Essentie (gemaakt door AI)
GI verzoekt ex art. 1:265g lid 1 BW om een tijdelijk contactverbod tussen vader en vijf kinderen zonder voorafgaand horen. Beschikking kinderrechter over zo'n contactverbod
met analoge toepassing van artikel 800 lid 3 Rv en artikel 809 lid 3 Rv wegens onmiddellijk en ernstig gevaar na ernstige escalatie tijdens begeleid contact (politie-inzet) en uitingen vader over meenemen kinderen. Contact verboden voor 6 weken of tot uitspraak in lopende 265g-zaak. Horen ouders, GI, raad en 2 oudste kinderen volgt op korte termijn.
| Datum publicatie | 11-02-2026 |
| Zaaknummer | C/01/422373 / JE RK 26-18 |
| Procedure | Eerste aanleg - enkelvoudig |
| Zittingsplaats | 's-Hertogenbosch |
| Rechtsgebieden | Civiel recht; Personen- en familierecht |
| Trefwoorden | Jeugdbescherming / Jeugdwet; 1:265g BW GI-besluit omgang bij OTS; Familieprocesrecht; Hoor en wederhoor |
| Wetsverwijzingen | Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 800 |
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
Spoedverzoek – tijdelijk contactverbod – analoge toepassing art. 800 Rv – ernstige escalatie tijdens begeleid contactmoment.Volledige uitspraak
Familie- en Jeugdrecht
Locatie 's-Hertogenbosch
Zaaknummer: C/01/422373 / JE RK 26-18
Datum uitspraak: 8 januari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een tijdelijk contactverbod (ex artikel 1:265g lid 1 BW met analoge toepassing van artikel 800 lid 3 Rv en artikel 809 lid 3 Rv)
in de zaak van
de STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT, statutair gevestigd te Eindhoven, vestiging [plaats] , hierna te noemen: de Gecertificeerde Instelling (GI),
over
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 2] ,
[minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 3] ,
[minderjarige 4] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 4] ,
en
[minderjarige 5] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 5] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonend in [woonplaats] ,
en
[vader] ,
hierna te noemen: de vader,
wonend in [woonplaats] .
1Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 8 januari 2026.
2De feiten
De vader en moeder zijn met elkaar gehuwd. De moeder heeft een verzoek tot echtscheiding ingediend bij de rechtbank.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] en [minderjarige 5] .
Bij beschikking van 30 augustus 2024 heeft de kinderrechter [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] en [minderjarige 5] voorlopig onder toezicht gesteld van de GI voor de duur van drie maanden, dus tot 30 november 2024. Bij diezelfde beschikking heeft de kinderrechter een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen gedurende dag en nacht bij de andere ouder met gezag, te weten de moeder, verleend voor de duur van vier weken, daarmee tot
27 september 2024. De beslissing op het verzoek voor het overige is aangehouden.
Bij beschikking van 12 september 2024 heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen gedurende dag en nacht bij de andere ouder met gezag, te weten de moeder, verlengd voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling, dus tot
30 november 2024. Bij deze beschikking is ook een machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen gedurende dag en nacht in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder dan wel in een voorziening voor pleegzorg verleend voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling, dus tot 30 november 2024.
Bij beschikking van 18 oktober 2024 heeft de rechtbank bij voorlopige voorziening bepaald dat de kinderen aan de moeder worden toevertrouwd.
Bij beschikking van 28 november 2024 zijn [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] en [minderjarige 5] onder toezicht gesteld van de GI tot 28 november 2025. Daarnaast is een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] en [minderjarige 5] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder dan wel een voorziening voor pleegzorg
verleend voor de duur van zes maanden, daarmee tot 28 mei 2025. De beslissing op het verzoek voor het overige is aangehouden.
Bij beschikking van 14 mei 2025 heeft de kinderrechter een machtiging tot
uithuisplaatsing van de kinderen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder dan wel een voorziening voor pleegzorg verleend voor zes maanden, met ingang van 28 mei 2025 tot
28 november 2025.
Bij beschikking van 10 september 2025 is aan de vader een voorlopig verbod op contact met [minderjarige 1] opgelegd voor de duur van hoogstens vier weken.
