Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 13-01-2026, ECLI:NL:GHARL:2026:150

Essentie (gemaakt door AI)

Hoger beroep inzake partneradoptie binnen lesbisch huwelijk. Rechtbank wees af omdat het mede‑moederschap van rechtswege ontstaan achtte ogv art. 1:198 lid 1 onder b BW. Hof oordeelt dat geen verklaring Wdkb bij aangifte is overgelegd; juridisch ouderschap verzoekster1 daarom juist niet van rechtswege ontstaan. Verzoekers kozen gemotiveerd voor adoptie i.v.m. erkenningskansen in buitenland. Toetsing aan art. 1:227 en art. 1:228 BW: aan voorwaarden voldaan; kennelijk belang kind staat vast. Adoptie uitgesproken.

Datum publicatie20-01-2026
Zaaknummer200.356.658/01
ProcedureHoger beroep
ZittingsplaatsLeeuwarden
RechtsgebiedenCiviel recht
TrefwoordenKinderen; Gezag; Adoptie
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

Toewijzing adoptieverzoek van twee met elkaar gehuwde vrouwen (artikelen 1:227 en 1:228 BW) . Toegestaan om voor adoptie te kiezen in plaats van het van rechtswege laten ontstaan van het juridisch ouderschap (obv. artikel 1:198, eerste lid, aanhef en onder b BW) , vanwege erkenningskansen in het buitenland.

Volledige uitspraak


GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.356.658/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 244043)

beschikking van 13 januari 2026

in de zaak van

[verzoekster1] ( [verzoekster1] ), en

[verzoekster2] ( [verzoekster2] ),

beiden wonende in [woonplaats1] ,

verzoeksters in hoger beroep,

advocaat: mr. M.M. Mok te Groningen.

1De procedure in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, van 11 juni 2025, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2De procedure in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het beroepschrift met bijlage(n), ingekomen op 2 juli 2025;

- een journaalbericht namens verzoeksters van 1 september 2025 met bijlage(n).

2.2

De mondelinge behandeling heeft op 2 december 2025 plaatsgevonden.

[verzoekster1] en [verzoekster2] zijn verschenen, bijgestaan door hun advocaat.

Mr. Mok heeft een pleitnota overgelegd.

3De feiten

3.1

[verzoekster1] en [verzoekster2] hebben sinds september 2018 een affectieve relatie en zijn [in1] 2023 [in2] de Verenigende Staten van Amerika met elkaar gehuwd.

3.2

[verzoekster1] heeft de Tsjechische nationaliteit en [verzoekster2] heeft de Amerikaanse nationaliteit.

3.3

[verzoekster2] is [in3] 2025 bevallen van [minderjarige1] .

[minderjarige1] is een kind dat door kunstmatige donorbevruchting (als bedoeld in artikel 1 onder c van de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting (Wdkb)) is verwekt. De kunstmatige donorbevruchting heeft plaatsgevonden [in4] 2024.

3.4

Bij verzoekschrift, ingekomen op 29 april 2025, hebben verzoeksters de rechtbank verzocht:

I. de adoptie uit te spreken van het op dat moment nog ongeboren kind van [verzoekster2]

door [verzoekster1] zodra het kind is geboren, en de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waar het kind geboren is - nadat de beschikking in kracht van gewijsde is gegaan - te gelasten als latere vermelding de adoptie toe te voegen aan de geboorteakte, alsmede te bepalen dat de griffier aantekening van de te wijzen beschikking zal doen in het gezagsregister;

II. te bepalen dat de adoptie op grond van artikel 1:230 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) terugwerkt tot de dag van de geboorte van het op dat moment nog ongeboren kind als bedoeld onder I.;

III. te verstaan dat de familierechtelijke betrekking met de biologische moeder, zijnde

[verzoekster2] , in stand blijft.

4De omvang van het geschil

4.1

Bij de bestreden beschikking van 11 juni 2025 zijn de verzoeken van

[verzoekster1] en [verzoekster2] afgewezen.

4.2

[verzoekster1] en [verzoekster2] zijn in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. Zij verzoeken het hof de bestreden beschikking te vernietigen, en alsnog rechtdoende hun inleidende verzoeken (r.o. 3.4) toe te wijzen.

5De motivering van de beslissing

De rechtsmacht en het toepasselijk recht

5.1

Deze zaak heeft een internationaal karakter, omdat [verzoekster1] de Tsjechische nationaliteit heeft en [verzoekster2] de Amerikaanse nationaliteit. Op grond van artikel 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is de Nederlandse rechter bevoegd kennis te nemen van het verzoek, aangezien verzoeksters hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben. De rechtbank heeft op de verzoeken het Nederlandse recht van toepassing geacht. Nu tegen dit oordeel niet is gegriefd, zal ook het hof bij de beoordeling het Nederlandse recht tot uitgangspunt nemen.

Het juridisch ouderschap (van rechtswege)

5.2

Op grond van artikel 1:198, lid 1, aanhef en onder a BW is [verzoekster2] de juridische moeder van [minderjarige1] , aangezien [minderjarige1] uit haar is geboren.

