Essentie (gemaakt door AI)
Hoger beroep over vervangende toestemming voor verhuizing bij gezamenlijk gezag. Moeder verzoekt toestemming om met kinderen naar [woonplaats1] te verhuizen; rechtbank wijst af. Hof weegt belangen ex art. 1:253a lid 1 BW en acht verhuizing, met reisafstand ca. 15 km/20 min, verenigbaar met bestaande co-ouderschapsregeling. Ontwikkeling kinderen niet belemmerd; rol van vader blijft intact. Toestemming voor verhuizing wordt verleend. Het aanvullende, ruim geformuleerde verzoek voor ‘alle handelingen en documenten’ wordt, i| Datum publicatie | 05-02-2026 |
| Zaaknummer | 200.356.398 |
| Procedure | Hoger beroep |
| Zittingsplaats | Arnhem |
| Rechtsgebieden | Civiel recht |
| Trefwoorden | Kinderen; Verhuizing met kind |
| Wetsverwijzingen |
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
Vervangende toestemming voor verhuizing verleend, artikel 1:253a lid 1 BW, gelet op de algehele situatie van de moeder heeft het hof er begrip voor dat de moeder de keuze heeft gemaakt om te verhuizen.Volledige uitspraak
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.356.398
(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 584883)
beschikking van 27 januari 2026
inzake
[appellante] ,
wonende te [woonplaats1] ,
verzoekster in hoger beroep,
verder te noemen: de moeder,
advocaat: mr. S. Köller,
en
[geïntimeerde] ,
wonende te [woonplaats2] ,
verweerder in hoger beroep,
verder te noemen: de vader,
advocaat: mr. R.F. Vonk.
1Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 10 april 2025, hersteld bij beschikking van 25 juni 2025, uitgesproken onder zaaknummer 584883, verder ook te noemen: de bestreden beschikking.
2Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het beroepschrift met producties, ingekomen op 3 juli 2025;
- het verweerschrift met producties;
- een journaalbericht van mr. Köller van 18 november 2025 met producties.
De minderjarige [minderjarige1] is in de gelegenheid gesteld zijn mening kenbaar te maken, maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt.
De mondelinge behandeling heeft op 3 december 2025 te Zwolle plaatsgevonden.
Aanwezig waren:
- de moeder en haar advocaat;
- de vader en zijn advocaat;
- een vertegenwoordiger namens de raad voor de kinderbescherming (verder te noemen: de raad).
3De feiten
Het huwelijk van de partijen is ontbonden door echtscheiding.
Partijen zijn de ouders van:
- [minderjarige1] , geboren [in] 2017 in [geboorteplaats1] , en
- [minderjarige2] , geboren [in] 2018 in [geboorteplaats1] ,
over wie zij gezamenlijk het gezag uitoefenen.
In de beschikking van 18 januari 2024 heeft dit gerechtshof een zorgregeling vastgesteld die inhoudt dat de kinderen op maandag en dinsdag bij de moeder en op woensdag en donderdag bij de vader zijn en dat de kinderen de weekenden (vrijdag, zaterdag en zondag) afwisselend bij ene en de andere ouder doorbrengen. Verder is de beslissing van de rechtbank dat de kinderen staan ingeschreven op het adres van de moeder in deze beschikking van het hof bekrachtigd.
4De omvang van het geschil
Tussen partijen is in geschil de verhuizing van de moeder met de kinderen naar [woonplaats1] . De moeder heeft de rechtbank verzocht haar vervangende toestemming te verlenen om met de kinderen te verhuizen naar de [adres] in [woonplaats1] en voor alle handelingen en het aanvragen en ondertekenen van documenten die noodzakelijk zijn voor deze verhuizing. De rechtbank heeft geoordeeld dat een verhuizing van de kinderen naar [woonplaats1] niet in het belang van de kinderen is en daarom heeft de rechtbank deze verzoeken van de moeder afgewezen.
De moeder is het niet eens met de beslissing van de rechtbank om geen toestemming voor de verhuizing te verlenen en zij komt daarom in hoger beroep. De moeder verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen ten aanzien van de beslissing over de vervangende toestemming voor een verhuizing naar [woonplaats1] en alsnog vervangende toestemming te verlenen om met de kinderen te verhuizen naar de [adres] te [woonplaats1] en voor alle handelingen en het aanvragen en documenten in de ruimste zin van het woord die noodzakelijk zijn om de verhuizing mogelijk te maken.
