpleeghuis] te Maastricht, een verpleegtehuis gespecialiseerd in ouderen met dementie. De verdachte heeft voor haar moeder bewindvoering en mentorschap aangevraagd, omdat haar moeder ten gevolge van haar dementie (duurzaam) niet meer in staat was ten volle haar vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen. Ook was de verdachte op de hoogte van de inhoud van de brieven aan de rechtbank in verband met de procedure tot het aanvragen van bewindvoering en mentorschap van haar echtgenoot als behandelend huisarts en de brief van de locatiemanager van [verpleeghuis] , waaruit blijkt dat [betrokkene 1] de Nederlandse taal niet machtig was, dat haar dementie in januari 2016 zodanig vergevorderd was dat ze niets meer zou kunnen verklaren dat de rechtbank van verdere feiten en inschattingen van dienst kon zijn en dat zij als gevolg van haar medische toestand niet meer in staat was om een zitting bij te wonen of gehoord te worden.

Naar aanleiding van de inhoudelijke behandeling van de zaak op de terechtzittingen van 21 en 22 augustus 2024 heeft het hof door de deskundige [deskundige] een onderzoek laten verrichten naar de wils(on)bekwaamheid van mevrouw [betrokkene 1] . Aan hem is gevraagd om achteraf in termen van waarschijnlijkheid een oordeel te geven over de wilsbekwaamheid van erflaatster ten tijde van het verlijden van de akten (op 13 juni 2016) en daarover aan het hof te rapporteren.

De deskundige is blijkens zijn rapportage d.d. 16 april 2025 op basis van het procesdossier in de onderhavige zaak en dat in de strafzaak tegen verdachte´s partner [betrokkene 2] tot de conclusie gekomen

“dat met een hoge mate van waarschijnlijkheid kan worden gesteld dat mevrouw [betrokkene 1] op 13 juni 2016 niet meer wilsbekwaam was ter zake het nemen van besluiten over haar testament. Zowel de ernst van haar dementie alsook haar psychiatrische co-morbiditeit (met name haar psychotische symptomen) zijn beide op zichzelf al voldoende om aan te nemen dat mevrouw redelijkerwijs geacht moet worden op 13 juni 2016 niet meer wilsbekwaam te zijn geweest ter zake de keuze van haar testament. Omdat beide echter tegelijkertijd op 13 juni 2016 aan de orde waren, kan naar mijn beoordeling over een hoge mate van waarschijnlijkheid worden gesproken.”

De deskundige geeft verder aan dat wanneer de notaris het gesprek op 13 juni 2016 zorgvuldig volgens de hierboven beschreven regels had gevoerd (het hof begrijpt: door middel van het stellen van open vragen, ten minste voor een deel zonder de aanwezigheid van derden) de conclusie geen andere was geweest dan dat mevrouw niet meer wilsbekwaam was ter zake het voorliggende besluit over haar testament.

Hetgeen de deskundige schrijft in verband met het testament geldt, gezien de vraagstelling van het hof en het meermaals door de deskundige gebruiken in de rapportage van het woord ‘akten’, tevens voor de overige op 13 juni 2016 gepasseerde akten, namelijk het levenstestament op naam van [betrokkene 1] en een algehele volmacht voor de verdachte op naam van [betrokkene 1] .

De verdediging heeft ter terechtzitting van 29 januari 2026 het verweer gevoerd dat het rapport van de deskundige [deskundige] niet tot het bewijs mag worden gebezigd, en heeft daartoe – kort samengevat – aangevoerd dat:

  1. de deskundige zijn rapportage heeft aangepast na feedback van zijn partner (een derde die niet door de raadsheer-commissaris werd aangewezen als deskundige);

  2. de deskundige zijn rapportage in een te korte tijdspanne heeft opgesteld om een deugdelijke/volledige analyse van een zeer omvangrijk en complex dossier te (kunnen) maken;

  3. het onvoldoende duidelijke is van welke stukken de deskundige kennis heeft genomen;

  4. de deskundige geen/onvoldoende gebruik heeft gemaakt van bronvermelding, waardoor de rapportage onvoldoende toetsbaar en transparant is;

  5. het onvoldoende duidelijk is van welke methode(n) de deskundige gebruik heeft gemaakt en/of dat er geen (goede) methode bestaat voor een retrospectieve beoordeling van wils(on)bekwaamheid;

