Essentie (gemaakt door AI)
Kort geding waarin oma terugplaatsing van kleinkind vordert na plaatsing door GI in (crisis)pleeggezin en gezinshuis onder voogdij. Spoedeisend belang aanwezig. Voorzieningenrechter oordeelt dat GI zonder toestemming van oma of rechtbank heeft verplaatst en daarmee onrechtmatig handelt. Verwijzing naar gelijktijdige beschikking waarin toestemming tot wijziging verblijf is geweigerd en waarin onzorgvuldig handelen GI is vastgesteld. Terugplaatsing per direct toegewezen. GI wordt veroordeeld in de proceskosten. Vonnis uitvoer,| Datum publicatie | 29-01-2026 |
| Zaaknummer | C/05/460084 / KG ZA 25/439 |
| Procedure | Eerste aanleg - enkelvoudig |
| Zittingsplaats | Zutphen |
| Rechtsgebieden | Civiel recht; Personen- en familierecht |
| Trefwoorden | Jeugdbescherming / Jeugdwet |
| Wetsverwijzingen |
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
Vonnis kort geding. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de GI de minderjarige niet in een (crisis)pleeggezin had mogen plaatsen zonder de toestemming van oma (waar de minderjarige al een hele tijd verbleef) dan wel de toestemming van de rechtbank. De minderjarige moet per direct teuggeplaatst worden. De GI wordt veroordeeld in de kosten van dit kort geding omdat de GI onrechtmatig heeft gehandeld door de minderjarige te verplaatsen zonder toestemming van oma of van de rechtbank en dit bovendien lang heeft laten voortduren. Daarnaast was het kort geding niet nodig geweest als de GI sneller het verzoek tot wijziging verblijf had ingediend. Verwijzing naar bodemprocedure waarin het verzoek van de GI tot toestemming tot een wijziging van het verblijf is afgewezen (C/05/460160 / JE RK 25-1235). Zie: ECLI:NL:RBGEL:2025:11674Volledige uitspraak
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Zutphen
Zaakgegevens: C/05/460084 / KG ZA 25/439
Datum uitspraak: 17 december 2025
Vonnis kort geding
in de zaak van:
[naam oma] ,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: oma,
advocaat: mr. N.S. van der Vliet te Rotterdam,
tegen
de gecertificeerde jeugdinstelling Jeugdbescherming Gelderland, regio Midden,
gevestigd te Ede,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de GI,
van wie geen advocaat bekend is.
De voorzieningenrechter merkt als informant aan:
[naam moeder] ,
hierna te noemen: de moeder.
1Het procesverloop
Dit verloop blijkt uit:
-
de aanvraag kort gediend, ingediend op 3 december 2025;
-
de dagvaarding van 8 december 2025;
-
de mondelinge behandeling van 17 november 2025, waarbij oma met haar advocaat, de moeder en de GI zijn verschenen en waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Tijdens de mondelinge behandeling is gelijktijdig behandeld het verzoek van de GI tot een toestemming voor wijziging van het verblijf van [minderjarige] (zaaknummer: C/05/460160 / JE RK 25-1235). Op dit verzoek is bij aparte beschikking beslist. De beslissingen in beide zaken zijn echter wel gelijktijdig uitgesproken tijdens de mondelinge behandeling op 17 december 2025.
2De feiten
Oma is oma van de minderjarige [naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2023 in [geboorteplaats] . Oma is de moeder van de moeder van [minderjarige] .
Bij beschikking van 21 april 2023 is [minderjarige] onder voogdij gesteld van de GI.
[minderjarige] verbleef tot 4 september 2025 bij oma. Daarna is [minderjarige] in een crisispleeggezin geplaatst. Op 24 september 2025 is hij overgeplaatst naar een gezinshuis.
Bij beschikking van deze rechtbank van 17 december 2025 heeft de rechtbank het verzoek van de GI tot toestemming in de wijziging van het verblijf van [minderjarige] afgewezen.
3Het geschil
Oma vordert de voorzieningenrechter, uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat [minderjarige] met ingang van het te wijzen vonnis bij oma dient te worden teruggeplaatst, en om de GI te veroordelen in de kosten van dit geding.
De GI voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4De beoordeling
Spoedeisend belang
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter moet daarom eerst beoordelen of oma ten tijde van dit vonnis bij die voorziening een spoedeisend belang heeft.
De voorzieningenrechter stelt vast dat oma een spoedeisend belang heeft, omdat [minderjarige] vanaf zijn geboorte bij oma is opgegroeid en de GI [minderjarige] heeft verplaatst terwijl oma het daar niet mee eens is.
Inhoudelijke beoordeling
De voorzieningenrechter oordeelt dat [minderjarige] per direct teruggeplaatst dient te worden bij oma. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de GI [minderjarige] niet in een (crisis)pleeggezin had mogen plaatsen zonder de toestemming van oma dan wel de toestemming van de rechtbank.