De vader voert verweer en hij vraagt het hof het verzoek van de moeder af te wijzen.
5De motivering van de beslissing
Juridisch kader
In artikel 1:253a lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) staat dat geschillen over de gezamenlijke uitoefening van het gezag op verzoek van de ouders of van één van hen aan de rechter kunnen worden voorgelegd.
Op grond van de wet dient het hof in een geschil als dit, waarbij de ouders met het gezamenlijk gezag over de kinderen belast zijn en er een verschil van mening bestaat over de verhuizing van een verzorgende ouder samen met de kinderen, een zodanige beslissing te nemen als het hof in het belang van het kind wenselijk voorkomt. Het hof moet een belangenafweging maken en daarbij alle omstandigheden van het geval betrekken.
Het hof is van oordeel dat de vervangende toestemming voor de verhuizing naar [woonplaats1] alsnog aan de moeder moet worden verleend. Het hof legt hierna uit op grond waarvan het hof tot dit oordeel komt.
De moeder had de woning in [woonplaats1] aan de [adres] al gekocht toen de procedure bij de rechtbank over de vervangende toestemming voor de verhuizing werd gevoerd. Gebleken is dat de moeder na de bestreden beschikking is verhuisd naar de woning in [woonplaats1] , ondanks dat zij hiervoor geen vervangende toestemming heeft gekregen. Het hof vindt het bedenkelijk dat de moeder handelt in strijd met de beslissing van de rechtbank, maar de verhuizing heeft een relatief korte reisafstand en reisduur tot gevolg. In dat opzicht is deze zaak een uitzondering ten opzichte van veel uitspraken van rechters over vervangende toestemming voor een ouder om met de kinderen te mogen verhuizen.
In een ideale situatie voor een co-ouderschap zijn de woonplekken van de ouders met de kinderen en de school op korte afstand van elkaar gelegen. Toch acht het hof het niet onoverkomelijk dat de kinderen een paar dagen per week met de moeder een reisafstand van ongeveer 15 kilometer en een reisduur van circa 20 minuten moeten overbruggen.
Uit de toelichtingen van de ouders en hun advocaten leidt het hof af dat de moeder het reizen naar school en de sportactiviteiten van en naar [woonplaats1] volledig voor haar rekening neemt en dat de moeder zich ook inspant om ervoor te zorgen dat de kinderen buiten school nog met vriendjes en vriendinnetjes kunnen spelen. De vader heeft naar het oordeel van het hof onvoldoende nader toegelicht dat de flexibiliteit van de kinderen in de huidige situatie flink wordt beperkt. Daarbij komt dat de rol van de vader in het leven van [minderjarige1] en [minderjarige2] op geen enkele manier wordt ingeperkt of belemmerd door de verhuizing met de moeder.
Het hof hoort in de stellingen van de ouders ook niet dat de kinderen zich op dit moment niet goed ontwikkelen of dat zij hinder ervaren van de verhuizing met de moeder.
Dat de kinderen vanaf de moeder niet, dan wel pas op veel latere leeftijd, zelfstandig op de fiets naar school, vrienden of sportactiviteiten in [woonplaats2] kunnen reizen, is voor het hof niet doorslaggevend. De kinderen kunnen dat immers wel op de dagen dat zij bij de vader verblijven en dat is gedurende de helft van de tijd het geval.
De verhuizing van de moeder naar [woonplaats1] staat naar het oordeel van het hof op grond van de hiervoor beschreven redenen niet in de weg aan de uitvoering van de huidige co-ouderschapsregeling.
De moeder heeft verder naar het oordeel van het hof goed uitgelegd hoe haar zoektocht naar eigen woonruimte is verlopen en waarom dit heeft geleid tot de aankoop van de “kluswoning” in [woonplaats1] . Zij heeft na de echtscheiding een lange periode, op basis van de financiële middelen die zij op dat moment had, serieus gezocht naar een woning dichterbij de school van de kinderen, maar zonder succes. De moeder stelt dat deze periode waarin zij in een tijdelijke woning verbleef haar veel onzekerheid gaf. Mede vanwege de sterk stijgende huizenprijzen heeft de moeder besloten om met een inmiddels wat ruimer financieel budget ook te gaan bieden op woningen die niet helemaal aan haar eisen voldeden. De woning die zij nu heeft gekocht betrof de eerste woning waarover zij serieus in onderhandeling kwam met de verkoper. Gelet op de algehele situatie van de moeder:
- zij had behoefte aan een vaste eigen plek met de kinderen;
- dit was voor haar een betaalbare woning;
- haar netwerk, haar werk en haar partner bevinden zich in [woonplaats1] ;
- de beperkte afstand ten opzichte van de school van de kinderen en de woonplaats van de vader,
heeft het hof er begrip voor dat de moeder deze keuze heeft gemaakt.
