Gerechtshof Amsterdam 27-01-2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:162

Essentie (gemaakt door AI)

Klachten van twee kinderen tegen notaris over afwikkeling nalatenschap moeder, waarin vader als executeur‑afwikkelingsbewindvoerder de verdeling tot stand brengt. Verwijten: verouderde waarderingen onroerend goed, onjuiste peildatum, miskwalificatie vermogensbestanddelen/huurbaten, rekenfouten, gebrekkige voorlichting over opvullegaat, te korte reactietermijn en excessieve declaraties. Hof oordeelt dat de notaris, met beperkte rol, zorgvuldig en onpartijdig handelt en een clausule opneemt die betwisting van erfdelen waarborg

Datum publicatie30-01-2026
Zaaknummer200.351.597
ProcedureHoger beroep
ZittingsplaatsAmsterdam
RechtsgebiedenCiviel recht
TrefwoordenTuchtrecht / aansprakelijkheid;
Erfrecht
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

Klacht tegen een notaris. Medewerking verdelingsakte. Beperkte rol notaris in geval van een externe executeur/afwikkelingsbewindvoerder. Bevoegdheden afwikkelingsbewindvoerder. Peildatum waardering vermogensbestanddelen. Zelfstandig bevoegde afwikkelingsbewindvoerder. Klacht ongegrond.

Volledige uitspraak


beslissing

___________________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht

zaaknummer : 200.351.597/01 NOT

nummer eerste aanleg : C/05/430826 / KL RK 24-14

beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 27 januari 2026

inzake

1 [appellant 1] ,

wonend te [plaats 1] ,

2. [appellant 2],

wonend te [plaats 2] ,

appellanten,

tegen

[geïntimeerde] ,

notaris te [plaats 2] ,

geïntimeerde,

gemachtigde: mr. E.M. van Orsouw, advocaat te Amsterdam.

Partijen worden hierna klagers (respectievelijk klager 1, dan wel klager 2) en de notaris genoemd.

1De zaak in het kort

Erflaatster is in 2021 overleden. Zij had een testament gemaakt waarin zij haar echtgenoot tot executeur-afwikkelingsbewindvoerder heeft benoemd. Daarnaast heeft zij tot haar erfgenamen benoemd haar echtgenoot (hierna: vader) en haar vier kinderen, ieder voor een gelijk deel. Vader heeft de nalatenschap afgewikkeld en is bij akte van 9 juni 2023 tot verdeling van de nalatenschap overgegaan. Klagers zijn twee van de vier kinderen. Klagers verwijten de notaris, onder meer, dat ze de akte van verdeling heeft gepasseerd waarbij a) onroerend goed tegen verouderde waardes is toegedeeld, b) vermogensbestanddelen ten onrechte aan de gemeenschap van goederen zijn toegedeeld, c) de akte rekenfouten bevat, d) zij erflaatster onvoldoende heeft geïnformeerd over (de noodzaak van) het gebruik van het opvullegaat. De kamer heeft de klacht ongegrond verklaard. Het hof bevestigt deze beslissing.

2Het geding in hoger beroep

2.1.

Klagers hebben op 26 februari 2025 een beroepschrift – met bijlagen – bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden (hierna: de kamer) van 29 januari 2025 tussen partijen gegeven onder bovengenoemd nummer (ECLI:NL:TNORARL:2025:2).

2.2.

De notaris heeft op 4 mei 2025 een verweerschrift – met bijlagen – bij het hof ingediend.

2.3.

Klagers hebben op 22 september 2025 aanvullende stukken bij het hof ingediend. Hierop heeft het hof op 24 september 2025 aan klagers bericht dat deze stukken, voor zover het

betreft de door klagers ingediende repliek, buiten beschouwing worden gelaten omdat het procesreglement niet de mogelijkheid voor een schriftelijke repliek biedt. Het hof heeft wél kennisgenomen van de aanvullende producties bij genoemd e-mailbericht. Het hof zal deze producties derhalve in de beoordeling betrekken.

2.4.

Het hof heeft van de kamer de stukken van de eerste aanleg ontvangen.

2.5.

De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 20 november 2025. Klagers en de notaris, vergezeld van haar gemachtigde, zijn verschenen en hebben het woord gevoerd. De gemachtigde van de notaris en klager 2 aan de hand van aan het hof overgelegde pleitnota’s.

3Feiten

Het hof gaat uit van de volgende feiten, die tussen partijen niet in geschil zijn.

3.1.

