Rechtbank Oost-Brabant 09-01-2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:35

Essentie (gemaakt door AI)

Verzoeker vraagt uitleg van testament waarin is bepaald dat bij gelijktijdig of na overlijden met “echtgenote” de neven en nichten van beide families erven. Erflater is na echtscheiding overleden. Belanghebbenden maken geen bezwaar en neven/nichten doen afstand. Kantonrechter leest clausule als rampenclausule die alleen ziet op overlijden van echtgenote kort vóór erflater; bij echtscheiding geldt zij niet. Primair verzoek wordt toegewezen: het verzoek van [verzoeker] en [verweerder 7] waarin zij als enige erfgenamen zijn erk

Datum publicatie23-01-2026
Zaaknummer11846154 \ EJ VERZ 25-473
ProcedureBeschikking
ZittingsplaatsEindhoven
RechtsgebiedenCiviel recht
TrefwoordenErfrecht; Uitleg testament
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

Erfrecht. Uitleg testament. Verzoekschrift bij kantonrechter. Art. 96 lid 1 Rv. Zogenaamde rampenclausule.

Volledige uitspraak


RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Eindhoven

Zaaknummer / rekestnummer: 11846154 \ EJ VERZ 25-473

Beschikking van 9 januari 2026

in de zaak van

[verzoeker] ,

te [plaats] ,

hierna te noemen: [verzoeker] ,

verzoekende partij,

gemachtigde: mr. N. Broek,

en

1 [verweerder 1] ,

te [plaats] ,

hierna te noemen: [verweerder 1] ,
2. [verweerder 2],

te [plaats] ,

hierna te noemen: [verweerder 2] ,
3. [verweerder 3],

te [plaats] ,

hierna te noemen: [verweerder 3] ,
4. [verweerder 4],

te [plaats] ,

hierna te noemen: [verweerder 4] ,
5. [verweerder 5],

te [plaats] ,

hierna te noemen: [verweerder 5] ,
6. [verweerder 6],

te [plaats] ,

hierna te noemen: [verweerder 6] ,
7. [verweerder 7],

te [plaats] ,

hierna te noemen: [verweerder 7] ,

belanghebbenden,

1De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • het verzoekschrift

  • de beschikking van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 14 augustus 2025 (zaakgegevens 11792091 \ EZ VERZ 25-340 \ fa), waarin de kantonrechter zich ambtshalve onbevoegd verklaart kennis te nemen van het verzoek en het verzoek verwijst naar de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant

  • aanvullende stukken van [verzoeker] van 9 oktober 2025

  • de brief van de griffier aan de belanghebbenden van 30 oktober 2025.

1.2.

De beschikking is bepaald op vandaag.

2De feiten

2.1.

Op [overlijdensdatum] 2025 is in [plaats overlijden] overleden [erflater] , geboren in Voorst op [geboortedatum] 1950 (hierna: erflater). De laatste woonplaats van erflater was [plaats 1] .

2.2.

Erflater was ten tijde van zijn overlijden niet gehuwd en niet als partner geregistreerd in de zin van het geregistreerd partnerschap. Hij heeft geen kinderen. Zijn vader en moeder zijn overleden. Hij heeft één broer en één zus, namelijk [verzoeker] en [verweerder 7] . [verweerder 7] heeft twee dochters, namelijk [verweerder 1] en [verweerder 2] .

2.3.

Erflater was (in tweede echt) gehuwd met [A] (hierna: [A] ). Dit huwelijk is ontbonden op [datum echtscheiding] 2007 door echtscheiding. [A] heeft drie neven en één nicht, namelijk [verweerder 3] , [verweerder 4] , [verweerder 6] en [verweerder 5] .

2.4.

Erflater heeft bij (laatste) testament van 16 juli 1992 over zijn nalatenschap beschikt. In het testament is de volgend erfstelling opgenomen:

“Voor het geval dat ik rechtens gelijktijdig met of na mijn echtgenote kom te overlijden benoem ik tot erfgenamen van mijn nalatenschap, tezamen en voor gelijke delen de kinderen van mijn broers en zusters en de kinderen van de broers en zusters van mijn echtgenote, een en ander met toepassing van de regels van aanwas en plaatsvervulling als bij de wet geregeld.”

3Het verzoek

3.1.

