Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 05-02-2026, ECLI:NL:GHARL:2026:683

Essentie (gemaakt door AI)

Hoger beroep tegen benoeming van mentor in ingesteld mentorschap. Betrokkene verzet zich niet tegen mentorschap, maar wenst geen buurman als mentor wegens verstoorde verhoudingen met zorg en onrust. Hof past art. 1:450 lid 1 BW en de voorkeursregel van benoeming toe en acht een onafhankelijke, professionele mentor in belang van betrokkene. Benoeming van de buurman vernietigd; professionele mentor [naam7] h.o.d.n. [naam8] benoemd. Schorsingsverzoek afgewezen wegens ontbreken belang door eindbeslissing.

Datum publicatie13-02-2026
Zaaknummer200.362.154/01
ProcedureHoger beroep
ZittingsplaatsLeeuwarden
RechtsgebiedenCiviel recht; Personen- en familierecht
TrefwoordenMeerderjarigenbescherming; Mentorschap
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

De wil van de betrokkene ten aanzien van de persoon van de mentor is gewijzigd. Moeizame band tussen de mentor en zorgverleners. Een onafhankelijke, professionele, mentor wordt benoemd.

Volledige uitspraak


GERECHTSHOF ARNHEM- LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummers gerechtshof 200.362.154/01 en 200.362.154/02

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 11791025)

beschikking van 5 februari 2026

in de zaak van

[verzoeker] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats1] ,

verzoeker in hoger beroep,

advocaat: mr. M. Bou-Asrar te Leeuwarden , die zich heeft onttrokken op 23 december 2025.

Als overige belanghebbenden zijn aangemerkt:

[belanghebbende1] (de mentor),

die woont in [woonplaats1] ,

advocaat: mr. R. Tamourt te Burgum,

[belanghebbende2] (de bewindvoerder),

die is gevestigd in [vestigingsplaats1] ,

[belanghebbende3] (broer [naam1] ),

die woont in [woonplaats2] ,

[belanghebbende4] (broer [naam2] ),

die woont in [woonplaats1] .

1De procedure in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden , van 7 november 2025, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2De procedure in hoger beroep

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het beroepschrift met bijlage(n), ingekomen op 27 november 2025;

- een journaalbericht namens de betrokkene van 1 december 2025 met bijlage(n);

- berichten van de mentor van 11 en 12 december 2025 met bijlage(n);

- een journaalbericht namens de betrokkene van 15 december 2025 met bijlage(n);

- een journaalbericht namens de betrokkene van 23 december 2025 met bijlage(n);

- een journaalbericht waarin de advocaat van de betrokkene zich onttrekt, van 23 december 2025;

- het verweerschrift van de mentor van 24 december 2025;

- een brief van informant [naam3] van 4 januari 2026;

- een journaalbericht met brief namens de mentor van 5 januari 2026;

- een brief van informant [naam4] van [naam5] B.V. van 5 januari 2026.

2.2.

De mondelinge behandeling heeft op 8 januari 2026 plaatsgevonden. Verschenen zijn de betrokkene, de mentor met zijn advocaat en namens de bewindvoerder [naam6] . Als informant is verschenen de heer [naam4] .

3De feiten

3.1.

De betrokkene is geboren [in] 1939. Op 10 december 2013 zijn zijn goederen onder bewind gesteld vanwege zijn lichamelijke of geestelijke toestand.

3.2.

Op 11 juli 2025 heeft de betrokkene een verzoek ingediend tot het instellen van een mentorschap met [belanghebbende1] als beoogd mentor.

4De omvang van het geschil

4.1.

De kantonrechter heeft bij voornoemde beschikking van 7 november 2025 een mentorschap ten behoeve van de betrokkene ingesteld en [belanghebbende1] tot mentor benoemd.

4.2.

De betrokkene is in hoger beroep gekomen van deze beschikking. Hij verzoekt de bestreden beschikking voor zover die ziet op de benoeming van de mentor te vernietigen en een professionele mentor te benoemen. Ook verzoekt hij de tenuitvoerlegging van de bestreden beschikking te schorsen totdat er door het hof op het hoger beroep is beslist.

4.3.

De mentor heeft verweer gevoerd. Hij vraagt om de betrokkene niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoeken, of zijn verzoeken af te wijzen.

5De motivering van de beslissing

In de zaak met zaaknummer 200.362.154/02 (het schorsingsverzoek)

5.1.

Omdat het hof nu een eindbeschikking zal geven in de hoofdzaak, heeft de betrokkene niet langer belang bij de gevraagde schorsing. Het hof zal het verzoek tot schorsing daarom afwijzen.

In de zaak met zaaknummer 200.362.154/01 (de hoofdzaak)

5.2.

Ingevolge artikel 1:450 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kantonrechter indien een meerderjarige als gevolg van zijn geestelijke of lichamelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is of bemoeilijkt wordt zijn belangen van niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen, een mentorschap instellen.