Klagers zijn de zonen van [naam 1] (vader) en [naam 2] (hierna: erflaatster). Erflaatster is op 5 december 2021 overleden. Vader en erflaatster waren tot het overlijden van erflaatster gehuwd in algehele gemeenschap van goederen. Zij hadden samen vier kinderen: naast klagers hadden zij nog een zoon en een dochter.

3.2.

De notaris heeft op 25 november 2021 voor erflaatster een testament opgemaakt. In dit testament zijn tot erfgenamen benoemd: vader en de vier kinderen (waaronder klagers), ieder voor een gelijk deel . De wettelijke verdeling is niet van toepassing, zodat het vermogen na overlijden van erflaatster nog verdeeld moest worden onder de erfgenamen. Tot de erfenis behoorden onder meer (aandelen in) verschillende onroerende zaken in [plaats 3] , [plaats 4] , [plaats 2] en [plaats 5] , waarvan een deel werd verhuurd. Ten behoeve van vader bevatte het testament een (opvul)legaat waardoor vader zijn verkrijging uit de nalatenschap tot maximaal € 1.100.000,00 zou kunnen aanvullen. Vader is volgens het testament naast erfgenaam tevens executeur-afwikkelingsbewindvoerder en daardoor zelfstandig bevoegd om de nalatenschap van erflaatster te beheren en over de daartoe behorende goederen te beschikken.

3.3.

Tussen klagers en vader is omstreeks mei 2022 discussie ontstaan over de afwikkeling van de erfenis van erflaatster. Centraal in die discussie staat de vraag welke vermogensbestanddelen behoorden tot het huwelijksvermogen van erflaatster en vader, en welke tot het privévermogen van erflaatster (dit privévermogen was opgebouwd uit schenkingen en erfenissen verkregen door erflaatster onder een harde uitsluitingsclausule). Klagers hebben in dit kader met zowel vader als de notaris gecorrespondeerd over onder meer het vergoedingsrecht, de peildatum van de verdeling, de waardebepaling/taxatie van de onroerende zaken en de wijze van verrekening van schenkingen, lasten en schulden.

3.4.

De notaris heeft na het overlijden van erflaatster een verklaring van erfrecht opgemaakt. Vervolgens, bijna een jaar na het overlijden van erflaatster, kreeg de notaris opdracht van vader (in diens hoedanigheid van executeur-afwikkelingsbewindvoerder) om een akte van verdeling van de nalatenschap op te stellen.

3.5.

De akte is eerst in concept verstrekt aan (onder andere) klagers en is vervolgens meerdere keren aangepast (in december 2022, mei 2023 en juni 2023) naar aanleiding van opmerkingen van klagers en de door klagers verstrekte informatie over (onder meer) de wijze waarop het privévermogen van erflaatster was opgebouwd en de onroerende zaken die (deels) met dat privévermogen zijn gekocht. Ook heeft op 11 januari 2023 een bespreking plaatsgevonden tussen klagers en de notaris op het kantoor van de notaris.

3.6.

De notaris heeft op 9 juni 2023 de akte van verdeling van de nalatenschap (hierna: de akte) gepasseerd. Daarin wordt als peildatum voor de verdeling aangesloten bij de datum van overlijden van erflaatster. De onroerende zaken in [plaats 5] en [plaats 2] zijn aan vader toegedeeld. Verder bevat de akte de volgende clausule:

(Geen volledige) kwijting

De echtgenoot [vader, toevoeging hof] verklaart met deze akte de nalatenschap van de overledene [erflaatster, toevoeging hof] en de daarin begrepen onverdeelde helft van de huwelijksgemeenschap met inachtneming van het testament en namens alle erfgenamen te hebben verdeeld. De echtgenoot verklaart echter niet mede namens de andere erfgenamen met betrekking tot de verdeling van de onverdeeldheid, aan hem volledige kwijting en decharge te verlenen. Dit heeft te maken met het feit dat enkele van de andere deelgenoten kenbaar hebben gemaakt dat zij van mening zijn dat de nalatenschap anders zou zijn samengesteld dan dat de echtgenoot blijkens het vorenstaande heeft aangenomen.

(…)

Geen afstand ontbinding waarde erfdelen

Daarnaast verklaart de echtgenoot uitdrukkelijk dat hij namens de andere erfgenamen geen afstand doet van hun bevoegdheid om het bedrag/de waarde van hun erfdelen ter discussie te stellen; daartoe blijven de andere erfgenamen, ook na het tekenen van deze akte, bevoegd.