Alles bij elkaar genomen, acht het hof de verhuizing naar [woonplaats1] in het belang van [minderjarige1] en [minderjarige2] .
Het hof neemt ook in aanmerking dat de raad ter zitting heeft opgemerkt dat in het algemeen geldt dat wanneer ouders overeenstemming hebben over een regeling en een situatie en zij dit beiden naar de kinderen toe uitdragen, heel veel regelingen en oplossingen goed kunnen werken voor kinderen. Het hof merkt in dat kader op dat de vader in de toekomst de kinderen misschien ook eens een keer zou kunnen ophalen in of brengen naar [woonplaats1] . Dat heeft vermoedelijk een positieve uitwerking op de acceptatie bij de kinderen van de huidige situatie, voor zover dat nu nog nodig is.
Het hof heeft de indruk dat de problemen die op dit moment spelen tussen de ouders vooral zijn gelegen in de moeizame verstandhouding tussen de ouders. De ouders hebben ook discussies gevoerd en geprocedeerd over hulpverlening die voor de kinderen moet worden ingezet. Het hof vindt het begrijpelijk dat de vader de verhuizing van de moeder naar [woonplaats1] moeilijk kan accepteren. Beide ouders hadden na de scheiding de intentie om woonruimte dichtbij de school van de kinderen te vinden en dat is nu dus anders gelopen. De mogelijke negatieve gevolgen daarvan zijn echter niet zodanig groot dat die opwegen tegen een nieuwe verhuizing in de nabije toekomst van de moeder naar [woonplaats2] . Dit zal juist veel nieuwe onzekerheid en onduidelijkheid veroorzaken. Voor de kinderen is het op dit moment van groot belang dat de vader probeert de situatie te accepteren en dat ook overbrengt op de kinderen. Anders worden de kinderen verder in een loyaliteitsconflict gebracht.
De raad heeft opgemerkt dat een ouderschapstraject dan wel ouderschapsbemiddeling de ouders goed kan helpen om hun communicatie en verstandhouding te verbeteren. Zij kunnen zich hiervoor tot hun gemeente wenden. Dat is belangrijk, omdat zij in de toekomst nog veel beslissingen voor hun kinderen samen moeten nemen. Het hof hoopt dat beide ouders dit advies ter harte zullen nemen.
Op grond van wat hiervoor is overwogen, slaagt het hoger beroep van de moeder. Het hof zal de bestreden beschikking, voor zover deze gaat over de verhuizing van de moeder met de kinderen, vernietigen en alsnog vervangende toestemming voor een verhuizing van de moeder met de kinderen naar [woonplaats1] verlenen.
Het hof zal het verzoek van de moeder om vervangende toestemming te verlenen voor alle handelingen en het aanvragen en ondertekenen van documenten in de ruimste zin van het woord die noodzakelijk zijn om de verhuizing van de moeder met de kinderen mogelijk te maken, afwijzen. Dit verzoek is te onbepaald en de moeder is ook al geruime tijd geleden verhuisd. Voor zover er nog zaken moeten worden geregeld zullen de moeder en de vader dit samen moeten oplossen, zij dragen samen het gezag en de verantwoordelijkheid voor de kinderen.
6De beslissing
Het hof, beschikkende in hoger beroep:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 10 april 2025, hersteld bij beschikking van 25 juni 2025, ten aanzien van de beslissing over de vervangende toestemming voor de verhuizing van de moeder naar [woonplaats1] , en in zoverre opnieuw beschikkende:
verleent de moeder vervangende toestemming voor de verhuizing met de kinderen naar de [adres] te [woonplaats1] ;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. H. Phaff, L. van Dijk en K.H.P. Selcraig, bijgestaan door de griffier, en is op 27 januari 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.
© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733