De rechtbank verwijst naar de beschikking van 17 december 2025, waarbij het verzoek van de GI tot toestemming tot een wijziging van het verblijf van [minderjarige] is afgewezen. In die beschikking heeft de rechtbank uitgebreid gemotiveerd waarom de rechtbank van oordeel is dat oma geen toestemming heeft gegeven voor de plaatsing. Daarnaast is het juridisch gezien niet mogelijk dat de rechtbank met terugwerkende kracht die toestemming alsnog verleend. Tot slot is de rechtbank van oordeel dat als de toestemming aan de rechtbank op het juiste moment was gevraagd het niet in het belang van [minderjarige] was om hem te verplaatsen en weg te halen bij oma. In de andere procedure heeft de rechtbank ook overwogen dat de GI met haar handelen onzorgvuldig, niet transparant en niet controleerbaar heeft gehandeld. Dit alles maakt dat de voorzieningenrechter in dit kort geding van oordeel is dat de GI onrechtmatig heeft gehandeld. De voorzieningenrechter vindt daarom dat het verzoek in kort geding om [minderjarige] direct terug te plaatsen moet worden toegewezen.
Voor zover de GI nog in kort geding heeft gesteld dat de terugplaatsing van [minderjarige] bij oma moet wachten op de uitkomsten van het netwerkscreeningsonderzoek, is de voorzieningenrechter van oordeel dat dat standpunt niet gevolgd moet worden. Een onderdeel van die screening is juist het onderzoeken van de belastbaarheid van oma, en dat kan juist alleen maar goed onderzocht worden als [minderjarige] wel (weer) bij oma woont. Er is weliswaar een (klein) risico dat uit de screening naar voren komt dat de opvoedsituatie bij oma niet is wat [minderjarige] nodig heeft en waaruit geconcludeerd kan worden dat [minderjarige] elders moet opgroeien waardoor weer een verplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is, maar de voorzieningenrechter ziet daarin geen reden om nu [minderjarige] niet terug te plaatsen bij oma. Daarnaast vindt de rechtbank het belang van [minderjarige] om de komende tijd te wonen bij zijn oma te wonen aan wie hij is gehecht zwaarder wegen, zeker met het oog op de komende feestdagen.
Zoals ook in de beschikking van 17 december 2025 is overwogen, is het wel van belang dat de terugkeer van [minderjarige] naar oma verloopt op een manier die prettig is voor [minderjarige] en waarbij hij wel afscheid kan nemen van de gezinshuisouders en de andere kinderen die daar verblijven. De rechtbank heeft daarom tijdens de mondelinge behandeling aan oma meegegeven het niet in het belang van [minderjarige] te vinden als oma hem direct na de mondelinge behandeling ophaalt bij het gezinshuis.
Uitvoerbaar bij voorraad
De voorzieningenrechter zal het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dit betekent dat het blijft gelden, ook als tegen dit vonnis hoger beroep wordt ingesteld.
Proceskosten
In zaken van familierechterlijke aard is het gebruikelijk om de proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. De voorzieningenrechter wijkt af van deze lijn en veroordeelt de GI in de kosten van dit geding en overweegt daartoe het volgende.
De belangrijkste reden is dat de voorzieningenrechter heeft geconstateerd dat de GI onrechtmatig heeft gehandeld door [minderjarige] te verplaatsen zonder toestemming van oma of van de rechtbank en dit bovendien lang heeft laten voortduren. Daarnaast was het kort geding niet nodig geweest als de GI, nadat de raadsvrouw van oma daarop had aangedrongen, sneller het verzoek tot wijziging verblijf had ingediend. Ondanks de toezegging van de GI van 14 november 2025
1 om in de week daarna een verzoekschrift in te dienen bij de rechtbank om de toestemming te vragen voor de wijziging van het verblijf van [minderjarige] , heeft de GI pas ruim twee weken later (op 3 december 2025 én pas nadat de oma het kort geding heeft aangevraagd bij de rechtbank) het verzoekschrift ingediend. De voorzieningenrechter volgt het standpunt van oma dat zij genoodzaakt was het kort geding te starten.
De proceskosten van oma worden begroot op:
|
- explootkosten (en evt. verschotten) |
€ |
148,04 |
|
|
- griffierecht |
€ |
331,00 |
|
|
- salaris advocaat |
€ |
715,00 |
|
|
Totaal |
€ |
1.194,04 |
Onder de proceskosten vallen ook de nakosten. De nakosten worden begroot op het bedrag genoemd in het liquidatietarief civiel (per 1 februari 2024: € 178). In geval van betekening worden een extra bedrag aan salaris (per 1 februari 2024: € 92) en de explootkosten van betekening toegekend.
5De beslissing
De voorzieningenrechter, rechtdoende,
bepaalt de minderjarige [naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2023 in [geboorteplaats] , per direct moet worden teruggeplaatst bij oma;
veroordeelt de GI in de proceskosten van dit geding, tot zover aan de kant van oma begroot op € 1.194,04, te vermeerderen met de nakosten van € 178 aan salaris advocaat, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, plus een extra bedrag aan salaris advocaat bij betekening van € 92 en de kosten van de betekening als de GI niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
|
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2025 door mr. M.G.J. Post, (kinder)rechter, in aanwezigheid van L. Stoevenbelt als griffier, en op schrift gesteld op 23 december 2025. |
||
Productie 6 bij de dagvaarding
© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733