Op grond van 1:452 lid 3 BW volgt de rechter bij de benoeming van de mentor de uitdrukkelijke voorkeur van de betrokkene, tenzij gegronde redenen zich tegen zodanige benoeming verzetten.

5.3.

De betrokkene verzet zich niet tegen de instelling van het mentorschap. Hij heeft verklaard dat hij het prettig vindt dat er iemand met hem meekijkt en meedenkt als het bijvoorbeeld gaat om de zorg die hem geboden wordt. Het geschil in hoger beroep beperkt zich tot de persoon van de mentor.

5.4.

Bij de kantonrechter heeft de betrokkene zijn voorkeur uitgesproken voor het benoemen van zijn buurman [belanghebbende1] tot zijn mentor. In dit hoger beroep heeft de betrokkene zijn voorkeur gewijzigd. Hij heeft geen vertrouwen meer in [belanghebbende1] en wenst daarom een professionele bewindvoerder. Het hof realiseert zich dat het, gelet op de dementie waar de betrokkene mee kampt, zijn uitlatingen als verwoord in het beroepschrift en ter zitting met de nodige voorzichtigheid geïnterpreteerd dienen te worden. De betrokkene heeft ter zitting echter duidelijk kunnen maken dat hij de huidige situatie ongewenst vindt. De betrokkene beschrijft de mentor en de hulpverlener van [naam5] , die een centrale rol in de zorg vervult, als kemphanen, waar hij tussen zit. Vast staat dat de betrokkene in staat is met behulp van hulpverlening zelfstandig te wonen, wanneer de rust rondom hem bewaard wordt. Die rust is er momenteel niet.

5.5.

De rol van mentor brengt mee dat er moet worden samengewerkt met het netwerk van de betrokkene, zowel op persoonlijk gebied als op het gebied van de zorgverlening. Het belang van de betrokkene dient daarbij te prevaleren. Het hof ziet dat de benoemde mentor de betrokkene een warm hart toedraagt en hem graag wil helpen. Deze intentie lijkt echter te botsen met onder meer zijn moeizame band met de zorgverlener van [naam5] en zijn visie op de thuiszorg die de betrokkene geboden wordt. Ter zitting heeft de mentor uitgelegd van plan te zijn de thuiszorg voor de betrokkene via een persoonsgebonden budget door zijn partner te laten uitvoeren, in elk geval voor een aantal maanden. Desgevraagd geeft de mentor aan hier transparant in te willen zijn en verantwoording te willen afleggen, en dat zijn nabijheid en betrokkenheid juist gezien zou kunnen worden als een voordeel. Met betrekking tot de onrust stelt de mentor het slachtoffer te zijn van een lastercampagne vanuit de zorg.

Wat daar ook van zij, gelet op de gebrouilleerde verhoudingen tussen de mentor en de zorgverleners, acht het hof het in het belang van de betrokkene dat – conform zijn wens – een onafhankelijke, professionele mentor wordt benoemd, die kan bewerkstelligen dat de rust rondom de betrokkene wederkeert.

Het hof merkt nog op dat het zorgen heeft over de vraag of de mentor in staat is zijn eigen belangen en overtuigingen te scheiden van de belangen van de betrokkene. Zo heeft de mentor, tegen de wens van de betrokkene in en zonder zijn medeweten, contact gelegd met de broers van de betrokkene, en hun informatie en foto’s gestuurd van de betrokkene.

5.6.

De betrokkene heeft in hoger beroep [naam7] h.o.d.n. [naam8] als te benoemen mentor voorgedragen die zich daartoe bereid heeft verklaard. In de door de bewindvoerder genoemde bezwaren tegen benoeming van deze persoon als mentor ziet het hof geen reden aan deze wens van de betrokkene voorbij te gaan. De omstandigheid dat Holtman in de nabije toekomst met pensioen zou kunnen gaan en/of op enigerlei wijze contact zou onderhouden met de voormalige advocaat van de betrokkene is daartoe onvoldoende.

6. De beslissing

Het hof:

In de zaak met zaaknummer 200.362.154/02 (het schorsingsverzoek)

wijst het verzoek van de betrokkene af;

In de zaak met zaaknummer 200.362.154/01 (de hoofdzaak)

vernietigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden , van 7 november 2025, voor zover daarbij [belanghebbende1] is benoemd tot mentor en in zoverre opnieuw rechtdoende:

benoemt ten behoeve van [verzoeker] tot mentor:

[naam7] h.o.d.n. [naam8] , [adres1] ;

bepaalt dat de mentor voor zijn (aanvangs)werkzaamheden en voor de met het mentorschap gemoeide kosten de in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren vastgestelde forfaitaire tarieven ten laste van het vermogen van de betrokkene mag brengen;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van deze beschikking aan [naam7] zal toezenden;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. K.H.P. Selcraig, mr. E.B.E.M. Rikaart-Gerard en mr. L. van Dijk, bijgestaan door mr. M.C. Eisses als griffier, en is op 5 februari 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733