Essentie (gemaakt door AI)
Kort geding tussen ouders over uitleg vierwekelijkse zorgregeling. Moeder wil dat telling tijdens schoolvakanties doorloopt; vader stelt dat vakanties buiten de reguliere regeling vallen. De beschikking biedt geen uitsluitsel. Voorzieningenrechter hanteert het uitgangspunt dat de reguliere regeling tijdens vakanties ‘stopt’, tenzij anders bepaald. Volgt vastlegging dat na de kerstvakantie week 3 start en vastlegging gedetailleerde vakantie- en feestdagenregeling tot en met herfst 2026. Geen dwangsommen.| Datum publicatie | 27-01-2026 |
| Zaaknummer | C/09/694266 / KG ZA 25-1100 |
| Procedure | Eerste aanleg - enkelvoudig |
| Zittingsplaats | Den Haag |
| Rechtsgebieden | Civiel recht |
| Trefwoorden | Kinderen; Zorgregeling / omgang / informatie |
| Wetsverwijzingen |
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
VolgtVolledige uitspraak
Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/694266 / KG ZA 25-1100
Vonnis in kort geding van 19 december 2025
in de zaak van
[de moeder],
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
advocaat mr. R.W. de Gruijl te Rotterdam,
tegen:
[de vader],
wonende te [woonplaats],
gedaagde in conventie,
eiser in reconventie,
advocaat mr. A.C. van ’t Hek te Dordrecht.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘de moeder’ en ‘de vader’.
1De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 4;
- de conclusie van antwoord met productie 1.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 10 december 2025. Daarbij zijn verschenen: de vrouw met haar advocaat en de man met zijn advocaat.
Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.
2De feiten in conventie en in reconventie
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest van [datum 1] 2013 tot [datum 2] 2020.
Zij zijn de ouders van de minderjarige kinderen:
-
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2014 te [geboorteplaats],
-
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2018 te [geboorteplaats].
Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit. De kinderen hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
Bij beschikking van deze rechtbank van 2 september 2025 is – voor zover hier van belang – de volgende zorgregeling bepaald:
- “ “week 1:
- maandag: tot naar school bij de vader, uit school bij de moeder;
- dinsdag: bij de moeder;
- woensdag: bij de moeder;
- donderdag: tot naar school bij de moeder, uit school bij de vader;
- vrijdag: bij de vader;
- zaterdag: bij de vader;
- zondag: bij de vader;
- week 2:
- maandag: bij de vader;
- dinsdag: bij de vader;
- woensdag: tot aan school bij de vader, na school bij de moeder;
- donderdag: bij de moeder;
- vrijdag: bij de moeder;
- zaterdag: bij de moeder;
- zondag: bij de moeder;
- week 3:
- maandag: bij de moeder,
- dinsdag: bij de moeder;
- woensdag: bij de moeder;
- donderdag: tot naar school bij de moeder, na school bij de vader;
- vrijdag: bij de vader;
- zaterdag: bij de vader;
- zondag: bij de vader;
- week 4:
- maandag: tot naar school bij de vader, uit school bij de moeder;
- dinsdag: bij de moeder;
- woensdag: bij de moeder;
- donderdag: bij de moeder;
- vrijdag: tot naar school bij de moeder, uit school bij de vader;
- zaterdag: bij de vader;
- zondag: bij de vader.