Bij beschikking van 3 oktober 2025 (zaaknummers C/01/417921 / JE RK 25-1050 en C/01/419040 / JE RK 25-1214) is bepaald dat de vader met ingang van 9 oktober 2025 gerechtigd is tot begeleid contact met [minderjarige 1] eens in de twee weken gedurende 1,5 uur waarbij de GI de regie heeft over de frequentie, duur en aard van het contact en de GI tot doel heeft het contact 1,5 uur per week te laten plaatsvinden, mits de vader voldoet aan de voorwaarden zoals opgenomen in de schriftelijke aanwijzing van 27 mei 2025.
Bij beschikking van 3 oktober 2025 (zaaknummers C/01/418125 / JE RK 25-1075 en C/01/417836 / JE RK 25-1030) heeft de kinderrechter de verzoeken van de vader om primair af te zien van terugplaatsing van [minderjarige 1] bij de moeder en subsidiair om een 50/50-zorgregeling vast te leggen, afgewezen. Ook is afgewezen het verzoek van de vader om de GI te verplichten tot het inzetten van een second opinion of een nieuwe gecertificeerde instelling aan te stellen.
Bij beschikking van 3 oktober 2025 (zaaknummer C/01/417108 / JE RK 25-886) heeft de kinderrechter de volgende voorwaarde voor zover deze ziet op [minderjarige 1] uit de schriftelijke aanwijzing van de GI aan de vader van 27 mei 2025 bekrachtigd:
“Er worden geen volwassenzaken besproken, dan wel onderwerpen besproken die belastend
kunnen zijn voor de kinderen.”
Bij beschikking van 27 oktober 2025 (C/01/419073 / JE RK 25-1223) heeft de kinderrechter het verzoek van de vader tot vervanging van de GI door een andere gecertificeerde instelling afgewezen. Daarnaast is de vader niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoeken zoals opgesomd in punt 2 tot en met 9 van rechtsoverweging 3.1. van de beschikking.
Bij beschikking van 27 oktober 2025 (C/01/420049 / JE RK 25-1398) heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] en [minderjarige 5] met ingang van 28 november 2025 verlengd voor de duur van drie weken, daarmee tot 19 december 2025. Bij diezelfde beschikking is ook de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] en [minderjarige 5] gedurende dag en nacht in een accommodatie jeugdhulpaanbieder dan wel een voorziening voor pleegzorg verlengd, met ingang van 28 november 2025 voor de duur van drie weken, daarmee tot 19 december 2025. Iedere verdere beslissing op het verzoek is aangehouden tot de zitting van (uiteindelijk) 16 december 2025.
Bij beschikking van 16 december 2025 (C/01/420049 / JE RK 25-1398) heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] en [minderjarige 5] met ingang van 19 december 2025 verlengd tot 28 november 2026. Bij diezelfde beschikking is ook de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] en [minderjarige 5] gedurende dag en nacht in een accommodatie jeugdhulpaanbieder dan wel een voorziening voor pleegzorg verlengd, met ingang van 19 december 2025 tot 22 december 2025.
De verzoeken van de vader zoals verwoord in rechtsoverweging 2.3. onder 1, 2, 4, 7, 8, 11 en 13 zijn afgewezen. Iedere verdere beslissing op de verzoeken de GI en de vader zijn aangehouden.
Bij beschikking van 2 januari 2026 (C/01/420049 / JE RK 25-1398) heeft de kinderrechter het verzoek van de GI om een NIFP-onderzoek te gelasten afgewezen. Bij diezelfde beschikking zijn ook de verzoeken van de vader zoals opgesomd in rechtsoverweging 2.3. afgewezen.
[minderjarige 1] verblijft sinds 23 juli 2025 bij de moeder. Op 22 december 2025 zijn [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] en [minderjarige 5] teruggeplaatst bij de moeder.
Op 12 december 2025 heeft de GI een verzoek ingediend tot het vaststellen van de verdeling van de zorg- en opvoedtaken als bedoeld in artikel 1:265g lid 1 BW. Dit verzoek is bij de rechtbank bekend onder nummer C/01/421778 / JE RK 25-1681 en staat gepland op de zitting van 20 januari 2026 om 09:40 uur.
3Het verzoek
De GI verzoekt, zonder voorafgaand horen van de belanghebbenden, op grond van artikel 1: 265g lid 1 BW ten aanzien van de zorg- contactregeling te bepalen dat het contact tussen vader en de kinderen (tijdelijk) wordt opgeschort (de kinderrechter begrijpt: een tijdelijk contactverbod op te leggen) voor de duur van 6 weken dan wel tot er een uitspraak ligt over het al ingediende verzoek (2.17.) verdeling zorg- en opvoedtaken.