(...)

3.7.

Bij e-mailbericht van 17 juli 2023 hebben klagers bij het kantoor van de notaris een klacht tegen de notaris ingediend vanwege haar rol bij de afwikkeling van de nalatenschap van erflaatster. In de klacht staat dat volgens klagers de notaris als partij-notaris de belangen van vader als erfgenaam heeft gediend, waarmee klagers zijn benadeeld omdat hun erfdeel lager uitvalt. Ook heeft de notaris klagers niet de benodigde en verzochte informatie verstrekt over de afwikkeling. Naar aanleiding van de klacht heeft in oktober 2023 een gesprek plaatsgevonden tussen klagers en een kantoorgenoot van de notaris.

4De klacht

4.1.

Klagers verwijten de notaris dat zij in strijd heeft gehandeld met de eisen van zorgvuldigheid en met de artikelen 3 lid 2 en 17 lid 1 van de Wet op het notarisambt doordat:

1. de notaris erfenisfraude heeft gefaciliteerd door een woonhuis en een winkelpand tegen verouderde en onjuiste waarde te laten passeren;

2. de notaris onrechtmatig de waardepeildatum voor de verdeling van de nalatenschap heeft verlegd;

3. de notaris huurbaten uit het onroerend goed te [plaats 5] ten onrechte niet tot het privévermogen heeft gerekend en ten onrechte schenkingen van de gemeenschap met de nalatenschap heeft verrekend;

4. de akte van verdeling rekenfouten, dubbeltellingen en een anachronisme bevat, wat heeft geresulteerd in onjuist berekende erfdelen;

5. de notaris erflaatster bij ophoging van het opvullegaat onvoldoende heeft geïnformeerd over de noodzaak van die ophoging;

6. de notaris a) een te korte reactietermijn heeft gehanteerd voor de conceptakte en b) zich in de akte op onjuiste aannames heeft gebaseerd waardoor zij systematisch heeft bijgedragen aan de onrechtmatige verwerving van waarde uit de nalatenschap door vader, waarbij zij c) substantieel veel uren heeft gefactureerd voor het verdedigen van zowel de handelswijze van vader als die van haarzelf.

Beperkt appel

4.2.

In eerste aanleg hebben klagers de notaris ook verweten dat hun klacht door het kantoor van de notaris niet naar tevredenheid is afgehandeld (klachtonderdeel 7). Dit klachtonderdeel is door de kamer ongegrond verklaard, omdat dit geen handelen van de notaris betreft. Blijkens het beroepschrift en het verhandelde ter terechtzitting richt het hoger beroep van klagers zich uitsluitend tegen het oordeel van de kamer omtrent de onder 4.1. genoemde zes klachtonderdelen. Gelet op het vorenstaande zal het hof alleen deze klachtonderdelen bespreken. Het hof zal de klacht voor het overige (te weten wat betreft klachtonderdeel 7) buiten verdere bespreking laten, omdat het hof geen reden ziet ten aanzien van dit onderdeel van de oorspronkelijke klacht anders te oordelen dan de kamer heeft gedaan.

5Beoordeling

5.1.

De kamer heeft in de bestreden beslissing de klacht van klagers tegen de notaris ongegrond verklaard

5.2.

Gelet op de onderlinge samenhang ziet het hof aanleiding om de klachtonderdelen 1 tot en met 4 gezamenlijk te beoordelen.

Klachtonderdelen 1 tot en met 4: de notaris heeft in de verdelingsakte een onjuiste peildatum gehanteerd, onjuiste waardes opgenomen, vermogensbestanddelen onjuist toebedeeld en rekenfouten gemaakt waardoor zij de erfdelen onjuist heeft berekend.

5.3.