  6. de deskundige zeer stellige conclusies trekt, zonder andersluidende verklaringen, observaties en bevindingen die duiden op herstel, vooruitgang en wilsbekwaamheid van mevr. [betrokkene 1] in de periode rondom het verlijden van de akten te noemen en/of te wegen;

  7. de rapportage feitelijke onjuistheden, onvolledigheden of eenzijdige informatie bevat, waaraan vervolgens wel (stellige en verregaande) conclusies worden verbonden;

  8. de deskundige zijn oordeel over de wilsbekwaamheid van mevr. [betrokkene 1] mede heeft gebaseerd op basis van gedragingen en medische observaties die dateren van ná het relevante toets-moment: het verlijden van de akten op 13 juni 2016 en

  9. de deskundige een alternatieve verklaring voor de (snelle) achteruitgang van mevr. [betrokkene 1] eind juni/juli 2016 (lees: haar hartfalen) niet/onvoldoende heeft besproken.

Hetgeen de verdediging ter nadere onderbouwing van voornoemde punten heeft aangevoerd, staat verwoord in de door haar op 29 januari 2026 overgelegde nadere pleitnota, die in het dossier is gevoegd.

De verdediging is van oordeel dat de rapportage van dhr. [deskundige] en zijn verklaring ter terechtzitting niet c.q. onvoldoende betrouwbaar zijn, waardoor deze van het bewijs dienen te worden uitgesloten.

Het hof overweegt omtrent de door de verdediging genoemde punten als volgt.

  1. De deskundige [deskundige] heeft in zijn rapport opgemerkt dat de feedback van zijn partner gericht was op de leesbaarheid en consistentie van het rapport. Het hof heeft geen enkele reden om aan te nemen dat de feedback van de partner heeft geleid tot aanpassing van het rapport op inhoudelijke punten aangaande de aan de deskundige voorgelegde vraag of anderszins de beantwoording van de vraagstelling door de deskundige heeft geregardeerd;

  2. Het hof is van oordeel, dat de inschatting van de tijd die benodigd is om in het onderhavige vakgebied een goed onderbouwde rapportage in een complexe zaak uit te brengen, geheel is voorbehouden aan de rapporteur, die immers deskundig is op dat vakgebied;

  3. Uit het rapport en de nadere toelichting daarop van de deskundige ter terechtzitting van 10 december 2025 blijkt naar het oordeel van het hof voldoende van welke stukken de deskundige kennis heeft genomen;

  4. Uit het rapport en de nadere toelichting daarop van de deskundige ter terechtzitting van 10 december 2025 blijkt naar het oordeel van het hof voldoende van welke bronnen de deskundige gebruik heeft gemaakt; het is het hof bekend dat het gehele procesdossier in de zaken [verdachte] en [verdachte] naar de deskundige is toegezonden.

  5. Weliswaar bestaat er geen gevalideerde juridisch-medische methodiek voor een postume beoordeling van wilsbekwaamheid, maar de deskundige heeft naar het oordeel van het hof ter terechtzitting van 10 december 2025 voldoende duidelijk gemaakt van welke methode/best practice hij gebruik heeft gemaakt en voldoende de wetenschappelijke basis van die best practice van een internationaal expert op het gebied van het retrospectief beoordelen van wilsbekwaamheid aangetoond;

  6. De deskundige heeft naar het oordeel van het hof in zijn rapport en toelichting ter terechtzitting van 10 december 2025 voldoende duidelijk gemaakt welke stukken uit het dossier hij heeft gebruikt en waarom andere stukken, met name verklaringen van bepaalde getuigen die zijn afgelegd ruim na het overlijden van mevrouw [verdachte] niet zijn gebruikt. Het hof heeft geen reden om, gelet op de deskundigheid van de heer [deskundige] , aan zijn onderbouwde keuzes te twijfelen;

  7. Anders dan door de verdediging gesteld, is het hof niet gebleken van feitelijke onjuistheden in het rapport;

  8. Hoewel de deskundige in zijn feitelijke opsomming van de gezondheidstoestand van mevrouw [betrokkene 1] ook gebeurtenissen ná het verlijden van de akten op 13 juni 2016 noemt, blijkt naar het oordeel van het hof uit de overwegingen met betrekking tot de geestelijke gezondheidstoestand en de wilsbekwaamheid niet dat zijn oordeel hieromtrent mede is gebaseerd op die gedragingen en medische observaties die hebben plaatsgevonden na het verlijden van de akten;

  9. Naar het oordeel van het hof heeft de deskundige ter terechtzitting van 10 december 2025 zijn oordeel over het alternatieve scenario van hartfalen als mogelijke verklaring voor de (snelle) achteruitgang van mevrouw [betrokkene 1] eind juni/juli 2016 voldoende toegelicht. Bovendien heeft dit betrekking op de periode van na het verlijden van de akten zodat dit voor de beoordeling van de wilsbekwaamheid ten tijde van het verlijden van de akten niet van belang is.

