Rechtbank Midden-Nederland 05-09-2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:7373

Essentie (gemaakt door AI)

Raad verzoekt ondertoezichtstelling voor [minderjarige] gedurende negen maanden en uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Moeder verzoekt afwijzing; GI twijfelt aan passendheid OTS en wijst op mogelijk andere GI. Kinderrechter stelt vast dat wel sprake is van een ontwikkelingsbedreiging (getuige huiselijk geweld, spijbelen), maar dat minder ingrijpende, vrijwillige hulp (vertrouwenspersoon via buurtteam/school, inzet school en leerplicht bij aanhoudend verzuim) eerst moet worden benut. Verzoek om ondertoezichtstelling wordt, ge

Datum publicatie28-01-2026
ZaaknummerC/16/597182 / JE RK 25-117
ProcedureBeschikking
ZittingsplaatsUtrecht
RechtsgebiedenCiviel recht; Personen- en familierecht
TrefwoordenJeugdbescherming / Jeugdwet; Afwijzing verzoek ondertoezichtstelling
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

Afwijzing verzoek ondertoezichtstelling, minder vergaande maatregelen mogelijk, eerst vertrouwenspersoon en handhaven schoolgang via leerplicht.

Volledige uitspraak


RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Utrecht

Zaaknummer: C/16/597183 / JE RK 25-1177

Datum uitspraak: 5 september 2025

Beschikking van de kinderrechter over een afwijzing van een ondertoezichtstelling

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming,

Midden-Nederland, Utrecht,

hierna te noemen de Raad,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats] ,

1Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 24 juli 2025;

  • de brief van de moeder van 29 augustus 2025.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 5 september 2025. Daarbij waren aanwezig:

- [A] , namens de Raad;

- [B] , namens de beoogde gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, hierna te noemen de GI.

De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.

1.3.

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een brief gestuurd. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2De feiten

2.1.

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

2.2.

[minderjarige] woont bij haar moeder.

3Het verzoek

3.1.

De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van negen maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4De standpunten

4.1.

De moeder wil dat het verzoek van de Raad wordt afgewezen.

4.2.

De GI denkt dat een andere gecertificeerde instelling passender zou zijn voor dit gezin. Daarnaast betwijfelt de GI of een ondertoezichtstelling op dit moment passend is.

5De beoordeling

5.1.

De kinderrechter is van oordeel dat niet aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan en wijst het verzoek van de Raad af. 1 De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

5.2.

[minderjarige] is al meerdere keren in haar leven getuige geweest van huiselijk geweld en spanningen tussen haar moeder en ex-partners. Dit heeft vermoedelijk een negatieve invloed gehad op haar gevoel van veiligheid en haar vertrouwen in anderen. Een grote zorg is dat [minderjarige] hierdoor geen gezond voorbeeld heeft gekregen van wat een fijne en veilige relatie is. Ook is niet duidelijk of [minderjarige] deze gebeurtenissen voldoende heeft kunnen verwerken, omdat er weinig ruimte lijkt te zijn om er met haar moeder of anderen over te praten. De kinderrechter vindt het daarom verstandig als [minderjarige] een vertrouwenspersoon krijgt, waarmee zij kan praten als zij daar behoefte aan heeft. Hoewel [minderjarige] veel spijbelt, ontwikkelt zij zich verder goed en kan zij aansluiting vinden bij haar klasgenoten. Ook vindt de kinderrechter het positief om te horen dat [minderjarige] haar stage positief heeft afgerond en een leuke bijbaan heeft gevonden. Wel is het belangrijk dat [minderjarige] gestimuleerd wordt om naar school te blijven gaan, zodat zij geen achterstand oploopt en zich goed kan blijven ontwikkelen.

5.3.

De kinderrechter is op grond van het voorgaande van oordeel dat er weliswaar sprake is van een ontwikkelingsbedreiging, maar dat een ondertoezichtstelling op dit moment te vergaand is. In het vrijwillige kader is onvoldoende geprobeerd om de ontwikkelingsbedreiging met alternatieve en minder ingrijpende middelen weg te nemen. Via het buurtteam of haar eigen school kan [minderjarige] een vertrouwenspersoon krijgen en verder worden ondersteund in haar schoolgang en ontwikkeling. Als blijkt dat het schoolverzuim van [minderjarige] blijft aanhouden, ligt het op de weg van de school en de leerplicht om hierin stappen te ondernemen.

6De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

wijst het verzoek af.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 5 september 2025 door mr. L.A.C. de Vaan, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. P. S. Bamberg als griffier, en op schrift gesteld op 17 september 2025.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733