Klagers stellen dat de notaris heeft meegewerkt aan een verdelingsakte waarbij de nalatenschap in het voordeel van vader is verdeeld. Zo heeft vader de tot de nalatenschap behorende panden tegen aantoonbaar te lage waarden toegedeeld gekregen. Er zijn sterk verouderde taxatiewaarden gehanteerd. In de akte is daarnaast ten onrechte de peildatum voor de verdeling verlegd. Feitelijk is er pas op 9 juni 2023 (datum akte) verdeeld terwijl in de akte als peildatum voor de waardering de overlijdensdatum (5 december 2021) wordt gehanteerd. Als gevolg hiervan komen de vruchten van de tot de nalatenschap behorende vermogensbestanddelen uitsluitend toe aan vader terwijl dit niet juist is. De notaris heeft voorts de huurbaten van een tot het privévermogen van erflaatster behorend pand onjuist gekwalificeerd. Klagers stellen, onder overlegging van diverse producties, dat deze huuropbrengsten zijn gebruikt voor schenkingen gefinancierd uit de huwelijksgoederengemeenschap en niet – zoals door de notaris ten onrechte wordt gesteld – voor schenkingen gefinancierd uit het privévermogen van erflaatster. Aan de nalatenschap dient daarom nog te worden vergoed een bedrag van circa € 440.000,- aan huuropbrengsten. De notaris is hier ten onrechte aan voorbijgegaan. De notaris heeft de onjuiste veronderstellingen van vader kritiekloos gevolgd waardoor ze partijdig heeft gehandeld en klagers heeft benadeeld. Dit geldt ook voor de wijze waarop ze de door vader opgestelde juridische en financiële uitgangspunten bij de verdeling van de boedel heeft gecontroleerd. In hoger beroep stellen klagers dat ook de kamer hier onvoldoende kritisch op is geweest. Klagers voeren in dit verband, onder meer, aan dat door de kamer een schuldaflossing onterecht als een privé-uitgave is aangemerkt en dat een schuld uit hoofde van een vergoedingsvordering dubbel is geteld. De kamer heeft deze vergoedingsvordering bovendien onvoldoende onderbouwd. Klagers voeren ten slotte aan dat de notaris en de kamer onjuiste aannames hebben gedaan voor wat betreft de bedragen die erflaatster van haar vader heeft ontvangen.

5.4.

De notaris voert primair aan dat de notaris slechts de verdelingsakte heeft gepasseerd maar dat het vader is geweest die in zijn hoedanigheid van afwikkelingsbewindvoerder de nalatenschap heeft verdeeld. Op basis van het testament was hij hiertoe ook gerechtigd. De waarden waarvoor de panden in [plaats 2] en [plaats 5] aan vader zijn toegedeeld zijn ook door hemzelf vastgesteld. Hoewel de notaris diverse keren tegen vader heeft gezegd dat het verstandiger zou zijn om deze panden (nogmaals) te laten taxeren heeft vader hiervan afgezien. In plaats daarvan is het pand in [plaats 2] aan vader toegedeeld tegen een waarde, gebaseerd op een taxatie van ongeveer een jaar voor het overlijden. Het pand in [plaats 5] is toegedeeld tegen een waarde gebaseerd op het hoogst verkregen bod in de periode dat vader heeft geprobeerd dit pand te verkopen. Omdat deze waarden dus naar behoren waren onderbouwd heeft de notaris besloten om haar medewerking te verlenen aan het opstellen en passeren van de verdelingsakte op voorwaarde dat in de akte een bepaling zou worden opgenomen dat het voor klagers mogelijk zou blijven de ontstane discussie(s) te blijven voortzetten en eventueel tot een ander bedrag en eindresultaat uit te komen. Aangezien vader in zijn hoedanigheid van afwikkelingsbewindvoerder bevoegd was om de goederenrechtelijke verdeling tot stand te brengen waarbij de notaris enerzijds klagers de mogelijkheid wilde (blijven) bieden om de discussie over de hoogte van de overbedelingsschulden voort te kunnen zetten en anderzijds rekening diende te houden met de wens van vader en de overige twee kinderen om tot verdeling over te gaan, heeft de notaris, gegeven de omstandigheden, gekozen voor deze oplossing. De notaris benadrukt dat zij het dossier met veel zorg heeft behandeld en dat zij dit op onpartijdige wijze heeft gedaan; ze heeft veel tijd besteed aan het beantwoorden van vragen van de kant van klagers en ze heeft ervoor gekozen om juist in het belang van klagers hen in de verdelingsakte ruimte te bieden door het opnemen van de onder 3.6. genoemde (ongebruikelijke) clausule in de verdelingsakte.

5.5.