De GI vraagt ook om de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4De beoordeling
De kinderrechter kan op basis van artikel 1:265g lid 1 van het Burgerlijke Wetboek (hierna: BW) op verzoek van de GI in het kader van de ondertoezichtstelling een vastgestelde verdeling van zorg- en opvoedingstaken vaststellen of wijzigen voor zover dit in het belang van de kinderen noodzakelijk is. Artikel 800 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) bepaalt in welke gevallen een uitspraak mag worden gegeven zonder het horen van de belanghebbenden. Een verzoek als bedoeld in artikel 1:265g lid 1 BW wordt daarin niet genoemd. De kinderrechter ziet echter aanleiding zien om artikel 800 Rv naar analogie toe te passen.
De kinderrechter is op basis van het verzoek van de GI van oordeel dat een behandeling ter zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] en [minderjarige 5] .
Op 23 december 2025 heeft bij Combinatie Jeugdzorg te Eindhoven een begeleid contact plaatsgevonden tussen de vader, [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Tijdens dit contact is sprake geweest van een ernstige escalatie, waarbij de fysieke en emotionele veiligheid van de kinderen acuut in het geding is geweest. Zo schrijft de GI in het verzoek onder meer:
“De meest zorgwekkende escalatie vond plaats toen vader onaangekondigd terugkeerde in de omgangsruimte en de kinderen aansprak met: “Wil je iets leuks doen? Kom maar, dan gaan we naar de Efteling.”. Vader tilde vervolgens [minderjarige 2] op en probeerde met hem het gebouw te verlaten. Ondanks meerdere duidelijke verbale stopinstructies van de begeleider liep vader door, richting verschillende uitgangen.
De begeleider heeft zich herhaaldelijk fysiek voor deuren moeten plaatsen om te voorkomen
dat vader met hem het gebouw verliet. Vader negeerde herhaaldelijk de oproep om te
stoppen.
[…]
Vader volgde [minderjarige 1] tegen zijn uitdrukkelijke wens in naar boven, klom over een trapleuning om hem te volgen en bleef aanwezig ondanks herhaalde verzoeken te vertrekken. [minderjarige 1] gaf meerdere keren duidelijk aan dit niet te willen.
Uiteindelijk moest de politie worden ingeschakeld om de situatie te de-escaleren. Het feit dat politie-inzet noodzakelijk was tijdens een begeleide omgang, onderstreept de ernst van de situatie.”
Verder heeft de vader op 7 januari 2026 tegen gemeente Veldhoven onder meer laten weten “niets te verliezen te hebben” en de kinderen mee naar Zuid-Italië te nemen. De GI is op 8 januari 2026 met vader in gesprek gegaan over het contact van 23 december 2025. De uitingen van vader tijdens dit gesprek versterken de zorgen over de vader. Zo geeft de vader aan dat hij de kinderen ophaalt en dat de GI daarom moet opschalen naar het LET.
Gelet op het voorgaande is nu de fysieke en emotionele veiligheid van niet alleen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , maar ook die van de andere kinderen in het geding. Het risico bestaat dat de vader zonder toestemming handelt en de kinderen (tijdelijk of langdurig) aan het toezicht van de GI onttrekt. De kinderrechter acht het met de GI niet verantwoord om de behandeling van het verzoek (met C/01/421778 / JE RK 25-1681) af te wachten. De kinderrechter vindt het in het belang van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] en [minderjarige 5] noodzakelijk om het contact tussen hen en de vader voorlopig te verbieden.
De GI, de ouders en de raad worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven op de hierna vermelde zitting.
5De beslissing
De kinderrechter:
bepaalt dat een tijdelijk verbod op contact tussen de vader en de kinderen wordt opgelegd voor de duur van zes weken dan wel zo mogelijk korter, namelijk op het moment dat uitspraak wordt gedaan op het verzoek over de verdeling van zorg- en opvoedtaken met nummer C/01/421778 / JE RK 25-1681;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
vraagt de griffier om de GI, de vader en de moeder op te roepen voor de zitting van de rechtbank Oost-Brabant, in het gerechtsgebouw aan Leeghwaterlaan 8 te
's-Hertogenbosch, op
vraagt de griffier om [minderjarige 1] en [minderjarige 2] uit te nodigen voor een (videobel)gesprek met de kinderrechter op 19 januari 2026 tegen een nog nader te bepalen tijdstip.
Deze beslissing is gegeven op 8 januari 2026 door mr. S.D.M. Michael, kinderrechter, en op schrift gesteld op 9 januari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733