Door de verdediging is aangevoerd dat er sprake was van herstel van mevrouw [betrokkene 1] in de periode kort voor het verlijden van de akten. Aangevoerd is dat uit diverse verklaringen blijkt dat mevrouw toen goed bij zinnen was en op het moment van verlijden van de akten dan ook wel handelingsbekwaam was. Ter gelegenheid van de zitting van 10 december 2025 heeft de deskundige [deskundige] hierover ter zitting het volgende naar voren gebracht:

“Mevrouw leed aan vasculaire dementie. Dat is een progressieve degeneratieve ziekte, waarbij steeds meer hersenweefsel verloren gaat waardoor steeds meer cognitieve functies uitvallen. Je verliest letterlijk langzaam je verstand.

De advocaat-generaal geeft aan dat hij begrijpt dat dementie een opgaande lijn is in die zin dat het steeds erger wordt. Het proces wordt niet onderbroken.

Dat klopt. Ik zou het een neergaande lijn noemen. Het onderliggende ziekteproces van dementie gaat gewoon door. Dat proces is een afbraak van hersencellen en hersenfuncties. Het is een progressief proces en gaat gewoon door. Het wordt nooit beter, alleen slechter.”

Het hof neemt deze stellingen van de deskundige over en gaat om die reden aan dit verweer voorbij.

Het hof verenigt zich met de conclusie van de deskundige [deskundige] zoals weergegeven in zijn rapportage en maakt die tot de zijne.

Concluderend acht het hof het rapport van de heer [deskundige] , in samenhang bezien met zijn verklaring ter terechtzitting d.d. 10 december 2025, voldoende toetsbaar, transparant en betrouwbaar. Het verweer wordt dan ook verworpen.

Voorwaardelijk verzoek:

De verdediging heeft het voorwaardelijke verzoek gedaan – in het geval dat het hof niet tot de slotsom zou komen dat het rapport en de verklaringen van de deskundige [deskundige] niet voor het bewijs kunnen worden gebezigd – tot het benoemen van een deskundige die – mede ook aan de hand van de verklaringen van personen die mevr. [betrokkene 1] bij leven hebben gezien en gesproken (ook op 13 juni 2016), en met bestudering van álle processtukken, inclusief het rapport van [deskundige] – een rapport opstelt over de vraag óf er (überhaupt) postuum een objectief oordeel kan worden gegeven over de wilsbekwaamheid en zo ja: of dat in deze casus mogelijk zou zijn.

De verdediging acht het – in dat geval – voor de goede beoordeling van deze zaak en voor de volledigheid van het onderzoek noodzakelijk dat de deskundige op basis van álle stukken een rapport opstelt.

Het hof overweegt als volgt.

Het hof acht zich voldoende voorgelicht omtrent de wils(on)bekwaamheid van mevr. [betrokkene 1] ten tijde van het verlijden van de akten op 13 juni 2016. Ook overigens ziet het hof geen aanleiding om een nieuwe deskundige op dit punt te benoemen. Het verzoek wordt dan ook afgewezen.

Voorts wordt meer subsidiair door de verdediging opgemerkt dat, mocht het hof oordelen dat er wel voldoende bewijs zou zijn voor de (postume) vaststelling dat mevrouw [betrokkene 1] wilsonbekwaam was ten tijde van het verlijden van de akten, het dossier onvoldoende bewijs bevat dat de verdachte hiervan op de hoogte was.

Dit verweer vindt zijn weerlegging in de door het hof gebezigde bewijsmiddelen.

Ook de overige door de verdediging ter terechtzittingen van 22 augustus 2024 en 29 januari 2026 gevoerde verweren vinden hun weerlegging in de door het hof gebezigde bewijsmiddelen.