Op grond van artikel 1:198, eerste lid, aanhef en onder b BW is ook moeder de vrouw die op het tijdstip van de geboorte van het kind is gehuwd of door een geregistreerd partnerschap is verbonden met de vrouw uit wie het kind is geboren, indien dit kind is verwekt door kunstmatige donorbevruchting als bedoeld in artikel 1, onder c, sub 1 Wdkb en er een door de stichting, bedoeld in die wet, ter bevestiging hiervan een verklaring is afgegeven. De verklaring dient bij de aangifte van de geboorte te worden overgelegd aan de ambtenaar van de burgerlijke stand en werkt terug tot aan de geboorte van het kind.

5.3

De rechtbank heeft het verzoek tot adoptie afgewezen omdat [verzoekster1] van rechtswege de juridische moeder van het op dat moment nog ongeboren kind zal worden, aangezien er wordt voldaan aan alle vereisten genoemd in artikel 1:198, lid 1, aanhef en onder b BW. Een adoptie is dan volgens de rechtbank niet meer mogelijk.

5.4

Het hof volgt de rechtbank niet in dit oordeel en overweegt als volgt.

Na de bestreden beschikking is [in3] 2025 [minderjarige1] geboren. In hoger beroep is een geboorteakte overgelegd, waaruit blijkt dat alleen [verzoekster2] als ouder van [minderjarige1] is geregistreerd. [verzoekster1] is op de akte enkel vermeld als ‘aangever’. Het hof maakt daaruit op dat de betreffende verklaring (dat het kind is verwekt door kunstmatige donorbevruchting als bedoeld in artikel 1, onder c, sub 1 Wdkb) niet aan de ambtenaar van de burgerlijke stand is overgelegd. Het ouderschap van [verzoekster1] is daarom niet van rechtswege ontstaan (Tweede Kamer, vergaderjaar 2011-2012, 33 032, nr. 3).

Uit het verzoekschrift en wat ter zitting is besproken blijkt dat het een bewuste keuze van verzoeksters is om het ouderschap van [verzoekster1] via adoptie te laten ontstaan, omdat zij voldoende zekerheid willen hebben voor de erkenning van haar ouderschap in het buitenland (bijvoorbeeld bij medische beslissingen, reizen, verblijfsrecht, erfrecht e.d.). Adoptie borgt die rechtszekerheid beter dan het moederschap van twee vrouwen dat van rechtswege of door erkenning is ontstaan, aldus verzoeksters.

Het hof merkt op dat die mogelijkheid van twee met elkaar gehuwde of geregistreerde vrouwen om in plaats van het automatisch laten ontstaan van het juridisch ouderschap (op grond van artikel 1:198, lid 1, aanhef en onder a BW) te kiezen voor de weg van adoptie in lijn is met het advies zoals door de Staatscommissie Herijking ouderschap in haar rapport “Kind en ouders in de 21ste eeuw” van 7 december 2016 is verwoord. De Staatscommissie acht het in het belang van het kind en een verantwoordelijkheid van de wetgever om ervoor zorg te dragen dat de erkenningskansen in het buitenland van een in Nederland ontstane rechtstoestand zoveel mogelijk worden bevorderd.

Adoptie

5.5

Nu het juridisch ouderschap van [verzoekster1] niet is ontstaan, komt het hof toe aan de beoordeling van het verzoek tot adoptie, en toetst dit verzoek aan de voorwaarden die zijn opgenomen in de artikelen 1:227 en 1:228 BW.

5.6

Op grond van artikel 1:227 lid 1 BW geschiedt adoptie door een uitspraak van de rechtbank op een gezamenlijk verzoek van twee personen of op verzoek van één persoon. Op grond van artikel 1:227 lid 2 BW kan het verzoek door de echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel van de ouder alleen worden gedaan als hij (zij) ten minste drie aaneengesloten jaren onmiddellijk voorafgaande aan de indiening van het verzoek met die ouder heeft samengeleefd. Deze voorwaarde geldt evenwel niet indien het kind is of wordt geboren binnen de relatie van de adoptant en die ouder. Van deze laatste situatie is hier (in ieder geval) sprake.

5.7

Op grond van 1:227 lid 4 BW wordt het verzoek, indien het kind is of wordt geboren binnen de relatie van de adoptant en de ouder, en het kind door en ten gevolge van kunstmatige donorbevruchting als bedoeld in artikel 1, onder c, Wdkb is verwekt en een door de stichting, bedoeld in die wet, ter bevestiging hiervan afgegeven verklaring wordt overgelegd waaruit blijkt dat de identiteit van de donor aan de vrouw bij wie de kunstmatige donorbevruchting heeft plaatsgevonden onbekend is, toegewezen tenzij de adoptie kennelijk niet in het belang van het kind is of niet is voldaan aan de voorwaarden zoals genoemd in artikel 1:228 BW.