[verzoeker] verzoekt de kantonrechter primair het testament van erflater uit te leggen in die zin dat aan de voorwaarde in het testament niet is voldoen en voor recht te verklaren dat [verzoeker] en [verweerder 7] enig erfgenamen zijn. Subsidiair verzoekt [verzoeker] de kantonrechter het testament van erflater uit te leggen zoals de kantonrechter bepaalt en hierbij voor recht te verklaren wie de erfgenamen van erflater zijn.

3.2.

Aan het verzoek heeft [verzoeker] het volgende ten grondslag gelegd. [verzoeker] heeft meerdere notarissen gevraagd een verklaring van erfrecht op te maken, maar zij weigeren die op te stellen omdat onduidelijk zou zijn wie op grond van het testament de erfgenamen zijn in de nalatenschap van erflater. De nalatenschap kan nu niet worden afgewikkeld. Ten tijde van het opmaken van voornoemd testament was erflater gehuwd met [A] , maar dit huwelijk is voor het overlijden van erflater ontbonden. Erflater had ook geen contact meer met [A] en haar familie. Aan de voorwaarde die in het testament staat is niet voldaan en moet er worden teruggevallen op het wettelijk versterferfrecht. Dat betekent dat [verzoeker] en [verweerder 7] de erfgenamen zijn, aldus [verzoeker] .

4De beoordeling

Bevoegdheid kantonrechter

4.1.

In alle zaken die slechts rechtsgevolgen betreffen die ter vrije bepaling van partijen staan, kunnen zij zich samen tot een kantonrechter van hun keuze wenden en zijn beslissing inroepen (artikel 96 lid 1 Rv) . Van deze mogelijkheid heeft [verzoeker] in dit geval gebruik gemaakt. De belanghebbenden zijn in gelegenheid gesteld om schriftelijk te laten weten of zij bezwaar wensen te maken tegen het verzoekschrift. Van die gelegenheid hebben de belanghebbenden geen gebruik gemaakt. De kantonrechter acht zich daarom bevoegd om kennis te nemen van het verzoekschrift.

Inhoudelijke beoordeling

4.2.

De kantonrechter is van oordeel dat het primaire verzoek van [verzoeker] kan worden toegewezen. Zoals hiervoor is aangegeven hebben de belanghebbenden geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om bezwaar te maken tegen het verzoekschrift. Integendeel:

de neven en nichten van erflater en [A] ( [verweerder 1] , [verweerder 2] , [verweerder 3] , [verweerder 4] , [verweerder 6] en [verweerder 5] ) hebben met verzoeker [verzoeker] en [verweerder 7] een overeenkomst gesloten, waarin is afgesproken dat de neven en nichten geen aanspraak zullen op maken op de nalatenschap van erflater.

De kantonrechter ziet daarnaast geen (andere) aanleiding om het verzoek af te wijzen.

Indien erflater tijdens zijn huwelijk met [A] was overleden, dan was op grond van het testament en het wettelijk versterferfrecht [A] enig erfgenaam geweest. Als erflater gelijktijdig of na zijn ‘echtgenote’ was overleden, zouden volgens het testament hun neven en nichten erfgenamen zijn. In het testament wordt dus het woord ‘echtgenote’ gebruikt. De kantonrechter gaat er daarom vanuit dat het de bedoeling van erflater is geweest om alleen in de situatie dat het huwelijk kort voor het voor het overlijden van erflater is geëindigd door het overlijden van [A] zijn en haar neven en nichten te benoemen tot erfgenamen. Dit is de zogenaamde ranmpenclausule op grond waarvan in het geval de echtgenoten kort na elkaar overlijden de erfenis van degene die het eerst komt te overlijden niet naar de familie van degene die het laatst komt te overlijden gaat, maar beide erfenissen worden verdeeld over de familieleden van beiden echtgenoten. Het is naar het oordeel van de kantonrechter niet de bedoeling geweest van erflater om in het geval hij niet langer gehuwd was met [A] haar neven en nichten als erfgenaam te benoemen.

5De beslissing

De kantonrechter

5.1.

legt het (laatste) testament van 16 juli 1992 van [erflater] uit in die zin dat aan de voorwaarde in het testemant niet is voldaan en verklaart voor recht dat [verzoeker] en [verweerder 7] enig erfgenamen zijn in de nalatenschap.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.J.A. Donkersloot en in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2026.



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733