Evenals de kamer is het hof van oordeel dat de notaris op zorgvuldige wijze heeft gehandeld. De notaris zag zich geconfronteerd met een complexe situatie waarbij er tussen klagers enerzijds en vader en de andere twee kinderen anderzijds aanhoudende verschillen van inzicht bestonden over de uitgangspunten op basis waarvan de nalatenschap moest worden verdeeld. Omdat vader in zijn rol als afwikkelingsbewindvoerder zelfstandig bevoegd was om naar eigen inzicht a) de waarden van de panden te (laten) bepalen, b) een peildatum voor de verdeling te kiezen, c) de huuropbrengsten toe te rekenen aan het privévermogen van erflaatster en d) te kiezen voor bepaalde rekenmethodes, was de rol van de notaris hierin beperkt. Slechts indien er sprake zou zijn geweest van een evidente benadeling van één of meerdere deelgenoten had de notaris haar medewerking aan het opstellen en passeren van de verdelingsakte moeten weigeren. Uit het dossier blijkt dat hiervan geen sprake was; de door vader gemaakte keuzes waren onderbouwd en verdedigbaar. Dat klagers het niet eens waren met deze onderbouwing kan de notaris niet worden aangerekend. De notaris heeft aan de hand van de door vader gemaakte keuzes een verdelingsakte opgesteld waarin zij blijk heeft gegeven oog te hebben gehad voor de door klagers opgeworpen bezwaren. In de akte is niet alleen een nogal ongebruikelijke clausule opgenomen dat de afwikkelingsbewindvoerder namens de andere erfgenamen geen afstand doet van de bevoegdheid om de hoogte van de erfdelen ter discussie te stellen: alle erfgenamen blijven hiertoe bevoegd, ook na het tekenen van de akte. Ook heeft de notaris met zoveel woorden in de akte de specifieke bezwaren van klagers omtrent het bestaan en de waarden van de vergoedingsvorderingen/schulden en de waardering van de panden in [plaats 2] en [plaats 5] opgenomen. De notaris heeft daarmee een akte opgesteld waarbij klagers de mogelijkheid hebben om (alsnog, eventueel in rechte) terug te komen op de hoogte van de waarderingen die bij de verdeling zijn gehanteerd. In deze omstandigheid is het hof van oordeel dat als er al sprake zou zijn van onjuiste en/of onzorgvuldige waarderingen en toedelingen, daaraan de onzorgvuldigheid is ontnomen door de mogelijkheid die de akte aan elk van de erfgenamen biedt om terug te komen op de in de akte gemaakte keuzes. Door deze keuze kwam zowel een al lang lopend debat tot een door enkele erfgenamen gewenst einde, als bood het andere erfgenamen (waaronder klagers) de mogelijkheid om nadien alsnog (eventueel in rechte) op te komen tegen de uitkomst van de verdeling. Door deze tussenstap heeft de notaris de wensen en belangen van alle betrokkenen op één lijn gebracht, hetgeen duidt op een onafhankelijke en evenwichtige benadering. Ook overigens is het hof niet gebleken van onzorgvuldig handelen door de notaris. Uit het dossier blijkt dat de notaris adequaat heeft gereageerd op de door klagers opgeworpen vragen en discussiepunten. Dat klagers het met de uiteindelijk door vader gemaakte keuzes niet eens zijn maakt niet dat er sprake is van een tuchtrechtelijk verwijtbare handelwijze van de notaris. De klachtonderdelen 1 tot en met 4 zijn ongegrond.

Klachtonderdeel 5: de notaris heeft erflaatster onvoldoende geïnformeerd over (de noodzaak van) het opvullegaat.

5.6.

Klagers betogen dat de notaris, die vlak voor het overlijden van erflaatster een ophoging van het opvullegaat heeft gefaciliteerd, erflaatster en vader onvoldoende heeft voorgelicht over de noodzaak van ophoging van dit legaat. Ook was het de wens van erflaatster om na haar overlijden zoveel mogelijk te gelde te maken; dit is nu niet gebeurd omdat de panden in [plaats 2] en [plaats 5] nu aan vader zijn toegedeeld. De notaris stelt dat deze klacht ziet op het laatste testament van erflaatster. In verband met haar geheimhoudingsplicht kan de notaris hierover slechts in beperkte mate verklaringen afleggen. De notaris heeft geen bemoeienis gehad met het bedrag van het opvullegaat. Ook was zij niet bekend met de (gestelde) wens van erflaatster dat alles zo veel als mogelijk verkocht zou moeten worden. De notaris heeft het testament van erflaatster zonder de aanwezigheid van derden gepasseerd.

5.7.