Alles overwegende is het hof, met de rechtbank, van oordeel dat geen andere conclusie mogelijk is dan dat [betrokkene 1] op 13 juni 2016 niet in staat was haar wil te bepalen, omdat zij niet in staat was tot een redelijke waardering van haar belangen ter zake en dat de verdachte dit wist. De verdachte wist dus ook dat de opgaven in de akten die zagen op een vertolking van de wil van haar moeder vals waren.

Ook wist de verdachte dat in de (Nederlandstalige) akten een feitelijke onjuistheid was

opgenomen, te weten de opgave dat [betrokkene 1] zou hebben verklaard dat zij de taal van de

akten voldoende verstond en geen vertaling nodig had. De verdachte wist immers dat haar

moeder de Nederlandse taal niet voldoende machtig was, daarom sprak zij – net als de

notaris – Duits met haar moeder. De verdachte wist aldus ook ten aanzien van deze opgave

dat het een valse opgave betrof.

Partiële vrijspraken

Voor wat betreft het in de aanhef van de akten opgenomen adres [adres 2]

overweegt het hof, met de rechtbank, dat dit weliswaar een feitelijke onjuistheid betreft, maar dat uit het dossier niet blijkt dat deze opgave opzettelijk vals in de akten is opgenomen en de akten anderzijds ook niet bestemd zijn om ten bewijze van het woonadres van [betrokkene 1] te worden gebruikt. De verdachte zal van dit onderdeel van de tenlastelegging worden

vrijgesproken.

Het opzettelijk gebruik maken door de verdachte

De tweede vraag die het hof dient te beantwoorden is of de verdachte opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een of meer van deze valse authentieke akten.

Het hof, met de rechtbank, stelt op basis van bovenstaande bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, vast dat de verdachte in het kader van de afhandeling van de nalatenschap van [betrokkene 1] in Frankrijk aan de aldaar werkzame notaris [notaris 2] een gewaarmerkte kopie van een erfrechtverklaring, opgesteld door notaris [notaris 1] op 21 april 2017, heeft overhandigd, die zij kennelijk op grond van het testament heeft laten opmaken en waarna onder andere het fiscale gedeelte van de nalatenschap is geregeld.

Dit maakt dat het hof, met de rechtbank, van oordeel is dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat de verdachte opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een authentieke akte, zijnde een testament op naam van [betrokkene 1] , door deze akte in te brengen als bewijsstuk in de

afhandeling van de nalatenschap van [betrokkene 1] en op basis van het testament een verklaring

van erfrecht te laten opstellen, welke verklaring vervolgens is gebruikt door een gewaarmerkte kopie toe te sturen naar notaris [notaris 2] in Frankrijk. Nu door het gebruik van de akte sprake was van misleiding met als doel te bewerkstelligen dat de verdachte als enige erfgenaam alle eigendommen van [betrokkene 1] zou erven, is daarmee het opzet op het gebruik gegeven.

Partiële vrijspraak

Uit het dossier blijkt niet dat de verdachte opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een

levenstestament op naam van [betrokkene 1] of een algehele volmacht op naam van [betrokkene 1] . De

verdachte zal van deze onderdelen van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:

opzettelijk gebruik maken van een akte als bedoeld in artikel 227, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht als ware de inhoud in overeenstemming met de waarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.

Op te leggen sanctie

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof aan de verdachte zal opleggen een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en voorts, ten aanzien van het beslag, dat het hof de drie authentieke akten ex artikel 356 van het Wetboek van Strafvordering geheel vals zal verklaren dan wel dat het hof op die akten de delen zal aangeven die vals zijn.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft, in het geval van een bewezenverklaring, bepleit dat artikel 9a Sr wordt toegepast dan wel dat aan de verdachte een geheel voorwaardelijke straf wordt opgelegd.

Het oordeel van het hof

Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk gebruik maken van een vals

testament. Op initiatief van met name de verdachte is door een bevriende notaris een testament op naam van haar moeder opgemaakt, zijnde een 76-jarige dementerende vrouw. De verdachte wist dat de gezondheidssituatie van haar moeder ernstig was aangetast, dat zij dementerend was en dat zij de taal waarin de akte was opgemaakt niet sprak of kon lezen. Ook wist de verdachte dat de akte slechts eenmaal door de notaris met haar moeder was besproken, waarbij de verdachte nota bene zelf aanwezig was geweest. Na het overlijden van haar moeder heeft de verdachte het testament, waarin zij als enige begunstigde werd genoemd, gebruikt om de nalatenschap van haar moeder af te handelen.

