Rechtbank Den Haag 18-12-2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:26693

Essentie (gemaakt door AI)

Voorlopige voorzieningen waarin de minderjarige aan moeder wordt toevertrouwd. Verzoek van moeder om vervangende toestemming voor (tijdelijke) verhuizing naar [plaats] op grond van art. 1:253a BW afgewezen, omdat dit in een VOV-procedure niet kan; art. 822 Rv bevat een limitatieve lijst en vereist een aparte bodemprocedure. Verzoeken moeder tot verhoging kinderalimentatie en vaststelling partneralimentatie afgewezen wegens ongewijzigde woon- en lasten­situatie. Zorgregeling kerst: verblijf bij vader 25 dec 16:00 t/m

Datum publicatie26-01-2026
ZaaknummerC/09/694409 / FA RK 25-8502
ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
ZittingsplaatsDen Haag
RechtsgebiedenCiviel recht; Personen- en familierecht
TrefwoordenFamilieprocesrecht; Vovo art. 822 Rv;
Kinderen; Gezagsgeschil 1:253a BW; Verhuizing met kind
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

Voorlopige voorzieningen. Verzoek vervangende toestemming verhuizing afgewezen. Een dergelijk verzoek moet worden gedaan in een aparte (bodem)procedure op grond van art. 1:253a BW.

Volledige uitspraak


Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 25-8502

Zaaknummer: C/09/694409

Datum beschikking: 18 december 2025

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 10 november 2025 ingekomen verzoek van:

[de vrouw],

de vrouw,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. G.A. Nandoe Tewarie te ’s-Gravenhage.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man],

de man,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. M. Jonkman te Capelle aan den IJssel.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • het verzoekschrift van de zijde van de vrouw, ingekomen op 10 november 2025;

  • het bericht van 2 december 2025, met bijlagen, van de zijde van de vrouw;

  • het verweerschrift met een zelfstandig verzoek van de zijde van de man, ingekomen op
    3 december 2025.

Op 4 december 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw met haar advocaat, de man met zijn advocaat, alsmede mevrouw
[naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.

Feiten

- Partijen zijn gehuwd op [datum] 2022.

- Zij zijn de ouders van de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats].

- Partijen oefenen gezamenlijk het gezag uit over [minderjarige].

- Bij beschikking voorlopige voorzieningen van deze rechtbank van 20 juni 2025 is, voor zover hier van belang:

  • vastgesteld dat partijen bij proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar [zorginstantie] voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling / Parallel (solo) ouderschap, en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;

  • bepaald dat de man voorlopig gerechtigd is om [minderjarige] bij zich te hebben:

  • met ingang van zaterdag 28 juni 2025: elke zaterdag in de echtelijke woning, gedurende drie uur aaneensluitend, de exacte tijden door de vrouw te bepalen en in het bijzijn van een persoon (een derde) door de vrouw te bepalen;

  • met ingang van woensdag 16 juli 2025: elke woensdagmiddag van 15.00 uur tot 18.00 uur op een door de man aan de vrouw bekend te maken locatie, alsmede elke zaterdag van 14.00 uur tot 17.00 uur, eveneens op een door de man aan de vrouw bekend te maken locatie;

  • met ingang van woensdag 6 augustus 2025: elke woensdagmiddag van 15.00 uur tot 18.00 uur op een door de man aan de vrouw bekend te maken locatie, alsmede elke zaterdag van 10.00 uur tot 17.00 uur, eveneens op een door de man aan de vrouw bekend te maken locatie;

  • met ingang van woensdag 10 september 2025: elke woensdagmiddag van 15.00 uur tot 18.00 uur op een door de man aan de vrouw bekend te maken locatie, alsmede elke vrijdagmiddag 17.30 uur tot zaterdagmiddag 17.00 uur, eveneens op een door de man aan de vouw bekend te maken locatie;

  • de man haalt en brengt [minderjarige] met ingang van 16 juli 2025;

  • bepaald dat de man aan de vrouw met ingang van 20 juni 2025 voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige] van € 393,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;

  • het verzoek van de vrouw tot vaststelling van een door de man aan haar te betalen partneralimentatie afgewezen.