5.8

Artikel 1:228 lid 1 BW stelt de volgende voorwaarden voor adoptie:

a. dat het kind op de dag van het eerste verzoek minderjarig is, en dat het kind, indien het op de dag van het verzoek twaalf jaren of ouder is, ter gelegenheid van haar verhoor niet van bezwaren tegen toewijzing van het verzoek heeft doen blijken;

b. dat het kind niet is een kleinkind van een adoptant;

c. dat de adoptant of ieder der adoptanten ten minste achttien jaren ouder dan het kind is;

d. dat geen der ouders het verzoek tegenspreekt;

e. dat de minderjarige moeder van het kind op de dag van het verzoek de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt;

f. dat de adoptant of de adoptanten het kind gedurende ten minste een jaar feitelijk gezamenlijk hebben verzorgd en opgevoed;

g. dat de ouder alleen of samen met de adoptant het gezag over de minderjarige heeft.

5.9

Het hof stelt vast dat verzoeksters bij het verzoekschrift een verklaring van de Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting hebben overgelegd, waaruit blijkt dat de identiteit van de donor onbekend is. Het hof moet vervolgens vaststellen of de adoptie van [minderjarige1] door [verzoekster1] in het belang van [minderjarige1] is en of aan de voorwaarden zoals genoemd in artikel 1:228 BW is voldaan.

5.10

Het hof stelt op basis van de stukken vast dat aan alle voorwaarden van

Artikel 1:228 BW is voldaan, met uitzondering van de voorwaarde onder f. Op grond van

lid 3 van artikel 1:228 BW geldt deze voorwaarde echter niet nu [minderjarige1] is geboren binnen de relatie van [verzoekster2] met [verzoekster1] , zijnde een levensgezel van gelijk geslacht. Vervolgens moet het hof de vraag beantwoorden of de adoptie in het kennelijk belang van [minderjarige1] is. Gebleken is dat verzoeksters sinds september 2018 een affectieve relatie hebben en dat zij [in1] 2023 met elkaar zijn gehuwd. [minderjarige1] is geboren tijdens dit huwelijk en wordt door verzoeksters samen verzorgd en opgevoed. Met de adoptie wordt recht gedaan aan de relatie die verzoeksters met elkaar hebben en de gezinssituatie waarin [minderjarige1] verder zal opgroeien, en wordt de opvoeder-/ouder-kindrelatie in alle opzichten geformaliseerd. Het hof is daarom van oordeel dat adoptie in het belang van [minderjarige1] is en zal het verzoek tot adoptie daarom toewijzen.

Ingangsdatum

5.11

De adoptie werkt terug tot het tijdstip van de geboorte van [minderjarige1] , omdat zij is geboren binnen de relatie van [verzoekster2] en [verzoekster1] en de adoptie vóór de geboorte van [minderjarige1] is verzocht (artikel 1:230 lid 2 BW) .

5.12

Het hof zal de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag gelasten een latere vermelding van de adoptie aan de daarvoor in aanmerking komende akte(n) van de burgerlijke stand toe te voegen.

Familierechtelijke betrekking

5.13

De familierechtelijke betrekking tussen [minderjarige1] en [verzoekster2] zal na de adoptie blijven bestaan, nu de adoptant de echtgenote van de ouder is (artikel 1:229 lid 3 BW) .

Gezamenlijk gezag

5.14

Op grond van artikel 1:251 BW zullen verzoeksters na de adoptie vanwege het huwelijk tussen hen automatisch het gezamenlijk gezag over [minderjarige1] hebben.

Het hof zal in verband met het bepaalde in artikel 2 lid 1 aanhef en onder sub m van het Besluit gezagsregisters de griffier opdragen om, wanneer de adoptie-uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, aantekening daarvan te doen in het gezagsregister.

6De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

6.1

vernietigt de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, van 11 juni 2025, en opnieuw beschikkende:

6.2

spreekt de adoptie uit van [minderjarige1] (v), geboren [in3] 2025 te Groningen om 02:18 uur, door [verzoekster1] (v), geboren op

10 december 1991 te Praag (Tsjechië);

6.3

bepaalt dat de adoptie terug zal werken tot het tijdstip van de geboorte van [minderjarige1] , te weten tot 22 augustus 2025;

6.4

verstaat dat de geslachtsnaam van de minderjarige na de adoptie [verzoekster2] zal zijn/blijven;

6.5

verstaat dat de familierechtelijke betrekking met verzoekster [verzoekster2] in stand blijft;

6.6

verstaat dat [verzoekster1] en [verzoekster2] vanaf het moment dat de adoptie in kracht van gewijsde is gegaan, gezamenlijk het gezag over [minderjarige1] zullen uitoefenen;

6.7

bepaalt dat de griffier een afschrift van deze beschikking aan de ambtenaar van de Burgerlijke Stand van de gemeente Den Haag zal zenden, zodra deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan;

6.8

gelast de ambtenaar van de Burgerlijke Stand in de gemeente Den Haag een latere vermelding van de adoptie aan de daarvoor in aanmerking komende akte(n) toe te voegen;

6.9

bepaalt dat de griffier, wanneer deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan het gezagsregister om daarin aantekening te doen van deze beschikking;

6.10

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.B.E.M. Rikaart-Gerard, mr. R. Feunekes en

mr. B.J. Engberts, bijgestaan door mr. E. Klijn als griffier, en is op 13 januari 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733