De verdachte heeft onvoldoende oog gehad voor de kwetsbaarheid van haar eigen moeder. Haar moeder, over wie de zorg op verzoek van de verdachte door de rechtbank aan

haar was toevertrouwd als mentor en bewindvoerder. Juist omdat zij volgens de verdachte

niet meer in staat was om haar belangen ten volle te overzien en wier dementie volgens de

huisarts en partner van de verdachte zodanig ver gevorderd was dat hij de rechtbank berichtte dat hij niet merkte dat zij nog iets kon verklaren dat de rechtbank van verdere feiten en inschattingen van dienst kon zijn. Dat onder dergelijke omstandigheden alsnog een testament wordt verleden, dat vervolgens door de verdachte wordt gebruikt om als begunstigde de nalatenschap afte handelen, is niet de bescherming die [betrokkene 1] in de laatste levensfase van haar bewindvoerder mocht verwachten. Daarnaast heeft de verdachte door haar handelen misbruik gemaakt van het vertrouwen dat in het maatschappelijk verkeer moet kunnen worden gesteld in de opgaven opgenomen in een authentieke akte.

Het hof heeft acht geslagen op het de verdachte betreffende Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 11 december 2025, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder ter zake van soortgelijke feiten is veroordeeld.

Voorts heeft het hof de persoonlijke omstandigheden van de verdachte meegewogen die door haar ter terechtzitting naar voren zijn gebracht, en dan met name de impact die alle publiciteit rondom de strafzaken tegen haar en haar partner heeft gehad op zowel de verdachte als haar gezin.

Alles overwegende is het hof van oordeel dat in beginsel oplegging van een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf in combinatie met een onvoorwaardelijke taakstraf van 120 uren passend en geboden is.

Het hof heeft zich tevens rekenschap gegeven van de redelijke termijn. Het hof stelt voorop dat elke verdachte recht heeft op een openbare behandeling van zijn zaak binnen een redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM. Deze waarborg strekt er onder meer toe te voorkomen dat een verdachte langer dan redelijk is onder de dreiging van een strafvervolging zou moeten leven. Deze termijn vangt aan vanaf het moment dat vanwege de Nederlandse Staat jegens de betrokkene een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem of haar ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld.

Bij de vraag of sprake is van een schending van de redelijke termijn moet rekening worden gehouden met de omstandigheden van het geval, waaronder begrepen de processuele houding van verdachte, de aard en ernst van het ten laste gelegde, de ingewikkeldheid van de zaak en de mate van voortvarendheid waarmee deze strafzaak door de justitiële autoriteiten is behandeld.

In de onderhavige zaak is de redelijke termijn aangevangen op 6 februari 2018, de dag waarop de verdachte voor de eerste keer door de politie is verhoord. De rechtbank heeft vonnis gewezen op 29 juli 2022. In eerste aanleg is derhalve sprake van een schending van de redelijke termijn met een periode van 2 jaar en bijna 6 maanden. Verdachte heeft op 12 augustus 2022 hoger beroep ingesteld. Het hof wijst dit arrest op 12 februari 2026, 3 jaar en zes maanden na het instellen van het hoger beroep. De behandeling in hoger beroep wordt dan ook niet afgerond met een eindarrest binnen twee jaar na het ingestelde hoger beroep. In hoger beroep is derhalve tevens sprake van een schending van de redelijke termijn en wel met een periode van 1 jaar en 6 maanden. Het hof ziet hierin aanleiding om een lagere straf op te leggen dan het zou hebben gedaan zonder die termijnoverschrijding.

Het hof is van oordeel dat, indien de redelijke termijn niet zou zijn overschreden, oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden en een taakstraf voor de duur van 120 uren op zijn plaats zou zijn. Rekening houdend met de overschrijding van de redelijke termijn van berechting zal het hof enkel een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden opleggen.

Met oplegging van een voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c en 227 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van

2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Aldus gewezen door:

mr. A.M.G. Smit, voorzitter,

mr. C.P.J. Scheele en mr. G.C. Bos, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. A.E.M. de Ridder, griffier,

en op 12 februari 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. C.P.J. Scheele en mr. G.C. Bos zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733