-
waarbij de ouder die de kinderen naar school brengt die dag verantwoordelijk is voor hen, en hen dus opvangt tijdens ziekte of een studiedag en daarnaast ervoor zorgt dat de kinderen aan het eind van de middag bij de andere ouder worden gebracht;
-
de vakanties en feestdagen worden door de ouders onderling bij helfte verdeeld;
-
gedurende de Islamitische feestdagen zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de moeder;”
3Het geschil
in conventie
De moeder vordert – zakelijk weergegeven – te bevelen dat de man zijn medewerking dient te verlenen aan de bij beschikking van 2 september 2025 bepaalde zorgregeling, op straffe van een dwangsom van € 1.000,- voor iedere dag dat de vader nalatig is hieraan te voldoen met een maximum van € 50.000,- per jaar, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
Daartoe voert de moeder – samengevat – het volgende aan. Bij beschikking van 2 september 2025 is door de rechtbank een zorgregeling vastgesteld. Toen de herfstvakantie naderde in oktober 2025 ontstond er tussen de ouders onenigheid over de uitvoering van de zorgregeling rondom vakanties. De moeder vindt dat de telling van de weken uit de zorgregeling tijdens schoolvakanties door moet lopen, zodat er minder onduidelijkheid komt bovenop een zorgregeling die naar de mening van de moeder al onduidelijk is. De regeling kent veel wisselingen en dat vindt de moeder niet in het belang van de kinderen. Zij is daarom ook al in hoger beroep gegaan tegen de zorgregeling. Omdat het rondom de herfstvakantie is misgelopen, waarbij ook de politie is ingeschakeld, en er nog meer vakanties aan zitten te komen vordert de moeder nakoming van de vastgestelde zorgregeling. De moeder acht het in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] noodzakelijk dat de regeling zo snel mogelijk wordt nagekomen, zonder onrust en onduidelijkheid en verzoekt hierbij een dwangsom.
De vader voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.
in reconventie
De vader vordert – zakelijk weergegeven – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de moeder te veroordelen tot naleving van de geldende zorgregeling en daarbij te bepalen dat de eerste week na de kerstvakantie als week 3 zal gelden, onder oplegging van een dwangsom van € 250,- voor elke keer dat zij een deel van de zorgregeling niet nakomt met een maximum van € 5.000,-, en daarbij de moeder te veroordelen in de kosten van het geding.
Daartoe voert de vader – samengevat – het volgende aan. De moeder stelt volgens de vader uit het niets dat de reguliere weken doorlopen tijdens vakanties. De vader vindt zelf dat dit niet het geval is en hij stelt dat het doortellen van de weken tijdens schoolvakanties juist zorgt voor onduidelijkheid. De vordering van de moeder moet volgens hem worden afgewezen. Er wordt in de vordering namelijk geen specifieke week genoemd, en het is de vraag of zij door het ingestelde hoger beroep nu wel spoedeisend belang heeft. De vader vindt dat de vastgestelde zorgregeling moet worden nagekomen, waarbij vakanties buiten de reguliere regeling vallen en op maandag 5 januari 2026 week 3 van het vierwekelijkse schema start. Een beslissing hierover van de rechter is noodzakelijk om verdere conflicten te voorkomen en duidelijkheid te scheppen. Ook door de vader wordt een dwangsom gevorderd.
De moeder voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.
4
4. De beoordeling van het geschil
in conventie en in reconventie
Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie, zullen deze gezamenlijk worden behandeld.
Zorgregeling en dwangsom
Het geschil tussen partijen ziet op de vraag hoe de zorgregeling in de beschikking van 2 september 2025 uitgelegd moet worden. De moeder vindt dat de vierwekelijkse telling tijdens schoolvakanties doorloopt, terwijl de vader vindt dat deze telling dan niet doorloopt. De beschikking geeft hierover geen uitsluitsel.
De voorzieningenrechter oordeelt allereerst dat partijen spoedeisend belang hebben bij hun vorderingen. Door de onduidelijkheid rondom de vakanties, en de kerstvakantie die volgende week van start gaat, lukt het partijen niet om (goed) uitvoering te geven aan de zorgregeling uit de beschikking van 2 september 2025.