Verzoek en verweer

De vrouw verzoekt de beschikking voorlopige voorzieningen van 20 juni 2025 aan te vullen/te wijzigen, in die zin dat de rechtbank:

- bepaalt dat [minderjarige] wordt toevertrouwd aan de vrouw, althans op grond van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij de vrouw vaststelt, althans de vrouw vervangende toestemming verleent om met [minderjarige] in [plaats] bij haar broer te verblijven;

- de door de man aan de vrouw te betalen kinderalimentatie voor [minderjarige] vaststelt op een bedrag van € 429,- per maand;

- de door de man aan de vrouw te betalen partneralimentatie vaststelt op een bedrag van
€ 332,- per maand,

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Daarnaast verzoekt de man zelfstandig te bepalen dat hij gerechtigd is [minderjarige] bij zich te hebben van (naar de rechtbank begrijpt:) woensdag 24 december 15.00 uur tot zaterdag
27 december 2025 10.00 uur, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.

Beoordeling

Voorlopige toevertrouwing [minderjarige]

In de vorige voorlopige voorzieningenprocedure is niet verzocht om toevertrouwing van [minderjarige]. De vrouw verzoekt nu alsnog [minderjarige] aan haar toe te vertrouwen. De man kan hier op zich mee instemmen, maar hij gaat er niet mee akkoord dat de vrouw de voorlopige toevertrouwing van [minderjarige] aan haar gebruikt om met [minderjarige] naar [plaats] te verhuizen.

De rechtbank zal het verzoek van de vrouw om [minderjarige] aan haar toe te vertrouwen toewijzen. Hierbij merkt zij uitdrukkelijk op dat het gegeven dat [minderjarige] aan de vrouw wordt toevertrouwd, niet betekent dat de vrouw zonder toestemming van de man met [minderjarige] mag verhuizen naar [plaats], ook niet tijdelijk. Voor zover de vrouw heeft bedoeld te verzoeken om haar op grond van artikel 1:253a BW vervangende toestemming te verlenen voor een verhuizing met [minderjarige] naar [plaats], zal de rechtbank dit verzoek afwijzen. In artikel 822 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is een limitatieve opsomming opgenomen van voorlopige voorzieningen die de rechter kan treffen. Een verzoek tot verlening van vervangende toestemming voor een verhuizing valt daar niet onder. Een dergelijk verzoek moet worden gedaan in aparte (bodem)procedure op grond van artikel 1:253a BW. In die procedure geldt een strengere toets dan in een voorlopige voorzieningenprocedure.

Hoewel door de vrouw is aangevoerd dat het om een tijdelijke verhuizing naar [plaats] zou gaan, is het op dit moment zo onduidelijk hoe de vrouw in de toekomst haar leven wil gaan inrichten dat niet valt uit te sluiten dat het uiteindelijk een definitieve verhuizing zal worden. Een voorlopige voorzieningenprocedure leent zich niet voor een beslissing daarover.

Voorlopige kinderalimentatie en partneralimentatie

Aangezien geen wijziging wordt gebracht in de bestaande situatie waarin de vrouw met [minderjarige] in de echtelijke woning verblijft (en de man dus dubbele woonlasten heeft), komt de rechtbank niet toe aan de verzoeken van de vrouw tot wijziging van de voorlopige voorzieningen ten aanzien van de kinderalimentatie en de partneralimentatie. Deze verzoeken zullen dan ook worden afgewezen.

Zorgregeling kerst 2025

Naar de rechtbank begrijpt verzoekt de man in aanvulling op de beschikking voorlopige voorzieningen van 20 juni 2025 te bepalen dat hij gerechtigd is [minderjarige] bij zich te hebben van woensdag 24 december 15.00 uur tot zaterdag 27 december 2025 10.00 uur.

De vrouw is het er niet mee eens dat [minderjarige] beide kerstdagen bij de man verblijft. Zij heeft voorgesteld dat [minderjarige] van vrijdag 26 december 2025 (tweede kerstdag) 9.00 uur tot zaterdag 27 december 2025 17.00 uur bij de man verblijft.

De rechtbank zal bepalen dat [minderjarige] bij de man verblijft van donderdag 25 december 2025 (eerste kerstdag) 16.00 uur tot zaterdag 27 december 2025 om 17.00 uur. Op deze manier hebben partijen beiden tijd met [minderjarige] op eerste kerstdag.

Proceskosten

Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:

bepaalt dat de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats], aan de vrouw zal worden toevertrouwd;

bepaalt dat de man gerechtigd is om [minderjarige] bij zich te hebben van donderdag 25 december 2025 16.00 uur tot zaterdag 27 december 2025 17.00 uur;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. C. de Jong-Kwestro, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. C.P.E. van de Fliert-Verburg als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 december 2025.



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733