De kamer heeft deze klacht ongegrond verklaard waarbij de kamer heeft overwogen dat de door de notaris gegeven toelichting voldoende onderbouwd was. Het hof sluit zich bij deze overweging van de kamer aan en maakt die tot de zijne. Klagers hebben de door de notaris geschetste gang van zaken niet weersproken en ook overigens hebben klagers onvoldoende gemotiveerd onderbouwd dat het voor de notaris duidelijk had moeten zijn dat het de wens van erflaatster was om zoveel mogelijk vermogensbestanddelen te verkopen. Het beroepschrift van klagers, het verweerschrift van de notaris en de verdere behandeling van de zaak ter zitting in hoger beroep heeft geen ander licht op deze klacht geworpen. Van enig tuchtrechtelijk laakbaar handelen door de notaris is ook het hof niet gebleken. De klacht is ongegrond.

Klachtonderdeel 6: de notaris heeft a) een te korte reactietermijn gehanteerd, b) zich op onjuiste aannames gebaseerd en bijgedragen aan de onrechtmatige verwerving van vermogensbestanddelen door vader waarbij zij c) substantieel te veel uren heeft gedeclareerd.

5.8.

Klagers hebben naar voren gebracht dat de notaris op 21 december 2022 een conceptakte heeft gestuurd waarbij zij heeft opgemerkt dat de akte op dinsdag 27 december 2022 of woensdag 28 december 2022 door of namens vader zal worden ondertekend. Nadat klagers hun bezwaren ten aanzien van dit concept naar voren hadden gebracht heeft de notaris de akte weliswaar aangehouden maar zij is niet ingegaan op alle inhoudelijke opmerkingen van klagers. De notaris heeft ten onrechte een aanzienlijk aantal uren in rekening gebracht die ten laste komen van alle erfgenamen.

5.9.

De notaris heeft aangevoerd dat de door haar gegeven reactietermijn op de conceptakte van 21 december 2022 inderdaad te kort bleek te zijn. Dit had te maken met allerlei nieuwe informatie die klagers naar aanleiding van dit concept hadden ingebracht. De notaris heeft deze informatie telkens bestudeerd, waarna zij aan klagers een opvolgende en onderbouwde reactie heeft gegeven. Ook is zij adequaat ingegaan op aanhoudende vragen van de kant van klagers. Toen op enig moment bleek dat er geen verdere bereidheid meer was, aldus de notaris, om door middel van overleg nader tot elkaar te komen, is door de notaris besloten om, na afweging van alle belangen van de bij de verdeling betrokken partijen (ook die van de overige twee kinderen), vader de gelegenheid te bieden om de akte te tekenen. Als voorwaarde heeft ze wel gesteld dat daarin zou worden opgenomen dat er een opening zou blijven bestaan om tot een nadere berekening van eenieders verkrijging te komen.

5.10.

Op klachtonderdeel 6 b) heeft het hof al beslist bij de beoordeling van de klachtonderdelen 1 tot en met 4. Het hof zal volstaan met te verwijzen naar hetgeen zij onder rov. 5.5. heeft overwogen. Klachtonderdeel 6 b) is daarmee eveneens ongegrond.

5.11.

Ten aanzien van klachtonderdeel 6 a) overweegt het hof dat de notaris haar aanvankelijke voornemen om de akte binnen enkele dagen te passeren niet heeft geëffectueerd nadat duidelijk werd dat klagers het niet eens waren met de inhoud van het concept. In zoverre heeft ze, naar later bleek, de (te) korte reactietermijn gecorrigeerd en klagers voldoende gelegenheid geboden hun bezwaren kenbaar te maken. Van die gelegenheid hebben klagers ook gebruik kunnen maken, zodat klagers niet in hun belangen zijn geschaad door de aanvankelijk geboden korte termijn. Het hof is, evenals de kamer, van oordeel dat dit klachtonderdeel ongegrond is. Dit geldt ook voor klachtonderdeel 6 c). Uit het dossier blijkt dat de notaris uitvoerig en voldoende onderbouwd is ingegaan op de diverse op- en aanmerkingen van klagers. Het kan de notaris niet worden verweten (en al zeker niet door klagers) dat aan deze omvangrijke correspondentie kosten zijn verbonden die ten laste komen van de nalatenschap. Niet gesteld of gebleken is dat er sprake is van evident onjuiste declaraties of dat er werkzaamheden zijn gedeclareerd die niet zijn verricht.

5.12.

Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat het hof, evenals de kamer, van oordeel is dat de klacht op alle onderdelen ongegrond is. Het hof zal de beslissing van de kamer daarom bevestigen.

6Beslissing

Het hof:

- bevestigt de bestreden beslissing.

Deze beslissing is gegeven door mrs. O.J. van Leeuwen, H.T. van der Meer en J.A.H. Bruggemann en in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2026 door de rolraadsheer.



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733