Zoals de voorzieningenrechter ter zitting ook heeft opgemerkt, is het, wanneer de rechter een zorgregeling vaststelt, meest gangbare uitgangspunt dat er een reguliere zorgregeling is, en daarnaast een vakantieregeling, waarbij de reguliere zorgregeling als het ware ‘stopt’ tijdens vakanties, tenzij anders is bepaald. Logischerwijs volgt hieruit dat de vierwekelijkse telling zoals bepaald in de beschikking van 2 september 2025 tijdens vakanties niet doorloopt. Dit betekent concreet dat na de kerstvakantie 2025/2026, dus op 5 januari 2026, week 3 van de reguliere zorgregeling start. Dit betekent dat de vordering van de moeder wordt afgewezen en dat de vordering in reconventie van de vader wordt toegewezen.
Oplegging van een dwangsom, als stimulans tot nakoming van de te geven beslissing, is in dit geval volgens de voorzieningenrechter niet aangewezen. Hierbij overweegt de voorzieningenrechter dat dit vonnis duidelijkheid geeft over de uitleg van de eerdere beschikking. Daarnaast hebben partijen op de zitting, zoals ook hierna zal blijken, afspraken gemaakt over de vakanties tot en met de herfst van 2026. Het is daarom niet de verwachting dat er nu nog problemen zullen ontstaan in de uitvoering van de zorgregeling en de vakantieregeling. De voorzieningenrechter ziet daarom geen aanleiding tot het opleggen van een dwangsom, en de vorderingen hierover worden dus afgewezen.
Vakantieregeling
Op de zitting hebben de ouders afspraken gemaakt over de komende vakanties, tot en met de herfstvakantie van 2026. Over en weer hebben zij gevorderd deze afspraken vast te leggen in het vonnis.
In de Kerstvakantie 2025/2026 zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in de eerste week bij de vader en de tweede week bij de moeder. Na de kerstvakantie start, zoals eerder al overwogen, week 3 van de reguliere zorgregeling. Dit betekent concreet dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] aansluitend op de tweede week van de kerstvakantie van maandag 5 tot donderdag 8 januari 2026 naar school bij de moeder zullen zijn, en vervolgens bij de vader, een en ander conform de reguliere vierwekelijkse zorgregeling.
In de voorjaarsvakantie van 2026 zullen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] de hele week bij de vader zijn. De voorjaarsvakantie is van zaterdag 14 februari 2026 tot en met zondag 22 februari 2026. De start van de vakantie op zaterdag 14 februari 2026 valt in week 7 van het jaar, dat betekent week 4 volgens de reguliere zorgregeling. Na de vakantie, op maandag 23 februari 2026, start week 1 van de reguliere zorgregeling en zijn de kinderen dus bij de vader tot maandagochtend 23 februari 2026 naar school.
De meivakantie is van zaterdag 25 april tot en met zondag 10 mei 2026. De meivakantie start dus op 25 april 2026, dat is week 17 van het jaar 2026 en week 1 van de reguliere zorgregeling. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zullen van zaterdag 25 april tot en met zondag 3 mei 2026 om 12.00 uur bij de vader zijn. Met ingang van zondag 3 mei 2026 om 12.00 uur zullen de kinderen de tweede week van de vakantie (tot en met zondag 10 mei 2026) bij de moeder zijn. Op maandag 11 mei 2026 (week 20 van het jaar) gaat de reguliere zorgregeling verder met week 2. Concreet betekent het voorgaande dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de moeder zullen zijn van 2 mei 2026 12.00 uur tot maandagochtend 11 mei 2026 naar school. Na school zullen de kinderen naar de vader gaan, en daar blijven tot woensdag naar school conform de reguliere zorgregeling in week 2.
De eerste drie weken van de zomervakantie zullen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de vader zijn, de laatste drie weken bij de moeder. Op zaterdag 18 juli 2026, week 29 van het jaar, en week 3 van de reguliere zorgregeling, start de vakantie. De kinderen blijven vervolgens bij de vader tot zondag 9 augustus 2026 12.00 uur. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gaan op zondag 9 augustus 2026 om 12.00 uur naar de moeder en blijven daar tot maandagochtend 31 augustus 2026 naar school. Op maandag 31 augustus 2026 (week 36 van het jaar) wordt de reguliere zorgregeling na school hervat volgens week 4 van het schema. Dit betekent dat de kinderen in die week tot vrijdag naar school bij de moeder verblijven.
Omdat de kinderen in de voorjaarsvakantie 2026 de hele week bij de vader zijn, zullen zij in de herfstvakantie 2026 de hele vakantie bij de moeder zijn, zodat het uitgangspunt van het verdelen van de vakanties bij helfte gevolgd wordt. De herfstvakantie start op zaterdag 17 oktober 2026, dat is week 42 van het jaar en week 2 van de reguliere zorgregeling. De kinderen zijn dan al bij de moeder vanaf donderdag 15 oktober 2026 en blijven bij haar tot donderdag 29 oktober 2026. Na de herfstvakantie start namelijk week 44 van het jaar en week 3 van de reguliere zorgregeling, waarbij de kinderen tot donderdag naar school bij de moeder zijn.
Tot slot hebben partijen afspraken gemaakt over de Islamitische feestdagen. Op het Offerfeest en Suikerfeest zullen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de moeder zijn van 11.00 uur tot 19.30 uur. Hierbij geldt dat de vader de kinderen naar de moeder brengt en de moeder de kinderen naar de vader brengt.
De voorzieningenrechter merkt nog op dat bovenstaande regeling geldt, tenzij in hoger beroep anders wordt beslist of partijen zelf andere afspraken maken.
Proceskosten
In de omstandigheid dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, wordt aanleiding gezien om te bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
5De beslissing
De voorzieningenrechter:
in conventie en reconventie
veroordeelt de moeder de in de beschikking van 2 september 2025 vastgestelde zorgregeling na te komen, waarbij de telling van de weken tijdens de schoolvakanties niet doorloopt en de eerste week na de kerstvakantie 2025/2026, startend op maandag 5 januari 2026, als week 3 van de zorgregeling zal gelden;
bepaalt – met wijziging in zoverre van de beschikking van 2 september 2025 – dat voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tot en met de herfstvakantie van 2026 de volgende vakantie- en feestdagenregeling geldt:
-
Kerstvakantie 2025: week 1 bij de vader, week 2 bij de moeder tot en met donderdag 8 januari 2026 naar school, volgens week 3 van de reguliere zorgregeling;
-
Voorjaarsvakantie 2026: bij de vader, van zaterdag 14 februari 2026 tot maandag 23 februari 2026 naar school in week 1 van de reguliere zorgregeling;
-
Meivakantie 2026: in de eerste week bij de vader vanaf zaterdag 25 april 2026 (week 1 reguliere zorgregeling), tot en met zondag 3 mei 2026 om 12.00 uur. In de tweede week zijn de kinderen bij de moeder vanaf zondag 3 mei 2026 12.00 uur tot maandagochtend 11 mei 2026 naar school (week 2 reguliere zorgregeling);
-
Zomervakantie 2026: de eerste drie weken bij de vader, vanaf zaterdag 18 juli 2026 in week 3 van de reguliere zorgregeling tot zondag 9 augustus 2026 12.00 uur. De laatste drie weken bij de moeder, vanaf zondag 9 augustus 2026 tot maandag 31 augustus 2026 naar school, waarna de reguliere zorgregeling verder gaat volgens week 4 van het schema;
-
Herfstvakantie 2026: bij de moeder, waarbij geldt dat de vakantie start in week 2 van de reguliere zorgregeling waarin de kinderen vanaf donderdag 15 oktober 2026 na school bij de moeder zijn, tot donderdag 29 oktober 2026 volgens week 3 van de reguliere zorgregeling (die geldt vanaf maandag 26 oktober 2026);
-
Suikerfeest en Offerfeest: bij de moeder van 11.00 uur tot 19.30 uur, waarbij de vader de kinderen naar de moeder brengt en de moeder de kinderen bij de vader terugbrengt;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.C. Olland en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2025.
EM
© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733
